De Schlachtkapelle Sempach

Volgens de overlevering staat de kapel op de plaats waar hertog Leopold III. (1343-1386) om het leven kwam. Een jaar na de slag zou hier voor hem en andere gevallen Oostenrijkse edelen een gedenkteken zijn opgericht.

De eigenlijke bouw van de kapel dateert uit 1472/1473. Renovaties zijn gedocumenteerd voor de periode 1551-1554, 1638-1641 en 1747. Het huidige plafond, de vloer en de zitbanken dateren uit 1885-1886. De kapel werd opnieuw gerestaureerd in de aanloop naar de viering van het 600-jarig bestaan in 1996.

Het ossuarium werd gebouwd in 1594. Het diende om beenderen van het slagveld te bewaren. Het lichaam van hertog Leopold werd naar het klooster Köningsfelden (Frauenfeld, kanton Thurgau) gebracht. De processie die vroeger op de jaarlijkse kerkdienst volgde, stopte bij de drie stenen kruisen rond de kapel.

Na de zegevierende slag op 9 juli 1386, riep de Grote Raad (Grosse Rat) van Luzern deze dag uit tot een algemene feestdag. In de loop der eeuwen werd de herdenking steeds weer aangepast.

Na deze overwinning begon de stad Luzern haar grondgebied in kleine stapjes uit te breiden en haar greep te verstevigen. Door de instelling van voogdijen, de inning van belastingen en de aflossing van pandrechten werd het platteland in de loop van een eeuw langzaam losgemaakt van de Habsburgse heerschappij en omgevormd tot gebied van Luzern.

Bron: Schlachtkapelle.

Habsburg, de Eidgenossen en de Ewige Richtung

In de late Middeleeuwen vielen grote delen van Centraal-Zwitserland en het huidige kanton Luzern formeel nog onder het bewind van Habsburg. Hertog Leopold III. (1351-1386) wilde meer greep krijgen op deze gebieden na de oprichting van de Eidgenossenschaft en de verloren oorlog in 1315 (Morgarten). De steden en boerengemeenschappen handelden onafhankelijk en niet in het belang van Habsburg.

Luzern, Zürich, Schwyz, (Unterwalden (Obwalden, Nidwalden) en Glarus voerden zelfs plundertochten tegen bezittingen van Habsburg. Leopold III marcheerde in 1386 naar Luzern.

Op 9 juli kwam het tot een veldslag bij Sempach (kanton Luzern). Over het verloop van de slag is weinig bekend, alleen de dood en nederlaag van Leopold staan vast. De Habsburgers leden een tweede grote nederlaag op 9 april 1388 bij Näfels (kanton Glarus).

De overwinning van de Eidgenossen bij Sempach versterkte hun positie, maar betekende niet het einde van de Habsburgse zeggenschap in deze regio. In 1415 maakten de Eidgenossen gebruik van de zwakte van de Habsburgers en veroverden  Aargau, en in 1460 Thurgau.

Habsburg deed in 1474 afstand van deze gebieden in “die Ewige Richtung“. In 1499 maakte de Swabische Oorlog (Schwabenkrieg) een definitief einde aan de Habsburgse heerschappij in Zwitserland (met uitzondering van enkele abdijen en gebieden, onder andere Unterengadin en het Munstertal (1652), het Fricktal (1803), Tarasp (1803) en Rhäzuns (1819).

De muurschildering in de kapel bij Sempach wordt toegeschreven aan de schilder Hans Ulrich Wägman (1583-1648). Het is geschilderd tijdens de wederopbouw van de kapel in 1638-1641.

Het schilderij toont links de Eidgenossen, in het midden de held Winkelried, voor hem de gesneuvelde hertog Leopold III. Uiterst rechts zijn vluchtende ridders te zien, links op het schilderij staan soldaten van de Eidgenossenschaft.

(Bron: D. Speck, Kleine Geschichte Vorderösterreichs, Leinfelden-Echterdingen, 2015)

Stift St. Michael Beromünster

Volgens de overlevering werd werd het (eerste) klooster in 720 gesticht. Rond het jaar 1000 werd begonnen met de bouw van de huidige kerk.

Sindsdien is deze plaats uitgegroeid tot een indrukwekkende culturele plaats. De kanunniken behoren niet tot een orde, maar zijn wereldpriesters. Tot 1806 kwamen zij meestal uit de adel of het patriciaat.

De collegiale kerk is een romaanse zuilenbasiliek uit 1036 met een crypte en rijk gebeeldhouwde koorbanken uit 1609.

De altaren, de preekstoel, de doopvont en de drie orgels zijn van grote artistieke kwaliteit. De collegiale kerk, die verschillende keren werd verbouwd, is een van de mooiste rococo-gebouwen van Zwitserland.

De eigenaar van het complex, dat uit bijna 40 gebouwen bestaat en vele opmerkelijke kunstwerken bevat, is een Stichting, die al meer dan 1 000 jaar bestaat. Het architectonisch unieke complex is een nationaal en kantonaal monument.

(Bron: www.beromuenster.ch).

De historische gebouwen van Sursee

De stad Sursee (Kanton Luzern) is rijk aan historische gebouwen van de late gotiek tot de 20e eeuw. Het Kapucijnenmuseum is gevestigd in het klooster dat dateert van 1606-1608 en is gewijd aan het leven en de geschiedenis van de kapucijnen.

Het raad- en markthuis van Sursee werd in 1539-1546 gebouwd door bouwmeester Jakob Zumsteg in laatgotische stijl. Het interieur is verrijkt met sierlijk meubilair. Het gebouw is een van de belangrijkste monumenten van deze stijl in Zwitserland.

