De Carré Savoyard

Vaud (pagus Waldensis in het Latijn, Pays de Vaud in het Frans) is sinds de Romeinse tijd een strategische ruimte geweest, gelegen op het kruispunt van belangrijke verbindingswegen tussen noord en zuid Europa.

Vaud was onderdeel van het ‘eerste’ koninkrijk van Bourgondië (443-543) na de val van het Romeinse Rijk, daarna kwam het onder Merovingisch (561-751) en vervolgens Karolingisch gezag (751-843).

Onder dit bestuur werd het een graafschap, comitatus Waldensis. Vanaf 888 tot 1032 was de geschiedenis van Vaud verbonden met het ’tweede’ koninkrijk van Bourgondië.

Daarna maakte Vaud deel uit van het Heilige Roomse Rijk.

De steden waren nog steeds klein, restantanten van hun bloeitijd in het Romeinse Rijk (onder andere Lausanne (de bisschopszetel), Vevey, Avenches, Moudon, Orbe, Nyon, Yverdon).

De graven van Savoie, sinds 1416 het hertogdom Savoie, controleerden sinds 1286 Vaud door de baronie van Vaud, die in handen was van een jongere tak van Savoie.

Vanaf 1359 zouden de hertogen echter directe controle krijgen. Met de komst van Savoie vonden er in Vaud grote veranderingen plaats op het gebied van architectuur, met name bij de bouw van kastelen.

Het zogenaamde carré savoyard is het bekendste voorbeeld. Dit kasteel is nog steeds in Vaud te zien.

Iedere muur van het vierhoekige kasteel heeft aan de uiteinden torens en torentjes met uitstekende hoeken, die de hele muur kunnen overzien. Dit nieuwe type kasteel verscheen rond 1258-1265 voor het eerst in Yverdon-Les-Bains (kanton Waadt).

(Bron: O. Meuwly en anderen, Histoire Vaudoise, Lausanne 2015).

Johannes de Doper Kerk in Grandson

De kerk (L’église Saint-Jean-Baptiste) is een juweel van romaanse kunst en behoort tot het nationale erfgoed.

De architectuur weerspiegelt de verschillende bouw- en transformatiefasen die elkaar in de loop van negen eeuwen geschiedenis hebben opgevolgd. De Romaanse structuur, prachtige beeldhouwwerken en fresco’s zijn grotendeels behouden.

In 1178 werd de benedictijnse priorij aan de monniken van de Chaise-Dieu uit de Auvergne overgedragen en werden de klokkentoren en koepel bijgebouwd, in de Romaanse stijl van de Auvergne.

Aan het einde van de 13e eeuw werd de abside van het koor in gotische stijl herbouwd en werd de noordelijke kapel toegevoegd.

Tijdens de reformatie in 1554 werd het klooster ontbonden en verloor de kerk haar katholieke functie. In de 18e en 19e eeuw werd de westgevel volledig verbouwd.

(Bron en verdere informatie op www.vd.ch). 

De Notre-Dame van Orbe

Orbe is een oude Romeinse stad, gelegen aan de weg die Italië met Gallië verbond via de Grote Sint Bernardpas. De grootste Romeinse villa ten noorden van de Alpen in Boscéaz/Orbe heeft negen mozaïeken van uitzonderlijke kwaliteit.

Een permanente tentoonstelling presenteert de gehele villa. Na de Romeinse tijd en het eerste koninkrijk van Bourgondië (443-534), werd de stad door Merovingische koningen (534-751), vervolgens de Karolingers (751-888) en daarna de Bourgondische koningen (888-1032) gekozen als ontmoetingsplaats voor belangrijke bijeenkomsten en verblijfplaats.

Het kasteel werd in de 11e eeuw onder de laatste koning van Bourgondië Rudolf III (970-1032) sterk uitgebreid, waarna de Heren van Montfaucon en Châlon de bouw voltooiden met muren, toegangspoorten en vier torens, waarvan er nu nog twee over zijn. Het kasteel werd in 1475 verwoest in de Bourgondische oorlogen.

De 11e eeuwse kerk was aan het begin van de 15e eeuw al een keer door brand verwoest. De reconstructie duurde tientallen jaren, tot 1525, toen Orbe onder gemeenschappelijk bestuur stond van Bern en Fribourg.

Dit was gecompliceerd, omdat Bern hervormd was en Fribourg katholiek bleef.

