De tempel van Bevaix

De tempel van Bevaix (Le Temple de Bevaix) is gebouwd in 1605 en 1606 van restanten van de oude Benedictijnse abdij van Bevaix, die in 998 werd gesticht onder koning Rodolph III (970-1032) van het Koninkrijk Arles.

Rodolph onderhield goede contacten met de machtige abdij van Cluny en Cluny kreeg de zeggenschap over de abdij. De abdij raakte echter in verval er werd afgebroken na de Reformatie rond 1530.

De tempel van Bevaix dankt hieraan haar bestaan en de Romaanse voorgevel.

De gewelven en een aantal vensters van de toren zijn van de Romaanse abdij overgenomen. De protestante kerk van Bevaix heeft daardoor een aantal originele Romaanse kenmerken.

Rond 1760 werd het voorterrein van de kerk ommuurd met ruimte voor een begraafplaats, die echter maar tot 1780 dienst heeft gedaan.

Door het hergebruik van oude materialen, ook wel spolia genoemd, heeft de in 998 gebouwde abdij een tweede leven gekregen.

St. Albanus Kerk Bazel

Het St. Albandal (St. Albantal) ligt aan de Rijn ten oosten van de Münster in Basel en werd al voor Christus en de komst van de Romeinen bewoond door vissers, schippers en handelaren.

De wijk St. Alban heeft nog een waterrad (bij het huidige papiermuseum). De watermolens zijn destijds door de Romeinen geïntroduceerd. Het enige stenen gebouw uit deze periode was een vroegchristelijke kerk, een bouwmethode die ook door de Romeinen was geïntroduceerd.

Deze eerste kerk dateert waarschijnlijk uit de vijfde eeuw, toen Bazel al de residentie van de bisschop was.

Rond 400 wordt Basilia in schriftelijke documenten al genoemd als bisschopsstad en niet meer Augst of Kaiseraugst, het oude Romeinse Augusta Raurica.

Burkhard von Hasenburg (1040-1107), bisschop van Bazel, stichtte in 1083 naast de al bestaande stenen Karolingisch-Romaanse St. Albanskerk het klooster St. Alban en droeg het beheer over aan de machtige abdij van Cluny.

Het Romaanse klooster werd in 1304 in Gotische stijl herbouwd, maar in 1356 (aardbeving) en 1417 (brand) werd het kloostergebouw volledig verwoest. Alleen de kruisgang bleef behouden.

De beeldenstorm (1529) vernietigde vervolgens alle kunstwerken van de kerk en deze werd Protestants. Het duurde tot 1845 voordat het kanton de restauratie van de kerk, zoals die nu nog te bezichtigen is, goedkeurde.

(Bron: A. Meyer, Ursprung und Geschichte von St. Alban in Basel, Landquart, 1975).

De vier broers Barraud

De vier broers Barraud zijn waarschijnlijk het best bewaarde geheim van Zwitserland. Ze zijn geboren in La Chaux-de-Fonds en artistiek gevormd in het naoorlogse Europa van de jaren 1920.

François (1899-1934), Aimé (1902-1954), Charles (1897-1997) en Aurèle (1903-1969) Vier broers, vier getalenteerde schilders binnen één familie tonen dat er veel meer kwaliteit en variatie is in de moderne Zwitserse kunst dan de Giacometti’s en Ferdinand Hodler.

De Barrauds zijn het waard om ontdekt te worden, in en buiten Zwitserland, omdat hun schilderijen belangrijke vertegenwoordigers zijn van het Europese realisme uit de jaren ’20 en ’30.

Het museum MORE heeft hieraan een tentoonstelling gewijd. (Meer informatie: www.museummore.nl).

Historische Grand Hotels

De grote groei van het toerisme in de tweede helft van de negentiende eeuw leidde in Zwitserland tot de bouw van honderden luxueuze hotels in Graubünden, Berner Oberland, Wallis, rond de meren in de kantons Vaud, Bern, Neuchâtel, Genève, Zürich, de oerkantons en in de steden en dorpen Wengen, Interlaken, Bazel, Zürich, Bern en Luzern.

