Kamerorkesten 1920-2020

Zwitserland heeft geen Mozart, Beethoven of Chopin voortgebracht. Toch heeft het land in de jaren 1920 van de vorige eeuw voor een (vergeten) muzikale revolutie gezorgd.

Het was het begin van wat later de ‘Roaring Twenties’ zou gaan heten. Een tijdperk van, door en voor de avant-garde  in de kunst.

Op klassiek muzikaal gebied  gaven de romantische grote orkesten toen nog steeds de toon aan.

De componist en dirigent Alexander Schaichet (1887-1964) richtte in 1920 in Zürich het kamerorkest Zürich (Kammerorchester Zürich) op, het eerste ter wereld, in 1926 gevolgd door het kamerorkest Bazel onder leiding van Paul Sacher (1906-1999). Sacher stichtte in 1941 het Collegium Musicum Zürich.

De Zwitserse kamerorkesten waren in de jaren 1930 en 1940 ook een symbool van verzet tegen de Europese dictaturen. Deze dictaturen (mis) gebruikten de muziek voor hun ideologie.

De werken van Richard Wagner zijn hiervan het bekendste (en beruchte) voorbeeld.  De kamerorkesten speelden daarentegen juist moderne, Barokke of Renaissance muziek, die niet op één land of nationale identiteit was gericht.

De (kleine) kamerorkesten speelden bovendien vaak met wisselende dirigenten. Dit herinnerde eerder aan de concertmeesters uit de tijd van Mozart dan aan de vaak lange dominantie van dirigenten van de grote symfonieorkesten.

De kamerorkesten waagden zich aan muzikale experimenten en inbreng van de orkestleden. In muzikaal opzicht waren en zijn het eerder basis democratieën.

Wat dat betreft is het geen toeval dat Zwitserland de bakermat is en was van kamerorkesten en ook muzikaal op wereldniveau een deuntje meespeelt.

Toponderzoek in Davos

Davos (kanton Graubünden) is niet alleen een wintersport-eldorado met hoge bergtoppen, maar ook een stad voor onderzoek op topniveau.

Klimaatverandering heeft een bijzonder sterke invloed op weersextremen en natuurlijke gebeurtenissen in het Alpengebied.

De opwarming is twee keer zo hoog als het wereldgemiddelde. De gevolgen zijn overstromingen, puinstromen, lawines van rotsen, aardverschuivingen en lange perioden van droogte in de zomer.

Het Zwitserse Federale Instituut voor Bos-, Sneeuw- en Landschapsonderzoek, (die Eidgenossische Forschungsanstalt für Wald, Schnee und Landschaft WSL), het Instituut voor Sneeuw- en Lawineonderzoek (das Institut für Schnee- und Lawinenforschung, SLF) en de ETH Zürich nemen deel aan de oprichting van een nieuw onderzoekscentrum in Davos.

Vanaf 1 januari 2021 zal het centrum onderzoek doen naar (rots) bewegingen in de Alpen, permafrost, de gevolgen van de klimaatverandering, berg-ecologie en risicocommunicatie en adequate waarschuwingssystemen en het vermogen om snel op  gebeurtenissen te reageren.

(Bron en nadere informatie: www.wsl.ch).

Drielandenpunt Basel

De Sri Chinmoy vredesbloem bij het drielandenpunt (Dreiländereck) in Bazel markeert het punt in de Rijn waar Zwitserland, Duitsland en Frankrijk samenkomen.

Het is een van de vijfhonderd Sri Chinmoy monumenten wereldwijd. De bron van inspiratie voor dit monument was Albert Einstein (1879-1955) die jarenlang in Bern (1902-1909) heeft gewoond en daar zijn belangrijkste theorieën ontwikkelde en op papier zette.

Dit punt markeert tevens het begin (of einde) van de Grand Tour van Zwitserland.

Gersau, de kleinste republiek van Europa

Zwitserland kent in haar eeuwenlange lange ontwikkeling tot natiestaat tegenwoordig 26 kantons. Ieder kanton heeft zijn eigen historie. Het kanton Graubünden is bijvoorbeeld ontstaan uit een eeuwenoude alliantie van drie regio’s: de Gotteshausbund, de Grauer of Oberer Bund en de Zehngerichtebund.

Deze verenigden zich in 1524 in wat bijna 3 eeuwen daarna (1798-1815) kanton Graubünden zou worden. Nog specialer is echter de historie van het dorp Gersau, dat ligt aan het Vierwoudstedenmeer.

