Festival van de correspondentie

Het bestaat nog steeds, maar dan in het bergdorpje Mase in Val d’Hérens (Kanton Wallis). Het festival van de correspondentie (Festival de la correspondance)met pen en papier vindt jaarlijks plaats. Deze bijna vergeten manier van communiceren biedt verschillende goede perspectieven in deze tijd van sociale media. Eerst denken, concept maken en zinnen formuleren en dan pas schrijven is misschien wel de belangrijkste.

In het najaar biedt het festival nog diverse projecten en evenementen. De tentoonstelling L’amour en boîte in St. Maurice staat op de agenda van Swiss-Spectator. Het atelier Les coins d’écriture biedt de mogelijkheid om brieven met pen en papier te schrijven aan iedereen. De organisatie stelt pen en papier ter beschikking en frankeert en verzendt de brieven.

In het Palp-en-soie project schrijven bewoners van Mase en het nabijgelegen Bruson elkaar handgeschreven brieven over het dagelijks leven in deze tijd van sanitaire crisis, quarantaine en andere sociale beperkingen. Lettres d’exile is een tentoonstelling over een Palestijnse cartoonist. De bijschriften bij zijn cartoons zijn vertaald in het Frans en Engels. (Meer informatie:www.lettresdesoie.com).

De comeback Vis ?

De mooiste foto’s van de serie “Lachs-Comeback” van fotograaf Michel Roggo zijn op groot formaat te bewonderen in het stadhuis van Bazel. De begane grond van het Stadhuis is hiervoor omgevormd tot een ‘aquarium’.

De foto’s laten een Rijn zien, die weer realiteit zou kunnen worden in Bazel. De tentoonstelling is tot stand gekomen in samenwerking met het WWF Zwitserland en de stad Bazel. (Zie verder www.lachscomeback.ch).

Honderd jaar geleden was de Rijn de belangrijkste zalmrivier van Europa. De zalmvisserij is ook voor Bazel altijd belangrijk geweest. De zalm is sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw echter verdwenen uit de Rijn.

Elektriciteitscentrales, sluizen en andere installaties verhinderen de terugkeer van de zalm uit Groenland naar hun oorspronkelijke paaigronden in Zwitserland, het Zwarte Woud of de Elzas. Ook de (slechte) waterkwaliteit heeft hieraan bijgedragen. Daarnaast is veel habitat vernietigd door industrialisatie, stedelijke ontwikkeling en bevaarbaarheid.

De Conferentie van Rijnministers 2020 (Rheinministerkonferenz 2020) heeft op 13 februari 2020 in Amsterdam  plaatsgevonden. Barrières in de Rijn maken terugkeer nog steeds moeilijk, hoewel hierover al lang geleden (bindende) afspraken zijn gemaakt.

De centrales en sluizen in Zwitserland hebben bijna allemaal vistrappen  Alleen in andere (EU-)landen, bijvoorbeeld Frankrijk, is er nauwelijks iets gebeurd. De conferentie heeft nu “Rijn 2040” als doel gesteld. Zoete dromen voor de zalm.

De tentoonstelling in het Stadhuis is geopend van maandag tot en met zaterdag. (Bron en verdere informatie: https://bgbasel.ch).

Het federale Paleis in Bern

Het federale Paleis (Bundeshaus/Palais fédéral), de zetel van het Zwitserse parlement en de regering, is een van de belangrijkste monumenten in Zwitserland.

Het gebouw bestaat uit drie delen: de Westvleugel, het Parlementsgebouw en de Oostvleugel. Het werk aan de Westvleugel begon in 1852 (na de oprichting van de federale staat in 1848) met het doel beide kamers van het parlement te huisvesten.

De wandelgangen

Het parlement (Bundesversammlung) bestaat uit de Nationale Raad (Nationalrat) met 200 leden, die de bevolking vertegenwoordigt, en de Raad van Staten (Ständerat) met 46 leden, die de 26 kantons vertegenwoordigt. Beide kamers vergaderen in hetzelfde gebouw in aparte ruimtes, maar vergaderen in bepaalde aangelegenheden in een gezamenlijke zitting (Vereinigte Bundesversammlung).

De grote vergaderzaal

De officiële inhuldiging van het gebouw vond plaats op 5 juni 1857, de Oostvleugel was echter pas klaar in 1884. Het centrale parlementsgebouw werd gebouwd tussen 1894 en 1902.

De 25 (half) kantons in 1848 en kanton Jura (toegtreden in 1979)

Het gebouw heeft alle kenmerken van een paleis, zelfs een balkon in het interieur.  Om deze reden wordt het ook wel een paleis genoemd, alleen de monarchen en aristocratie ontbreken al eeuwenlang.