Wintersport- en zomersport en bad- en kuuroorden waren de belangrijkste aandachtsgebieden van de veelal welgestelde toeristen, van wie een groot deel afkomstig was uit het Verenigd Koninkrijk, maar ook uit Duitsland, Rusland, het Habsburgse Rijk, Nederland, België en de Verenigde Staten.

Vele van deze oude hotels zijn nog in de oude staat englorie te bewonderen, uiteraard met aanpassingen voor de huidige tijd. Een van de oudste Grand Hotels is Les Trois Rois in Bazel, gelegen aan de Rijn heette het vroeger, vanaf 1681, Drei Könige.

Andere hotels zijn opgegaan in grote hotelketens, maar alle stralen nog steeds de ingetogen sfeer en ambiance uit van het fin de siècle, het naderende einde van de beau monde en het oude aristocratische Europa van Tsaren, keizers, koningen en hun entourage.

Na ruim 150 jaar toerisme hebben deze hotels nog niets van hun charme en aantrekkingskracht verloren. (Bron: U. Bauer, J. Frischknecht, Unterwegs zu historischen Hotels der Schweiz, Winterthur, 2013).

De Lia Rumantscha 100 Jaar

De Lia Rumantscha (Romaanse Organisatie) werd op 26 oktober 1919 in Chur opgericht als overkoepelende organisatie voor Romaanse verenigingen in Graubünden.

Vanuit het hoofdkantoor in Chur ondersteunt, bevordert en coördineert de Lia Rumantscha de activiteiten van regionale organisaties die zich sindsdien inzetten voor de Romaanse taal en cultuur.

Zij voert campagnes voor de promotie  op werk en school, in de kerk en in het openbare leven, zij organiseert culturele evenementen en media en vertegenwoordigt ook de Romaanse gemeenschap op de verschillende gebieden van het politieke en sociale leven.

Ook werd een concept van een gestandaardiseerde geschreven Romaanse taal, Rumantsch Grischun, uitgewerkt. Deze taal is gebaseerd op drie (Sursilvan, Vallader en Surmiran) Romaanse dialecten en werd volgens het meerderheidsbeginsel gecreëerd.

(meer informatie: www. Liarumantscha.ch).

De vierde minderheid en Ticinocentrismo

Zwitserland is, zoals bekend, een viertalig land (Italiaans, Duits, Frans en Reto-Romaans). De overgrote meerderheid is Duitstalig. Er zijn drie minderheden: Frans-, Italiaans- en Romaanstaligen.

Er is echter nog een minderheid, de vierde minderheid. Dit zijn de Italiaanstaligen in het kanton Graubünden, dat officieel drietalig is (Reto-Romaans, Duits en Italiaans).

De Duitstaligen zijn ook hier in de meerderheid (ongeveer 110 000 inwoners). Het Romaans telt tegenwoordig nog ongeveer 60 000 actieve sprekers (van de 190 000 inwoners van het kanton) in een aaneengesloten gebied in het midden, zuiden en zuidoosten van het kanton.

De Italiaanse minderheid van 20 000 personen is verspreid over een versplinterd gebied in het zuiden van het kanton. In vier (ver) uit elkaar liggende dalen (Val Poschiavo/Puschlav, Val Bregaglia/Bergell, Val Mesolcina/Misox en Val Calanca).

De Italiaanstaligen in deze dalen zien zich soms als een Italiaanse minderheid van de Italiaanse minderheid in Tessin. De Italiaanse belangenvereniging in Graubünden (Pro Grigioni Italiano) stelt dat de Italiaanstaligen vergeleken met Tessin ook op federaal niveau in het nadeel zijn, zelfs indien ze de andere talen van het land (Duits en Frans) spreken.

Bovendien is er geen solidariteit tussen de Italiaanstaligen in Tessin (352 000 inwoners) en Graubünden, een Ticinocentrismo.

Overigens is ook de solidariteit tussen de Frans- en Italiaanstaligen, solidarité latine, beperkt. Richtsnoer blijft toch de beheersing van de Duitse taal.

Deze discussie is actueel op federaal en kantonaal vanwege de keuze voor de verplichte tweede taal in het lager en middelbaar onderwijs. Onderwijs is een bevoegdheid van het kanton, maar de federale Grondwet verplicht de federale overheid alle talen van het land te steunen.

