Grafkerk Sous-le-Scex

De vroegchristelijke grafkerk (in Sion, kanton Wallis) uit de vijfde eeuw is een van de best bewaarde in Europa. Ze werd gebouwd op basis van de architectuur van de Romeinse basilica. De kerk bleef in gebruik tot de 10e eeuw.

De vorm van de kerk van Sous-le-Scex is een reactie op de bezorgdheid van de kerkvaders die, na de aanvaarding van het christendom als de godsdienst van het keizerrijk (in 313), wilden dat de christelijke heiligdommen zich visueel onderscheidden van de heidense heiligdommen.

Daarom besloten zij de inrichting te baseren op de Romeinse basilica, die wordt gekenmerkt door een grote overdekte zaal met een apsis. Het plan ontwikkelde zich in drie bouwfasen: 400-500, 550-600 en rond 600 n. Chr.

De kerk fungeerde in haar beginjaren als begraafplaats en niet voor liturgische plechtigheden. Meer dan 1000 skeletten zijn gevonden in ongeveer 500 graven. Vanaf de 8e eeuw kreeg de kerk een liturgische bestemming.

Bron: Sitten (Gemeinde) (hls-dhs-dss.ch)

Zernez, het natuurparkcentrum en de Von Plantas

De bezittingen van de heren in Zernez van Tarasp von Wildenberg en von Frickingen gaan terug tot de 12e en 13e eeuw. Deze gingen vervolgens over naar de bisschop van Chur en in de 14e eeuw naar de Plantas, de machtigste familie van Oberengadin.

In 1367 vond in Zernez de oprichting plaats van de Gotteshausbund. In 1499 (Swabische- of Engadiner Oorlog) en 1622 (Bündner Wirren) werd het dorp verwoest.

Zernez sloot zich aan bij de reformatie in 1553. In 1609 schonk Rudolf von Planta (1569-1638) de vroegbarokke parochiekerk. In 1652 kocht Zernez zich, net als de rest van het dal, los van Oostenrijk.

Het in 1968 in Zernez opgerichte Nationaal Parkcentrum/Museum is in 2008 naar een nieuw gebouw verhuisd, en sinds 2007 is op kasteel Wildenberg de administratie van het park ondergebracht.

(Bron: Historisch Lexicon van Zwitserland, Zernez, https://hls-dhs-dss.ch/de/articles/001525/2016-12-14/).

Het Paleis DuPeyrou in Neuchâtel

Het stadspaleis DuPeyrou stamt uit 1771. Het draagt de naam van de eerste eigenaar Pierre-Alexandre DuPeyrou (1729-1794). Hij was een vriend van Jean-Jacques Rousseau (1712-1778), die enkele jaren in de omgeving van Neuchâtel woonde.

Hij publiceerde, na de dood van de schrijver, in 1788 in Genève de eerste volledige uitgave van zijn werken. In 1790 publiceerde hij in Neuchâtel het tweede deel van de “Confessions“. Hij liet ook talrijke manuscripten van Rousseau na aan de gemeentelijke bibliotheek (tegenwoordig Espace Rousseau Neuchâtel).

Onbekende kunstenaar, Pierre-Alexandre DuPeyrou. Collectie: Bibliothèque publique et universitaire de  Neuchâtel

Pierre-Alexandre DuPeyrou werd geboren in Suriname waar zijn vader, Pierre DuPeyrou (1702-1742), een hugenoot uit Frankrijk, raadsheer was bij het Hof van Justitie.

Toen zijn vader stierf, hertrouwde zijn moeder met de Neuchâtelois Philippe de Chambrier (1701-1756). Hij was in dienst van het koloniale leger van de Zeven Verenigde Provinciën. In 1748 verhuisde het gezin naar Neuchâtel, dat vanaf 1707 (tot 1857) een Pruisisch vorstendom was.

In 1771 stond het gebouw te midden van wijngaarden. De tuinen strekten zich uit tot aan het meer. Na de Juragewässerkorrektion (1868-1891) zakte het meer enkele meters en werd de drooggevallen ruimte bebouwd.

Het gebouw werd in 1799 verkocht aan Frédéric de Pourtalès (1779-1861), ook al zo’n typisch kosmopolitische Zwitser. In de Franse/ Napoleontische tijd (1798-1813), werd het paleis van 1806-1813 door maarschalk Louis-Alexandre Berthier (1753-1815) bewoond.

