La Brévine, het Siberië van Zwitserland

De inwoners van La Chaux-des-Tallières vermoedden in 1604  niet dat hun dorp drie eeuwen daarna La Brévine zou heten.

In 1604 moesten de (protestante) inwoners nog naar Môtiers, Le Locle of Travers voor de kerkdienst.

Catherine de Gonzague de Nevers  (1568-1629), vrouw van Henri I d’ Orléans-Longueville (1568-1591) en de Raad van State van Neuchâtel gaven toestemming voor de bouw en al op 2 december 1604 werd de kerk ingewijd.

Het houten interieur van deze fraaie kerk is goed bewaard gebleven. Diverse vernieuwingen zijn de laatste twee honderd jaar aangebracht, onder andere een marmeren altaar en ter gelegenheid van het vierhonderdjarig bestaan vier nieuwe glas in lood ramen.

Naast deze kerk stroomt overigens het beekje Brévena en staat de meetapparatuur voor de koudste nacht gemeten in bewoond gebied door de federale meteorologische dienst (1 februari 1987, – 41.8 C).

Sindsdien is La Brévine het Siberië van Zwitserland. Of was dat misschien al in 1604 ?

Het parcour door het dorp (La promenade du temps passé) toont de historie en belangrijkste gebouwen.

De kerk van La Chaux-du-Milieu

De regio van de Vallei de la Brévine wordt vanaf de veertiende eeuw bewoond door inwoners van de Morteau en de Val-de-Travers (kanton Neuchâtel).

De Graaf van Neuchâtel noemt in 1310 al de plaats ‘Calvum de Escobon’, dat via veel verbasteringen (onder andere La Chaux d’Ecoublon en La Tschaux du Meta) uiteindelijk La Chaux-du-Milieu wordt.

Na de zestiende eeuw zijn het vooral inwoners uit de groeiende stad Le Locle die naar deze vallei en dit dorp trekken.

De (lucratieve) handel tussen de Franche-Comté (bezit van Habsburg) en de steden van de Eidgenossenschaft gaat deels via deze vallei.

Na de Reformatie wordt de politieke grens echter ook een religieuze grens.

In 1530 gaat het Graafschap Neuchâtel over tot het Protestante geloof. Dit was mede mogelijk door het bestuur van het graafschap door kantons van de Eidgenossenschaft in de periode 1512-1529, hoewel de katholieke Franse dynastie d’Orléans-Longueville (tot 1707) prins was van het Graafschap.

De architectonisch fraaie  kerk (temple) van La Chaux-du-Milieu uit 1716 getuigt van deze historie en religieuze grens.

Parochiekerk St. Martin Cressier

Naast kasteel Jeanjaquet ligt de oude parochiekerk St. Martin van de gemeente Cressier (kanton Neuchâtel), of beter gezegd andersom.

De kerk heeft een oorsprong die teruggaat tot de  Romeinen en de zesde en zevende eeuw.

In de zijmuren van de kerk zijn spolia (materialen) van een oude Romeinse tempel gebruikt. De fundamenten van  de kerk stammen uit zesde en zevende eeuw.

De eerste bisschopstad van dit gebied was in de vijfde en zesde eeuw de Romeinse stad Aventicum (het huidige Avenches), vanaf de zesde eeuw is Lausanne de nieuwe episcopale stad.

1180 schenkt de bisschop van Lausanne de kerk, haar wijngaarden, bossen, visserijgronden en weiden aan de abdij van Fontaine-André à Neuchâtel-La Coudre.

Vlak daarna worden de Romaanse toren en  het schip herbouwd. Deze zijn nog steeds te zien, evenals het koor uit 1424. Na de bouw van de nieuwe kerk St. Martin in Cressier  koopt en renoveert de kasteelheer Jean Jaquet de kerk in 1872.

Kasteel Jeanjaquet

Op wandelingen in het kanton Neuchâtel wacht vaak de ene na de andere verrassing. Boven het dorp Cornaux staat in het bos en aan de rand van de wijngaarden het kasteel Jeanjaquet.

Het kasteel is privé bezit en niet voor het publiek toegankelijk. Dit maakt het neogotische kasteel niet minder interessant.

