De Burcht in Dorf Burg in het Leimental

Het gebied van het Dorp Burg (kanton Basel-Landschaft) was al bewoond in de Romeinse tijd.

In 1168 werd kasteel Biedertan, een op een heuvel gelegen burcht (een Höhenburg, evenals kasteel Wildenstein in Bubendorf), in leen gegeven aan keizer Friedrich Barbarossa (1122-1190).

In 1269 kwam het in het bezit van het bisdom Bazel. Vanaf 1392 werd het bewoond door de Heren van Wessenberg. Na de 16e eeuw werd het kasteel omgedoopt in “Biedertal”, vervolgens “Burgtal” en tenslotte “Burg”.

In 1815 werd het dorp Burg bij besluit van het Congres van Wenen aan het kanton Bern toegewezen. In 1994 ging het dorp Burg im Leimental over in het kanton Basel-Landschaft.

(Bron: www.baselland.ch)

Het Schwarzbubenland

Het Schwarzbubenland bestaat uit de districten Dorneck en Thierstein en ligt in het kanton Solothurn, ten zuiden van het kanton Basel-Landschaft en het Laufental.

De regio biedt ideale wandel- en fietsroutes, prachtige landschappen en wordt ook gekenmerkt door cultuurhistorie met vele musea, burchten, kloosters Romeinse, middeleeuwse en (vroeg)moderne architectuur.

Mooie dorpen zijn onder andere Bärschwil, Bättwil, Beinwil, Breitenbach, Büren, Büsserach, (de stad) Dornach, Erschwil, Fehren, Gempen, Grindel, Himmelried, Hochwald, Hofstetten-Flüh, Kleinlützel, Meltingen, Metzerlen-Mariastein, Nuglar-St. Pantaleon, Nunningen, Rodersdorf, Seewen, Witterswil en Zullwil .

(Bron en verdere informatie: www.schwarzbubenland.info).

Cultuurpad Teufen

Het cultuurpad (Kulturpfad) Teufen (Kanton Appenzell Ausserrhoden) leidt door het dorp en zijn interessante geschiedenis.

Statige koopmans- en fabriekshuizen, de kerk, het gemeentehuis en de school getuigen van de welvaart. De textielindustrie vormde vanaf de 17e eeuw de basis. Het dorp is een van de mooiste dorpen in de noordelijke uitlopers van de Alpen.

De naam Teufen duikt voor het eerst op in een document uit 1272 “Tiuffen”, in de diepten. In 1429 vormde Teufen een rhode van de nieuwe politieke eenheid Appenzell.

De reformatie werd al vroeg ingevoerd. Na het Landsgemeinde-besluit van 1525, volgens welke elke parochie izelf kon beslissen of zij bij het oude geloof bleef of het nieuwe aannam, werden het altaar en het beeld in Teufen verwijderd.

Op 28 augustus 1597 werd het kanton definitief verdeeld in Appenzell Innerrhoden (katholiek) en Appenzell Ausserrhoden (gereformeerd).

Tijdens de Helvetische Republiek was Teufen de hoofdstad van het gelijknamige district in het kanton Säntis.

(Bron: Gemeente Teufen)

Trogen en zijn Stadspaleizen

Een van de (vele) bijzondere kenmerken van Zwitserland is het monumentale gebouw in de meest afgelegen gebieden en (voormalige) boerendorpen.

Dit geldt niet alleen voor de welbekende toeristische centra, Grand-Hotels en kuuroorden in de welbekende kantons, maar ook bijvoorbeeld in Schwyz, Uri, Glarus of  Appenzell Ausserrhoden.

De stadspaleizen en grote Appenzeller houten residenties in het dorp Trogen (Appenzell Ausserrhoden) spreken van grote rijkdom, die in de loop der eeuwen door handel is vergaard.

