Een Keltisch Heiligdom op de Mormont

De Zwitserse cementfabrikant Holcim deed in het voorjaar van 2006 wat ze al decennia doet: cement maken van kalk dat is verkregen door het afgraven van bergen en heuvels.

Op de heuvel Mormont, tussen de dorpen van Éclépens en La Sarraz (kanton Vaud), waren de afgravingen in 2006 in volle gang.  Een van de grootste archeologische vindplaatsen van Keltische stammen kwam daarbij aan het licht.

Na de ontdekking van paaldorpwoningen en Keltische nederzettingen (de periode 5e-1e eeuw v. Chr.) in La Tène vlakbij Neuchàtel in het midden van de negentiende eeuw, is Mormont de tweede grote locatie van Keltische aanwezigheid in Zwitserland. Daarnaast is op veel andere plaatsen Keltische aanwezigheid aangetoond door kleinere vondsten.

Op de Mormont gaat het om een heiligdom, waar skeletten en botten van mensen, talloze beenderen van dieren en veel voorwerpen zijn aangetroffen.

De stam van Helveten bewoonde dit gebied (en het Zwitsers Plateau). Andere stammen op het huidige Zwitserse grondgebied zijn de Rhaeten in het Oosten (Graubünden), de Lepontii, Uberes, Nantuates, Sedunes en Veragres in het Alpengebied en zuidelijk Zwitserland en de Rauracen in delen van Noord-Jura, en de kantons Basel-Stadt en Basel-Landschaft.

De Mormont was in gebruik als begraafplaats en heiligdom aan het einde van de ijzertijd, de periode 450-100 v. Chr. Vanwege industrieel gebruik is het niet mogelijk de hele heuvel minutieus te onderzoeken, ook omdat de helft al is afgegraven.

Vanaf 2006 zijn ongeveer 200 graven en offerplaatsen in kaart gebracht. Het gaat om honderden personen mannen, vrouwen en kinderen, overblijfselen van ongeveer 460 dieren (koeien, paarden, pluimvee, varkens, zwijnen,  schapen, een wolf, een edelhert, een beer, een ezel) en nog veel meer (gebruiks- , gevechts- en religieuze) voorwerpen, onder andere bijlen, zwaarden, ringen, beitels, messen, munten (Romeinse ten tijde van de republiek (tot 44 v. Chr.)  en Keltische), keramiek, steen, ijzer, botten, brons, glas, molenstenen voor graan en zelfs hout.

Het onderzoek is nog in volle gang. De aandacht gaat onder andere uit naar de doodsoorzaken van mensen (sommige skeletten zijn onthoofd, een Keltisch gebruik bij overwonnen vijanden, andere verbrand, sommige intact), ziektes- en voeding. Ook hopen de onderzoekers beter inzicht te krijgen in de godenwereld van de Kelten.

Een belangrijk aandachtspunt zijn de (huis) dieren  voor (vlees) consumptie, huid, offerandes aan goden of andere toepassingen.

Wat is het aandeel van de (huis) dieren onderling en wat zegt het bijvoorbeeld over de voeding ? Tot nu toe zijn onder andere 211 runderen, 51 paarden, 87 varkens, 31 schapen, 8 honden en 17 geiten vastgesteld. Waar kwamen bijvoorbeeld de paarden vandaan ? Waarvoor werden ze gebruikt ? Wat is het aandeel van de vlees in de voeding ?

Wat vertellen de voorwerpen over het dagelijkse en religieuze leven en de bewapening ? Waar kwamen ze vandaan, wat zegt het over de handel met bijvoorbeeld andere (Keltische) stammen, het Middellandse zeegebied en andere delen van Europa ?

De bronzen en zilveren munten hebben ook een verhaal te vertellen. De Keltische munten waren in gebruik in het gebied van de Driemeren-regio (de meren van Neuchâtel, Morat en Bienne) en de Franse Jura, de Romeinse munten kwamen vooral uit de periode vanaf de tweede eeuw v. Chr., wat samenvalt met de Romeinse verovering van het zuiden van Frankrijk tot aan Genève (122-120 v. Chr.) en de vorming van de provincia Gallia Narbonensis.

Conclusie

De heuvel Mormont is niet alleen een industriële kalkmijn, maar ook een archeologische goudmijn. Het onderzoek is nog relatief jong, maar de eerste bevindingen bevestigen eerdere onderzoeken uit de Halstatt-periode (800-450 v. Chr., zie ook het Welterbemuseum Halstatt) en Le Tène (450-100 v. Chr., zie ook het museum Laténium in Hauterive, kanton Neuchâtel).

