De Eiger Express en de Männlichenbahn

Vanaf 5 december kunnen bezoekers het wintersport- en wandelgebied rond de Eigergletsjer (2 320 meter), de Kleine Scheidegg en de Jungfraujoch sneller en comfortabeler bereiken.

De kabelbanen (“Eiger Express” en Männlichenbahn) kunnen 4000 gasten per uur vervoeren. De nieuwe Eiger Express-kabelbaan heeft zelfs een capaciteit van  2200 personen per uur voor vervoer naar de Eiger-gletsjer.

De Wengernalpspoorweg bestaat al sinds 1893 en gaat van Grindelwald naar de Kleine Scheidegg en aan de andere kant via Wengen naar Lauterbrunnen.

Sinds 1912 rijdt er ook een trein van de Kleine Scheidegg via de Eiger naar het hoogste treinstation van Europa op de Jungfraujoch (3454 meter hoog). Deze tandradbanen zijn wereldberoemd.

Zwitserland heeft hoge bergen overwonnen met tunnels, wegen en bijvoorbeeld bovenstaande projecten, zoals zoals Nederland land op het water heeft veroverd.

De innovatie, initiatieven, adequate uitvoering van projecten en leidende persoonlijkheden zijn eveneens van een uitzonderlijk hoog niveau.

Het Berner Oberland en het Kanton Bern hebben hiermee een nieuwe toeristische infrastructuur ontwikkeld voor het (internationale) toerisme met de modernste technologie zonder het unieke landschap en de duurzaamheid (te veel) uit het oog te verliezen.

Ook de wandelroutes tussen de bergen Männlichen en Kleine Scheidegg en onder de noordkant van de Eiger zijn met deze nieuwe spoorbanen beter en sneller bereikbaar.

(Verdere informatie: Jungfraujoch)

De vergeten bezetting van Neuchâtel

Van 1395-1504 werd het graafschap geregeerd door de Duitse families Freiburg en Hochberg. In 1504 erft de Franse dynastie d’Orléans-Longueville het graafschap. Neuchâtel wordt formeel een prinsdom.

De Eidgenossen 1512-1529

Na 1504 zullen de Franse prinsen van d’Orléans-Longueville zich zelden laten zien. De Eidgenossen interesseerden zich echter des te meer in dit gebied.

De Bourgondische oorlogen (1474-1477) waren net achter de rug en tot 1515 (Marignano) waren ze in een winning mood. Neuchâtel werd beschouwd als Frans gebied en derhalve als mogelijke uitvalsbasis voor Franse invallen.

Om deze reden bezetten vier kantons (Bern, Solothurn, Freiburg en Luzern) in de maanden juni en juli 1512 Neuchâtel en namen het bestuur over. Spoedig daarna eisten de andere negen kantons ook medezeggenschap over het bestuur.

Dit bestuur zou tot 1529 duren. De meeste kantons bestuurden om beurt met een Voogd. Het was overigens geen militaire bezetting zoals in Aargau, Thurgau, Tessin of Vaud vanaf 1536.

Het was in feite alleen een bestuurlijke wisseling van de wacht, verwelkomd door de lokale elite. De Fransen maakten geen aanstalten militair in te grijpen. Dat heeft weer te maken met de internationale ontwikkelingen.

De Franse koning had het veel te druk in andere gebieden, met name in Italië. Na 1515 (Marignano) en zijn overwinning op de Eidgenossen, sloot hij in 1516 de ‘eeuwigdurende vrede’ (La paix eternelle) met de Eidgenossenschaft.

Hiermee ontviel ook de reden om het Franse prinsdom te controleren. Het duurde tot 1529 voordat het bestuur weer werd overgedragen aan de prinsen van d’Orléans-Longueville. Dit kwam meer door onenigheid tussen de kantons dan door bewust beleid. Dit korte intermezzo versterkte echter blijvend de band van Neuchâtel met de Eidgenossenschaft,

1813-1815

Deze historie en eeuwenoude relaties hebben mede bijgedragen aan de keuze voor de Eidgenossenschaft na 1813, nog afgezien van de internationale politieke ontwikkelingen en invloed van het Congres van Wenen in de jaren 1814-1815.

