Stad, klooster en Bibliotheek St. Gallen

Het klooster St. Gallen werd gesticht in 719. De geschiedenis begon met de Ierse monnik St. Gallus (ca. 550-620), die op deze plaats leefde, stierf en is begraven. De stichter en eerste abt van deze abdij was Otmar (689-759).

De beek Steinach in St. Georgen. Gallus liep volgens de legende langs deze beek richting de huidige abdij. Daar struikelde en vestigde hij zich op de plaats van de Gallus-kapel. Bij het dorp Steinach stroomt de Steinach in het meer van Konstanz Bodensee.

Monument voor de Heilige Otmar, 759-1959. Klosterhof

De Galluskapel

Binnen korte tijd na de stichting van het klooster vestigden zich kooplieden,beambten en ambachtslieden op de huidige Gallusplatz. Zij legden de basis voor de stad en het kanton St. Gallen.

De Gallusplatz

Het station

De stad

De abdij werd steeds machtiger en was in het Heilige Roomse Rijk een Rijksabdij met een prins-abt. Vanaf de vijftiende eeuw namen de spanningen tussen de burgers van de stad en de abdij steeds verder toe.

De stad ging in de reformatie over tot het andere geloof. De abdij bleef bestaan, maar werd letterlijk door een muur van de protestante stad afgezonderd, een soort Berlijnse muur (1961-1989) avant la lettre. Er waren strikte regels voor de monniken voor het betreden van de stad.

Na de stichting van de Zwitserse Confederatie in 1803 is het klooster in 1805 door het nieuwe kanton St. Gallen opgeheven. Van 1755-1761 is de abdijkerk St. Gallus en Otmar in barokke stijl compleet verbouwd. Na 1805 heeft het kanton diverse overheidsgebouwen op het terrein laten bouwen. Het complex huisvest sinds 1848 wel de bisschop van de dan gestichte diocese St. Gallen.

Het voormalige klooster en zijn bibliotheek en de archieven zijn sinds 1983 UNESCO-Werelderfgoed.

Het “Coronaboek’. Tijdens de Corona-epidemie herschreven  1 000 bezoekers in hun handschrift de Bijbel.

Doorslaggevend voor de keuze was de combinatie van het barokke kloostercomplex uit de achttiende eeuw met een traditie die teruggaat tot de 8e eeuw. Het unieke kloosterarchief en de bibliotheek met hun ruim 30 000 titels en unieke (middeleeuwse) manuscripten, waaronder de oudste publicaties op perkament, zijn een schat van onschatbare waarde en toegankelijk voor het publiek.

De bibliotheek is een van de oudste en grootste op haar gebied en geeft St. Gallen haar kunsthistorische wereldfaam.

(Bron: E. Tremp, J. Huber, K. Schmuki, Stiftsbibliothek St. Gallen, St. Gallen, 2007; www.stiftsbezirk.ch).

Impressies van de abdij, de kerk en de bibliotheek

 

Gallus reliek

De Gallus bel

De ingang van de abdijbibliotheek met het opschrift (vrij vertaald) “balsem voor de ziel”.

De Notker Globus (2022), gemaakt op basis van de bovenstaande tekst van een manuscript uit 1050. Het opmerkelijke is de ronde aarde, eeuwen voor Gallilei!

De Zeichen des Himmels, rond 450, het oudste manuscript in de bibliotheek.

De St. Galler Globus, 1576. Replica. De globus toont aarde en (sterren- en planeten) hemel op basis van de kennis van toen. Het origineel bevindt zich in het Landesmuseum in Zürich. In de Tweede Villmergeroorlog (1712) plunderde het protestante  Zürich de abdij en de De St. Galler Globus was oorlogsbuit.  In de jaren 1990 eiste kanton St. Gallen het origineel terug. Het compromis is de replica gefinancierd door Zürich. Ook tussen kantons spelen dergellijke kwesties! 

De St. Galler Globus, 1576. Landesmuseum Zürich

Kloster wordt Klosters

Het klooster komt voor het eerst voor in 1222 in een bul van paus Honorius III (1150-1227). De naam van het dorp Klosters is daarvan afgeleid.

De baronnen van Vaz waren de beschermheren. Het dal en het dorp kwamen 1338 in handen van de baronnen van Toggenburg. De graven van Montfort erfden het dorp van Klosters en verkochten het in 1477 aan hertog Sigmund van Oostenrijk.

De oprichting van Zehngerichtebund vond in 1436 plaats in Davos. Toen de drie Bonden (Gotteshausbund, Grauer Bund en de Zehngerichtebund) zich in 1471 verenigden, werd Klosters als Gericht lid, maar bleef tegelijkertijd Oostenrijks onderdaan. De Vrijstaat van de drie Bonden (Freistaat der drei Bünde) werd gesticht in 1524.