De wandeling tussen de wijngaarden en bossen is al de moeite waard. Voor en in de Keltische tijd was deze locatie al bewoond. Romeinse vondsten in de nabijgelegen kerk St. Martin tonen aan dat er tijdens de Romeinse overheersing een tempel stond.

Het nabijgelegen museum Laténium in Hauterive gaat in op deze (pre) historie.

De vallei van La Sagne

De vallei van La Sagne ligt in het westen van kanton Neuchâtel. Het dal strekt zich uit in het Jura-gebergte met de Mont-Racine van 1449 meter hoogte als hoogste top.

De belangrijkste dorpen zijn Ponts-de-Martel en La Sagne. De hellingen zijn bedekt met dichte bossen afgewisseld met weiden en boerderijen.

In de zomer is het een ideale vallei voor wandelingen, paardrijden en fietsen, in de winter een plek voor Langlaufen, sneeuwwandelen en enkele kleine skipistes.

De horloge-industrie is geen sector van betekenis meer in de vallei. Veel ander midden-en  kleinbedrijf heeft deze plaats echter ingenomen naast de nog steeds belangrijke agrarische sector.

Calvijn in Amerika

In november 1620 bereikten de passagiers en de bemanning van de Mayflower de kust van Massachusetts en vestigden daar een kolonie. Onder hen waren veel puriteinse reformisten die de oceaan waren overgestoken om een gemeenschap te stichten in overeenstemming met hun geloof, stevig geworteld in protestantse en calvinistische waarden.

Dit was het stichtingsmoment voor wat de Verenigde Staten van Amerika, de toekomstige bevrijder en de hoeder van Europa in de twintigste en eenentwintigste eeuw, zou worden.

De Grondwet van de Verenigde Staten van Amerika (1786) zou ook Europa voor altijd veranderen, met inbegrip van Zwitserland in het jaar 1848. Het land staat echter eenzaam aan de top van de democratische wereld.

Deze kwetsbare democratie, met inbegrip van haar briljante Grondwet, maakt fouten, maar neemt altijd haar verantwoordelijkheid, wellicht geïnspireerd door de calvinistische achtergrond en is een voorbeeld van een open democratie, waar werkelijk alles, zo niet te veel in de openbaarheid komt, veelal door activisten en jounalisten die stemming maken en op hun scoop en periode van korte roem uit zijn.

Het evenement in het Internationaal Museum van de Reformatie (Musée international du Réformation) in Genève, Zwitserland, biedt de mogelijkheid om in 1620 de Atlantische Oceaan over te steken door middel van een virtual reality ervaring.

Een 20 minuten durende samenvatting van verschillende fragmenten uit beroemde films die in Noord-Amerika zijn geproduceerd, laat de bezoeker kennismaken met de manier waarop religie in de cultuur doordringt en heeft grote regisseurs geïnspireerd. Een rijke collectie van zestig documenten, memorabilia en objecten roepen de religieuze en protestantse identiteit van de VS op van 1620 tot nu.

Beroemde posters uit de Tweede Wereldoorlog worden gepresenteerd in een ruimte om de vier fundamentele vrijheden van Amerika (en de wereld) te benadrukken: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, vrijheid van gebrek en vrijheid van angst. Negen door religie geïnspireerde muziekstukken in Amerika, van 1773 tot heden  zijn te zien in de muziekkamer en omvatten koorzang, ballades, blues en jazz. (Bron en verdere informatie: www.mir.ch).

 

Ispace in het Calancadal

De betrokkenheid van inwoners van gemeentes en kantons  bij het onderhouden en initiëren van projecten op het gebied van architectuur, cultuur, onderwijs of historie is indrukwekkend.

Dit geldt voor het uiterste oosten, bijvoorbeeld St. Müstair, Scuol, Savognin of Riom (kanton Graubünden), het uiterste westen, bijvoorbeeld in Vallorbe, Vallée de Joux (kanton Vaud), St. Gingolph  (kanton Valais), het uiterste noorden, bijvoorbeeld het Vitra Design museum bij Basel, Porrentruy (kanton Jura) of Kaiserstuhl (kanton Aargau), tot het uiterste zuiden bijvoorbeeld  in Airolo, Montagnola of Mendrisio (kanton Tessin).

