Een ode aan het Fête des Vignerons

Het Fête des Vignerons (UNESCO-Werelderfgoed) is een traditie die sinds de 18e eeuw van generatie op generatie wordt doorgegeven in een regio die zich uitstrekt in kanton Vaud van Pully tot Lavey bij Wallis. De twaalfde editie van het festival vond plaats van 18 juli tot 11 augustus 2019.

Persconferentie na afloop, l’abbé en Daniele Finzi Pasca (rechts) 

Deze collage geeft een indruk van dit grote festival met meer dan een miljoen bezoekers, een tijdelijk stadion met zo’n 20.000 zitplaatsen, vijfduizend vrijwilligers, honderd professionals en tien jaar voorbereiding.

Chapeau Vevey, de organisatie, de bezoekers en Zwitserland.

Model van het stadion. Collectie: Musée de la Confrérie des Vignerons

De Grandeur van Zwitserland

Wat is de grandeur van Zwitserland ? De vele Grand Hotels, het berglandschap en de hoge bergtoppen, de grote meren of de vele mooie steden of de (directe) democratie ? Allemaal waar, maar de grootsheid van dit land wordt in de eerste plaats gevormd door haar inwoners.

De burgers hebben vanaf de late middeleeuwen in een proces van eeuwen een goed functionerend land gevormd van vier talen, diverse religies, culturen en economische regio’s.

De grote betrokkenheid van de inwoners bij hun dorp, stad, kanton en land vloeit voort uit deze eeuwenlange ontwikkeling.

Al vanaf de Keltische en Romeinse tijd was het gebied van het huidige Zwitserland een integraal onderdeel van het Europese handelssysteem en de Europese politieke ontwikkelingen.

De academische vraag of 1291 nu wel of niet het begin van de staatsvorming is of dat de Bundesbrief (bewaard in het Bundesarchiefmuseum in Schwyz) uit 1291, 1315 of desnoods de 16e eeuw stamt en of Willem Tell nu wel of niet bestaan heeft, doet niets af aan de bijzondere en unieke historie en politieke, economische, democratische en stedelijke ontwikkeling van dit land.

Het onlangs afgesloten Fête des Vignerons in Vevey symboliseert de betrokkenheid van de burgers bij hun ‘Heimat’, tradities en cultuur.

Dit Fête is geen uitzondering, maar in heel Zwitserland, in de kleinste dorpjes zoals Mulegns in kanton Graubünden of Môtiers in kanton Neuchâtel vinden kleine en grote culturele initiatieven plaats, gefinancierd door burgers, bedrijfsleven, kantons of federale overheid, veelal met een uiterst innovatieve en open benadering, waar ook het Fête des Vignerons van getuigt. Dit geldt ook voor het bedrijfsleven.

Het is dan ook tamelijk absurd te stellen dat Zwitserland, met haar eeuwenoude open en innovatieve handel, economie, wetenschap, immigratie, democratie en cultuur, een gesloten en op traditie gerichte maatschappij zou zijn. Niets is minder waar.

Het Fête des Vignerons toont in haar eeuwenoude betrokkenheid van de burgers de grandeur van het land en haar kantons en gemeentes.

Dolmengraven in Zwitserland

Dolmen is Bretons en betekent “tafel van steen”. Bretons is nauw verwant aan het Keltisch. De Dolmen- of hunebeddengraven in Laufen (Kanton Basel-Landschaft) dateren echter uit veel oudere tijden dan de Kelten. Ze zijn typisch voor de neolithische periode.

Dolmengraven zijn grafkamers gemaakt van grote stenen. De rechthoekige stenen kamers waren gevuld met aarde of volledig afgedekt. In de loop der eeuwen heeft erosie de hopen aarde verwijderd, zodat alleen de stenen kamers overbleven.

De grafkamers bestonden uit meerdere tonnen wegende kalkstenen platen, die waarschijnlijk vanuit een steengroeve aan de nabijgelegen rivier de Birs naar hun plaats werden vervoerd.

Dolmengraven zijn zelden bewaard gebleven in Zwitserland. Een exemplaar is bekend uit Aesch en een ander uit Courgenay (Canton Jura). Een eerste Dolmengraf werd ontdekt in Laufen in 1946. Naast enkele botfragmenten werden 121 menselijke tanden gevonden van ongeveer 32 individuen. Aan de hand van een technische analyse kon het graf worden gedateerd rond 2 900 v. Chr.

In februari 2000 werd in Laufen nog een grote kalksteenplaat ontdekt, die de overblijfselen van een tweede hunebedgraf bleek te zijn. De andere stenen platen waren in de Romeinse tijd gebruikt voor de bouw van de nabijgelegen Villa Laufen-Müschhag. Individuele vondsten uit het hunebedgraf zijn te zien in het Museum Laufental.

(Bron: Museum Laufen, www.museum-laufental.ch).

Cultuurklooster Altdorf

Het Klooster Aller Heiligen werd in 1581 gebouwd door de Orde der Kapucijnen. Van de Reformatie was in het kanton Uri weinig te merken en het was een brand in 1799 die het complex uiteindelijk verwoestte.

