Emma Kunz in Appenzell Ausserrhoden

Emma Kunz (1892-1951) was bekend als kunstenaar, natuurgeneeskundige en onderzoekster. Zij leefde van 1951 tot 1963 in Waldstatt. (kanton Appenzell Ausserrhoden).

Voor haar waren haar tekeningen en illustraties geen kunst of een doel op zich, maar verbonden met haar werk als natuurgeneeskundige.

De inhoud van haar ontwerpen en illustraties waren een leidraad in haar beroep. Zij verkende het oppervlak van het grafiekpapier met de slinger, de vaste punten en de lijnen van de zwaartekracht. In haar eigen woorden: “Begrippen en getallen zijn in de eerste plaats de kennis gebaseerd op de natuur en de eigen mogelijkheden“.

Zichtbaar bewijs van dit zoeken naar regelmatigheden zijn de pendeltekeningen op groot formaat, gemaakt met kleur- en oliepastels.

(Quelle: Zentrum Emma Kunz, Würenlos).

Het Appenzeller kasteel, kaas en klooster

De hoofdstad van Appenzeller kaas heeft meer te bieden dan haar specialiteit. Het kasteel met laatgotische en renaissance-elementen werd in 1563-1570 gebouwd door dokter Anton Löw (1535-1584) na de grote dorpsbrand van 1560. Appenzell werd eigenaar in 1585.

In 1688 kwam het kasteel weer in particuliere handen. De neo-klassieke toevoegingen dateren van rond 1840. In 1613 namen de eerste kapucijner nonnen hun intrek in het kasteel, totdat het nieuw gebouwde klooster ernaast in 1682 voor hen beschikbaar kwam.

De kloosterkerk werd tussen 1619 en 1621 gebouwd in maniëristisch- vroegbarokke stijl en tussen 1860 en 1866 gerenoveerd in neo-romaanse stijl.

Het dorp en kanton Appenzell Innerrhoden

Met zijn 5800 inwoners is Appenzell de hoofdstad van het kleinste Zwitserse kanton. Het is het politieke, economische en culturele centrum van het kanton Appenzell-Innerrhoden.

De parochie van Appenzell werd gesticht in 1071. De kerk van St. Mauritius werd al in 1069 gebouwd. Het was een kerk van het klooster van St. Gallen. Rond 1300 werd het herbouwd in laat-romaanse stijl, en in 1488-1513 in laat-gotische stijl.

In 1597 besloten de Kirckhöri in Appenzell en de Ausser-Rhoden tot een vreedzame verdeling van het land in de katholieke Innerrhoden en de gereformeerde Ausserrhoden door de ondertekening van het landverdelingsoorkonde.

Met de invoering van de federale grondwet in 1848 mogen alle gereformeerde Zwitsers zich in Innerrhoden vestigen.

Rond 1900 werden 373 protestanten geteld, ongeveer 3,5% van de bevolking, en kort daarna werd de eerste gereformeerde kerk gebouwd. Vandaag telt deze kerk 1255 leden in het katholieke kanton.

Münsterlingen abdij

Het klooster werd gesticht rond 986. De plaats werd Monasteriolum genoemd en later Münsterlingen. De beschermheiligen van de kerk waren Remigus, Walburga en Scholastika.

In 1524 kreeg de gereformeerde leer in Münsterlingen voet aan de grond. In 1533 werd de oude kloosterkerk gebruikt door protestanten en katholieken. In 1549 kwamen Benedictijner nonnen uit Engelberg om het katholieke geloof te vernieuwen.

Het klooster werd herbouwd in de Hoogbarok van 1711 tot 1716 en ingewijd door de bisschop van Konstanz in 1727. De bouwmeester en architect was Franz Beer von Blaichten (1660-1726).

Voor het altaar staan elementen in de Régencestil. Het traliewerk uit 1736 en de plafondschilderingen zijn goed bewaard. Het gouden raam boven het hoofdaltaar is een ander bijzonder kenmerk.

Het klooster werd in 1848 opgeheven en ingericht als kantonaal ziekenhuis. Tegenwoordig is de kerk de parochiekerk van het dorp.

(Bron: www.muensterlingen.ch).

Romanshorn

Romanshorn (Kanton Thurgau) en de Oude Kerk werden voor het eerst genoemd in een schenkingsakte uit het jaar 779.

De Franse adellijke Waldrata liet haar eigendom in ‘Rumanishorn’ na aan het klooster van St. Gallen. De voogden van het klooster woonden in het kasteel.

De oude kerk werd vanaf 1563 door  katholieken en protestanten gebruikt, zoals op veel plaatsen in Zwitserland. Het nieuwe kasteel (nu een restaurant) werd in 1404 gebouwd. Duizend jaar lang, tot 1798, stond het vissersdorp onder het bewind van de abten van St. Gallen.

Vanaf het midden van de 19e eeuw kwamen er steeds meer goederen uit Lindau die over het Bodenmeer verscheept moesten worden. Met de bouw van de grootste haven aan het Bodenmeer en het spoorwegstation in 1855 ontwikkelde het kleine dorp zich tot een havenstad. Romanshorn werd een verkeersknooppunt.