In Rossa (kanton Graubünden) op 1100 meter hoogte in het Calancadal aan de voet van de St. Bernadino, staat sinds 2017 niet alleen het Swiss House XXXII, maar is het hele Calancadal de locatie in wording van een permanente tentoonstelling onder de naam ‚Ispace‘.

De architect Davide Macullo (1965) ontwerpt dit project in samenwerking met Frei Holzbau in Kriessern, de stichting Rossarte in Rossa en het natuurpark Val Calanca (Parco Val Calanca).

In het park zullen tien grote houten sculpturen verschijnen. Het doel is kunst en architectuur in de natuur een plaats te geven. Om deze reden staan de sculpturen niet  dichtbij de wandelwegen, maar juist midden in de natuur. (Bron en verdere informatie: (www.macullo.com).

Parco Val Calanca

Het park in het kanton Graubünden is het kleinste natuurpark van Zwitserland en het enige in het Italiaanstalige gebied.

De wilde en ongerepte natuur versmelt hier met het eeuwenoude cultuurlandschap van landbouw en dorpen en hun kerken en kapelletjes.

Akkerbouwterrassen en hun muren met de terrasvormige dorpen Braggio en Landarenca, kastanje- en lariksbossen, wilde dieren (onder andere steenbok, hert, gems, steenarend, korhoen en hazelhoen) en een gevarieerde flora en rijk vogelleven kenmerken het landschap.

Met uitzondering van  Braggio en Landarenca bevinden de dorpen zich in het dal.

(Bron en nadere informatie: www.parcovalcalanca.swiss).

De kerk St. Oswald en Cassian in Sargans

Toen bisschop Ulrich VII. van Chur op 28 juni 1711 de kerk St. Oswald en Cassian in Sargans inwijdde, was van het huidige barokke interieur nog geen sprake.

Vanwege ontbrekende financiële middelen was de bouw ver bij de plannen achter gebleven. Ook de laatgotische middeleeuwse toren van de voorganger bleef staan.

Dit symboliseert wellicht ook de historie van Sargans. De stad heeft nog steeds haar middeleeuwse burcht van de graven van Montfort en Werdenberg-Sargans.

Vanaf 1483 tot 1798 werd de bestuurd door de Eidgenossenschaft. Katholieke en protestante landvoogden bestuurden vanuit het kasteel de stad en  omstreken.

De Eidgenossenschaft was een bondgenootschap van gelijkgestelde onafhankelijke katholieke en protestante kantons. Dit was voor de zestiende en zeventiende eeuw opmerkelijk.

Sargans bleef katholiek, maar kon in vrijheid haar geloof belijden, mede omdat een groot aantal kantons en bestuurders katholiek was. 28 juni 1711 is daarvan een voorbeeld.

Sargans viel ook onder meerdere katholieke jurisdicties: eeuwenlang tot 1798 onder de abdij van Mehrerau (Bodensee), vervolgens vanaf 1815 onder de abdij Pfäfers. Ook de bisschop van Chur was nooit ver weg. Sargans hoorde tot diens bisdom.

De kerk St. Oswald en Cassian symboliseert de middeleeuwse en (vroeg) moderne (religieuze) geschiedenis en architectuur van Zwitserland en Sargans.

Herbeleving van de Via Valtellina

De historische handelsroute loopt van Montafon in Vorarlberg (Oostenrijk) over verschillende bergpassen naar Puschlav (kanton Graubünden) naar Tirano in Veltin (Italië). Deze route was een van de kortste verbindingen tussen het meer van Konstanz en Noord-Italië. Vee, kaas, wijn en goederen van allerlei aard zijn eeuwenlang door handelaren (Säumer) met lastdieren (Säumtieren) over de Alpenpassen en deze route vervoerd.

Sinds 2019 is deze oude traditie in Graubünden nieuw leven ingeblazen. In vijf etappes reist de groep van rond de dertig deelnemers vanaf Klosters (kanton Graubünden) door drie taalgebieden (Walser) Duits, Reto-Romaans en Italiaans, prachtige dorpen en schitterende natuur.

De organisator beschikt over een opleidingscentrum. Het bijwonen van een vooropleiding in de aanloop is een voorwaarde voor deelname.

(Nadere informatie: www.daniel-fluehler.ch).