Met name de textielhandel en de huizen van de kooplieden en wevers kenmerken het dorp tegenwoordig nog. Dee handelswegen strekten zich uit tot Malta, Cádiz, Lissabon, Londen, Lyon, Glasgow, Hamburg, Königsberg, St. Petersburg, Moskau, Kaluga, Istanbul en Rijeka.

De geschiedenis van de handel van Trogen in de 17e en 18e eeuw komt vooral tot uiting op het voormalige Landsgemeindeplein. Vanaf 1597 (ontstaan kanton Appenzell Ausserrhoden) tot 1997, afschaffing van de Landsgemeinde, vond op dit plein op de laatste aprilzondag de Landsgemeinde plaats.

Het gemeenschapshuis werd in 1760-1763 gebouwd als woon- en handelsgebouw. Het stadhuis, gebouwd in 1803-1805, was tot 1876 bestemd voor de raadsleden van het kanton. In 1876 werden de vergaderplaats en de zetel van het kantonale bestuur echter verplaatst naar Herisau. De Gereformeerde Kerk van Trogen is gebouwd in 1779-1782. Die Krone is een monumentaal typisch Appenzeller houten woonhuis uit 1727 met zadeldaken en fraaie rococoschilderingen.

(Nadere informatie: www.jahrhundertderzellweger.ch).

Segantini Museum St. Moritz

De waardering en verering die Giovanni Segantini (1858-1899) en zijn kunst ten deel vielen, uitten zich in de bouw van een museum dat in 1908 aan hem werd gewijd.

De architect Nicolaus Hartmann (1880-1956) liet zich inspireren door het monumentale paviljoen dat Segantini had ontworpen voor de wereldtentoonstelling in Parijs (1900). Het gebouw met zijn machtige koepel doet denken aan een mausoleum.

Ter gelegenheid van de honderdste sterfdag van Segantini is het museum in 1999 grondig gerenoveerd, gerestaureerd en uitgebreid. De laatste renovatie en uitbreiding vond plaats in 2019.

(Bron en nadere informatie: www.segantini-museum.ch).

Bever in kanton Graubünden

Bever (kanton Graubünden), waarvan de naam teruggaat op het Keltische Beberos, bever, wordt in 1137 genoemd in het Verdrag van Gamertinger, een koopakte tussen de graven van Gam(m)ertingen en de bisschop van Chur.

In 1499 werd het dorp door de Oostenrijkers verwoest in de Schwabische Oorlog (Schwabenkrieg).

Bever is een intact Engadiner dorp met veel goed bewaarde woonhuizen, waarvan de meeste uit de 17e en 18e eeuw dateren. In die tijd was het dorp een gemeente met veel welgestelde burgers die hun welvaart dankten aan hun werk als banketbakker, uitbaters van horecagelegenheden of handelaar in het buitenland.

Hotel & Berghaus Val Sinestra

De kuuroorden zijn niet weg te denken uit het Engadin. Het kuurhotel (Kurhaus) in Val Sinestra is echter een verhaal apart. Val Sinestra ligt in een dal in Unterengadin, ten oosten van de gemeente Sent (kanton Graubünden). De minerale bronnen die in Val Sinestra ontspringen, waren de reden voor de bouw van het hotel Val Sinestra in 1912. Val Sinestra is Romaans en betekent “vallei aan de linkerkant”.

Het hotel ligt op een hoogte van 1500 meter. De vallei is bijna geheel bebost en de beek Brancla stroomt er doorheen.

De bronnen waren al bekend in de 14e en 15e eeuw. Deze bronnen zijn de enige arseenzuurbronnen in de Alpen. In het kuuroord waren zes bruikbare bronnen: vijf als drinkbronnen en één als bron voor baden.

In 1904 werd begonnen met de bouw van een eenvoudig hotel. Bovendien werd de weg van Sent naar Val Sinestra in 1906 aangelegd.

De bouw van het hotel begon in 1909. Het hotel opende de deuren in de zomer van 1912, aan de vooravond van de Eerste en daarna de Tweede Wereldoorlog en de economische depressie van de jaren 1930.

