De Taminakloof en de Sardona

De Taminakloof (kantons St. Gallen en Graubünden) is de naam voor het gebied van de gemeente Pfäfers met de gemeenten Valens en Vättis.

De toegang tot de kloof (Taminaschlucht) verloopt meestal via Bad Ragaz. Vanuit Pfäfers kunt u de bergruïne Wartenstein, het kasteelhotel Wartenstein, het oude badhuis Pfäfers, de kloosterkerk, die in 1694 in barokstijl werd gebouwd, en het klooster Pfäfers met zijn 1100-jarige geschiedenis bekijken.

De  TectonicArena Sardona (sinds 2008 UNESCO-werelderfgoed), het uitzichtspunt Windegg, de Walsernederzetting St. Martin, het stuwmeer van Gigerwald, de Kunkelpas, het dal van St. Margrethenberg, het Calfeisendal, de Taminabrug (de grootste boogbrug van Zwitserland) en de dorpen Valens en Vättis (met het jachtmuseum, het Drachloch-museum en de beeldenroute) liggen ook in deze regio.

Bovendien is de Sardona, vernoemd naar de berg Piz Sardona, bij uitstek de plaats om inzicht te krijgen in het ontstaan van de Alpen 250-300 miljoen jaar geleden. De hoogste top is 3247 meter (de Ringelspitz).

Het dorp Näfels

Het dorp Näfels (kanton Glarus) dankt zijn plaatsnaam aan de romaanse nederzetting. Het Latijnse woord ‘Novale’ betekent nieuw gebied. In het Reto-Romaans werd deze term ‘Novalis’ in het meervoud. In een verdere taalkundige ontwikkeling ontstond “Novalias” en daaruit de huidige naam Näfels.

Het is dus een bewijs dat er Romeins gesproken werd. De Alemannen die de Romeinen volgden, vestigden zich in het gebied. De Alemannische term ruodan (roden of riuten) gaf aanleiding tot het woord Rauti voor nieuw land.

De plaats is ook bekend van de slag bij Näfels in 1388, waarbij Habsburg (weer) een nederlaag leed tegen de Eidgenossen.

De eerste kerk wordt pas in 1523 gedocumenteerd. In de 17e eeuw kreeg Näfels de status van hoofdplaats van de katholieke deelstaat Glarus. Er was echter ook een protestants-gereformeerd land in Glarus.

Het kapucijnenklooster op de Bürghügel werd tussen 1675 en 1679 gebouwd. In de kloosterkerk bevinden zich drie prachtige altaren met schilderingen van de kunstenaar Johann Michael Hunger (1634-1714).

De huidige laatbarokke Hilariuskerk werd gebouwd tussen 1777 en 1781.

De stadskerk van Glarus werd tussen 1863 en 1866 gebouwd door architect Ferdinand Stadler (1813-1870) als neoromaanse basiliek.

Natuurreservaat Kreisalpen

Het reservaat (kanton St. Gallen) beslaat 470 ha bosgebied. De auerhoen is de meest imposante en zeldzaamste bosbewoner in dit reservaat. Het reservaat is ook een kernhabitat voor de hazelhoen en korhoen.

De auerhoen heeft gemengde naaldbossen nodig. De hazelhoen geeft de voorkeur aan dichtbegroeide jonge bossen en de korhoen is een bewoner van de bosrandzone.

Het kanton draagt een bijzondere verantwoordelijkheid voor de auerhoen, die in Zwitserland ernstig wordt bedreigd. Met de bosreservaten “Amden”, “Kreisalpen”, “Wengital-Regulastein”, “Moosbühel”, “Pardiel”, “Tamons” en andere projectgebieden zijn de eerste belangrijke mijlpalen gezet voor de bescherming van deze boshoendersoort.

De auerhoen wordt beschouwd als een indicatorsoort. Gaat het de auerhoen goed, dan is de kwaliteit van de habitat ook voor vele andere soorten goed of voldoende.

(Bron: www.sg.ch).

Het Freulerpaleis in Näfels

Het Freuler Paleis (Freulerpalast) is in 1642-48 gebouwd door kolonel Kaspar Freuler (1595-1651). Het was representatief voor de Zwitserse officiersaristocratie. De woning bleef tot 1840 in het bezit van de nakomelingen van de kolonel.

De barokke tuinzaal (Sala terrena) is een veelvoorkomend kamertype in de 17e-eeuwse Europese statige architectuur.

Het prachtige ingangsportaal, de grote feestzaal, de kleine kapel, de regimentsgalerij met zijn (verloren gegane) wandtapijten en portretten van de kapiteins van het Zwitserse Garderegiment in dienst van het Franse koningshuis en de beide pronkzalen, de salon en andere vertrekken verkeren nog in goede staat van onderhoud.