Toerisme was een Engelse aangelegenheid in Zwitserland

De ontwikkeling van het toerisme in Zwitserland in de tweede helft van de negentiende eeuw was vooral een Britse aangelegenheid. Vele bekende en beroemde persoonlijkheden hadden de nieuwe Confederatie, opgericht in 1848, al in de achttiende eeuw bezocht, hetzij op hun weg van de Grand Tour naar Italië en Griekenland, hetzij als geleerden, schrijvers, zakenlieden of politici.

Veel bezoekers schreven over de schoonheid van het land en het toentertijd opzienbarende politieke systeem zonder adel en ‘royals’ en in diverse kantons zelfs met directe democratie.

Er verschenen veel memoires, politieke analyses, reisboeken, artikelen in de pers en de eerste reisgidsen (Baedeker bijvoorbeeld).

In de tweede helft van de negentiende eeuw breidde het Zwitserse spoorwegnet snel uit (met hulp van Britse ingenieurs) en nam het aantal toeristen sterk toe.

De eerste Alpenclubs werden opgericht (de eerste 1857 in Londen) en reisagentschappen (Thomas Cook) organiseerden de eerste rondreizen. Het bezoek van de Queen in 1861 was een regelrechte sensatie die in Britse en Zwitserse media breed werd uitgemeten.

Afgelegen berggebieden werden ontdekt en het toerisme werd big business, evenals de vele Grand Hotels in kleine dorpen van een paar honderd inwoners. De Britten waren in deze periode goed voor 85% van de bezoekers.

Er kwamen veel nieuwe banen, berggidsen, cateringdiensten, hotel- en casinopersoneel, koetsiers (voor het vervoer van het treinstation naar de eindbestemming), winkeliers, handelaren, vertalers, fotografen en informatiebureaus en vanaf de jaren 1870 in de wintersportfaciliteiten.

Het toerisme veroorzaakte een economische boom en nieuwe werkgelegenheids- en arbeidskansen in voorheen de meest afgelegen gebieden. Het veranderde ook het stads- en dorpslandschap en de manier van leven.

Brits voedsel en drank (thee, whisky en rum, bijvoorbeeld) stonden opeens op de kaart, hotels organiseerden cabaret-, theater- en muziekvoorstellingen, tennisbanen en golfbanen werden aangelegd. De plaatselijke dorpsbewoners namen soms deel aan deze activiteiten en er was enige culturele interactie.

Hotels creëerden kapelruimtes of schonken grond om (Anglicaanse) kerken te bouwen. De Britse toeristen financierden deze ondernemingen veelal en Britse architecten ontwierpen de gebedshuizen.

In 1914 waren er meer dan 30 Engelse kerkgebouwen in Zwitserland. De Church of England stelde zelfs seizoensgebonden of voltijdse aalmoezeniers aan.

Na 1860 begon ook de winter- en bergsport aan haar grote (Britse) opmars. Behalve toeristen waren er ook duizenden Britse ondernemers, ingenieurs en wetenschappers actief in de textiel- en machinebouwindustrie, aanleg spoorwegen of de eerste elektronicaconcerns (het huidige ABB in Baden bijvoorbeeld).

Zwitserland lag in het midden van het Europese vasteland, maar de beste contacten waren in deze periode met het Verenigd Koninkrijk.

(Bron: D. Conrad-Daubrah, ´Pontresina´s 19th – century British visitors´ in Graubünden Ecxlusiv, Nr. 55, 2017 en www.pontresina.ch/museumalpin)

Swisscovery

Het nieuwe bibliotheekplatform Swisscovery  is  7 december van start gegaan. Het medium geeft gebruikers toegang tot de collecties van 475 bibliotheken in Zwitserland, van St. Gallen tot Genève en van Basel tot Lugano.