De meeste Frans- en Duitstalige scholen kiezen voor Engels als verplichte tweede taal (en niet Frans, Duits respectievelijk Italiaans), maar de meeste Italiaanstalige scholen opteren voor Duits en niet voor Engels. De talenkwestie is een culturele aangelegenheid en ook deze discussie in een klein land als Zwitserland toont waar de grenzen van de Europese integratie liggen.

Het Model van Biel

De vier nationale talen van het land zijn een van de kenmerkende eigenschappen van Zwitserland. Deze meertaligheid is echter grotendeels van territoriale aard. Alleen in de grensregio’s tussen de taalgebieden worden de verschillende talen gelijktijdig gebruikt in de dagelijkse communicatie.

De stad Biel/Bienne onderscheidt zich door wat men “consensuele tweetaligheid” zou kunnen noemen. Frans en Duits hebben dezelfde status; in principe wordt aan geen van beide talen voorrang gegeven en de twee taalgroepen aanvaarden en respecteren de taal van de andere.

In een studie over tweetaligheid in Biel/Bienne en Freiburg/Fribourg werd het naast elkaar bestaan van de twee talen als voorbeeld genoemd.

In het rapport wordt Biel/Bienne beschreven als meer dan een “miniatuur-Zwitserland” . Door de wijze waarop met meertaligheid wordt omgegaan, wordt de stad zelfs gezien als een rolmodel voor het land.

In gesprekken wordt de taal gekozen door de persoon die het eerst spreekt. Of het gesprek nu in het Frans of Duits is, de gesprekspartner past zich aan, zelfs als hij of zij deze taal niet goed spreekt.

Dit gedrag staat sinds de jaren tachtig bekend als het “Model van Biel/Bienne”: Das Bieler Modell, le modèle biennois).

Het Centre Dürrenmatt in Neuchâtel organiseert in samenwerking met Forum Helveticum een tentoonstelling over deze meertaligheid.

(Bron: www.lebendige-traditionen.ch).

Jacob Burckhardt, parodie, satire en humor in Bazel

De beroemde Zwitserse historicus Jacob Christian Burckhardt (1818-1897) was de eerste die het gebruik van satire, parodie en humor in het Europa van de renaissance analyseerde.

Hij schreef over de ontwikkelingen in de late Middeleeuwen en hoe vijandige legers, prinsen en edelen elkaar met symbolische belediging provoceerden en hoe de verslagen partij met symbolische verontwaardiging werd beladen. Wit, parodie en satire werden ook gebruikt als wapen in theologische geschillen.

Maar geestigheid en satire konden pas een onafhankelijk element zijn, als het individu pretenties had. De wapens waren toen geenszins beperkt tot de tong en de pen, maar bevatten trucs en praktische grappen. Deze zijn verzameld in diverse verzamelingen.

Het is jammer dat Burckhardt, die in Bazel woonde en werkte, geen commentaar kan geven op de hedendaagse satire die veelal zulke heftige reacties uitlokt.

Burckhardt (Weltliche Betrachtungen, postuum gepubliceerd in 1905) introduceerde de term Kleinstaat (de kleine staat) als een herinnering aan zijn democratische kwaliteiten in een tijd van ondemocratische Europese superstaten en machten. Een waarschuwing van deze beroemde Zwitserse denker.

(Bron: Jacob Burckhardt, The Civilisation of the Renaissance in Italy, Gutenberg Project, vertaling 2014).

de Europeanisering van Zwitserland

Na de val van het (westelijke) Romeinse Rijk (476) was Europa niet meer hetzelfde. Het ‘Griekse’ Byzantijnse Rijk hield het idee van een verenigd Romeinse Europa levend en noemde zichzelf de voortzetting van het Romeinse Rijk. De Grieken noemden zich dan ook de romanoi

Latijns-Europa

Latijns-Europa in het westen van het continent werd gekenmerkt door politieke fragmentatie, een sterke achteruitgang van het stedelijke landschap en het verlies van de Romeinse (geschreven) cultuur.