Er volgde een onrustige periode totdat het protestantisme in 1554 de formele religie werd. Alle (zes) kerken en kapellen in de stad, behalve de Notre Dame, werden vernietigd.

Het was in deze kerk dat Guillaume Farel (1498-1565) en Pierre Viret (1511-1571) de Reformatie verkondigden. De kerk en haar mooie beeldhouwwerken, inscripties, orgel en glas-in-loodramen is nog steeds de protestantse parochie van de stad.

(Bron en verdere informatie: www.orbe-tourisme.ch).

Val-de-Travers

De regio Val-de-Travers in het kanton Neuchâtel biedt spectaculaire panoramische uitzichten en wandelpaden.

Het Juragebergte geeft een echte Jurassische indruk van de periode die zijn naam draagt (de periode tussen 200 en 150 miljoen jaar geleden).

Tot de vele natuurlijke bezienswaardigheden behoren de Areuse kloof, de Poëta-Raisse kloof, de Creux du Van en andere kliffen van honderden meters hoogte en eeuwenoude bossen.

 

Kasteel Champvent

De commune Champvent (kanton Vaud) werd voor het eerst vermeld in een oorkonde uit het jaar 1011, ondertekend door Rudolf III (970-1032), laatste koning van het koninkrijk Bourgondië (888-1032).

Een van de best bewaarde kastelen in dit kanton is nog steeds in Champvent te bewonderen.

Het kasteel is een karakteristiek ‘Carré Savoyard’, vierhoekig met hoge muren, geflankeerd door ronde torens op elke hoek en gebouwd midden dertiende eeuw. Soortgelijke kastelen bestaan zijn onder andere nog te zien in Yverdon, Grandson en Morges.

Het kasteel kent een roerige geschiedenis. De Heren van Champvent en Grandson en de Graven van Neuchâtel zijn eigenaar geweest.

Een lokale familie was de eigenaar tijdens de de Bourgondische oorlogen (1474-1477) en bondgenoot van de hertog van Bourgondië Karel de Stoute.

Na de Slag van Grandson (1476) is het kasteel door Berner en confederale troepen verwoest, maar spoedig daarna door de eigenaar weer in oude glorie hersteld.

Na de verovering van Vaud in 1536 heeft Bern echter de eigendom overgenomen.

Na 1798 zijn er diverse particuliere eigenaren geweest en tegenwoordig is het kasteel nog steeds privé eigendom, maar wel nationaal erfgoed.

(Bron: C. Dey, Champvent. L’histoire de ses 1 000 ans, Morges, 2011).

Ballet op de Julierpas

In juli en augustus vinden in de Julierturm in Riom (Graubünden) wereldpremières van hedendaagse dans plaats. Op het podium staan solisten van het Weense en het Staatsballet van München, het Mariinsky Theater in Sint-Petersburg en de Opéra Garnier in Parijs. Het festival presenteert zes nieuwe voorstellingen: Zeitraum van Eno Peci, Inferno van Luca-Andrea Tessarini en Thiago Bordin, Utopia van Sébastien Bertaud, Eden van Dustin Klein, Ex Horto Eden van Beate Vollack, House of Memories van Llia Jivoy.

(Meer informatie en tickets: www.origen.ch).

Engelsen en ballonvaart in Château-d’Oex

Vanaf het einde van de 19e eeuw werd Château-d’Oex  (kanton Vaud) steeds populairder bij Engelse toeristen. De meesten kwamen over de Col de Jaman uit Montreux, of met een koets uit Bulle.

De infrastructuur verbeterde snel en hotels, herbergen en pensioenen openden hun deuren. Een aantal hotels bestaat nog steeds.

Deze zijn tweehonderd jaar oud, bijvoorbeeld het Hôtel de l’Ours, l’Hôtel de Ville, Résidence Rosat en de Clos des Abeilles in Villa d’Oex.

De komst van de Montreux-Oberland Bernois spoorweg in 1904 ontsloot de regio Pays-d’Enhaut nog verder. Het station uit deze tijd is een chalet in Zwitserse stijl, net als de (vakantie) woningen uit deze periode.

De spoorlijn versnelde niet alleen de ontwikkeling en de bouw van meer hotels, maar ook de anglicaanse kerk, gebouwd in 1899, moest worden uitgebreid in 1911, zo populair was de bestemming deze dagen, net voor het uitbreken van de Grote Oorlog.