Het dorp Gersau

Dit dorp had eeuwenlang de status van kleinste republiek van Europa en was zelfs in Zwitserland, toch bekend vanwege haar bijzondere republikeinse histories, een unicum. Gersau ligt aan de zuidhelling van de Rigi-Scheidegg en tussen de bergen Gersauerstock in het westen en Hochfluh en Zilistock in het oosten. Het dorp was eeuwenlang in feite alleen vanaf het water bereikbaar.

Het verhaal begint in 1064, wanneer Gersau voor het eerst in documenten van het klooster Muri wordt vermeld. Het dorp was toen nog eigendom van de Graven Von Lenzburg. Deze familie sterft echter in 1173 uit, waarna de Graven van Habsburg de eigenaar worden, maar het dorp verpanden aan de dynastie Von Freienbach uit Luzern.

Het jaar 1359 is een belangrijk jaar voor Gersau. In dat jaar gaat Gersau op 31 augustus een verbond aan met de Uri, Schwyz, Underwalden en Luzern, die dan al een (losse) Eidgenossenschaft vormen.

Deze overeenkomst wordt bewaard in het Bundesbriefmuseum in Schwyz. Dit bondgenootschap betrekt Gersau, een dorp met dan slechts 500 inwoners, bij de oorlog tegen Habsburg in 1386.

De zogenaamde slag bij Sempach is een overwinning voor de Eidgenossen met actieve deelname van Gersau, dat zelfs het vaandel van de Graven van Hohenzollern weet te bemachtigen.

De republiek Gersau

In 1390 koopt Gersau het pand bij Von Freienbach af en het dorp is daarmee feitelijk en juridisch een onafhankelijk dorp, in een verbond met de Luzern, Uri, Schwyz en Unterwalden. Gersau is bevoegd tot een eigen rechterlijke instantie, belastingheffing en bestuur.

Gersau is nog wel formeel aangesloten bij het Heilige Roomse Rijk en diens keizer als hoogste gezagsdrager. Dit wordt bevestigd door de oorkonde van keizer Sigmund van 31 oktober 1433. In deze oorkonde bevestigt de keizer de feitelijke onafhankelijkheid van Gersau, de Reichsunmittelbarkeit binnen het Heilige Roomse Rijk.

Het dorp van ongeveer 500 inwoners heeft daarmee dezelfde privileges, vrijheid en rechten als steden, zoals Bern, Zürich, Bazel of Luzern. Het grote stadhuis voor een dorp met een paar honderd inwoners symboliseert deze status.

Het dorp heeft een eigen bestuur, naar goed Zwitsers gebruik gekozen door de (mannelijke) inwoners (van ouder dan 14 jaar). Het bestuur bestond uit de Landamman (de burgemeester/president), diens plaatsvervanger (de statthalter) en zeven raadsheren. Iedere twee jaar vonden nieuwe verkiezingen plaats.

De raadsheren vervulden diverse taken van openbaar bestuur en defensie en waren tevens de wetgever. Daarnaast was er een aparte rechterlijke macht, waarbij de Landamman fungeerde als hoogste rechterlijke instantie.

Ook de kerk was actief en bouwde in het ook na de Reformatie katholieke Gersau (Luzern, Uri, Schwyz en Unterwalden bleven ook katholiek) diverse kerken en tenminste drie kapellen.

In economisch opzicht onderscheid Gersau zich tot 1730 echter niet van omliggende of andere dorpen: grotendeels agrarisch, wat nijverheid en handel via het meer. Na 1730 ontwikkelt de zijde-industrie zich snel en verdubbelt ook de bevolking tot 1 000 inwoners rond 1800.

Gersau heeft in de Eidgenossenchaft nooit de status van kanton gehad, maar was wel vertegenwoordigd bij de Tagsatzung (de staten-generaal) door diplomaten/vertegenwoordigers.

Deze situatie zou tot de Franse inval in 1798 blijven bestaan, wanneer ook Gersau troepen ter beschikking stelt tegen de Franse invallers (60 soldaten).

Het district (Bezirk) Gersau

Het baat echter niet en zonder strijd komt in mei 1798 met de Helvetische Republiek een einde aan de onafhankelijkheid van Gersau.

De Mediationsakte van 1803, de nieuwe federatie van 19 kantons (onder Frans toezicht), brengt Gersau als district (Bezirk) bij kanton Schwyz onder.

Na het vertrek van de Fransen zal deze situatie niet meer veranderen, ondanks verweer van Gersau en een klein intermezzo in 1814. De federatie van 22 kantons erkende Gersau in 1815 niet als onafhankelijke republiek of kanton, maar als district (Bezirk) van kanton Schwyz.

