Stedelijke monumentale dorpen

In de 16e eeuw verordonneerde de stad Bazel dat de huizen in de dorpen in rijen moesten worden gebouwd.

Hiermee werd de basis gelegd voor het karakteristieke, stedelijke aanzicht van de dorpen in de omgeving van Bazel, de zogenaamde Baselbieter Wohnhäuser.

Vanaf 1500 tot 1833 (splitsing van het kanton Bazel in de kantons Basel-Stadt en Basel-Landschaft) bestuurde de stad Bazel de omliggende dorpen in het zogenaamde Baselbiet, het huidige kanton Basel-Landschaft.

Steile zadeldaken met de ingang van de huizen naar de straat gericht zijn kenmerkend voor de woongebouwen in het dorpscentrum in Baselbiet.

Tussen de huizen staat soms nog wel eens een schuur met dorsvloer en een stal. De meeste ruimtes zijn echter sinds 1970 tot woonruimte verbouwd. De plattegronden van de woningen zijn in hoofdzaak terug te voeren op het tweekamerconcept met keuken en woon- en slaapruimte, de Stube.

Er was hoogstens nog een gang, een kelder of soms een extra kamer. De familie sliep in de Stube. De schuur bestond uit de dorsvloer, die werd geflankeerd door twee stalgedeelten.

Sinds de 16e eeuw werden in dit type huis de woon- en economische kamers onder één dak verenigd. Zoals de meeste dorpen in Baselbiet waren ook in Reigoldswil in de 17e eeuw de meeste huizen van hout met rieten daken. Vanaf de 18e eeuw werden deze huizen echter in steen met dakpannen gebouwd. De stedelijke, monumentale allure van de meeste dorpen rondom Bazel getuigt hiervan.

(Bron: www.reigoldswil.ch).

De Bernina Express en UNESCO

De verbinding tussen Engadin (kanton Graubünden) en Tirano in de Valtellina (Veltin, Italië) heeft een lange traditie.

Eeuwenlang waren paarden, postkoetsen en sleeën de vervoersmiddelen om de Berninapas over te steken. De reistijd bedroeg ten minste negen uur en in de winter nog veel meer, als het al mogelijk was.

In 1864/65 werd de nieuwe weg over de Berninapas geopend. Reizigers konden toen en comfortabeler met de postkoets Tirano bereiken vanuit St. Moritz/Samedan en omgekeerd.

Het idee om een spoorweg aan te leggen over de Berninapas was bedoeld om het vervoer van goederen en het toerisme te bevorderen. Ook het Oberengadin (Sils (Maria), St. Moritz) zag de Bernina-spoorlijn als een positief effect op het toerisme en zijn kuuroorden in het bijzonder.

De Bernina-Bahngesellschaft (Bernina Spoorwegmaatschappij) werd op 15 september 1905 in Basel opgericht met als doel St. Moritz via de Berninapas met Tirano te verbinden en omgekeerd.

Uiteraard werd er eerst een referendum gehouden in de diverse gemeenten, die de spoorlijn verbond. De spoorwegmaatschappij moest immers land gebruiken van particuliere grondeigenaren. De burgers moesten hiermee instemmen. Alle gemeenten hebben de contracten met een grote meerderheid goedgekeurd.

Op 5 juli 1910 werd het moeilijkste gedeelte tussen Ospizio Bernina en Poschiavo geopend en was de hele spoorlijn tussen St. Moritz en Tirano in gebruik.

De spoorwegverbinding tussen het Engadin en de Puschlav werd in die tijd beschouwd als een technisch meesterwerk.

Oorspronkelijk was de Bernina Bahn alleen bedoeld voor gebruik in de zomer. In 1913/14 werd echter begonnen met reizen in de wintermaanden.

Vanaf het midden van de jaren tachtig begon de exploitant, de Rhätische Bahn, de grote toeristische aantrekkingskracht vanwege de schitterende natuur en mooie dorpen sterker onder de (internationale) aandacht te brengen.

In 2010 vierde de Rhätische Bahn het 100-jarig bestaan van de Bernina-lijn (Bernina Express) tussen St. Moritz en Tirano.