Ook dit hotel heeft zich na 1918 en 1945 niet kunnen herstellen. Het hotel werd echter in 1951 toch nog een keer ingrijpend gerenoveerd. De exploitatie duurde tot 1972. In de daaropvolgende jaren bleef het hotel gesloten.

In 1977 werd het Kurhaus overgenomen door de Nederlandse familie Kruit. In 1979 werd het hotel heropend en heet het sindsdien Hotel & Berghaus Val Sinestra.

De bronnen worden niet meer gebruikt en het geneeskrachtige water stroomt terug de Brancla in. Toch blijft gezondheid een belangrijk thema. De rust, de zuivere lucht, de ongerepte natuur, de vele wandelpaden, het gezonde eten, de huiselijke sfeer en de lage prijzen helpen daarbij.

(Bron en nadere informatie: A. Hübner, Kurhaus Val Sinestra, Scuol; www.sinestra.ch).

St. Johann en het Johanneum

De eerste gedocumenteerde vermelding van het klooster van St. Johann in het dorp Alt St. Johann (kanton St. Gallen) dateert uit 1152, toen paus Eugene III (paus van 1145-1153) het klooster onder zijn bescherming nam.

Een van de redenen voor de stichting, het laatste van de oude benedictijner kloosters in het huidige Zwitsersland, is de geografisch gunstige ligging tussen de kloosters van Pfäfers, Einsiedeln en St. Gallen.

In verband met de Reformatie kwam er reeds in de 16e eeuw een einde aan de betrekkelijk korte periode van voorspoed. In 1555 nam de abdij van St. Gallen het klooster over. Twee verwoestende branden vonden plaats in 1568 en 1626.

In 1629 besloot de prins-abt van St. Gall het klooster te verplaatsen naar wat nu Neu St. Johann is. Het nieuwe klooster (het huidige Johanneum) is, samen met de in 1680 ingewijde kerk, een van de belangrijkste gebouwen van de Zwitserse vroege barok.

(Bron: D. Studer, Das ehemalige Kloster St. Johann im Thurtal, Bern, 2002).

Kapellbrücke van Luzern

De Kapelbrug in Luzern is rond 1360 gebouwd en is de oudste nog bestaande houten brug in Europa. De kapelbrug en de watertoren zijn het herkenningspunt van de stad Luzern. Samen met de verder stroomafwaarts gelegen Spreuerbrücke getuigt zij van de middeleeuwse geschiedenis van de stad.

In de 17e eeuw ontstond de afbeeldingencyclus op de brug met de geschiedenis van de Confederatie en de stadsheiligen van Luzern, de heilige Leodegar en de heilige Mauritius.

In 1993 is een deel van de Kapelbrug door brand verwoest. De brug en een aantal afbeeldingen zijn hersteld.

(Bron: www.kapellbruecke.com).

Maloja en natuur

Het geologische gesteente bij Maloja is 300 miljoen jaar oud. De krachten van water en ijs, planten, dieren en de mens geven vorm aan het prachtige en unieke landschap bij de Malojapas.

Deze pas biedt ook goede omstandigheden voor de vogeltrek over de Alpen. De gletsjers en het klimaat hebben de voorwaarden geschapen voor de vorming van de heidevelden en moerasgebieden in Maloja.

Toen de gletsjers aan het eind van de laatste ijstijd smolten, vormden zich meren en moerassen. Het moeras van Palü Marcía is maar liefst zestienduizend jaar oud.

Deze uitgestrekte gebieden van het Oberengadin op een hoogte van 1700-1800 m zijn uniek in het Alpengebied. Zij vormen ideale broed-, overwinterings- en rustplaatsen.

De bossen hebben zich grotendeels hersteld van eeuwenlange gebruik door de mens voor beweiding, brandhout en bouwhout. De Belvedere-toren, eigendom van Pro Natura, biedt een uniek en wijds uitzicht om van dit landschap te genieten.

(Bron: www.pronatura-gr.ch).