Er volgden nog twee jaar juridisch en diplomatiek getouwtrek tussen Gersau en Schwyz en de Federatie, maar op 27 december stemden de burgers van Gersau toe in de nieuwe status van district (Bezirk) van Schwyz en kwam een einde aan vier eeuwen republiek Gersau.

(Bron: A. Müller, Gersau, Unikum in der Schweizer Geschichte, Baden 2013)

Korrektorin: Giuanna Egger-Maissen

Okjökull Brief aan de Toekomst

Miljoenen jaren geleden lag een groot deel van het Europese continent onder water. In de laatste ijstijd, nog maar zo’n 15 000 jaar geleden, lag hetzelfde continent onder een dik pak ijs.

De laatste kleine ijstijd lag tussen 1430 en de tweede helft van de negentiende eeuw. Het was toen gemiddeld 1-2 graden kouder dan tegenwoordig. In de Romeinse tijd waren Egypte en Syrië vruchtbare landbouwgebieden en was het in deze regio veel vochtiger en kouder.

Met andere woorden, klimaatverandering is geen menselijke uitvinding, maar hoort ook bij de natuur, zoals de mensheid een schepping is van de natuur en het ecosysteem.

Dit neemt niet weg dat de aanwezigheid van  de mens verantwoordelijk is voor (te) snelle en grote veranderingen in het ecosysteem, de flora en fauna op de planeet aarde.

De explosieve bevolkingsgroei van rond een half miljard mensen in 1800 tot meer dan zeven miljard in 2020, de (industriële) vervuiling, de ontbossing van continenten (te beginnen in Europa in de 17e-20e eeuw), de cultivatie van land voor (gigantische) steden, landbouw, golfbanen, havens, vliegvelden enzovoorts, de mobiliteit en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen zijn uiteraard van grote invloed op de ecosystemen. De mens is inderdaad  een stoorzender. Dat is een feit.

Aan de andere kant zijn er altijd stoorzenders geweest, zoals oppermachtige dinosauriërs, meteoriet inslagen, vulkaanuitbarstingen of bovengenoemde klimaatveranderingen. De planeet aarde draait nog wel miljoenen jaren haar baantjes om de zon, of het nu een paar graden warmer of kouder is, met of zonder mens, gletschers of ijsberen.

De mens maakt in tegenstelling tot eerdere periodes echter het verschil. Niet alleen veroorzaakt ze de verstoring van het ecosysteem en gaat ze (te) vaak respectloos en onzorgvuldig met de natuur om.

De mens is  ook in staat deze ontwikkeling positief te beïnvloeden. Gelukkig doet ze dat ook, niet alleen vanwege de natuur, de ecosystemen, flora en fauna, maar ook om de kwaliteit van leven voor de mens te verbeteren.

De Rijn bij Bazel is hiervan een voorbeeld. Wie zou veertig jaar geleden in deze dode rivier hebben willen zwemmen ?  Tegenwoordig zwemmen mens en vis er weer vrolijk rond, alleen met de Zalm wil het nog niet zo vlotten, maar dat ligt aan andere (Franse) hindernissen.

De mobiliteit van mensen en goederen leidt al eeuwen tot een massale immigratie en emigratie van dieren, planten, bacteriën en virussen. Konijnen in Australië, de aardappel in Europa, maar ook de griep in Zuid-Amerika, syfilis of Corona zijn maar enkele voorbeelden.

De CO2 uitstoot en de (aangetoonde) relatie met de opwarming van de aarde is slechts een van de facetten die aan de orde komen op de nieuwe tentoonstelling in het mooie Natuurhistorisch museum van Bazel (zie onder agenda).

Het is tevens een (verlaat) eerbetoon aan de Amerikaanse wetenschapper Eunice Newton Foote (1818-1888). Zij wordt hier erkend als de ontdekker van deze relatie in 1856. Zij was echter een vrouw en deze ontdekking is enkele jaren later toegeschreven aan John Tyndall (1820-1893).

Wie wandelt in Graubünden, regio’s in Basel-Landschaft of skiet in de Alpen, heeft het idee dat de menselijke ‘footprint’ wel meevalt. Deze tentoonstelling toont echter de evolutie van de afgelopen honderd jaar in de afname van de gletsjers, de bebouwing en gebruik van grond en het enorme verbruik van water. The Letter to the Future (gedateerd augustus 2019) en de herdenkingsteen van de Okjökull gletscher in IJsland spreken duidelijke taal.

Voor pessimisme, (ongenuanceerd) activisme of doemdenken is echter geen plaats op deze informatieve en goed gedocumenteerde tentoonstelling.