De Bernina Spoorweg staat sinds juli 2008 op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

(Bron: www.berninabahn.ch).

Sir Arthur op skies

In 1893 leert Sir Arthur Conan Doyle (1859-1939) in Davos een nog vrij onbekende sport: skiën. Twee ski-pioniers van het eerste uur, Tobias en Johannes Branger, laten hem zien hoe het moet.

Precies een jaar nadat de Brangers op 23 maart 1893 voor de eerste maal de route van Davos naar Arosa over de Maienfelder Furgga hadden bedwongen, herhaalden zij deze moeilijke tocht met Sir Arthur in 1894.

Zijn verslag van deze legendarische skitocht in het Britse blad “Strand Magazine” van december 1894 is het eerste verslag over een skitocht in Groot-Brittannië. Het brengt een grote respons teweeg.

Sir Arthur legt daarmee de basis voor de ski-hausse in Davos (en in Zwitserland).

(Bron: www.davos.ch).

De tekst bij het monument luidt:

“In Tribute to Sir Arthur Conan Doyle (1859-1930). English author-creator of Sherlock Holmes and sportsman, who on March 23, 1894, crossed the Maienfelder Furka from Davos to Arosa, thereby bringing this new sport and the attractions of the Swiss Alps in Winter to the attention of the world. The perfect pattern of a gentleman”.

Vereniging Regio Basiliensis

De vereniging Regio Basiliensis is de Zwitserse partner voor de samenwerking in het gebied van de Bovenrijn en het competentiecentrum ter bevordering van de grensoverschrijdende samenwerking met Frankrijk en Duitsland.

Het doel is  de economische, politieke en culturele ontwikkeling van het gebied te plannen en te bevorderen, de grensbeperkingen tussen de landen van de regio op te heffen en zodoende een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de Bovenrijn tot een samenhangende grensregio.

Sinds haar oprichting in 1963 heeft Regio Basiliensis een belangrijke rol gespeeld bij de vormgeving van de samenwerking in dit gebied en heeft zij bijgedragen aan de trinationale ontwikkeling.

Door haar actieve deelname als lid van de Association of European Border Regions (AEBR) en andere Europese regionale organisaties is Regio Basiliensis bovendien op Europees niveau al lang betrokken bij talrijke initiatieven ter versterking van grensoverschrijdende samenwerking.

In 1969 ondertekenden de kantons Basel-Landschaft en Basel-Stadt een overeenkomst tot de oprichting van het intercantonale coördinatiebureau van Regio Basiliensis als aanvulling op de vereniging. Sinds 1996 zijn de kantons Aargau en sinds 2003 de kantons Jura en Solothurn ook hierbij aangesloten.

Partners van de Regio Basiliensis zijn overheidsinstanties en overheidsbedrijven.

In het kader van de Europese territoriale samenwerking (ETC) van de Europese Unie, met name Interreg, en het nieuwe regionale beleid (NRP) van de Zwitserse Confederatie is Regio Basiliensis tevens het coördinatiebureau voor de kantons van Noordwest-Zwitserland en de Zwitserse regering.

Tot nu toe is de Vereniging betrokken geweest bij meer dan 200 samenwerkingsprojecten. Deze bestrijken een breed scala aan onderwerpen, van ruimtelijke ontwikkeling, vervoer bedrijfsinitiatieven, onderwijs, jeugdwerk en cultuur.

Regio Basiliensis is tevens een platform voor het publiek en informatievoorziening, promotie en lobby op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking, een platform voor de betrekkingen tussen Zwitserland en de Europese Unie en de gevolgen voor Noordwest-Zwitserland en de Boven-Rijn.

De vereniging Regio Basiliensis telt ongeveer 450 leden.

(Bron en verdere informatie: www.regbas.ch).

Kinderdorp Pestalozzi 75 jaar

De stichting Pestalozzi Kinderdorp (Stiftung Kinderdorf Pestalozzi) in Trogen (Kanton Appenzell Ausserhoden) werd in 1946 opgericht en is sinds 1982 ook in andere landen op vier continenten actief voor jaarlijks meer dan 150 000 kinderen en jongeren.