Toen Frederik Willem III (1770-1840), koning van Pruisen, in 1813 opnieuw prins van Neuchâtel werd (tot 1857) verkocht hij het aan het nieuwe kanton van de Zwitserse Confederatie.

De kantonale regering verkocht het gebouw in 1816 aan Denis de Rougemont (1759-1839). De stad Neuchâtel werd tenslotte eigenaar in 1858.

(Bron en nadere informatie: www.dupeyrou.ch).

Auvernier en de Mont Blanc

Een van de vele mooie dorpen in Zwitserland ligt aan het meer van Neuchâtel. Het wijn- en vissersdorp Auvernier was al rond 5 000 v. Chr. bewoond.

Bij het zakken van het waterpeil van het meer bij de eerste werken van de Juragewässerkorrektion (1868-1891) zijn de restanten van paalwoningen aangetroffen uit de eerste eeuwen v. Chr.

De baai van Auvernier geeft beschutting en leent zich daar goed voor. Vanwege deze beschutte ligging is er tegenwoordig ook een jachthaven.

De naam Auvernier is voor het eerst aangetroffen in een document uit 1011 met de duiding “Averniacum”. Rudolf III (970-1032), koning van het koninkrijk Bourgondië (888-1032), schonk het dorp aan zijn vrouw Irmengarde van Neuchâtel.

De wijnbouw en visserij bepaalden eeuwenlang de economie van het dorp. Dit is ook te zien aan de fraaie huizen en wijnkelders uit de zestiende en zeventiende eeuw. De huizen/stadspaleizen liggen aan de Grand Rue die nog steeds het middelpunt van het dorp is.

Tegenwoordig is Auvernier een dorp met forenzen, ateliers van kunstenaars en ambachtslieden en een strand aan het meer.

Het aangezicht is echter nog steeds onveranderd schilderachtig, inclusief een uitzicht op de Alpen, van de Eiger, Mönch, Jungfrau en soms de Mont Blanc.

Het stadhuis van Neuchâtel

Vanaf zijn bouw in de 18e eeuw tot zijn meest recente renovatie is het stadhuis  (Hôtel de Ville) in het hart van Neuchâtel een imposant gebouw.

Neuchatel was in deze periode een prinsdom van de Koning van Pruissen (1707-1857). Er staan om deze reden nog meer paleizen in deze stad.

Het stadhuis is gebouwd in 1784-1790 dankzij het fortuin van David de Pury (1709-1786). Het stadhuis is in gebruik genomen in 1790. Het was het project van de superlatieven voor een stad met 4 000 inwoners. Het heeft wat betreft ambities wel iets weg van het Paleis op de Dam in Amsterdam.

Het door architect Pierre-Adrien Paris (1745-1819) ontworpen gebouw, de kwaliteit van de materialen en de briljante oplossingen van ambachtslieden uit heel Europa, verbijsterden de toenmalige bouwcommissie, die zich toch al zorgen maakte over het naleven van het budget en de termijnen.

Dit monumentale bouwwerk is de uitdrukking van de ambitie van de stad. Vanaf 1 januari 2021 is de stad de grootste van het kanton na de fusie met de gemeenten Peseux, Cormondrèche/Corcelles en Valangin.

Neuchâtel is zelfs de derde grootste stad in de Romandie (Franstalig Zwitserland) en de elfde stad van het land, met 45 000 inwoners. Het stadhuis van 1790 was dus een visionaire daad.

(Bron: www.gsk.ch).

De tuinen van de Pierre Gianadda Stichting

De tuinen van de Pierre Gianadda Stichting in Martigny (kanton Wallis) herbergen diverse Gallo-Romeinse overblijfselen en een rijke flora in een omgeving van waterpartijen, beekjes en rotsen.

Het Romeinse tempelcomplex op deze locatie, een temenos, was 85 meter breed en 135 meter lang. Het complex stamt ui de periode rond 50 v. Chr. Verder zijn er nog fundamenten van badhuizen en een heiligdom voor de godin Mithra.

Beeldhouwwerken nemen een steeds belangrijkere plaats in. De tentoonstelling met Zwitserse sculptuur in 1991 was het begin. Daarna toonde het park jaarlijks nieuwe exposities, veelal als aanvulling op exposities van de Stichting in het museum.

De stichting breidt haar collectie sculptuur nog steeds uit. Tegenwoordig staan er zevenenveertig werken in het park, gemaakt door de grootste kunstenaars tot nieuwe talenten.

(Bron en nadere informatie: Fondation Pierre Gianadda (www.gianadda.ch); Léonard Gianadda, La Sculpture et la Fondation, Martigny, 2008).