Het gebouw is een monumentaal werk in neorenaissancestijl met portieken en een prominente koepel. Het kunstenaarschap en bouwmaterialen uit alle regio’s van het land onderstrepen het doel van het gebouw: een nationaal monument van en voor alle kantons, het land typerende beroepen, talen, religies en burgers.

De drie eerste Eidgenossen en het laatst toegetreden kanton Jura

Het paleis is bedoeld om Zwitserland na te vertegenwoordigen, met een verzameling van beelden en symboliek met drie hoofdthema’s: de oprichtingsmythes van het land, de constitutionele fundamenten en de religieuze, linguïstische en culturele diversiteit.

(Bron en verdere informatie: (Bundeskanzlei, Der Bund kurz erklärt, Bern 2018).

Het begin van federale subsidies

De datum 25 juli 1867 is een belangrijke, maar zo goed als vergeten dag in de moderne geschiedenis van Zwitserland.

Op deze dag besloot het federale regering in Bern op basis van de Grondwet van 1848 voor het eerst federale financiering van projecten in kantons.

Deze federale subsidies waren een tegemoetkoming voor de hoge kosten van de (eerste) fase van het Jura Water Correctieproject (La Correction des Eaux du Jura/Juragewässerkorrektion) van de jaren 1868-1891 in de kantons Freiburg, Bern, Neuchâtel, Waadt en Solothurn.

Naar huidige maatstaven droeg de federale overheid ongeveer twee miljard CHF bij. De Rubicon (Aare) was (letterlijk) overgestoken.

Zwitserse Dijken en Kanalenbouwers

Zwitserse ingenieurs kunnen niet alleen tunnels  boren en  spoorwegen aanleggen, maar zijn ook kanalengravers en dijkenbouwers. Le Grand-Marais is de regio in het Drie-Meren-Land ((Drei-Seen-Land/le Pays des Trois Lacs), de meren van Neuchâtel (Neuenburg), Bienne (Biel) en Morat (Murten, en strekt zich uit over de kantons Bern, Freiburg, Solothurn, Waadt en Neuchâtel.

Na de laatste ijstijd was er een groot meer van ruim 100 kilometer lengte, dat zich uitstrekte van Yverdon-les-Bains tot Solothurn.  De woeste rivieren de Aare en Thielle doorkruisten deze regio en zorgden voor veel overstromingen.

Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw werd het technisch mogelijk de waterhuishouding van deze rivieren (en de Seyon bij Neuchâtel) te reguleren.

Dit is de zogenaamde Jurawatercorrectie (La Correction des Eaux du Jura/Juragewässerkorrektion). Deze vond plaats in twee etappes.

De eerste van 1868-1891. De Aare werd omgeleid in het meer van Biel door  het graven van een kanaal tussen Aarberg en Hagneck. Daarnaast werden drie andere kanalen gegraven: tussen het meer van Morat en het meer van Neuchâtel het kanaal la Broye, tussen het meer van Bienne en het meer van Neuchâtel, het kanaal van Thielle en het kanaal tussen Nidau-Büren.

Bij Hagneck onstond ook een van de eerste Hydro-elektrische werken, de BKW (Bernische Kraftwerke). Het waterpeil van de meren zakte door deze projecten bijna drie meter. Dit leidde weer  leidde tot nieuwe agrarische-, natuur- en ontspanningsgebieden.

Ook het eiland (St. Peter (île St. Pierre/St. Petersinsel), verblijfplaats van Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) in 1765, werd door het zakken van het waterpeil een schiereiland.

Lang ging het goed. Tot in 1954 en 1955 nieuwe overstromingen de ‘fruit- en groenteschuur’, Seeland, van Zwitserland overspoelden. Het antwoord luidde toen dijken bouwen en verhogen bij Epsemos en Hagneck. Dit gebeurde van 1962-1973 in de tweede fase van de Jurawatercorrectie.

Natuur, mens en (agrarische) cultuur kunnen uitstekend samengaan. Dat bewijst dit project in het Drie-Meren-Land. Tegenwoordig staat het gebied onder bescherming van de Fondation suisse pour la protection et l’aménagement du paysage/stiftung Landschaftsschutz Schweiz (zie onder Organisaties).

Gotische kerkje Saint-Théodule in Cudrefin

Bij het plaatsje Cudrefin (kanton Vaud) niet ver van het nationale  natuurpark Grande Cariçaie, staat het gotische kerkje Saint-Théodule uit het jaar 1342.

Tijdens de Reformatie gingen Cudrefin en de kerk tot het Protestante geloof over, wat niets heeft afgedaan aan de architectuur en het geweldige zicht op het meer van Neuchatel. Tegenwoordig hoort de kerk bij de hervormde gemeente van Vully-Avenches.

