Op de berg Les Pléiades (1 348 m.) bij Vevey (kanton Vaud) zijn vier verschillende informatiepunten die het zonnestelsel en het heelal uitleggen en toelichten, onder andere een simulatie van de totale zonsverduistering, de Gnomon (uitgevonden door de oude Grieken), de Rangefinder (meten afstanden in het heelal), het zonnesysteem, de Grote Beer. Het gebied biedt verder een prachtig uitzicht op het meer van Genève, de Alpen, de dorpen en steden in de regio en de wijnbouw. De berg biedt meerdere wandelroutes en mogelijkheden voor mountainbike en paragliden. (Meer informatie: www.lespleiades.ch).
Auteur: Maarten Koning
Kasteel Sargans en Spleekapel
Sargans (St. Gallen) was voor en in de Romeinse tijd al bewoond. Archeologische vondsten van Keltische voorwerpen en overblijfselen van een romeins landsgoed herinneren aan deze aanwezigheid.
Na de Romeinen kwamen de Alemannen en ze zouden blijven. De naam ‘Senegaune’ staat voor het eerst in de zevende eeuw in een document.
De fundamenten van de eerste kerk dateren uit de negende eeuw, de eerste bouw van het kasteel Sargans uit de elfde eeuw. De Graaf van Werdenberg-Sargans, kasteelheer, verleent Sargans in 1260 stadsrechten.
Deze dynastie was voortgekomen uit de grafelijke familie Von Montfort en zou samen met zijtakken, onder andere Werdenberg-Heiligenberg, de eeuwen daarna een belangrijke militaire en politiek rol spelen in Churrätien, het huidige Liechtenstein en kanton St. Gallen, de Bodenmeerregio en de ambities van Habsburg.
De stad is tegenwoordig hoofdstad van de regio Sarganserland en maakt sinds 1803 deel uit van het kanton St. Gallen. Het kasteel en de Spleekapel uit 1502 domineren nog altijd het stadsbeeld.
De (laatste) beer in het Nationale Park en S-charl
Padruot Fried schoot op 1 september 1904 uit in Val S-charl de laatste beer in Zwitserland dood en dat nog wel in het gebied dat in 1914 het Nationale Park van Zwitserland zou worden.
De intocht in Scuol met dode beer en Padruot aan het hoofd van de stoet was een heldenontvangst. Een foto getuigt hier nog van. Berenjagers waren in deze tijd nog ware helden. Honderd jaar later, vanaf 2005, komen er echter weer beren voor in deze regio in Unterengadin.

De tijden voor de berenjagers zijn echter voorbij en tegenwoordig ligt de aandacht vooral bij de leefgewoontes van de (bruine) beer.
Het museum Schmelzra in S-charl en het berenpad (Senda da l’ours op zijn reto-Romaans) getuigen hiervan.
(Bron en verdere informatie: www.schmelzra.ch).
Het Jurapark in kanton Vaud
Het Jurapark van negen hectare tussen het stadje Vallorbe en de Vallei van Joux (Vallée de Joux) in kanton Vaud is de habitat van onder andere bizons, wolven, beren, en edelherten.
Het park in de Jura ligt op 1.000 meter hoogte rond de berg Mont d’ Orzeires en is tevens een recreatiepark met geiten, pony’s, ezels en alpaca’s.
Het park is toegankelijk voor het publiek. (Meer informatie: www.juraparc.ch).
Martina, Vinadi en Oostenrijk
Martina, gelegen aan de linkeroever van de Inn, is de grensplaats met Oostenrijk. De oude herberg uit 1602 herinnert nog aan de oude tol tussen de onafhankelijke staat (Freistaat der Drei Bünde, 1524-1798) en Oostenrijk. Martina (Martinsbruck) symboliseert de historie in deze regio.
De grens vanaf 1815 (de oude Confederatie van tweeëntwintig kantons) lag een paar kilometer verder bij Vinadi (Weinberg).
In 1848, het jaar van het ontstaan van de huidige Zwitserse Confederatie, is de grenspost naar Martina verschoven. De linkeroever van de Inn blijft echter tot Vinadi Zwitsers grondgebied.
Het middeleeuwse kasteel Altfinstermünz aan de rechteroever van de Inn is de oude Tyroler/Habsburgse/Oostenrijkse douanepost.
Tschlin en omgeving
Iedereen die het dorp Tschlin (Kanton Graubünden) binnen gaat, komt het bord “Die schönsten Schweizer Dörfer” tegen. Het dorp ligt op een hoogte van 1 550 te midden van het terrassenlandschap van Unterengadin en met uitzicht op de rivier Inn (En in het Reto-Romaans) en het Nationale Park en zijn bergen en wouden.
Het dorp zelf heeft ook veel te bieden behalve een brouwerij met goed bier en een actief cultureel centrum (Somalgors 74). De Historie is het dorp vanaf de vijftiende eeuw niet altijd goed gezin geweest. In de grenstreek met Oostenrijk is het met enige regelmaat strijdtoneel geweest en geplunderd en ook branden hebben het dorp soms in de as gelegd. De laatste grote brand was in 1856. Ook daaruit is het dorp weer herrezen.