Het klooster was in 1581 de eerste vestiging van de Kapucijnen ten noorden van de Alpen, daarna volgden de kloosters in de katholieke kantons Unterwalden Schwyz, Luzern, Solothurn en Appenzell, uiteraard als reactie op de Reformatie, die in de omringende kantons wel succesvol was geweest.

De Kapucijnen zouden het ruim vier eeuwen volhouden en pas in 2009 verlieten de laatste monniken het complex, dat na 1799 weer in volle glorie was herbouwd, ondanks de Franse bezetting.

Tegenwoordig is het klooster een cultureel centrum onder de naam Kulturkloster met een magnifiek uitzicht op het Gotthard complex.

(Verdere Informatie: https://kulturkloster.ch).

Alfdorf, Gotthard, Tell, Goethe en Suvorov

Altdorf is niet alleen het economische, politieke en culturele centrum van het kanton Uri, maar ook van oudsher een doorgang naar de Gotthardpas en natuurlijk Willem Tell, de legendarische held, wie kent hem niet ?

Altdorf is echter ook een plaats waar het zuiden en het noorden elkaar al eeuwenlang ontmoeten, goederen en waren verhandelen en waar pausen, politici, soldaten, pelgrims ambachtslieden, kunstenaars en dichters halt houden om paarden te wisselen, voor een pauze, overnachting of diner.

Goethe (1749-1832) is er diverse keren geweest (onder andere in 1775, 1779 en 1797) en heeft Friedrich Schiller (1759-1805) over zijn indrukken en ervaringen geïnformeerd, die vervolgens Wilhelm Tell op papier zette in 1804.

Ook de Russische generaal Alexander Suvorov (1730-1800) overnachtte er op 26 september 1799 met 25 000 soldaten op de terugtocht voor Franse troepen, wat voor het kleine plaatsje uiteraard een grote beproeving was.

(Verdere informatie: (www.uri.info).

Chalets en Houtsculptuur in Brienz

De betekenis van het woord Chalet als typering van alle houten huizen in Zwitserland dateert pas uit de negentiende eeuw en is toe te schrijven aan Engelse toeristen.

Tot die tijd was een chalet een houten huisje hoog in de alpenweiden en bedoeld om in de zomer de boeren onderdak te bieden. In de negentiende-eeuwse betekenis van het woord heeft het dorp Brienz aan de Brienzersee een ware kunstschat te bieden.

De vele authentieke chalets en de houtsnijwerkambachten hebben deze plaats beroemd gemaakt, wat onder andere ook blijkt uit het Houtsnijwerkmuseum (Schweizerisches Museum für Holzbildbauerei), de school voor vioolbouwers (Geigenbauschule) en vele ateliers van houtsnijwerk.

(Verdere informatie: www.brienzersee.ch).

Keizerlijke residentie Jegenstorf

De historie van het slot gaat terug tot de familie Von Jegistorf, tevens de naamgever van het dorp. De eerste documenten met deze naam dateren uit 1175. In deze tijd stond er waarschijnlijk al een kasteel.

In de veertiende eeuw stierf dit geslacht uit en namen families uit het machtige Bern het kasteel over, waaronder de families Von Erlach, Von Bonstetten en Von Wattenwyl.

Van de zestiende tot de achttiende eeuw verbouwden zij het kasteel en de tuin zoals het er nu nog bij ligt. Sinds 1936 wordt het kasteel beheerd door een stichting en herbergt het een museum.

De geschiedenis was hiermee echter niet ten einde. In de herfst van 1944 wordt het kasteel hoofdkwartier van generaal Henri Guisan (1874-1960), opperbevelhebber van het leger.

In 1954 overnacht keizer Haile Selassie (1892-1975) in het kasteel, dat daarmee de titel tijdelijke keizerlijke residentie verwerft. (Verdere informatie: www.schloss-jegenstorf.ch).

Basel-Stadt, Basel-Landschaft en Jura op het Fête

Het heeft even geduurd, maar de kantons Basel-Stadt en Jura waren weer voor even verenigd ter gelegenheid van het Fête des Vignerons in Vevey, dat eens in de 20-25 jaar wordt georganiseerd.

Het is ook voor het eerst dat alle kantons hun opwachting maken op een van de 21 dagen van het grandioze, stijlvolle en geweldig festijn. Meer dan 5 000 acteurs, 800 zangers en 100 muzikanten verzorgen dagelijks een perfect gearrangeerd spektakel met een meeslepende choreografie.

De voorstellingen vinden plaats in een tijdelijk stadion op de grote markt van Vevey, dat plaats biedt aan 20 000 toeschouwers.

Alleen waren de wijngoden op 28 juni voor het eerst sinds het begin van het Fête  kennelijk in een slecht humeur.

Het deed geen afbreuk aan het gezamenlijke cortège van beide kantons. Laat in de avond gaf een afvaardiging uit Basel-Landschaft een voorstelling van de beroemde fakkelparade van Liefstal, die jaarlijks plaatsvindt op de Fasnacht.