Een elite van aristocraten, pausen, bisschoppen, abten en monniken gezagsdragers domineerde de bevolking van voornamelijk boeren. Zij onderhielden een netwerk van loyaliteit en allianties die de basis van politieke machtsverhoudingen vormden.

De nieuwe klasse van geestelijken was een noviteit. Ze functioneerde in een netwerk van instellingen (abdijen, kloosters, kerken, bisdommen) met de eerste bisschop in Rome als religieuze opvolger van de seculiere Romeinse keizers, zodanig was het prestige van Rome.

De abten, de bisschoppen en de paus waren een steeds grotere wereldlijke, economische. sociale en militaire factor van betekenis.

De culturele erfenis van Latijns Europa was een mengeling van Duits/Frankische en Romeinse cultuur met Latijnse cultuur als de lingua franca van wetenschap en kerk en een (rudimentair) netwerk van wegen, steden en handelsnetwerken.

Het Latijnse Europa van de vroege Middeleeuwen (ca. 400-800) werd gekenmerkt door minder grensoverschrijdende regionale mobiliteit, hoewel de handelsnetwerken nooit volledig verdwenen

De (heidense) Friese en (heidense) Scandinavische handelaren in het noorden onderhielden bijvoorbeeld contacten met hun  netwerken in Zwitserland, Zuid-Duitsland, Frankrijk en het Middellandse Zeegebied.

Het Karolingische Rijk (negende eeuw) en het Heilige Roomse Rijk (vanaf de tiende en elfde eeuw) maakten de weg vrij voor een vitale en mobiele Europese samenleving.

Twaalfde-vijftiende eeuw

De bevolking groeide snel vanaf de twaalfde eeuw, de verstedelijking en commercialisering herstructureerden het economische en sociale leven, het bankwezen en financiële instrumenten werden geïntroduceerd (en ook financiële crises).

De manier van denken veranderde door de ontdekking van antieke manuscripten, universiteiten werden opgericht, het rechtssysteem ontwikkelde zich (advocaten, rechters, de functie en de rol van de jurisprudentie), vertegenwoordigende organen (raad van staten, parlementen), bureaucratieën, het geldwezen, internationale handel en netwerken ontplooiden zich vanaf de dertiende en veertiende eeuw.

Er was een gemeenschappelijk cultureel erfgoed, de (romaanse, gotische) kunst, de kerk, architectuur en het gebruik van het Latijn zijn slechts enkele voorbeelden van deze Europeanisering van Europa.

Zwitserland

De bovenstaande ontwikkelingen waren dezelfde in het grondgebied van het huidige Zwitserland. Het land bestond uiteraard nog niet, maar de samenleving verschilde niet van andere Europese regio’s in Latijns-Europa.

Adellijke geslachten (Habsburg, Kyburg, Savoye, Zähringen en vele lokale machthebbers), abdijen, bisdommen, (imperiale) vrije steden en communes (Landsgemeinde/Orte) domineerden het politieke toneel.

De Confederatie van kantons

In een proces van drie eeuwen (eind dertiende – begin zestiende eeuw) verdwenen de adellijke dynastieën. De  steden (Kantons) en soevereine communes (Orte) werden de belangrijkste politieke spelers.

Het duurde twee eeuwen na 1291 (de eerste losse allianties van wat later de Eidgenossenschaft zou worden) voordat Zwitserland in 1513 een Confederatie van dertien zelfstandige kantons werd.

Vervolgens gingen er meer dan 325 jaar overheen voordat de huidige confederale staat met één federale grondwet, één munt, één buitenlands beleid en één leger, maar nog steeds met 25 (vanaf 1979 26) democratische republieken en hun  grondwet, drie (vier talen vanaf 1938), en diverse culturen en religies tot stand kwam.

Grenzen van de Europese Unie

Men zou kunnen zeggen dat Zwitserland is geëuropeaniseerd tijdens en na het vertrek van de Romeinen in de vijfde eeuw. In de daarop volgende vijftien eeuwen had het ook anders kunnen gaan.

De burgers hebben vanaf de dertiende eeuw echter zelf het heft in handen genomen en in een proces van eeuwen is de huidige Confederatie ontstaan. Niet als een vanzelfsprekendheid, maar omdat het ´Volk´ en de ´kantons´(zie artikel 1 Grondwet) het zo gewild hebben.