Tschlin komt het eerst voor in documenten in de twaalfde eeuw. Nu vormt ze samen met omliggende gehuchten het ‘Plan‘: San Niclà (met de Romaanse kerk), Strada (met het museum Stamparia), Chaflur. S-chadatsch, Chasura, Chaflur, Sclamischot, Martina (douaneplaats met Oostenrijk), Vinadi (grensplaats met Oostenrijk en de Altfinstermünz) en Acla da Fans.
Wandelend door het dorp vallen niet alleen de Engadiner huizen en hun Sgraffito in het oog, maar ook de vele bronnen (Bügl in het Reto-Romaans).
(Bron en verdere informatie: Tschlin).









Stampa en Inn

Willem Mengelberg in Zuort en Ramosch
Het dorp Ramosch en zijn nabijgelegen gehuchten Vnà, Zuort, Seraplana, Griosch en Raschvella in Unterengadin (kanton Graubünden) ligt te midden van eeuwenoude terrassen voor akkerbouw (zie ook onder natuur).
Het gebied is vanaf 4 500 v. Chr. bewoond. Het droge klimaat met de minste neerslag van Zwitserland en de vruchtbare bodem maakten akkerbouw (vooral rogge) mogelijk. De huidige terrassen zijn nationaal inmiddels cultureel erfgoed. Ze zijn vanaf de middeleeuwen aangelegd.


De kerk van Ramosch
Ramosch ligt ook aan de oude doorgangsroute naar Tirol en de Bodensee (meer van Konstanz) en de linkeroever van de Inn. Het belang van de plaats blijkt ook uit het kasteel Tschanüff( (nieuw huis in het Romaans) uit de dertiende eeuw.
In 1256 gaf Graaf Meinhard van Tirol (1238-1295) toestemming aan de Heer van Ramosch tot de bouw. In 1475 is het kasteel verwoest door de troepen van Tirol in de zogenaamde Hennenkrieg. Het kasteel is herbouwd om tijdens de Bündner Wirren (1618-1639) nogmaals verwoest te worden. In 1780 is het kasteel voorgoed verlaten met de huidige ruïne als restant.

Ramosch
De Romaanse voorganger van de St. Floriankerk is in 1499 in de Schwabenkrieg (of Engadinerkrieg/Schweizerkrieg) verwoest en kort daarop herbouwd door Bernhard von Puschlav, die in de regio (onder andere in Scuol en Tschlin) actief is geweest.
Ramosch kocht zich in 1652 vrij van het huis van Habsburg, nadat in 1530 al was overgegaan tot het Protestante geloof. Een brand in 1880 verwoestte Ramonsch grotendeels. De herbouw is vooral uitgevoerd door Italiaans handwerklieden en architecten, waaraan de Italiaans stijl herinnert.
In de dorpen Vnà, Zuort, Seraplana, Griosch en Raschvella is de Engadiner stijl en de fraaie Engadiner boerenhuizen prominent aanwezig.