(Bron en nadere informatie: www.romanshorn.ch).

De oude brug over de Inn

De toren op de linkeroever van de Inn stond als versterking bij de brug. De oude weg van Ardez via Tarasp naar Scuol en het pad van Scuol naar S-Charl liepen over deze brug. Ze stammen waarschijnlijk uit de 16e eeuw.

Het dak is bedekt met koper, het metselwerk is versierd met sgrafitto. De wapenschilden van de drie Bonden (Zehngerichtenbund, Gotteshausbund, Grauer Bund) boven de poort dragen het jaartal 1661.

Het oude badhuis Pfäfers

Volgens de overlevering werden de bronnen van de Taminakloof rond 1240 ontdekt. Ze werden voor het eerst genoemd in een document uit 1382. De abten van het klooster in Pfäfers bouwden het eerste badhuis in de 14e eeuw.

Het oudste overgebleven barokke badhuis (Das Alte Bad Pfäfers) van Zwitserland is tussen 1704 en 1718 gebouwd. Het monumentale gebouw geeft een idee van de eeuwenoude badcultuur.

Vele illustere kuurgasten lieten zich verzorgen door de helende eigenschappen van het water. Het badhuis is tegenwoordig een cultureel centrum.

(Bron: www.altes-bad-pfaefers.ch).

De vroege industrialisering van Glarus

Het dorp Glarus is altijd het administratieve centrum van het kanton Glarus geweest. De Landsgemeinde wordt hier al 600 jaar lang elk jaar op de eerste zondag in mei gehouden.

De industrialisatie van het kanton begon al in 1740. In dat jaar experimenteerde een handelsonderneming in Oberdorf voor het eerst met textiel- en katoenindustrie. In 1860 waren er zes grote fabrieken die werk boden aan ongeveer 1800 mensen.

Tal van gespecialiseerde toeleveranciers ontstonden. Er kwamen banken, verzekeringsmaatschappijen en een effectenbeurs. In 1859 bereikte de spoorweg Glarus. Het maakte het wijdverbreide gebruik van steenkool en ander transport mogelijk.

De overgang van de 19e naar 20e eeuw bracht het verval van deze industrie. Veel ambachten en diensten overleefden echter en tegenwoordig heeft het kanton veel moderne bedrijfstakken.

(Bron: www.gl.ch).

Schächental en Spiringen

Het Schächental (kanton Uri) was al voor de komst van de Romeinen bewoond. Daarna kwamen de Alemannen, waaronder de Spiro-clan, die zich vestigden in wat nu Spiringen is. De talrijke plaatsnamen met -ingen herinneren aan de Alemannische periode. Het Schächendal werd rond 650 gekerstend.

Reeds in 1275 nam Spiringen deel aan het vredesverdrag tussen Uri en het klooster Engelberg. In 1290 stichtten de bewoners van het Schächendal de Sint-Michaëlskapel in Spiringen. De bouw is gedocumenteerd door de stichtingsoorkonde van 29 maart 1290. Deze oprichtingsakte is een belangrijk document voor de tijd van de Confederatie in wording. De kapel  viel onder de parochiekerk van Bürglen.

In 1495 werd een nieuwe laatgotische kerk gebouwd. Spiringen splitste zich op 22 juni 1591 af van de moederparochie in Bürglen.

In de 15e/16e eeuw werden ook huizen gebouwd, die het dorp nog steeds sieren en een fraai aanzien geven. Op 27 en 28 september 1799 trok generaal Suworow met zijn 20.000 manschappen door Spiringen toen hij over de Kinzigkulm naar Muotathal marcheerde. De huidige St. Michaelskerk werd in 1950 gebouwd. De torenspits is tot ver in het dal te zien.

(Bron: www.spiringen.ch).

De gesneuvelde Eidgenossen bij Näfels

De parochie van Mollis (kanton Glarus) is voor het eerst vermeld in 1283 met een kapel, die later werd verheven tot parochiekerk.

Tot de reformatie behoorden ook Näfels en Oberurnen tot Mollis. In 1706 werd de oude kerk herbouwd.  Johann Ulrich Grubenmann (1709-1783) bouwde in 1760 een nieuwe kerk op dezelfde plek.

In 1839 werden in de kerk gedenkplaten geplaatst voor alle Glarner en andere Eidgenossen die bij de Slag bij Näfels (9 april 1388) sneuvelden en in Mollis zijn begraven.

“Hier rusten de beenderen van de Glarner en Eidgenossen die hun leven gaven aan het vaderland in de Slag bij Näfels op 9 april 1388“.

(Hier ruhen die Gebeine der Glarner und Eidgenossen die am 9. April 1388 in der Schlacht bei Näfels dem Vaterlande ihr Leben offerten).

Hun namen en plaatsen (o.a. Niederurnen, Filzbach, Mollis, Glarus, Schwanden, Lintthal, Sernfthal, Uri) zijn vermeld op de borstwering van de galerij.

(Bron: www.ref-kirchenkreisglarusnord.ch).