De achtergrond van het idee om een kinderdorp op te richten was het oorlogsleed van vluchtelingen en kinderen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het doel van het kinderdorp was om door de oorlog beschadigde kinderen en wezen uit Europa een onderdak en een nieuw leven te bieden.

De filosoof Walter Robert Corti (1910-1990), redacteur van het culturele tijdschrift Du, lanceerde in het augustusnummer van 1944 een oproep om een dorp te stichten waar 8.000 kinderen een thuis kregen in de geest van “wereldomspannende vriendschap”.

Achttien vrienden verenigden zich in een actiecomité met als doel dit plan te verwezenlijken. Het comité besloot kinderhuizen en een kinderdorp van 15 tot 30 wooneenheden te bouwen.

Op 3 maart 1946 besloot de gemeenteraad van Trogen unaniem om 4,5 hectare grond als bouwgrond af te staan aan de stichting kinderdorp Pestalozzi. De juridische oprichting was op 18 april 1946.

De bouwwerkzaamheden begonnen op 2 mei 1946. De eerste huizen werden aanvankelijk gebouwd door vrijwilligers uit heel Europa. Het dorp kwam in de jaren daarna stap voor stap tot stand voor bewoning door kinderen en hun volwassen begeleiders.

De kinderen werden ouder en tegen het einde van de jaren 1950 was er behoefte aan een school voor leerlingen van 13 tot 15 jaar. Dit schoolgebouw werd voltooid in 1960.

De gebedsruimte of het Andachtshaus (devotiehuis) werd in 1967 voltooid in de architectuur van de Zwitserse protestante kerkenbouw. Dit gebouw was een geschenk van de Britse koninklijke familie en stond open voor alle religies en geloofsgemeenschappen.

Tegenwoordig is het kinderdorp met zijn Appenzeller, constructieve, moderne en kerkelijke architectuur een samenhangende nederzetting en een monument van nationale betekenis.

De monumentale waarde van het Pestalozzi kinderdorp ligt echter niet alleen in zijn cultuurhistorische betekenis, maar ook de hervormingspedagogie en humanitaire hulp van Zwitserland na de Tweede Wereldoorlog.

Ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan organiseert de Stichting Pestalozzi rondleidingen en een (interactieve) tentoonstelling in het dorp over verleden, heden en toekomst van het project met onder andere kindertekeningen, foto’s over de periode 1946-heden en (historische) documenten.

(Bron: U. Habegger, Das Kinderdorf Pestalozzi, GSK Bern, 2020; www.pestalozzi.ch).

De Appenzeller Schaukäserei

De Appenzeller Schaukäserei (showroom van de productie van de Appenzeller kaas) in Stein (Appenzell Innerrhoden) is in 1978 geopend. Sindsdien hebben meer dan 8 miljoen bezoekers uit de hele wereld een bezoek gebracht aan de plaats waar de Appenzeller kaas wordt gemaakt.

De Appenzeller Schaukäserei neemt de bezoeker mee op een heel bijzondere ontdekkingsreis: van het kaasambacht tot de schoonheid van het schilderachtige Appenzellerland.

Hier voelt men dat tradities en gebruiken nog steeds geleefd worden. Het is juist deze gehechtheid aan hun vaderland die de mensen van Appenzell zo uniek maakt.

Ontdek waarom Appenzeller kaas de pittigste kaas is. Het recept blijft echter topgeheim, maar bewonder de showruimte (Schaubereich) en de indrukwekkende kaaskelder, waar tot 12.500 kazen liggen opgeslagen.

(Bron en nadere informatie: www.schweizerkaese.ch).

Tiefencastel

Het dorp Tiefencastel (Tüffenkasten in de Middeleeuwen) ligt aan de voet van de Albulapas en de Julierpas.

In de Romeinse tijd stond er een kasteel op de heuvel, vandaar de naam. Het dorp maakte deel uit van de jurisdictie Oberhalbstein in de Gotteshausbund (opgericht in 1367).

De huidige kerk van St. Stefan werd in 1343 uitgebreid en in 1650 herbouwd door kapucijnen en ingericht met belangrijk houtsnijwerk en schilderijen.

Tot 1900 liep een belangrijke verkeersas door het dorp over de Julier- en Septimer-pas. Na de uitbreiding van de paswegen werd Tiefencastel door de bouw van de postkoets (1835) en het spoorwegstation (1900) een verkeersknooppunt.