Photo: www.sent-online.ch
De villa Mengelberg en de kapel uit 1920 in Zuoz herinneren aan het verblijf van de Nederlandse dirigent Willem Mengelberg (1871-1951) in dit dorp. De kapel heeft hij laten bouwen uit dankbaarheid voor de neutraliteit van Zwitserland en Nederland in de Eerste Wereldoorlog.
(Bron: Ramosch | Engadin)



Ramosch
Impressies van Vna





Honderd jaar diplomatie
De officiële diplomatieke betrekkingen tussen Zwitserland en Denemarken bestaan sinds 1920. Daarvoor bestonden er echter al contacten van uiteenlopende aard tussen beide landen.
Hun historie toont op het eerste gezicht echter weinig aanknopingspunten. Denemarken is een van de oudste Europese monarchieën, Shakespeare schreef er al over.
De Vikingen hebben voor zover bekend Zwitsers grondgebied nooit betreden. Denemarken heeft geen deel uitgemaakt van het Romeinse-, het Frankische-, Merovingische, Karolingische, Bourgondische- of het Heilige Roomse Rijk.
De Deense aristocratie heeft tot eind negentiende eeuw een dominerende politieke en economische rol gespeeld. Ook regeert Denemarken (autonome) overzeese territoria, onder andere Groenland.
Denemarken is een eenheidsstaat en heeft de agressie van de Duitse buurman ondervonden (1864 en 1940-1945). Ook de geografische ligging en het landschap zijn zeer verschillend. Bovendien is het land lid van de Europese Unie.
Wat de twee landen bindt is de eeuwenoude handelsgeest, een innovatieve mentaliteit en wetenschappelijke belangstelling, het respecteren van pacta sunt servanda, democratie en mensenrechten en de afkeer van megalomane projecten van de Europese Unie, zoals de euro en wijd open gegooide grenzen zonder adequate controles aan de buitengrenzen.
De Zwitser Alfred de Quervain (1879-1927) was bijvoorbeeld al in 1912 voor onderzoek naar gletsjers en het klimaat in Groenland.
De gegevens die hij tijdens de zeven weken durende expeditie verzamelde zijn nog steeds van belang voor de wetenschap en Zwitserland doet nog steeds gletsjeronderzoek in Groenland.
In 1887 vestigde Zwitserland een honorair consulaat in Kopenhagen. In 1921 werd dit omgezet in een Consulaat-Generaal, in 1945 in een gezantschap en tenlotte in 1957 in een ambassade.
In 1918 nam de Deense zaakgelastigde zijn post in Bern in en vanaf 1920 was hij geaccrediteerd als gevolmachtigd ambassadeur. Honderd jaar later onderhouden Zwitserland en Denemarken nog steeds uitstekende betrekkingen. Zelfs de nationale vlaggen lijken op elkaar.
Terrassenakkerbouw in Unterengadin en Fundaziun pro Terra Engiadina
Een van de bijzondere landbouwgebieden in Zwitserland ligt in Unterengadin (kanton Graubünden). Tussen Ardez en Tschlin strekt zich een gebied uit van terrassenakkerbouw op de berghellingen. De steile berghellingen noodzaakten tot de aanleg van terrassen.
Omdat dit gebied ook een van de droogste van Zwitserland is, zijn al vanaf 1 300 (houten) waterkanalen en irrigatiesystemen ontwikkeld met een lengte van ongeveer 100 km.
Deze zijn niet behouden, maar soms nog wel herkenbaar in de bodem. In Tschlin bestaat een project om replica’s van deze (houten) waterkanalen te installeren.
(Bron: Fundaziun pro Terra Engiadina).
Röstigraben en Frans- en Duitstalig Zwitserland
De 26 kantons die samen Zwitserland vormen, zijn religieus, taalkundig en economisch altijd verschillend geweest. De religie is na de Grondwet van 1848 (en na de Sonderbundskrieg van 1847) echter geen actueel politiek geschilpunt meer.