Wat deze Keltische locatie uniek maakt is haar religieuze functie met ongeveer 200 graven, tot dusverre een van de grootste Keltische locaties in haar soort.

(Bron: C. Brunetti, G. Kaenel, P. Méniel, (red.), ‘Les Helvètes au Mormont’ in Archéothéma. Histoire et archéologie,  hors série 7, Avril 2014; W. Dusan (red.), Le Mormont. Un sanctuaire des Helvètes en terre vaudoise vers 100 avant J.-C., Lausanne 2009).

The Acropolis van Neuchâtel

Neuchâtel was in de 2e eeuw na Christus al bewoond gebied. De archeologische vondsten wijzen op een Gallo-Romeinse cultuur en dus bewoning door Kelten voor de komst van de Romeinen aan het einde van de eerste eeuw v. Chr.

In de zevende of achtste eeuw is de eerste kerk kerk gebouwd. De koningen van het Koninkrijk Bourgondië (888-1032) bouwden in de tiende of elfde eeuw een versterking op de heuvel. Het kasteel van Neuchâtel is in 1011 in een document Novum castellum genoemd en vanaf de 12e eeuw Novum castrum. Neuchâtel, Neuenburg in het Duits, is een letterlijke vertaling.

De eerste betrouwbare informatie over Neuchâtel dateert uit de jaren 1140, toen de broers Mangold II de Fenis (gestorven rond 1147) en Rodolphe I de Fenis (gestorven rond 1149) Neuchâtel bestuurden. Aan het einde van de twaalfde eeuw komt de familie voor als de graven van Neuchâtel.

De graven oefenden tot het uitsteven van de dynastie in 1395 hun macht uit op het het gebied van de huidige kantons Neuchâtel en Bern.

De graven stichtten diverse abdijen, onder andere de (in 1536 bij de reformatie opgeheven) abdij van Fontaine-André in 1143 en de collégiale rond het jaar 1190.

De heuvel herbergt als een acropolis sindsdien ruim negen eeuwen van architectonische en decoratieve ontwikkelingen.

De collegiale kerk en haar klooster zijn samen met het naburige kasteel en de koninklijke aula een monumentaal geheel dat van uitzonderlijk belang is voor zowel de politieke als de architectonische geschiedenis van het kanton.

(Bron: J. Bujard (Ed.), Histoire du canton de Neuchâtel. Aux origines médiévales d’un territoire, Neuchâtel, 2014).

Bibracte en Zwitserland

Een van de belangrijkste momenten in de Zwitserse geschiedenis vond plaats in het jaar 58 voor Christus, niet op het huidige Zwitserse grondgebied, maar in Frankrijk, in de Keltische of Gallische oppidum Bibracte op de berg Beuvray in Bourgondië, dichtbij Autun.

Het was hier dat Caesar de migratie of opmars van Helvetische (van het Zwitserse Plateau), Rauraken (omgeving Bazel)  en andere Keltische stammen, afkomstig uit het noorden van Zwitserland, tegenhield.

Deze strijd tussen de Romeinse en Keltische stammen wordt genoemd in de bello Gallico of de Gallische Oorlog (geschreven door Caesar).

Bibracte was de hoofdstad van de Aedui-stam. Caesar verpletterde de Helvetische en andere Keltische stammen, maar maakte ze niet tot slaaf, wat gebruikelijk was, maar stuurde ze terug naar hun Zwitserse grondgebied om het vacuüm te vullen om de komst van Germaanse stammen te voorkomen.

Caesar maakte deze Keltische stammen daarentegen tot bondgenoten (foederati) en stichtte twee Romeinse kolonies (de Colonia Iulia Equestris (Nyon), op het grondgebied van de Helvetii, en Colonia Augusta Raurica (Augst), op het grondgebied van de Rauraken.

Deze steden werden belangrijke centra van de Romanisering nadat dit gebied vanaf 15-13 voor Christus deel uitmaakte van het Romeinse Rijk.

Nyon bleef een kleine stad gedurende de middeleeuwen, maar Augst eindigde na de tweede helft van de derde eeuw als een klein vissersdorpje. Bazel werd de regionale en bisschoppelijke hoofdstad.

Het lot van Bibracte was obscuurder. De herinnering aan de stad is eeuwenlang verloren gegaan, behalve de expliciete verwijzing door Caesar in diens boek.