Klosters werd gereformeerd in 1525. Als gevolg daarvan werd het klooster opgeheven. In 1649 kochten de tien Gerichte zich vrij van Oostenrijk.

In 1803 trad Graubünden toe tot de Zwitserse Confederatie (Mediationsakte), die tot 1813 heeft bestaan. Daarna volgden de nieuwe Confederaties van 1815 en 1848 met Graubünden als lid.

In 1852 werden de eerste hotels gebouwd, en in 1889 werd de lijn Landquart-Klosters van de Rhätische Bahn geopend.

(Bron: www.klosters-serneus.ch).

Rapperswil, Habsburg en de Eidgenossenschaft

De oorspronkelijke residentie van de graven van Rapperswil was in Altensdorf (Kanton Schwyz). De graven profiteerden van de belangrijke handelsroute over de bergpassen in Graubünden met Lombardije en Venetië.

In 1220 vestigden de graven zich op de heuvel van het huidige kasteel in Rapperswil. Dit is de oorsprong van de stad. De opening van de Schöllenschlucht rond 1220 opende een meer directe doorgangsroute over de Gotthard en speelde waarschijnlijk een rol bij deze verandering. Ook de lucratieve pelgrimsroute naar Einsiedeln via Rapperwil kan een motief zijn geweest.

Rapperswil is sinds 1253 een zelfstandige stadsparochie; voordien stond de kerk onder toezicht van het klooster Pfäfers. De eerste (Romaanse) kerk werd in 1229 op de kasteelheuvel gebouwd.

In 1354 ging de heerschappij over Rapperswil over op de hertogen van Oostenrijk, de Habsburgers. Rapperswil werd een vrije Rijksstad in 1415.

De stad sloot een verbond met de Eidgenossenschaft in 1458. De Orte Schwyz, Glarus, Uri en Unterwalden (1464-1712) en later Bern, Glarus en Zürich (1712-1798) waren de toezichthouders (Schirmorte).

In 1803 werd het kanton St. Gallen gesticht. Het kasteel werd overgenomen door de stad Rapperswil. De neogotische kerk met de ongelijksoortige romaans-gotische torens werd gebouwd na de brand in 1882.

Polenmonument Rapperswil

“Polens unsterblicher Genius nach hundertjährigem Kampf mit der Gewalt noch unbesiegt ruft auf Helvetiens freiem Boden zur Göttlichen und meschlichen Gerechtigkeit”.

Het Pools Museum in Rapperswil (Kanton St. Gallen) documenteert de Pools-Zwitserse betrekkingen die al enkele eeuwen bestaan.

Het presenteert de Poolse cultuur en geschiedenis en geeft een beeld van de in de traditie verankerde vrijheidsstrijd van de Polen. Het museum geeft ook een beeld van de bijdrage van de Polen aan de materiële en geestelijke cultuur van Zwitserland.

Laser Lightning Rod

In zijn hoedanigheid van nationale weer- en klimaatdienst voert MeteoSchweiz op elk moment weer- en klimaatmetingen uit op het gehele Zwitserse grondgebied. De complexe topografie van de Alpen vormt daarbij een grote uitdaging.

Op de Säntis (Kanton Appenzell Ausserrhoden) staat ook een weerstation (SwissMetNet). Een nieuw project op de Säntis heet ‘Laser Lightning Rod’. Sinds de uitvinding van de bliksemafleider door Benjamin Franklin (1706-1790) in 1752 is de wetenschap druk bezig om het natuurlijke fenomeen van de bliksem te begrijpen.

Als gevolg van de snelle ontwikkeling van de lasertechnologie wordt een nieuw type bliksembeveiliging onderzocht. Het doel van het “Laser Lightning Rod”-project is het ontwikkelen van een nieuw laserbliksembeveiligingssysteem.

(Bron: www.MeteoSchweiz.ch).

St. Evortius kapel

De kapel in Pfäfers (kanton St. Gallen) de status van kerk in de 10e en 11e eeuw  binnen het middeleeuwse kloostercomplex van Pfäfers .

De kerk was gewijd aan St. Evortius van Orléans. Rond 900 werd de kapel ter ere van hem gebouwd. Rond 880 worden relikwieën vermeld in de reliekschrijn van het klooster Pfäfers.

De kapel had drie altaren. De oudste voorstelling van klooster en kapel dateert van 1386. De kapel die er nu nog staat, werd in 1625 herbouwd.