De taalgrenzen des te meer, met name tussen de Romandie (zes (grotendeels) Franstalige kantons in west-Zwitserland en de (grotendeels) Duitstalige kantons. De Eerste Wereldoorlog was een periode van grote spanningen tussen deze twee gebieden.
Diverse incidenten waren de directe aanleiding (bijvoorbeeld de benoeming door het parlement van de Duitsgezinde generaal Ulrich Wille (1848-1925) en diverse spionageaffaires).
De Romandie sympathiseerde overwegend met de Entente (Frankrijk, Engeland, Rusland, België), Duitstalig-Zwitserland was overwegend Duits-Oostenrijks/Hongaars gezind.
De Sprachgraben was geboren, het ‘gat’ dat de Romandie en Duitstalig Zwitserland scheidt. Pas later zou de Röstigraben de term worden. De rivier de Saane (la Sarine) bij Freiburg (Fribourg) is veelal de (symbolische en geografsche) taalgrens.
Dit geeft tevens de ironie van de geschiedenis aan. Freiburg (Fribourg) was tot de vijftiende eeuw ook een Duitssprekend (katholiek) kanton, maar werd door de verovering van Franssprekende steden en gebieden op Savoie, onder andere in Vaud, nadien steeds meer Fribourg.
De Duitstalige schrijver Carl Spitteler (1845-1925) was in 1914 een van de kalmerende stemmen, ook uit de Romandie kwamen verzoenende stemmen. Tot een breuk is het mede daarom niet gekomen.
De Algemene staking van november 1918, ontstaan uit onvrede, armoede en onder de indruk van de revoluties in andere landen, verbond de Frans- en Duitstalige elite echter weer.
Franstalige soldaten uit kanton Vaud werden bijvoorbeeld ingezet in het Duitstalige Grenchen (kanton Solothurn) om de staking te breken. Als dank gaf de stad aan des amis Vaudois een riante bonus.
De Röstigraben was echter nog niet verdwenen. Dit bleek bijvoorbeeld bij de toetreding in 1919 tot de Volkenbond. De Duitstalige kantons en burgers waren veel minder enthousiast dan de Romandie.
De afwijzing van de Europese Economische Ruimte in 1992 liep ook langs deze lijnen, al waren bij het tweede referendum in 2001 ook Franstaligen in meerderheid tegen toenadering met de EU.
De VN-toetreding in 2002 was een herhaling van 1919. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog waren beide taalregionen overigens eensgezind in de steun voor de geallieerden. De benoeming van de Franstalige generaal Henri Guisan (1874-1960) heeft daar zeker aan bijgedragen.
Tegenwoordig lopen de politieke scheidslijnen niet meer zozeer langs de Röstigraben, maar eerder in een ‘gat’ tussen plattelandsgebieden en stedelijke gebieden in beide regio’s. Ook de globalisering draagt hieraan bij.
Dat wil niet zeggen dat er geen ‘gat’ meer is. Zwitserland is de verbindende factor en het zijn allen Zwitsers. Maar taal (onder) scheidt ook, in mentaliteit, cultuur en omgangsvormen.
Overigens zijn ook de Duits- en Franstalige kantons geen eenheid. De vele Duitse dialecten wijzen hier ook al op. De Röstigraben bestaat zeker nog, maar er lijkt op veel gebieden eerder sprake van uniformering, in navolging van de globalisering.
Taal als middel van communicatie en media blijft echter een baken van onderscheid. Van een scheiding is echter geen sprake. Rösti is tegenwoordig ook een gewild recept in de Romandië.
Bron: José Ribeaud, La Suisse plurilingue se délingue, Neuchâtel, 2010.