De Keltische brug van Cornaux

Cornaux is sinds 1965 een begrip voor archeologen. Tijdens de tweede watercorrectie van de Jura (1962-1973) tussen de meren van Neuchâtel en Biel stuitten zij op een houten brug over de Zihl uit de 2e en 1e eeuw voor Christus.

Hij was 90 meter lang en rustte op zeven pijlers, elk bestaande uit drie palen en twee schuine zijsteunen. Daarop lagen balken en daarboven rondhout als brugdek uit de late Latène-periode. Dendrochronologisch kon worden vastgesteld dat het eikenhout in 116 voor Christus was geveld.

Al in het begin van de 13e eeuw was er in Cornaux een landbouwgemeenschap, maar pas in de 15e eeuw werd het een gemeente. Tot 1848 behoorde het dorp tot de Seigneurie van Thielle. De Romaanse kerk Saint-Pierre is gedocumenteerd sinds 1228 en viel onder het bisdom Lausanne.

(Bron: Historisches Lexicon der Schweiz, Cornaux, www:hls-dhs-dss.ch/de/articles/002847/2006-09-12).

VR-Beklimming van de Matterhorn

Het project (Red Bull the Edge: A Matterhorn VR experience) is het resultaat van een innovatieve en langdurige samenwerking tussen Zwitserse en internationale pioniers. Zij werkten het idee van de Geneefse filmproducenten Garidi (Stefan Lauper en Consuelo Frauenfelder) verder uit.

Dankzij een volledig nieuwe 3D-technologie heeft een agentschap de dronebeelden omgetoverd tot een interactief en zeer realistisch klimavontuur, waardoor de onbereikbare berg voor iedereen toegankelijk is geworden.

Na een videobriefing, uitgerust met VR-brillen en klimgordels, gaat u richting de top van de Matterhorn, de steile bergwand op. Windsimulaties en berggeruis zorgen voor een samensmelting van de virtuele en de reële wereld.

Tijdens de ontwikkelingsperiode van 3 jaar heeft het team nauw samengewerkt met berggidsen, bergbeklimmers, ingenieurs en motion capture-specialisten.

De begeleidende tentoonstelling gaat uitgebreid in op de mythe van de Matterhorn, de (mislukte) beklimmingen, berggidsen en bergredding, kabelbanen en innovatie in de bergsport.

Op de bovenste verdieping van het klimpaviljoen is er bovendien een magnifiek VR-zicht op de beroemdste berg van Zwitserland.

(Bron en meer informatie: www.verkehrshaus.ch).

Berner Kastelen presenteren zich

Er is geen ander gebouw dat meer fascinatie opwekt, de verbeelding in beweging brengt en zich aanbiedt voor excursies en ontdekkingstochten.

De diversiteit van de kastelen in kanton Bern is enorm. Geen twee zijn gelijk, elk heeft zijn eigenaardigheden en (bouw) historie.

Permanente en tijdelijke tentoonstellingen op uiteenlopende gebieden trekken de aandacht in een omgeving van parken, tuinen, meren en veelal met een magnifiek uitzicht op of te midden van het berglandschap.

Elf Berner kastelen passeren de revue: Schloss Münsingen, Schloss Thun, Schloss Oberhofen, Schloss Spiez, Schloss Landshut, Schloss Burgdorf, Schloss Laupen, Schloss Jegenstorf, Schloss Hünegg, Schloss Thunstetten, Schloss Belp.

(Quelle und weitere Informationen: www.berner-schloesser.ch).

Anestre werd Ins

Reeds in het neolithicum (4000-1800 v. Chr.) was het gebied rond Ins (kanton Bern) bewoond.  Ook de Romeinse periode heeft zijn sporen nagelaten.

De eerste vermelding uit de middeleeuwen dateert uit 851: Villa d’Anes. In 1009 is de eerste vermelding in een oorkonde met de oud-Franse naam Anestre aangetroffen.

Aan het begin van de 13e eeuw behoorde Anestre nog tot het Franstalige graafschap Neuchâtel-Nidau. In 1376 maakte Anestre met de Heerlijkheid Cerlier (het huidige Erlach, kanton Bern) deel uit van het graafschap en later hertogdom Savoye.

Bern veroverde het gebied tijdens de Bourgondische oorlogen (1476-1477) en sindsdien is Ins Duitstalig en maakt het deel uit van het kanton Bern. De huidige Franse naam is Anet.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Ins)

Impressies van Ins