Dat heeft ook geen zin, want de mens is er nu eenmaal en niemand wil terug naar de lemen hutjes, tandartsenstoel uit de jaren 1930 of leven zonder computer, plastic, chemie of moderne vervoersmiddelen. De vraag is: hoe gaat de mensheid om met de mensheid en de natuur en hoe richten we de aarde in voor acht of wellicht tien miljard mensen.

De entree van deze show biedt bovendien de rustigste natuurlijke omgeving van Bazel: vijf minuten in en luisteren naar de natuur zonder menselijke geluiden in het hartje van de stad op de Münster. Voor iedere wandelaar en natuurliefhebber aan te raden.

Willem Tell

Het verhaal van Willem Tell (Wilhelm Tell)  is bekend, maar of hij heeft bestaan is twijfelachtig en bovendien niet relevant.

Men hoeft de legende van Romulus en Remus of de godin Athena ook niet serieus te nemen om hen de eer te geven Rome en Griekenland te hebben gesticht.

Het verhaal van William Tell (Wilhelm Tell) is relevant als het gaat om de historische omstandigheden van boerengemeenschappen in de Alpen die hun belangen verdedigden en samenwerkten.

Men kan niet ontkennen dat de huidige Zwitserse Confederatie (Confoederatio Helvetica) bestaat en dat haar wortels teruggaan naar de middeleeuwse samenwerkende boerengemeenschappen en steden.

De ‘wat als’ anachronistische vraag is niet relevant, net zo min als de waarheid van het verhaal.

Het verhaal is bekend, met name na het toneelstuk van Friedrich Schiller in 1804.

Als legende is hij ongetwijfeld een van de meest invloedrijke figuren uit de Zwitserse geschiedenis en zelfs een internationaal symbool van vrijheid.

Het Tell-monument en het Tell-museum in Bürglen en het Tell-monument in zijn geboortestad vertellen het verhaal en de context tot in detail. (Bron en verdere informatie: www.uri.ch).

De Romeinen, Alemannen en Italianen in Oensingen

De burcht Neu-Bechburg uit de elfde en twaalfde eeuw bepaalt nog steeds de sky-line van Oensingen en getuigt van het belang van de handelsroute waar deze stad aan ligt.

Ruim duizend jaar daarvoor was deze plaats in de Romeinse tijd een belangrijk verkeersknooppunt.

De  pas over de Grote  St. Bernhard was van groot belang.  Onder keizer Claudius (10 v. Chr. – 54 n. Chr. is deze bergpas 43 n. Chr. ter  voorbereiding op de invasie van Engeland begaanbaar gemaakt. .

Deze weg voerde van Martigny (Forum Claudii Vallensium) naar Avenches ( Aventicum) via Oensingen (Romeinse naam onbekend) naar  Windisch (Vindonissa). Een andere weg leidde van Oensingen via Langenbruck naar Kaiseraugst (Augusta Raurica).

Oensingen was op het gebied van het huidige kanton Solothurn de grootste Romeinse plaats na Olten en Solothurn (Salodurum).

In de omgeving van Oensingen zijn de restanten van diverse Romeinse villa’s en veel andere archeologische voorwerpen gevonden. Al eeuwen voor de Romeinse tijd bewoonden Kelten (Helveten) en hun voorgangers deze streek.

De naam Oensingen heeft een Alemannische oorsprong. De Alemannen drongen  na het vertrek van de Romeinen rond 410 n. Chr. het gebied van het huidige Zwitserland binnen.

De kerk St. George, in  het centrum van het dorp, is waarschijnlijk op Romeinse fundamenten, wellicht een tempel, gebouwd.

De eerste melding van deze kerk stamt uit 968. Over deze middeleeuwse en Romaanse en gotische  bouwgeschiedenis is verder weinig bekend. Solothurn bleef tijdens de Reformatie katholiek.

De huidige kerk is in het midden van de zestiende eeuw gebouwd.  Van 1643 tot 1648 is ze verbouwd. In 1773 heeft Paolo Antonio Pasoli (1738-1804) de huidige architectuur en (barokke) decoratie aangebracht.

Het bijzondere is dat Paolo zijn oom Gaetano Matteo Pisoni (1713-1782) van 1763 tot 1770 bij de bouw van de St. Ursen kathedraal in Solothurn heeft geholpen. Dit verklaart ook de gelijkenis en de Italiaanse invloeden van beide kerken.

Het centrum van het dorp en haar fraaie huizen uit de zeventiende en achttiende eeuw tonen eveneens de welvaart en belang  van dit dorp.

Berner Seeland en de Grosse Moos

Het Berner Seeland in het gebied van de drie meren (Drei Seenland/ Pays des Trois Lacs) werd bewoond door Kelten en hun voorgangers en opvolgers (Romeinen, Bourgondiërs en Alemannen).

