Chasseral Park

Het park (387 km 2) in het Juragebergte ligt in de kantons Bern en Neuchâtel in de driehoek van de steden Neuchâtel, La Chaux-de-Fonds en Biel/Bienne. De berg Chasseral (1606 meter) is het hoogtepunt en tevens het middelpunt van het park.

Het telt 21 dorpen waarvan 18 in het kanton Bern en 3 in het kanton Neuchâtel. Het park bestaat uit verschillende landschapselementen zoals veengebieden, rotsachtige kliffen, bossen en weilanden.

De Chasseral

De dorpen worden gekenmerkt door landbouw en industrie, waarbij de horloge-industrie nog steeds een belangrijke rol speelt.

Het park is ook de (grens) regio waar twee culturen en talen elkaar overlappen en tegenkomen: Duitstalig Zwitserland en de Romandie, stedelijk en landelijk, industrie en ambacht.

(Bron en verdere informatie: www.parcchasseral.ch). 

De Romaanse taal

De Romaanse taal (Romontsch of Rumantsch in Graubünden, Romanisch voor de rest van Duitstalig Zwitserland, le Romanche in Franstalig Zwitserland, il romancio in het Italiaans) wordt alleen in kanton Graubünden gesproken. De uitdrukking Bündnerromanisch wordt om deze reden veelal gebruikt.

Oorsprong

De taal is afkomstig uit het Latijn en de rhaetische taal (zoals die voorafgaand en ten tijde van de Romeinse overheersing tot in de vijfde eeuw werd gesproken).

De taal ontwikkelde zich vervolgens in een proces van eeuwen. Lombardische dialecten, de Alemannische (Duitse) taal, immigratie van (Duitstalige) Walser en Franse invloeden van Franken en Karolingische heersers en Italiaanse contacten gaven vorm en inhoud aan de huidige taal.

Toerisme, (spoor)wegen, media en industrialisatie in de negentiende eeuw maakten van Duits de eerste communicatietaal in de meeste regio’s en steden.

1938

Het Romaans is in 1938 bij referendum erkend als de officiële vierde taal van het land. Een grote meerderheid stemde voor.

De dreiging en intimidatie van de Duitstalige en Italiaanse dictaturen was de directe aanleiding. De Zwitserse regering en burgers maakten duidelijk dat Zwitserland één en ondeelbaar was. Er was geen sympathie voor de Duitse ‘Heim ins Reich‘ of de Italiaanse ‘irredentismo ideologieën.

Tegenwoordig is Romaans de eerste taal van ongeveer 60.000 inwoners. Ze spreken daarnaast Duits en/of Italiaans, de andere twee officiële talen van het kanton, het enige drietalige kanton.

Het Romaans heeft een lange mondelinge traditie, die teruggaat tot de vroege Middeleeuwen. De eerste geschreven (religieuze) bronnen, fragmenten, dateren uit de 10e of 11e eeuw. Het eerste bekende volledige gedicht stamt uit 1527.

Pas in de (romantische) negentiende eeuw kreeg de taal wetenschappelijke en intellectuele belangstelling. Literatuur, kranten en schrijvers begonnen de taal op een systematische manier te gebruiken en te onderzoeken.

Al pievel romontsch

Een van de bekendste gedichten is het Al pievel romontsch (aan het Romaanse volk) van Giachen Caspar Muoth (1844-1906):

Stai si, defenda Romontsch, tiu vegl lungatg, Risguard pretenda, Per tiu patratg!

Sta op, Romaans volk, verdedig je oude taal, eis respect voor je erfgoed.

Vijf hoofddialecten

De taal kent vijf hoofddialecten:  Sursilvan wordt gesproken in het Boven-Rijndal (Vorderrheintal), Sutsilvan in het gebied van de Nederrijn (Hinterrhein), Surmiran is het Albuladal (Albulatal), Vaz/Obervaz en Val Ferrera, Putèr in Oberengadin en Bergün en Vallader in Unterengadin en (met verschillen) in het Münstertal. Daarnaast bestaan er verwante dialecten in Lombardije en Oostenrijk (Ladinisch en Friaulisch).

Rumantsch Grischun

Een verbindend initiatief is het zogenaamde Rumantsch Grischun, de unitaire Romaanse taal voor het bestuur en het onderwijs. Hoewel steeds minder mensen de taal spreken, heeft de taal ook een wereldwijde reputatie. Het woord gletsjer is bijvoorbeeld afgeleid van glatsch (ijs).