Talrijke hoge officieren uit Näfels die hun geld van buitenlandse dienst mee naar huis brachten, bouwden statige familiehuizen in het dorp.

Daarna werd het gekocht door de gemeente Näfels. In 1936 ging het paleis over naar een stichting. Het Museum van het kanton Glarus is hierin gehuisvest.

(Bron: www.glarus-nord.ch).

De Tellskapelle in Bürglen

De kapel van Tell (Tellkapelle) met fresco’s uit 1582 bevindt zich op de plaats waar volgens de legende het huis van de nationale held stond.

Friedrich Schiller (1759-1805) maakte de legende beroemd in zijn boek (1804) Wilhelm Tell. Het Tell-Lehrpfad begint met de woorden:

“Die Sonne blickt über die hohen Berggipfel auf die Waldstätte Uri, Schwyz und Unterwalden.

Das Licht fällt auf die dunklen Wälder und dringt nur ganz knapp in die tiefen, geheimnisvollen Täler. In dieser Zeit bringt jedoch der erste Sonnenstrahl grausige Bilder zum Vorschein.

 Die Vögte des Kaisers treiben in der unschuldigen Landschaft ihr Unwesen. Vergewaltigung, Plünderung und Ausbeutung durch schwere Steuern und Bussen sind an der Tagesordnung.

 Jedes Morgenrot bringt neue Schandtaten ans Licht, und die Leute rund um den Vierwaldstättersee leben in Angst und Not.

 Gessler, der Tyran sondergleichen, wütet in den Talern und lässt keinen Stein auf dem andern. Nur einige Männer wie der Tell wagen es, den Gräueltaten entgegenzutreten!”

Wilhelm Tell in Bürglen

Het dorp Bürglen (kanton Uri) ist voor het eerst vermeld in een oorkonde van 857 onder de naam “Burgilla”. Het dorp van Wilhelm Tell wordt beschouwd als een van de oudste nederzettingen in Uri.

In dit jaar schonk koning Ludwig de Duitser (806-876) de kapel samen met horigen, akkers, weiden en bossen aan priester Berold, die jarenlang trouw de koningsdochter Hildegard, abdis van het klooster van St. Felix en Regula (het huidige Fraumünster in Zürich), had gediend.

De barokke parochiekerk van Sint-Petrus en Paulus, gebouwd in 1684, heeft een koepelzaal die van buitenaf niet zichtbaar is. Het interieur heeft prachtige altaren en vroeg barok stucwerk.

De toren is van de Romaanse voorganger. Aan de buitenkant zijn decoratieve schilderingen aangebracht: St. Christoffel, Willem Tell en het opschrift “Gott und Fryheit”.

Op het dorpsplein staan twee ronde kapellen: het Ossuarium en de kapel van de Olijfberg uit 1693. Het monument van Tell (Tellbrunnen) en de kapel van Tell staan op of vlakbij het kerkplein.

Het beeldhouwwerk Tell met zoon van de beeldhouwer Josef Jakob Scolar was het eerste Tell-monument in Altdorf. Het werd aan  Bürglen geschonken door Altdorf. Het stond vroeger op een fonteinzuil in deze plaats.

In de Wattigwylerturm uit de 13e eeuw bevinden zich het Tell museum. Het museum laat zien hoe de Tell-gedachte zich over de wereld verspreidde (www.tellmuseum.ch).

Het Tell Lehr-Pfad leidt in ongeveer 30 minuten langs relevante plaatsen met betrekking tot Wilhelm Tell.

De 10 km lange kapellenroute leidt langs elf kapellen in en rond Bürglen.

 

De kapel van het Heilige Kruis in Appenzell

De kapel (Heiligkreuzkapelle) in Appenzell werd in 1561 in laatgotische stijl gebouwd ter vervanging van een oudere kapel die bij de dorpsbrand van 1560 werd verwoest. De kapel is gewijd ter ere van het Heilig Kruis en de Veertien Helpers.

Het classicistische zandstenen portaal dateert uit 1787. De kerkbanken komen uit de kapel van de H. Magdalena in Steinegg.

Abdij enn dorp Engelberg

De benedictijnenabdij van Engelberg is gelegen in een bergdal aan de voet van de Titlis (kanton Obwalden). Het dorp Engelberg is daarna tot bloei gekomen.

Het klooster werd (financieel) gesteund door de Zürichse edelman Konrad von Sellenbüren en in 1120 opgericht door monniken uit Muri onder leiding van abt Adelhelm.

In het midden van de 12e eeuw vernieuwden monniken van het hervormingsklooster van St. Blasien (Zwarte Woud) het monastieke leven. Abt Frowin (1147-78) stichtte een scriptorium, die onder hem en zijn opvolgers Berchtold (1178-97) en Heinrich (1197-1223) tot grote bloei kwam. De abdij was lange tijd een dubbelklooster voor mannen en vrouwen. De  vrouwengemeenschap verhuisde in 1615 echter naar Sarnen (St. Andreasklooster).