In 1999 bracht een gedeeltelijke rondweg verlichting in het dorp, dat vanaf de jaren 1970 te lijden had onder enorm doorgaand verkeer.

(Bron: Historisches Lexicon der Schweiz, G. Thöni (12.02.2016), Tiefencastel (hls-dhs-dss.ch).

Meltingen en de bedevaartskerk “Maria im Hag”

Meltingen valt al eeuwenlang in het gebied van kanton Solothurn. Het dorp hoorde bij de Heerlijkheid van kasteel Gilgenberg, een Höhenburg, in de nabijgelegen gemeente Zullwil.

De bedevaartskerk “Maria im Hag” staat ongeveer 40 m boven het dorp. De kerk werd al in 1375 in documenten vermeld. De eerste kapel op deze plaats was al veel ouder. De huidige kerk in 1519 geschonken door Hans Imer von Gilgenberg, samen met de gebrandschilderde ramen.

Bezienswaardig zijn het genadebeeld uit de 14e eeuw, de glasschilderingen van de ridder van Gilgenberg met zijn vrouw en van de twee heiligen Catharina en Agatha, het stenen kruis uit 1638, de kostbare Pietà uit 1540 en het beeld van de H. Johannes uit 1440.

(Bron: www.meltingen.ch).

Kasteel van Venthône

Het kasteel van Venthône (kanton Wallis), gebouwd in het begin van de 13e eeuw, domineert de Rhônevlakte. Gelegen op een helling van 805 meter vlakbij Sierre,  overziet en controleerde het kasteel, of eigenlijk een toren, de wegen, straten en dorpen die zich over de vallei uitstrekten.

Het vroegere leengoed van het bisdom Sion droeg de naam van de familie Venthône.  Als officieren van de bisschop bezat de familie ook de majorie van Ernen.

De Venthônes bekleedden ambten in het kapittel van de kathedraal van Sion. De belangrijkste persoon was Pierre de Venthône.

In de oorlog tussen de bisschop van Sion en Graaf Pierre van Savoye (1203-1268), tekende hij mede de vrede van 1260. In 1268 werd hij echter novice in de abdij van Hauterive, terwijl zijn vrouw zich terugtrok in het klooster van Maigrauge.

Na het verdwijnen van de familie Venthône aan het begin van de vijftiende eeuw, nam Guichard de Rarogne (1360-1425) het leengoed over. De burgers van Venthône vestigden zich vanaf 1600 in het kasteel. Ze brachten veel veranderingen aan. De grote zaal werd nieuw ingericht in de periode 1609-1619. Dit is de huidige staat van het kasteel.

Tegenwoordig is het een gemeenschapshuis en worden er onder andere tentoonstellingen gehouden. De kerk, gebouwd rond 1660, heeft een gotisch karakter en barok meubilair.

(Bron: www.venthone.ch; L. Blondel, Le Château de Venthône, Sion, 1958).

Museum d’Engiadina bassa en de Romaanse taal in Scuol

Een belangrijk kenmerk van de cultuur van Engadin (Kanton Graubünden) is de taal: het Reto-Romaans.

Het is een van de oudste nog levende Europese talen met Rhaetische, Latijnse, Alemannische, Italiaanse, Franse en Duitse wortels. De taal dreigde zo’n 100 jaar geleden uit te sterven, totdat in 1919 de Lia Rumantscha werd opgericht.

Vallader, het idioom van Unterengadin

In 1938 stemde een grote meerderheid van de Zwitsers voor de invoering van het Reto-Romaans als vierde nationale taal. Het Romaans en zijn waaier van (vijf) idiomen en enkele lokale dialecten zijn tegenwoordig weer levensvatbaar.

De tentoonstelling in het Museum van Engadin (Museum Engiadinais) in Scuol presenteert deze taal, haar idiomen en historie, inclusief voorbeelden van de taal die u kunt beluisteren.

(Bron en nadere informatie: Museum d’Engiadina bassa Scuol)

De eerste Bibel in het Reto-Romaans, Vallader idioom, gedrukt in Scuol in 1679