Toekomst

De laatste jaren is er echter een groeiende belangstelling voor de taal, ook bij de jonge generatie. Het Romaans is een unieke en mooie taal en een directe linguïstische erfenis van het rhaetische en Romeinse verleden, misschien wel de meest directe band met de oudheid van de Romaanse talen.

Verschillende organisaties, initiatieven en media zetten zich in om deze taal en cultuur in het kanton te behouden en toegankelijk te maken voor andere Zwitserse burgers en geïnteresseerden (bijvoorbeeld www.romontsch.ch en www.liarumantscha.ch).

De kapel van de Heilige Familie

De kapel van de Heilige Familie (la Sainte-Famille) in St. Gingolph (kanton Wallis) stamt uit 1677.  De kapel hoort bij het nabijgelegen kasteel  (uit 1588).

Zij is gebouwd in opdracht van de kasteelheer Jacques von Rietmatten. Haar decoratie en elegante arcades herinneren aan deze tijd van de Barok. Zij verving de oude kapel die daar al eeuwen had gestaan.

St. Gingolph viel deze tijd onder het bewind van de Republiek van de Zeven Zenden (Gemeentes), die heeft bestaan van 1628-1798 (La République des Sept-Dizains/Republik der Sieben Zenden) van Haut-Valais (Brique (Brig), Sion (Sitten), Sierre (Siders),  Conge (Goms), Loèche (Leuk), Rarogne (Raron), en Viège (Visp).

St. Gingolph viel onder Bas-Valais, dat onderworpen was aan Haut-Valais. Dit is de reden dat de kapel sterke gelijkenis toont met de kapel St. George in Sion uit 1672.

Sion was destijds niet alleen de bisschopsstad van St. Gingolph, maar ook hoofdstad van de Republiek (in 1798 ontbonden na de Franse inval).

Het Domschatzmuseum en de dodendans in Chur

De opening van het museum van de kathedraal in Chur (Domschatzmuseum Chur) vond plaats in augustus 2020 na een jarenlange renovatie.

De kunstwerken zijn afkomstig uit de kathedraal en de kloosterkerk St. Luzi. Ze illustreren 1600 jaar cultuurgeschiedenis van het bisdom Chur vanaf de stichting in de 4e eeuw.

De presentatie van de wereldberoemde Totentanz (dans van de dood) uit 1543 maakt de heropening vooral bijzonder. De cyclus was in 1543 aangebracht in een gang van het bisschoppelijk paleis. Nu zijn de fresco’s te zien in de voormalige wijnkelder van het gebouw.

Todesbilder, de Bisschop en de vorst naar houtsneden van Hans Holbein de. J., met de dood van de bisschop (links) en de hertog.

Boek “Les simulachres & historiées faces de la mort”, van de houtsneden van Hans Holbein de J., Lyon, 1538

De muurschilderingen zijn in deze tijd in opdracht van bisschop Luzius Iter (overleden in 1549) gemaakt met de houtsneden van Hans Holbein de Jonge (1497-1543) als voorbeeld.

De Totentanz was een belangrijk thema in Zwitserland en in de omliggende regio’s in deze periode.

In het Historisch Museum in Bazel zijn nog enkele fragmenten van een cyclus uit het Predigerklooster te zien. In 1805-1806 is deze grotendeels vernietigd. Het klooster en deze beeldencyclus hebben wel de reformatie (1525-1529), maar niet de Franse tijd (1798-1813) overleefd. Ook in het Beenhuis (Beinhaus) van Leuk (kanton Valais) zijn nog fresco’s van de dodendans te zien.

De Totentanz in Chur is echter nog steeds compleet en is daarom een uniek (internationaal) erfgoed.

(Bron en nadere informatie: www.bistum-chur.ch/kathedrale/domschatz).

De stad Murten

Het bestaan van Murten (Morat in het Frans) gaat terug tot de Keltische tijd, hoewel archeologisch of schriftelijk bewijs ontbreekt. De naam is echter afgeleid van de Keltische taal Mori-dûnum en betekent fort bij het meer.

Er is zeer weinig bekend tot het jaar 1000 toen de nederzetting deel uitmaakte van het Bourgondische Koninkrijk. De hertogen van Zähringen kregen de controle over het gebied na de ontbinding van dit koninkrijk in 1032.

De hertogen verleenden rond 1170 stadsrechten. Nadat deze dynastie in 1218 was uitgestorven, werd Murten een vrije keizerstad in het Heilige Roomse Rijk.

De vrijheid was van korte duur, omdat Savoye spoedig daarna de macht overnam. Als gevolg van de Bourgondische oorlogen (1475-1477) onderwierpen Bern en Fribourg  vervolgens de stad in 1477.