Urnäsch, grootste gemeente van Appenzell Innerrhoden

Urnäsch (Kanton Appenzell Innerrhoden) is een dorp op de linkeroever van de rivier Urnäsch en qua oppervlakte de grootste gemeente van het kanton.

De naam “Urnasca” duikt reeds in de 9e eeuw op. Onder de heerschappij van de abdij van St. Gallen vormde het dorp eerst een district met Herisau.

In de 14e eeuw was het een rhode van het ambt van Hundwil. In 1377 sloot het zich aan bij de Zwabische stedenbond en in 1401 bij de stedenbond met St. Gallen. De politieke onafhankelijkheid werd bereikt in 1417. In 1525 bekeerde het dorp zich tot de reformatie.

Sinds de verdeling van het land in 1597 behoort Urnäsch tot Appenzell Innerrhoden als een van de zeven Rhoden.

(Bron: www.urnaesch.ch).

De drievoudige waterscheiding op Piz Lunghin

Niet ver (1,8 km) van het natuurcentrum Torre Belvedere (Maloja, kanton Graubünden), bevindt zich de enige drievoudige waterscheiding van Europa.

De Piz Lunghin ligt op 2 780 m. De Lunghin Pass is een heel bijzondere plek: een druppel regen die hier valt kan in drie richtingen wegstromen:

Noordwaarts via de Julia en de Rijn naar de Noordzee, zuidwaarts via de Maira en de Po naar de Middellandse Zee, of oostwaarts via de Inn en de Donau naar de Zwarte Zee.

(Bron: Natuurcentrum Torre Belvedere, Maloja).

NaturErlebnispark Schwägalp/Säntis

Het gebied is een cultuurlandschap gebaseerd op een 1000 jaar oude traditie. De themapaden en het geologische-Steinpark geven veel informatie over de bossen, de alpine economie, de vennen, flora en faune in dit unieke landschap.

Strooiselweiden zijn rietweiden die pas aan het eind van de zomer worden gemaaid, wanneer ze reeds gescleroteerd zijn. De biodiversiteit van de weideplanten blijft zo behouden.

De heidevelden op de terrassen Schwägalp, Lütisalp, Säntisalp en Potersalp zijn zeer indrukwekkend. In de beboste delen van het landschap liggen de hoogvenen en vennen verspreid in ontelbare kleinere en grotere open plekken. Buiten de venen vertoont het veenlandschap een grote diversiteit aan biotopen.

Het aangrenzende gebied in het zuidwesten is een waardevol alpen-cultuurlandschap met diverse, natuurlijke en cultuurgebonden elementen. De bewoning van het veenlandschap is grotendeels in haar typische structuur bewaard gebleven en bestaat uit gebouwen in eeuwenoude architectuur en traditioneel gebruik.

(Bron: www.naturerlebnispark.ch).

Het Säntis-massief

Reeds rond het jaar 850 noemde een monnik uit het klooster van St. Gallen de Säntis in een brief.

De Benedictijner pater Desiderius Wetter (1702-1751) meldde in zijn kroniek dat op 14 november 1680 twee geestelijken en een natuuronderzoeker uit Zürich met een gids uit Appenzell Innerrhoden de Säntis beklommen om op zo groot mogelijke hoogte een komeet met een staart te kunnen zien. Dat is tot op de dag van vandaag niet veranderd, alleen de klim is veel gemakkelijker met de kabelbaan. De berg is tevens een onderzoekscentrum, en metereorologisch instituut en maakt deel uit van het Schwägalp en Säntispark.

Het machtige, gelaagde rotslandschap van het Säntis-massief (Kanton Appenzell Ausserrhoden) vormt zowel geografisch als geologisch de noordelijke rand van de Alpen en verheft zich hoekig en steil boven het gewelfde voorland. De rotswand toont grote verschillen. Er zijn lichte en donkere, harde en zachte, vegetatieloze en met vegetatie bedekte rotslagen.

Zij zijn afgezet in het Krijt, ongeveer 142 tot 87 miljoen jaar geleden, onder voortdurend veranderende milieu-invloeden van een zee op het huidige Europese continent was. In het Krijt lag de zeespiegel aanzienlijk hoger dan nu en was het klimaat ook veel warmer. Elke laag komt overeen met een specifieke tijdsperiode.

Deze virtuele reis door de tijd (die te zien is in het Steinpark) begint 142 miljoen jaar terug en eindigt 11 miljoen jaar geleden. De rotsen vertellen over koraalriffen in een tropische zee, over hoog- en laagwater, over rivieren en over dramatische milieuveranderingen.

(Bron: Martin Wyss, Hans Aeschlimann, Luzi Matille, Säntis Steinpark).