Deze politieke entiteit stelt ook de grenzen van het idee van een politiek, economisch en monetair verenigd Europees continent.

Het is beter zesentwintig goed samenwerkende democratische republieken in een dak onder te brengen dan de pretenties van eenheid van niet te verenigen culturen, monetaire, economische, fiscale en sociale systemen.

(Bron: R. Bartlett, The Making of Europe, Conquest, Colonization and Cultural Change 950-1350 (Londen 1993).

De een na oudste federale staat

Zwitserland is de op één na oudste federale staat na de Verenigde Staten van Amerika. De federale grondwet van 1848 is nauw geënt op die van de Verenigde Staten (geschreven in 1787). De kantons besloten in 1848 een deel van hun soevereiniteit af te staan aan de federale overheid.

De kantons

De meeste kantons kennen een geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen en het begin van de negentiende eeuw. Alleen de Jura (1979) is een twintigste-eeuwse creatie. Er zijn  26 kantons.

De kantons Genève, Vaud, Jura en Neuchâtel zijn Franstalig, Bern (Berne), Wallis (Valais) en Freiburg (Fribourg) ) zijn tweetalig, Ticino (Tessin) is Italiaans-talig,  Graubünden (Grisons) is drietalig (Duits-Romaans-Italiaans) en Aargau, Basel-Stadt, Basel-Landschaft, Zürich, Schaffhausen, Thurgau, Appenzell Ausserrhoden en Appenzell Innerrhoden, Sankt-Gallen, Solothurn, Nidwalden, Uri, Glarus, Luzern, Obwalden, Züg, Schwyz zijn Duitstalig.

De religieuze kaart is veel ingewikkelder en de katholieke en protestantse verdeeldheid is niet gerelateerd aan de taalkundige differentiatie, hoewel sommige vooral katholiek zijn, terwijl andere grote protestantse gemeenschappen hebben.

Er zijn zes zogenaamde half-kantons. Obwalden en Nidwalden, de protestantse Appenzell Ausserrhoden en de katholieke Appenzell Innerrhoden (1597) en Basel-Stadt en Basel-Landschaft (1833). Deze kantons hebben één zetel in de Raad van State in plaats van twee.

De 26 kantons hebben een hoge mate van onafhankelijkheid. Elk kanton heeft zijn eigen grondwet en zijn eigen parlement, regering en rechtbanken. De directe democratie op het stadsplein bestaat nog in Appenzell Innerrhoden en Glarus. In de andere kantons is de stemming mogelijk via de stembus.

Op lokaal niveau bestaan er ongeveer 2 200 gemeenten, de kleinste politieke eenheden van het land.  De mate van autonomie van de gemeenten wordt bepaald door de afzonderlijke kantons en varieert van plaats tot plaats.

Directe democratie, subsidiariteit en confederatie

Hoe kan men over zo’n verdeeld land besturen? Het geheim is niet alleen de vierjaarlijkse rechtstreekse verkiezing van de 200 leden van de Nationalrat ( de Tweede kamer in Nederland) en de 46 leden van Ständerat (de Eerste Kamer in Nederland).

Het antwoord is decentralisatie, directe democratie, (grond) wettelijke erkenning van talen en culturen en transparante openbare discussies, bevorderd door het systeem van referenda en volksinitiatieven. Dit concept leidt tot goed bestuur, legitimatie van besluiten en betrokkenheid van de burgers.

Zwitserland is een multicultureel land met ongeveer 8 400 000 inwoners, waarvan ongeveer 20% buitenlanders. Goed onderwijs, een goed ontwikkeld maatschappelijk middenveld en rechtssysteem, een breed scala aan mediadiensten, een lange democratische traditie, de afwezigheid van een dominante centrale politieke macht en een robuust sociaal, monetair en economisch systeem zijn de basis voor haar succes.

Het land is niet immuun voor, noch uitgesloten van (mondiale en Europese) uitdagingen, maar de burgers zijn er altijd om de federale, kantonale en lokale machthebbers te controleren.

(Bron: Der Bund kurz erklärt, Bern 2018)