Collectie: museum Murten

Na de veldslagen van Grandson en Murten in 1476, bestuurden Fribourg en Bern de stad tot 1798 en wisselden om de vijf jaar de voogd.

Het beroemde panorama van de slag van Murten (22 juni 1476) heeft een lengte van meer dan 100 meter, maar is niet te zien. Het is echter nog steeds te bewonderen in het historisch museum door een video-installatie.

Murten  sloot zich in 1530 aan bij de reformatie. Napoleon wees de protestantse stad uiteindelijk in 1803 toe aan het katholieke kanton Fribourg. Het katholieke geloof en kerken werden vervolgens weer geïntroduceerd.

Murten was van oorsprong een Duitstalige stad en heeft nog steeds een grote Duitstalige meerderheid, maar ook het Frans heeft een formele status. Het multiculturele, meertalige en multireligieuze karakter van de stad is alomtegenwoordig: de Duitse en Franse kerk, de twee talen, de Savoyaardse, Duitse, Franse, Bernse, Neuchâtelois- en Fribourgois-gebouwen en hun stijlen uit verschillende periodes (gotiek, renaissance, barok en negentiende-eeuwse architectuur en decoratie).

Het  Äussere Regiment/ ontstond in de 16e eeuw. Het was een soort “jeugdparlement” avant la lettre. De jongeren hielden denkbeeldige raadsvergaderingen, hielden rechtszittingen en stelden bestuurders aan om de bezittingen van de sociëteit te beheren. De vereniging had haar eigen vlaggen, een petschaft, een scepter, kostuums, een leeuwenmasker en zilveren bekers. Het Äussere Regiment organiseerde ook de 10.000-riddersdag, die werd gevierd om de Slag bij Murten (1476) te herdenken. Collectie: Museum Murten

Het oude havengebied, het zogenaamde Ryf-district, was ooit een belangrijk overslagpunt voor het vervoer per boot vanaf de middeleeuwen.

Ambachtslieden oefenden hun vak uit, er waren stadsmolens, herbergen, douaneposten, pakhuizen, havenfaciliteiten en woonhuizen met voorraadkamers.

De afwatering (Juragewässerkorrektionen) van de overstromingsgebieden in het gebied van de drie meren (Neuenburgersee/lac du Neuchâtel, Bielersee/lac du Bienne en Murtensee/lac du Morat) deed het niveau van het meer meters dalen, waardoor een breed oevergebied ontstond (1868-1891).

De bouw van de huidige haven met zijn kades in 1893-1895 veranderde ook het aangezicht van de Ryf, dat tegenwoordig uitsluitend een recreatieve bestemming heeft.

(Bron en verdere informatie: M.F. Rubli, Murten. Ein städtebaulicher Rundgang, Murten, 1992)

De astronomische klok van Zug

De middeleeuwse oude stad van Zug ligt aan de rand van het Meer. De middeleeuws burcht domineert nog steeds het stadsgezicht. Deze burcht was de residentie van de graven van Lenzburg, Kyburg en tenslotte Habsburg.

Het Habsburgse leger zou zich hier voorbereid hebben op de voor haar rampzalige slag tegen Zwitserse Eidgenossen bij Mortgarten in 1315.

De eerste fundamenten van de burcht gaan terug tot de elfde en twaalfde eeuw, een zogenaamde Motte. Nadien is de burcht verwoest (1352 door de Eidgenossen) en tot de negentiende eeuw her- en verbouwd naar de stijl van de periode.

Tegenwoordig huist het historisch museum in de burcht.

Daarnaast zijn de stadsmuur uit de vijftiende en stadstorens uit de zestiende eeuw goed bewaard gebleven (Pulverturm, Huwilerturm, Chnopfliturm en Kapuzinerturm).

De Belangrijkste toren van de stad zou echter de Zytturm worden, waarvan de rond 1300 begonnen bouw met de bevestiging van de de astronomische klok in 1574 werd afgerond.

De toren geeft niet alleen de tijd aan, vandaar de naam (zyt betekent tijd), maar ook de dagen van de week, maanden en stand van de maan.

Bovendien diende toren lange tijd als gevangenis.

De toren is in de loop der tijd van steeds meer decoratie voorzien, maar de klok blijft het middelpunt en de aandacht trekken voor wie de oude stad in- of uitgaat.