Men meende  lage tijd dat Autun was voortgekomen uit Bibracte. Autun werd echter ex novo opgericht tijdens de eerste jaren van het bewind van augustus, rond 20 voor Christus.

De stad kreeg de naam Augustodunum. Het was de hoofdstad van de civitas of het volk van Aedui. Bibracte ligt zo’n 25 km verderop en werd kort na de stichting van Autun verlaten.

De Kelten zijn bekend vanwege hun oppida of versterkte nederzetting op de top van heuvels. De Romeinen hadden echter andere ideeën en creëerden steden op het kruispunt van belangrijke wegen of waterwegen in een vlakte.

Dit werd de stad Autun. Het plotselinge vertrek uit Bibracte is een zegen voor archeologen, omdat de stad daardoor vrijwel intact kon worden uitgegraven.

De eerste opgravingen begonnen in 1864 nadat een geleerde (Jacques-Gabriel Bulliot, 1817-1902) had ontdekt dat Autun en Bibracte verschillende plaatsen waren.

De Mont Beuvray is tegenwoordig de locatie van een groot Europees archeologisch centrum en een museum (www.bibracte.fr).

(Bron: D. Tabary, Bibracte – Mont Beuvray, Langres, 2016).

Mexit in Zwitserland

Het heeft niet veel aandacht gekregen in media buiten Zwitserland, maar in kanton Bern speelt zich ook een exit drama af.

In het referendum van 18 juni 2017 stemden 2 067 inwoners van de stad Moutier (kanton Bern) voor aansluiting bij kanton Jura, 1 930 burgers stemden tegen, een verschil van 137 stemmen op een bevolking van bijna 7 500 inwoners.

Referendum

Het kanton Jura (République et Canton du Jura) is al een afscheiding van kanton Bern als gevolg van het referendum op 24 september 1978. Moutier, Belprahon, Perrefitte en Sorvilier kozen toen echter voor kanton Bern.

Op 5 november 2018 is het resultaat van het referendum van 18 juni 2017 echter ongeldig verklaard vanwege geconstateerde onrechtmatigheden. Uiteindelijk zal de hoogste rechter, het Bundesgericht in Lausanne, de doorslag geven.

Congres van Wenen

De historie van deze referenda gaat meer dan 200 jaar terug, toen het gebied van het huidige kanton Jura en Moutier, Belprahon, Perrefitte en Sorvilier in 1815 bij overeenkomst van het Congres van Wenen bij de ontbinding van het gebied van de bisschop van Bazel aan kanton Bern werden toebedeeld, het kanton Basel-Stadt kreeg alleen de Birseck, wat later (na een nieuw referendum) in 1833 weer zou opgaan in kanton Basel-Landschaft.

Het Congres had als doel de machtsverhoudingen en de oude regimes weer te herstellen na de Napoleontische oorlogen en de (Franse) revolutionaire bewegingen vanaf 1789.

De vier grootmachten van destijds, Pruissen, Oostenrijk, Rusland en Engeland, wilden Frankrijk omringen met sterke landen.

In het noorden het Koninkrijk der Nederlanden (Nederland en België, dat zich in 1831 zou afscheiden), in het zuiden het koninkrijk Spanje en in het oosten de Zwitserse Confederatie van 22 kantons, het koninkrijk Piemont-Sardinië en aan de Rijn de aan Pruisen toebedeelde gebieden.

Bisdom Bazel

Het Zwitserse territorium van de bisschop van Bazel was essentieel, omdat het direct grensde aan Frankrijk. Onder Lokale historie op deze website wordt nader ingegaan op het wereldlijke gezag en de diocese (het kerkelijke gebied) van de bisschop van Bazel.

Het bisdom zou na 1815 blijven bestaan, maar de bisschop verloor wel zijn wereldlijke gezag over zijn territorium, dat vanaf 999 wat uitgegroeid tot een prinsdom van het Heilige Roomse Rijk, met de bisschop in een wereldlijke functie van Prins-Bisschop.

Jura

De Jura is een volledig Franstalig gebied, maar de Reformatie heeft ook hier haar sporen nagelaten en het is geen toeval dat de zuidelijke gebieden Moutier, Belprahon, Perrefitte en Sorvilier voor Bern kozen.

Ze delen het protestante geloof, het overige noordelijke deel van de Jura is overwegend katholiek. Bovendien is kanton Bern economisch veel sterker  en liggen deze plaatsen dicht bij Bern.