Het gebied kende de twee Bourgondische koninkrijken (443-534 en 888-1032), daartussen de Frankische en Karolingische overheersing en vervolgens de heerschappij van de plaatselijke heersers binnen het Heilige Roomse Rijk.

  

Na de Franstalige graven van Neuchâtel kwam het gebied vanaf 1375 onder de heerschappij van het Franstalige hertogdom Savoye en de graven van Châlon. Dit verklaart ook de Duits-Franse taalgrens in dit gebied.

De verovering van de Seigneurie von Erlach (Cerlier) door Bern in 1474 (tijdens de Bourgondische oorlogen van 1474-1477) bracht het gebied onder de definitieve heerschappij van de Duitstalige Bern.

Tijdens de Reformatie ging het gebied over naar het protestante geloof en deelde het lot van Bern tijdens de Franse invasie in 1798.

De Helvetische Republiek (1798-1803) was een eenheidsstaat met een nieuwe administratieve structuur van het land naar Frans model. Met de Mediationsakte van 1803 werd de nieuwe Confederatie (1803-1813) met negentien kantons opgericht.

In 1815 werd het grondgebied definitief toegewezen aan het kanton Bern, wat in 1848 werd bevestigd.

Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw profiteerden de dorpen en kleine steden van de spoorweg- en handelsroutes van Bern-Neuchâtel en Bienne (Biel)-Morat (Murten).

Het grote project van herziening van het watersysteem van de Jura, de Juragewässerkorrektion (meren van Neuchâtel, Biel en Murten en rivieren) en de aanleg van kanalen (1868-1891 en 1962-1973) veranderden de regio in de groente- en fruitschuur van Zwitserland.

Het moerasgebied (Der grosse Moos/Le grand Marais) werd niet langer overstroomd en de vruchtbare gronden en weiden brachten in de twintigste eeuw nieuwe welvaart. De dorpen en steden met hun kerken, kastelen en gebouwen getuigen van hun rijke verleden en Frans- en Duitstalige invloeden.

Creux du Van

De Creux du Van is een beschermd natuurgebied in de Jura aan het meer van Neuchâtel. Bergen tot 1 400 meter, bossen, weiden, riviertjes, kloven en machtige rotspartijen kenmerken het gebied.

Het is niet alleen een ideaal wandeloord, maar biedt in de winter goede wintersportmogelijkheden, met  name voor raquette, sneeuwwandelen en langlaufen.

Ook voor de flora en fauna is het een ideaal gebied, veel neerslag, maar ook veel zon en een vruchtbare aarde. Vele soorten Wild en Roofdieren waren er in  overvloed tot de kolonisatie door de mens in de 16e en 17e eeuw.

De laatste beer in de Creux du Van is in 1757 doorgeschoten. Aan het begin van de 20e eeuw was er niet veel wild meer en de grote roofdieren waren uitgeroeid.

Tegenwoordig zijn er echter weer herten, reeën, berggeiten, steenbokken, Lynx en kleine zoogdieren, insecten, vogels en flora in overvloed.

De mens heeft de rotspartijen en kloven nooit aangetast. Deze zijn van een grote wilde schoonheid.

De Tektonische Arena Sardona en het Martinsloch

Zwitserse kathedralen in Genève, Lausanne, Zürich, Bazel, Sion of bijvoorbeeld Chur (een van de oudste bisdommen ten noorden van de Alpen) zijn de moeite waard wat betreft hun hoogte, maar bergen zijn de ware wolkenkrabbers van het land.

Miljoenen jaren geleden, dus lang voordat de mensheid de eerste kerktorens bouwde, resulteerde de botsing van grondplaten van Afrika en Europa in de vorming van de Alpen.

In de Tectonic Arena Sardona, gedeeld door het kanton Glarus, St. Gall en Graubünden, is het resultaat van deze processen goed te zien. Deze regio biedt inzicht in het vormingsproces en ontstaan van deze machtige bergen.

Net onder de bergkam van de Tschingelhörner, op een hoogte van 2 600 meter, bevindt zich het beroemde Martinsloch.

Deze bijna driehoekige opening, met een diameter van ongeveer 18 meter, is ontstaan door een erosie van een deel van de rots. Twee keer per jaar schijnt de opkomende zon door het gat en verlicht de kerktoren van het dorp Elm gedurende 2 minuten. Daarna verdwijnt hij achter de rotswand voordat hij zo’n 15 minuten later boven de heuvelrug uitkomt.

In 2008 heeft de UNESCO deze bergen erkend als werelderfgoed (bron: www.whes.ch).