Het internationale centrum Espace Ballon voor de ballonvaart is ook in deze plaats gevestigd. Het toont de historie en de techniek van deze ruime tweehonderd jaar oude vliegtechniek.

Jaarlijks vindt in de wintermaanden het internationale luchtballon festival plaats.

Het Musée du Pays-d’Enhaut toont een magnifieke verzameling papiersnijwerkkunst vanaf de negentiende eeuw tot heden.

(Bron en nadere informatie: www.chateau-doex.ch).

Grotten in Zwitserland

Zwitserland telt meer dan 40 bergen van 4 000 + meter hoogte, de helft van de 4 000 + pieken van de Alpen. Veel minder bekend is echter de fascinerende wereld ondergronds.

Er zijn meerdere ondergrondse locaties die openstaan voor het publiek, hieronder komen er twaalf aan de orde. De meeste bevinden zich in het westen van het land, in de kantons Jura, Waadt, Wallis, en drie in Schwyz, Zug en St. Gallen. De meeste van hen geven ook informatie in het Engels.

De grotten zijn soms tegelijkertijd musea, waaronder ondergrondse molens, een prehistorisch park, het museum voor speleologie, en de zout-, mijn- en asfaltindustrie.

De Grotten van Réclère, in de buurt van Porrentruy (kanton Jura) laten zien wat de natuur in de loop van duizenden jaren heeft gecreëerd, onder andere kilometers lange stalagmieten en stalactieten. Het Prehistorisch-Park is een 2 km lang pad, dat de evolutie van het leven van de eerste soort diersoorten (vissen), dinosauriërs tot de relatief recente zoogdieren laat zien (Verdere informatie: www.prehisto.ch).

De ondergrondse molens van Col-des-Roches au Locle in kanton Neuchâtel presenteren unieke ondergrondse watermolens (Verdere informatie: www.lesmoulins.ch).

De asfaltmijnen van La Presta in Travers, kanton Neuchâtel, vertellen het verhaal van bijna 300 jaar (1712-1986) mijnbouw van natuurlijk asfalt. De totale lengte van de grotten bedraagt meer dan 100 km. In het restaurant kan men genieten van ham gekookt in heet asfalt. Meer informatie: (Verdere informatie: www.mines-asphalte.ch).

In de Grotten van Vallorbe stroomt de ondergrondse rivier de Orbe. De rivier verlaat de meren Joux en Brenet, in kanton Waadt, en gaat dan ondergronds, op een hoogte van 1 000 m, en komt 200 meter verder weer tevoorschijn (Verdere informatie: www.grottesdevallorbe.ch).

Net boven St-Maurice, kanton Wallis, domineert de Feeëngrot (Grotte aux Fées), in de Rhônevallei. Na een pad van een kilometer is een klein ondergronds meer dat gevoed wordt door een indrukwekkende waterval. (Verdere informatie: www.grotteauxfees.ch).

Het ondergrondse meer St. Léonard ligt langs de Rhônevallei, tussen Sion en Sierre in Wallis. Met een lengte van ongeveer 300 meter is dit het grootste natuurlijke ondergrondse meer van Europa dat per boot verkend kan worden. (Verdere informatie: www.lac-souterrain.com).

Het Speleologiemuseum, in Chamoson, in Wallis, presenteert alle facetten van de moderne speleologie en de geheimen van het zevende (ondergrondse) continent. (Verdere informatie: www.museespeleo.ch).

De La Lée berg boven Zinal (Wallis) is een kopermijn die toegankelijk is voor het publiek. Op een hoogte van 1937 m, toont de mijn 500 meter aan door menselijke activiteiten uitgeholde galerijen. (Verdere informatie: www.valdanniviers.ch).

De Bex zoutmijnen in kanton Waadt zijn een groot ondergronds labyrint, waarvan enkele kilometers toegankelijk zijn voor bezoekers. Het pad toont de meest spectaculaire en karakteristieke elementen van de verschillende opgravingstechnieken van 1684 tot heden (Verdere informatie: www.seldesalpes.ch).

De Höllgrotten (Hel-Grotten) in de buurt van Baar, kanton Zug, tonen het volledige scala aan vormen en kleuren van rotsen en gesteentes. Kleine meertjes, stalagmieten en stalactieten geven elke grot zijn eigen karakter. (Verdere informatie: www.hoellgrotten.ch).