Voor ongeveer de helft van de inwoners is het Duitstalige karakter van Bern kennelijk geen probleem en brengt een afscheiding van Bern meer (economische en financiële) na- dan voordelen met zich mee.

Hoe het ook zij, de (juridische) gemoederen zijn hoog opgelopen bij deze Mexit en zij zijn het gevolg van een ontwikkeling, die teruggaat tot 1815.

(Bron: J.-C. Rebetez, D. Bregnard Le Jura et Berne. Bicentenaire du Congrès de Vienne 1815, Porrentruy 2015).

Senda culturala

Zernez ligt aan het begin van de Senda culturala (cultuurpad), die door Unterengadin loopt. Het dorp ligt aan de rivier de Inn (En in de Romaanse taal). In 1365 kwamen de leden van de Gotteshausbund (Liga van het Godshuis) er voor het eerst bijeen. In Zernez werd op 29 januari 1367 de Gotteshausbund opgericht (Liga van het Huis Gods).

Het cultuurpad loopt van Zernez naar Susch, Lavin, Guarda, Bos-cha, Ardez, Ftan, Tarasp/Vultera, Scuol, Sent, Ramosch, Vna, Tschlin en eindig in Martina.

Een opmerkelijke plaats op de route is de ruïne van de spookstad Gonda tussen Lavin en Guarda. Het dorp werd in de 16e eeuw verlaten. Een andere opvallende plek is de “Fuorcha” tussen Zernez en Susch, een voormalige executieplaats met galgen voor de naburige gemeenten.

De Senda culturala buigt bij Zernez ook af naar het zuiden naar St. Müster en Sta. Maria en gaat bij Martina richting noorden naar Samnaun.

(Bron en verdere informatie: www.kulturwege-schweiz.ch).

Het gletsjerpad op de Seebodenalp

Op de Seebodenalp boven Küssnacht am Rigi (kanton Schwyz) is een nieuw themapad aangelegd.

Het gletsjerpad heeft de laatste ijstijd (25 000 – 10 000 v. Chr.) als onderwerp. Het is moeilijk voor te stellen, maar 24 000 jaar geleden was de Rigi volledig omringd door de Reussgletsjer.

De gletsjer transporteerde grote hoeveelheden rotsmateriaal uit de bergen. Het gletsjerpad is goed toegankelijk en aan het begin van de wandeling geeft een bord informatie over de route.

Kwetsbare habitat van flora en fauna worden goed afgeschermd of omzeild.

Glaciologie, klimaatverandering, aardverschuivingen, biodiversiteit, bronwater en houtproductie worden op een begrijpelijke en toegankelijke manier onder de aandacht gebracht en uitgelegd.

(Bron en verdere informatie: www.seebodenalp.ch).

Het graniet van Urner Oberland

Het dorp Wassen am Gotthard was in de negentiende eeuw een rustig dorp. Met de aanleg van de Gotthard-spoorweg/tunnel en de ingebruikname ervan in 1882 veranderde het leven voorgoed.

De Antonini-steengroeve veranderde niet alleen het landschap, maar trok ook veel arbeiders aan, vooral uit Italië.

Zij introduceerden nieuwe gebruiken en tradities en velen bleven voorgoed. Ook werd het dorp later een knooppunt in de Gotthard-autoroute.

Niet alleen in Wassen, maar ook in Göschenen, Gurtnellen en andere dorpen in het Urner Oberland waren er steengroeves te vinden.

Het graniet is een uitermate harde steen, die geschikt is voor de meest zware omstandigheden. Er zijn dan ook geen stuwdammen in Uri en omgeving te vinden die niet met deze graniet is gebouwd.

De Antonini-steengroeve in Wassen is een unieke getuige uit de hoogtijdagen van de diverse steengroeven in het kanton Uri.

De steengroeve kwam tot grote bloei door de aanleg van de Gotthard spoorlijn aan het einde van de negentiende eeuw.

De Antonini-groeve is de enige overgebleven steengroeve uit deze periode, alle andere zijn weer terugveroverd door de natuur.

Het museum toont het leven van de steenhouwers en ondernemers uit die tijd, de technieken en machines en het indrukwekkende landschap van de Gottardo-wandelroute.

Tegelijkertijd met de steengroeven beleefde ook de transportsector in het Urner Oberland een enorme groei. Vanuit Wassen werden veel producten geëxporteerd tot ver buiten de landsgrenzen.