(bron en verdere informatie: www.cudrefin.ch).

De kastelen van Colombier en Boudry

De middeleeuwse kastelen van Colombier en Boudry in het kanton Neuchâtel herinneren aan de oude (Romeinse) tijd. Op de plaats van het huidige kasteel van Colombier stond sinds de 1e eeuw een Romeinse villa met een oppervlakte van ongeveer 500m2.

Beeld: www.3d-maquettes.com

De villa, tussen de oversteek van de rivier Areuse in Boudry en de beek Seyon in Neuchâtel, was toen al gelegen aan een uitgebreid wegennet.

Het vervoer over land liep ten noorden van de villa langs de zuidelijke voet van de Jura. Het was de eeuwenoude verbinding tussen de waterwegen van het Drie Merengebied en de landwegen, waarop men de Jurapassen overstak en uiteindelijk de Saône-vlakte via de Val-de-Travers bereikte. Pas door de aanleg van de kantonale weg en de autosnelweg A5 in de twintigste eeuw is de eeuwenoude verbinding niet meer relevant.

Het kasteel van Colombier is tegenwoordig een militair trainingscentrum en een historisch museum.

Kasteel van Colombier

Het kasteel van Boudry is een (wijn) museum en presenteert de tweeduizend jaar oude wijncultuur van de regio.

Kasteel van Boudry

(Bron en verdere informatie: www.milvignes.ch).

Derde Art Safiental

De tijdelijke kunstwerken in situ van de derde Art Safiental zijn verdeeld over het Safiendal (kanton Graubünden) van Valendas en Versam aan de ingang van het dal, tot Tenna en Safien in het midden en Thalkirch en Turrahus aan het einde van het dal. De thematische focus van deze editie is Analog-Digital. De werken zijn het resultaat van een dialoog met de natuur en het milieu en kunnen ook gezien worden als mogelijke voorstellen voor de volgende editie van Art Safiental die landschap, natuur, milieu, geschiedenis en maatschappij integreert. (Verdere informatie: www.artsafiental.ch).

De katholieke enclave Cressier

Cressier is een dorp van ongeveer 1 900 inwoners tussen de meren van Neuchatel en Biel aan de rand van het kanaal van Thielle.

Dit kanaal verbindt beide meren. Het dorp onderscheidt zich in economisch opzicht niet van de omliggende dorpen: wijnbouw is een belangrijke economische activiteit.

Het dorp kent een middeleeuwse historie, die nauw verbonden is met het nabij gelegen Le Landeron. De rijkere burgers van Le Landeron bouwden hun huizen in Cressier, dat op den duur een zelfstandige gemeente werd in het Graafschap Neuchâtel.

Het belangrijkste politieke besluit in de middeleeuwen was de overeenkomst tussen de (laatste) Gravin van Neuchâtel, Isabelle (1335-1395), en de stad Soleure in 1376. Soleure zou als lid van de Eidgenossenschaft ten tijde van de Reformatie katholiek blijven en een trouwe bondgenoot van Frankrijk zijn.

De machtige familie Vallier, dat ook het imposante kasteel van Cressier in 1616 liet bouwen (zie Swiss Spectator onder Monumenten), garandeerde zowel het katholieke geloof, als de relatie met de Franse koning.

De opvolgers van deze dynastie, de familie De Roll vanaf 1716 en De Diesbach vanaf 1752, zouden deze band met de Franse koning in stand houden, zelfs toen de Pruisische koning vanaf 1707 Prins van het grondgebied van Neuchâtel was.

Ook zou Cressier een katholieke enclave in het protestante Neuchâtel blijven. De katholieke kerk St. Martin uit 1872 getuigt daar nog van. Deze kwam in de plaats van de middeleeuwse kapel Du Rosaire.

Kasteel Cressier

Jacob Vallier (1555-1623) is geboren in Cressier in het Graafschap Neuchâtel. De Franse (koninklijke) dynastie d’Orléans-Longueville regeerde het Graafschap in deze periode.

Hij nam van 1585 tot 1613 als kapitein deel aan de veldtochten van de Franse Koning, zoals zoveel jonge mannen uit deze regio en Zwitserland. Hij was daarnaast werkzaam op de Franse ambassade in Solothurn.

De Franse Koning Henri IV (1553-1610) verleende hem (Franse) adellijke titels en de Seigneurie Saint-Aubin.

Van 1596 tot aan zijn dood in 1623 was hij gouverneur van het Graafschap. Hij bouwde het kasteel van Cressier in 1616. Het kasteel is sinds 1859 eigendom van de gemeente Cressier.