Buiten het dal had de abdij vooral bezittingen in Nidwalden, Luzern, Aargau en Zürichgau. Sinds haar stichting speelde de abdij een centrale politieke, religieuze en economische rol in het dal van Engelberg. Tot de Franse Revolutie was de abt zowel geestelijke als wereldlijke heer van de vallei. In 1798 werden de dorpen in de vallei politiek onafhankelijk.

Aanvankelijk was de abdij gelegen in Nidwalden. Vanwege het verzet van dit kanton tegen de nieuwe confederatie van 1815, kreeg kanton Obwalden de vallei en het klooster. Het huidige barokke kloostercomplex werd gebouwd na de grote brand in 1729.

(Bron: Historisches Lexikon der Schweiz, Engelberg Kloster, https://hls-dhs-dss.ch/de/articles/008557/2011-03-31; www. kloster-engelberg.ch).

 

Nidwalden in de twintigste eeuw

Het kanton Nidwalden koos herhaaldelijk een eigenzinnige weg om onafhankelijk te blijven. In 1798 verwierp Nidwalden de door de Franse bezetter opgelegde Helvetische Republiek (1798-1803).

Het kanton voerde zelfs oorlog tegen Napoleon. De slag van 9 september 1798 eiste meer dan 400 Nidwaldner levens en veroorzaakte een langdurig trauma.

In 1815 trokken troepen van de Zwitserse Confederatie het kanton binnen en eisten aanvaarding van het federale verdrag (Bundesvertrag). In 1845 sloot het kanton zich met zes andere katholieke kantons aan bij de Sonderbund, die in 1847 een (korte) oorlog voerde met de (gereformeerde) kantons van de Confederatie.

Ook in 1848 weigerde het kanton toe te treden tot de nieuwe Confederatie. De ontwikkeling van een klein plattelandskanton tot een moderne staat was altijd beladen met hindernissen. Naast een flinke portie zelfbevestiging werd er ook gestreden om de privileges van de heersende katholiek-conservatieve elite.

Tijden veranderen echter in een snel tempo. In 1954 stemde de Landsgemeinde voor een betere verbinding met de rest van het land. De bevolking eiste een beter wegennet en spoorwegverbinding en aanvaardde er zelfs het verlies van autonomie voor.

Vooruitstrevende persoonlijkheden en verbazingwekkende pionierswerken getuigen van de moderne (politieke) ontwikkeling van het kanton. Het kanton werd een (Europees) transitkanton met een goede aansluiting op het spoorweg- en autosnelwegennet. De kantonale grondwet van 1965, die in het hele land aandacht kreeg, was modern.

Op 1 december 1996 schafte de bevolking van Nidwalden de Landsgemeinde af, een meer dan 600 jaar oude democratische instelling voor zelfbeschikking. Nog een teken van de wil om te hervormen.

(Bron: Nidwaldner Museum, Stans).

Stans en Nidwalden

Het dorp Stans is de hoofdplaats van het kanton Nidwalden. Het is de oudste nederzetting in de Nidwaldenvallei. De eerste menselijke sporen zijn terug te voeren tot de 2e eeuw v. Chr. De originele Romeinse naam is Stagnum.

De eerste Alemannen vestigden zich in de 7e en 8e eeuw. De eerste kerk wordt in deze periode gebouwd.

De Tagsatzung (bijeenkomst van de acht steden/Orte) van Stans leidde in 1481 tot het Verdrag van Stans (die Verkommnis) en de totstandkoming van de tien leden tellende Zwitserse Confederatie (Eidgenossenschaft).

De Verkommnis is het verdrag van de acht oude leden van de Confederatie dat, samen met het aanvullend verbond met Freiburg en Solothurn, een einde maakte aan het proces van staatsvorming (tot 1501).

De bouw van de Rosenburg, het Fruonzhuis, het Oberhaus, het Zeigerhaus, het Busingerhaus, het stadhuis, het Winkelriedhaus, het Leuw’schenhuis, het Wammer’schenhuis, het Zeiger’schenhuis, de pastorie, de kapucijnen en het nonnenklooster vonden plaats in de 13de-18de eeuw.

De vroegbarokke parochiekerk van Sint-Petrus en Paulus werd in 1642-1647 gebouwd op de plaats van vijf eerdere kerken.

Het Ossuarium of knekelhuis is een kapel uit de 15e/16e eeuw.  Aan de oostzijde is een gedenkplaat met de Ars Moriendi voor de slachtoffers van de Franse invasie van 1798.

(Bron: Historisches Lexicon der Schweiz, Stanser Verkommnis (hls-dhs-dss.ch); www.stans.ch).