Alle wetenschapsgerelateerde bibliotheken hebben zich bij het netwerk aangesloten.

De samenvoeging van 475 bibliotheken is uniek in de wereld.

Onderzoek wordt veel gemakkelijker met “swisscovery”, omdat elk boek en elk ander medium een enkele vermelding in hetzelfde systeem heeft. De gebruiker kan direct zien waar een medium beschikbaar is en het via de nieuwe koeriersdienst bij uw eigen bibliotheek laten bezorgen.

Swisscovery wordt beheerd door het Swiss Library Service Platform (SLSP).

Swisscovery is opgericht door 15 universiteitsbibliotheken. Tot dusverre zijn er 475 andere bibliotheken bij aangesloten.

Meer informatie en registratie: https://swisscovery.slsp.ch.

De ViaUrschweiz

In 2018 is de culturele wandelroute (Kulturwanderweg) ViaUrschweiz geopend. ViaUrschweiz is een wandelroute tussen de kantons Schwyz, Uri en Nidwalden in het hart van Zwitserland.

De route verbindt de Urnersee met de zogenaamde Waldstätterweg aan het Vierwoudstedenmeer en voert door beschermde natuurgebieden en plaatsen met historische betekenis.

De route maakt deel uit van het regionale wandelroutenetwerk (wandelroutenummer 599).

De route is verdeeld in etappes van ongeveer15 kilometer.

Deze etappes zijn in feite vijf thema’s:

aan de inham van Uri (van meer tot gletsjer, natuurreservaat in de Reussdelta);

in het wilde hooilandschap van Zwitserland (bergopwaarts tot aan de Alpenlandbouw);

in de wilde natuurtuin van Centraal-Zwitserland (de oerflora van de Alpen);

de plaatsen Beckenried, Buochs, Ennetbürgen, Hammetschwand en resort Bürgenstock; aan het meer van de wieg van Zwitserland (met zijn kletterende en bruisende watervallen),

en in de omgeving van het ontstaan van de oude Zwitserse Confederatie (langs het oude Gotthardpad).

De etappes zijn: Flüelen, Isleten en Isenthal, het Wildheul-landschap (Isenthal, St. Jakob, Gitschenen), de natuurtuin van Centraal-Zwitserland (Gitschenen, Hinter Jochli, Chälen, Klewenalp, Beckenried), het hotelresort Bürgenstock (Beckenried, Buochs, Ennetbürgen, Hammetschwand, Bürgenstock), de Urnersee (Beckenried, Risletenschlucht, Emmetten, Treib, Rütli, Seelisberg) en de plaatsen van de eerste Eidgenossen (Seelisberg, Beroldingen, Bauen, Bärchi en Isenthal).

(Bron en nadere informatie: www.via-urschweiz.ch)

Glacier Whisky uit de Zwitserse Alpen

Het woord whisky is afkomstig van het Keltische woord “Uisge Beatha” en betekent levenswater. Zoals deze naam al doet vermoeden is whisky een van oorsprong Ierse en Schotse drank.

Het woord levenswater is overigens wat misleidend. Whisky moet tenminste 40% alcohol bevatten en tenminste drie jaar rijpen in houten vaten van maximaal 700 liter. Het andere belangrijke bestanddeel is water.

Zwitserland stond tot voor kort niet bekend als een producent van whisky. Daar is nu verandering in gekomen. Een samenwerking tussen bedrijven uit Graübunden en Valais heeft geleid tot de eerste productie met de naam ‘Glacier Whisky’.

Een distilleerderij in Brig-Gils (kanton Valais) en een kelder in Tantermozza bij Zernez (kanton Graubünden) en bergwater uit bronnen  in Valais en Graubünden heeft de eerste 6 000 liter opgeleverd, die in twintig eiken wijnvaten uit Valais is opgeslagen.

Het eerste vat is in ieder geval al genoeg gerijpt om gebotteld en op de markt gebracht te worden. Zwitserland is nu ook een land van Uisge Beatha.