Seleger Moor Park

Op de plaats waar duizenden jaren geleden twee gletsjers samenkwamen is een hoogveen gebied met morenen ontstaan. In 1956 begon Robert Seleger (1911-2000) zijn zoektocht naar winterharde planten om op deze vruchtbare plek een tuin met rododendrons te beginnen.

Hij kruiste de rododendrons vervolgens wat resulteerde in verschillende variëteiten met een sterk verbeterde winterhardheid. In de loop van de decennia is vervolgens het park ontstaan, dat naar zijn oprichter is vernoemd.

Het park in Rifferswil (Kanton Zürich)heeft de grootste grootste rododendron- en azaleaflora van Zwitserland.

Met zijn grote verscheidenheid aan planten, dieren, beken en vijvers is het park van ongeveer 12 hectare een weldadige omgeving in alle jaargetijden, maar in het bijzonder in de bloeiperiode van de rododendrons in het voorjaar. (Bron en nadere informatie: www.selegermoor.ch).

Groot-Brittannië en Zwitserland, een Europese vriendschap

Groot-Brittannië en Zwitserland zijn sinds de Romeinse tijd nauw met elkaar verbonden. Keizer Claudius bouwde de weg over de Grote St. Bernhard, het equivalent van de huidige Gotthardtunnel en het NEAT-project, als voorbereiding op de Romeinse invasie van Engeland in 43 na Christus. De Via per Alpes Poeninas bij Martigny (Forum Claudii Vallensium), Britannia-Londinium, herinnert hieraan.

In 1855 ondertekenden beide landen een vriendschapsverdrag. Britse wetenschappers, politici, handelaren, schrijvers en bergbeklimmers bezochten het land sinds het einde van de achttiende eeuw in grote aantallen.

Britse ingenieurs waren na 1850 ook nauw betrokken bij de aanleg van spoorwegen en de verbetering van het wegennet (voor postkoetsen). De ontwikkeling van toeristische- en kuuroorden, grand-hotels en zomer- en wintersport in Zwitserland na 1850 was in eerste instantie een Britse aangelegenheid.

De goede betrekkingen tussen de twee landen zijn vandaag de dag nog volledig intact. Handel, innovatie, de beste universiteiten en onderzoekscentra ter wereld en een kosmopolitische mentaliteit binden beide landen al eeuwenlang.

Huis van de Vrede

Genève is naast New York het belangrijkste centrum voor Internationale organisaties en recht. De stad herbergt niet alleen het Europese hoofdkantoor van de Verenigde Naties, maar ook ongeveer 250 internationale NGO’s.

Een opmerkelijke nieuwe verschijning is het Huis van de Vrede,  Maison de la Paix. Het gebouw huisvest het Graduate Institute of International Development and Studies, het Geneva Centre for Security Policy, het International Centre for Humanitarian demining en de Centre for the Democratic Control of Armed Forces.

De architectuur is opvallend en symbolisch. Het complex bestaat uit zes glazen torens in de vorm van een blad, die echter wel een gezamenlijke sokkel delen.

De zes continenten die met elkaar verbonden zijn, maar verschillende uitlopers hebben.

Zalm, habitat en de Rijn

Honderd jaar geleden was de Rijn de grootste zalmrivier van Europa. Jaarlijks zwommen miljoenen zalmen van de riviermonding in Nederland naar de kleinste zijrivieren in Duitsland, Frankrijk en Zwitserland.

In Zwitserland was ze aanwezig in alle grotere rivieren en wateren aan de noordkant van de Alpen, waaronder de Rijn, Aare, Limmat en Thur.

Eeuwenlang was het een belangrijke voedselbron voor mens en dier en een belangrijk onderdeel van een divers ecosysteem.

Sinds de jaren vijftig is de Atlantische zalm in de Rijn uitgestorven. Door vervuiling, overbevissing en barrières in de rivieren. Zalmen zwemmen tot 5.000 kilometer om hun eieren in Groenland te leggen, waar ze zelf ook zijn geboren.

Het eindstation zijn nu echter de waterkrachtcentrales bij Straatsburg in Frankrijk. In Nederland, Duitsland en Zwitserland maken vistrappen de lange reis al mogelijk.

De laatste Franse mijl moet nog worden overbrugd, ondanks decenniaoude internationale afspraken en verdragen.

Het WWF en andere organisaties organiseren het’ Salmon-Comeback’ project. Dit project gaat niet alleen over de zalm.

Het staat symbool voor de hele habitat langs en in de Rijn. Als het goed gaat met de zalm, gaat het goed met de rivier, andere wateren en alle dieren.

(Bron en nadere informatie: www.lachscomeback.ch en www.wwf.ch).