Met meer dan 200 km lengte geeft Hölloch (Hellegat) in kanton Schwyz een beeld van wat de kracht van het water ondergronds in bijna een half miljoen jaar heeft gecreëerd. (Verdere informatie: www.trekking.ch).

De Kristalgrot (Kristallhöhle Kobelwald) boven het dorp Kobelwald (kanton St. Gallen) toont de prachtige wereld van kristallen en onderaardse stroompjes. (Verdere informatie: www.kristalle.ch).

Le Locle, La Chaux-de-Fonds, horlogeindustrie en stadsplanning

Vanaf het begin van de 18e eeuw ontwikkelde zich de eigenheid van de steden Le Locle en La Chaux-de-Fonds en domineerde de geschiedenis van de horloge-industrie.

Beide steden werden getroffen door grote branden (La Chaux-de-Fonds in 1794, Le Locle 1833 en 1844). Ze werden herbouwd op basis van een consensus tussen particuliere en openbare belangen, tussen hygiënische, sociale en productie-efficiëntie van de horloge-industrie.

Aan het einde van de 19e eeuw genoten beide steden grote welvaart met grote gevolgen voor de stedelijke ontwikkeling en stadsplanning. Woningen en werkplaatsen bestonden veelal naast elkaar of in dezelfde gebouwen.

Rond de eeuwwisseling treedt er een specialisatie en scheiding op tussen woningen en fabrieken en werkplaatsen. Le Locle en La Chaux-de-Fonds zijn uitzonderlijke voorbeelden van de symbiose tussen (horloge) industrie en stedenbouw. Beide steden maken deel uit van de  UNESCO Werelderfgoedlijst.

(Meer informatie: http://urbanisme-horloger.ch).

De Synagoge is een van de grootste van Zwitserland

Het Fête des Vignerons

Het Fête des Vignerons (UNESCO-Werelderfgoed) is een traditie die sinds de 18e eeuw van generatie op generatie wordt doorgegeven in een regio die zich uitstrekt in kanton Vaud van Pully tot Lavey bij Wallis.

Het begon allemaal in de 17e eeuw. Vevey, dat gelegen is op de belangrijkste Europese handelsroutes, genereerde een aanzienlijk deel van haar inkomsten uit de wijnbouw en handel. De stad is omgeven door wijngaarden en een op de tien  inwoners werkte in de wijnbouw.

De stad leefde op het ritme van de seizoenen en de wijnkalender. De Confrérie des Vignerons (de broederschap van wijnbouwers) noemde zichzelf “Abbaye de l’agriculture”.

De Broederschap organiseerde een jaarlijkse parade. Het was een vrolijke optocht van de wijnbouwers en hun medewerkers. Deze parade leidde naar de Algemene Vergadering van de raad (le Conseil) van de Broederschap, waar hun werk werd becommentarieerd.

In de 18e eeuw werd de parade verder uitgebreid. Rond 1770 besloot de Broederschap om de beste wijnbouwers en arbeiders te belonen en zij werden aan het hoofd van de parade geplaatst, begeleid door de Abbé-Président (de ‘Abt-President’), de leden van de Raad (le Conseil) en een groot aantal muzikanten, zangers en kostuumfiguren die mythische figuren en de wijnbouw symboliseerden.

De kwaliteit van de optochten en het aantal toeschouwers nam toe en in 1797 werd een platform opgericht op de Grote Markt. Het Fête des Vignerons was geboren.

Het boek Helvétie 1800-1819 (Paris 2010) van Maurice Denuzière geeft een goed beeld van deze periode in Vevey en Vaud.

De Napoleontische periode, de oprichting van het kanton Vaud en de politieke en economische moeilijkheden hebben de ontwikkeling van het festival na 1813 niet in de weg gestaan en in 1819 werd een nieuw festival georganiseerd.

Le Ranz des vaches. Beeld: Musée de la Confrérie des Vignerons

De parade werd een echte show. De arena van 1865 telde al meer dan 10.000 toeschouwers en de kwaliteit van muziek, theater, choreografie en kostuums werd steeds beter. Meer dan 200 jaar na de eerste bouw biedt de arena plaats aan 20 000  en ruimte voor 5 000 acteurs en 1 000 muzikanten.

(Bron en verdere informatie: Musée de la Confrérie des Vignerons; G. Favrod, S. Carruzzo, “Du cep à l’arène, petite histoire van een groot feest”, in Fête des Vignerons 2019. Une Envie de Fête, nr. 1, Vevey, 2018; www.fdv2019.ch).