De Vereniging van de mooiste Zwitserse dorpen

De Vereniging van de mooiste Zwitserse dorpen (Verein Die schönsten Schweizer Dörfer/ L’Association des plus beaux villages suisses) is vijf jaar geleden opgericht. De vereniging werd geboren in Ticino en vond haar eerste parel in het zuidelijkste dal van Graubünden: Poschiavo.

Aan de andere kant van Zwitserland vond het een andere schat in het kanton Vaud: Grandson. Eglisau (Kanton Zürich) bij de Rijn was het eerste Duitstalige stadje. St. Ursanne is het eerste juweel in het Kanton Jura.

Na 5 jaar telt de vereniging 40 plaatsen in 14 kantons. Het biedt een overzicht van het nationale landelijke erfgoed.

(Bron en nadere informatie: www.borghisvizzera.ch)

Vakantie in monumenten

De stichting (Ferien im Baudenkmal) verhuurt 42 monumentale appartementen in Zwitserland. De huizen zijn historische monumenten met het comfort van de 21e eeuw.

Het oudste pand, Haus Tannen in Morschach in het kanton Schwyz, is gebouwd in 1341. Het meest recente huis, de Eichhölzli in Biel, dateert uit 1933 en staat symbool voor het moderne bouwen.

Het begon in het dorp Bellwald, het hoogste dorp van het Goms (Kanton Wallis). De stichting kocht in 2005 als eerste monument het Huberhaus uit de 16e eeuw. Tegenwoordig verhuurt de stichting 42 appartementen.

(bron en informatie: Stiftung Ferien im Baudenkmal)

Dalì ontmoet Dante in Ascona in de Fondazione Majid

De Italiaanse regering gaf Salvador Dalì (1904-1989) in 1950 de opdracht om een speciale editie van la Divina Commedia van Dante Alighieri (1265-1321) te illustreren.

Honderd aquarellen op A4-formaat. Ze vertegenwoordigen drieëndertig aquarellen voor de Hel, het Vagevuur en het Paradijs en een inleiding. Ze vormen een originele en unieke uitdrukking van de verbeelding van de meester van het surrealisme.

De reis door de hel, het vagevuur en het paradijs wordt op een metafysische en psychologische manier geïnterpreteerd. Het is de eerste keer dat dit kunstwerk buiten Italië te zien is.

(Verdere informatie: Fondazione Majid).

Romaans en het Bundesgericht in Lausanne

Het kanton Graubünden is grotendeels Duitstalig. Het heeft verschillende Zwitsers-Duitse (Schweizerdeustche) dialecten, waaronder Höchstalemannische, Walserdeutsche of Zürichdeutsche

Het Italiaans is de officiële taal in drie gebieden in het zuiden van Graubünden: Misox (Mesocco) op de grens met Ticino in het Mesolcina- en Calanca-dal, in Bergell (Bregaglia) en in Puschlav (Valposchiavo). Het zijn Lombardische dialecten zoals in Ticino en de aangrenzende gebieden van Noord-Italië.

Er wordt in vijf regio’s Romaans gesproken (zie ook Swiss Spectator). Artikel 18 van de federale grondwet garandeert het grondrecht op taalvrijheid als individueel recht; zelfs talen die niet meer worden gesproken, vallen onder de bescherming van artikel 18.

De praktische oplossing is het territorialiteitsbeginsel (artikel 70, lid 2): “De kantons bepalen hun officiële talen. Om de harmonie tussen de taalgemeenschappen te bewaren, moeten zij de traditionele talen respecteren en rekening houden met de traditionele taalminderheden”.

In ieder geval heeft het Romaans of beter gezegd Rumansch Grischun het Federale Hooggerechtshof (Bundesgericht) in Lausanne bereikt. Het Hof doet alleen uitspraken in deze taal over een specifieke kwestie in deze regio.

Rumansch Grischun, de verenigde Romaanse taal onder de vijf dialecten, is de juridische taal in Lausanne.

(Bron: G. Janzing, Rätoromanisch, 4e editie (Bielefeld, 2016).