Het steen uit Uri werd ook in Zwitserland gebruikt, bijvoorbeeld in Bazel bij de bouw van de nieuwe Mittlere Rheinbrücke (1905), in Luzern bij het Gotthard-Bahngebäude aan de Schweizerhofquai of in Bern bij de bouw van het Bundeshaus.

(Bron: www.wassen.ch).

Carillon van Sisikon

Ter gelegenheid van de eerste nationale dag van de Zwitserse chocolade, 12 september 2001, presenteerden de Zwitserse chocoladefabrikanten een carillon aan de gemeenschap.

Het carillon (Glockenspiel van Sisikon) is het grootste van Zwitserland en bestaat uit 37 klokken met de tonen e1- e4 en een bronzen gewicht van ongeveer 6.000 kg.

Zowel Chocolade, als klokkenspel staan voor innovatie en met de tijd meegaan, maar ook voor traditie, genieten, kwaliteitscomposities en een hoog niveau van vakmanschap.

Diverse melodieën zijn voorgeprogrammeerd en kunnen overdag door iedereen worden gespeeld.

(Bron en nadere informatie: www.chocosuisse.ch).

KdS-online van de Gesellschaft für Schweizerische Kunstgeschichte

De volumes van de serie Die Kunstdenkmäler der Schweiz (KdS), uitgegeven door de Gesellschaft für Schweizerische Kunstgeschichte (GSK), zijn al 92 jaar een belangrijke referentie voor de geschiedenis van de Zwitserse kunst en architectuur. Maar liefst 65 000 pagina’s en 65 000 illustraties zijn in de afgelopen 92 jaar geproduceerd.

Deze zullen gratis te raadplegen zijn in het kader van het project KdS-online, te vinden op www.ekds.ch. Het project beperkt zich niet tot het scannen van de reeds gepubliceerde delen.

De inhoud is ook toegankelijk via alle gebruikelijke zoekmachines. In 2027, op de 100ste verjaardag van de serie, zal de digitalisering voltooid zijn.

Met KdS-online zet de GSK een nieuwe stap in de digitale ontwikkeling die het 10 jaar geleden begon met interactieve e-boeken, 360° Swiss Heritage, de apps Swiss Art To Go en Europe Art To Go

(Verdere informatie: www.gsk.ch).

De murus gallicus van Basilia

Meer dan 2000 jaar geleden bouwden de Kelten (de stam van Rauraken) de eerste versterking van Basilia, de murus gallicus.

Rond 80 v. Chr. zocht de Keltische bevolking beschutting achter versterkte gebouwen, waarschijnlijk omdat de Germanen de Rijn overstaken. Open nederzettingen op vlak land werden verlaten. Langs de Rijn werden versterkte centra op strategisch gunstige punten gebouwd, zoals op de Münsterhügel.

De nederzetting was omringd door een wal. Binnen deze wal waren de handel, het handwerk en de heerschappij geconcentreerd.

De nederzetting was klein, ook naar de maatstaven van die tijd. Natuurlijke bescherming was belangrijker dan directe toegang tot water en verkeerswegen.

Een Murus Gallicus, een Keltische wal, bestond uit een aarden wal, aan de binnenkant versterkt door een raamwerk van houten balken. Een droge stenen muur rees op aan de voorkant.

De Murus Gallicus van Bazel was ongeveer 6 m hoog en 12 m dik, de greppel die er op 6 m afstand voor lag was 30 m breed en 8 m diep. De bewoners staken de gracht via een houten brug over, op de plaats van de huidige Rittergasse.

Met de verovering van Gallië (52 v. Chr.) door Julius Caesar, de nederlaag van de Kelten in 58 v. Chr. bij Bibracte (bij Autun, Frankrijk) en de stichting van Augusta Raurica (Augst) in 44 v. Chr. kwam ook de Münsterhügel onder Romeins gezag.

De Keltische wal is in de Romeinse tijd afgebroken. Op de ruïnes hebben de bewoners in de loop van de laatste 2000 jaar twee meter dikke lagen bouwpuin en ander afval gestort. De gracht bleef echter open tot in de Middeleeuwen, toen zij ook werd gedempt en gedeeltelijk overbouwd.

De site is tegenwoordig een archeologische plaats met de restanten van de Keltische muur.

Bron en verdere informatie:  Historisch Museum op de Barfüsserplatz, Museum van Oudheden en de Ludwig Collectie (Antikenmuseum und Sammlung Ludwig).