Basel-Stadt en Basel-Landschaft zijn sinds 1833 twee (semi) kantons. Kanton Jura bestaat sinds 1979 en heeft zich in dat jaar afgescheiden van kanton Bern (uiteraard per referendum).

Het territorium van kanton Jura hoorde tot de Franse inval in 1792 en 1798 bij het Prins-Bisdom Bazel. Na de Franse nederlaag en de ontbinding van het Prins-Bisdom werd dit gebied grotendeels toegewezen aan Bern.

Van toerisme naar arbeidstoerisme

Meer dan 150 jaar geleden begon het wintertoerisme in Unterengadin, al snel gevolgd door zomertoerisme. In Scuol, Vulpera en Val Sinestra werden Grand Hotels gebouwd, zoals in andere regio’s van Graubünden.

De eerste grote tegenslag begon met de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). De heropleving in het Interbellum was van korte duur en na de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) was de Belle Époque definitief voorbij.

Vulpera, Grand Hotel Schweizerhof

De vele andere toeristische bestemmingen, in Europa en ver daarbuiten, en de hoge wisselkoers van de Zwitserse frank na 2002 kwamen de toeristische sector ook niet ten goede. Er was nog een ander fenomeen: de migratie van jongeren naar stedelijke gebieden en de ontvolking van (kleine) dorpen.

In Unterengadin komt echter het beste van Zwitserland naar boven: innovatie, aanpassing aan nieuwe (internationale) ontwikkelingen en openheid, bijna volledig gefinancierd door bedrijven en lokale overheden en met een realistisch verdienmodel en uiteraard goedgekeurd via referenda. Het echte, duurzame bottom-up model.

De Trinkhalle aan de Inn

Grand Hotels worden gerenoveerd en heropend, het project Pro Büvetta in Scuol zet het bad- en wellnesstoerisme weer op de kaart en er is een project om de Trinkhalle om te vormen tot een internationaal kennis- en onderzoekcentrum voor zoetwater.

Ook de culturele organisatie Nairs doet al geruime tijd van zich spreken met tentoonstellingen, lezingen en andere manifestaties.

Het meest recente project is Mia Engiadina in Scuol. Dit project introduceert een ultrasnelle kabelverbinding met moderne faciliteiten voor ondernemers en (kleine) bedrijven in een prachtig natuurlandschap en ontspannen dorp.

Hoogtepunt van dit project is de realisatie van de zogenaamde InnHub in het dorp La Punt in een gebouw, dat wordt ontworpen door de beroemde Engelse architect Lord Norman Foster (1935).

Een ultramoderne werk- en ontmoetingsplaats voor ondernemers, starters en publiek, waar natuur, techniek en infrastructuur samenkomen. Dat maakt het werk ook een beetje toerisme, en de parallel winter- en arbeidstoerisme is zeer gepast.

(Meer informatie: www.miaengiadina.ch).

De eerste interventie van het Rode Kruis

De Franse troepen onder leiding van generaal Charles-Denis Bourbaki (1816-1897) waren in januari 1871 omsingeld door de Pruisische troepen in de Franse-Duitse oorlog van 1870-71.

Het Verdrag van Verrières is op 1 februari 1871 getekend door generaal Hans Herzog (1819-1894), opperbevelhebber van het Zwitserse leger, en generaal Justin Clinchant (1820-1881), bevelhebber van het Franse leger. Het akkoord voorzag in de internering in Zwitserland van de uitgeputte Franse troepen.

De intocht van ruim, deels (zwaar) gewonde en uitgeputte, 80.000 manschappen, onderofficieren en officieren, 11.800 paarden, 285 kanonnen en 1.158 voertuigen van het Franse leger door Les Verrières (kanton Neuchâtel), Sainte-Croix, Vallorbe, Ballaigues en de Vallée de Joux (kanton Vaud) is toen begonnen.

De internering van het ‘Bourbaki-leger’ in Zwitserland was een daad van medemenselijkheid en solidariteit en eerste interventie van het in 1863 in Genève opgerichte Rode Kruis.

De manschappen zijn verdeeld over 190 gemeenten in 24 kantons onder begeleiding van Zwitserse militairen en georganiseerd door generaal Herzog uit Aargau. De internering van dit leger was een enorme uitdaging voor het land, de kantons, gemeentes en hun inwoners. De succesvolle voltooiing gaf was aanleiding voor oprechte voldoening.

Het ontvangen, huisvesten, voeden, verzorgen en bewaken van meer dan 80.000 Franse soldaten was een zware taak voor de jonge federale staat. Het Bourbaki-leger bevond zich in een deplorabele toestand, gehavend door vermoeidheid, koude en honger.

Het is echter warm onthaald door de Zwitserse bevolking. De geïnterneerden werden verzorgd en gevoed. Desalniettemin overleefden 1.700 soldaten het niet. Grafmonumenten herinneren nog aan deze tragedie.

Het Straatsburg-monument voor het hoofdstation SBB van Bazel herinnert aan de humanitaire hulp die de Zwitserse bevolking verleende tijdens het beleg van Straatsburg in augustus en september 1870, toen de stad zwaar werd gebombardeerd.

(Bron en meer informatie: www.bourbaki-verrieres.ch).