De achthoekige traptoren werd in 1634 verhoogd en voorzien van een barokke spits. Boven het portaal bevindt zich een kopie van het wapenschildreliëf van Wilhelm Ymer met de stadspatroon St. George en het stadswapen uit 1482. In de zuidoostelijke hoek herinnert de schandpaal aan de middeleeuwse rechtspraak.

(Bron: www.sursee.ch).

St. George en andere gebouwen in Sursee

Eén gebouw werd in 1497 opgetrokken als ossuarium met twee verdiepingen. Op de bovenverdieping, die de Sint-Maartenskapel wordt genoemd, bevindt zich een plafond met massieve versieringen uit 1497 van de Basler timmerman Ulrich Bruder (?-1519) en een barok altaar van Hans Wilhelm Tüfel (1631-1695) uit Sursee.

In de kelder, vroeger een opslagplaats voor beenderen, bevindt zich een drieluik uit het einde van de 15e eeuw. De Einsiedlerhof was van 1423-1807 de officiële residentie van de benedictijnenabdij van Einsiedeln (huidige kanton Schwyz), na 1807 in gebruik als privé-woning en sinds 1988 in het bezit van de parochie.

Het Sankturbanhof was het officiële hof van de cisterciënzer abdij van St. Urban (huidige kanton Jura). Het is gebouwd rond 1256. In 1595-1598 werd het hoofdgebouw verbouwd met een renaissance feestzaal. Het hof is tegenwoordig een museum en cultureel centrum. De barokke kerk stamt uit de 17. eeuw en is gewijd aan St. George.

(Quelle: www.pfarrei-sursee.ch).

De waterburcht Wyher

De waterburcht (Wasserschloss) Wyher ligt buiten het dorp Ettiswiler (kanton Luzern) aan de weg die naar het Rottal leidt. Het kasteel werd voor het eerst genoemd in een document uit 1304. Verschillende lagere adellijke families hielden de touwtjes in handen in de Hoge Middeleeuwen.

Kasteel Wyher en hoeve waren meer dan 350 jaar lang eigendom van twee patriciërsfamilies uit Luzern, Feer (1480-1588) en Pfyffer von Altishofen (1588-1837). Zij ontwierpen het kasteelcomplex. In 1837 gingen het kasteel en de boerderij over naar de familie Hüsler. Geleidelijk aan raakte het complex echter in verval.

De waterburcht werd aan het eind van de 20e eeuw in verschillende fasen gerenoveerd en gered met steun van een stichting.

Bron: Wasserschloss Wyher, Ettiswiler

De kapel St. Blasius op Burgrain

De kapel gewijd aan St. Blasius (Alberswil, kanton Luzern) was de eerste gebedsplaats op Burgrain.

De kapel werd gebouwd in de 13e eeuw. Het patronaatsrecht van de kapel behoorde tot 1330 toe aan het klooster van Disentis (huidige kanton Graubünden).

Het ging over naar het cisterciënzer klooster van St. Urban (huidige kanton Jura) in 1384. De huidige kapel dateert uit 1682. Een groot deel van de binneninrichting dateert echter uit de tijd van de oorspronkelijke bouw (13e eeuw). Toen het klooster van St. Urban in 1848 werd opgeheven, ging ook de kapel over naar het kanton Luzern.

De kapel was eeuwenlang een geliefd bedevaartsoord. Als helper tegen keelziekten was hij een van de populaire heiligen.

(Bron: St. Blasiuskapel Burgrain)

Nadezhda Suslova

Nadezjda Suslova (1843-1918) was de eerste vrouw die in Zwitserland mocht studeren aan de universiteit. Ze is geboren in Rusland. Zij besloot in 1866 naar Zwitserland te gaan om te studeren. Zij studeerde in Zürich, omdat dat in die tijd de meest liberale stad van Europa was.

Na haar studie geneeskunde trouwde zij met een oogarts. Ze verhuisden naar Rusland en zij was de eerste vrouw in Rusland die een praktijk voor gynaecologie en kindergeneeskunde opzette. Later stichtte zij een gratis school voor de dorpskinderen, een gymnasium en een ziekenhuis.

(Bron : Erica Stiftung, Nebiko)

Kasteel Belvedere Maloja

Maloja is een deel van de gemeente Stampa. Italiaans is de officiële taal; het Bergell-dialect wordt ook gesproken. Kasteel Belvedere is gebouwd door Graaf de Renesse in 1884. Na zijn faillissement werd het verlaten. Het bleef enkele jaren leeg staan tot Giovanni Segantini in 1898 het kasteel huurde.

Na zijn dood in 1899 werd het kasteel geëxploiteerd als hotel “Nuovo Albergo Castello”, en later als het instituut voor jongens en meisjes (Hochalpines Knaben- und Mädchen-Institut) “Kasteel Belvedere”. Tegenwoordig is het kasteel de thuisbasis van de Stichting Pro Natura.

St. Theodor in Bazel

De kerk werd voor het eerst vermeld rond 1100. Bisschop Burkard von Fenis (ca 1040-1107) schonk St.Theodor (Kleinbasel) aan het klooster van St.Alban (Grossbasel).

In die tijd hoorde het gebied op de rechteroever van de Rijn (Kleinbasel) bij het bisdom Konstanz. De bisschop van Bazel was echter in de 11e/12e eeuw eigenaar van St.Theodor.

De kerk werd herbouwd in de dertiende eeuw en van het in 1277 gewijde gerenoveerde gebouw zijn nu nog de laagste delen van de voorgevel en de twee torens over.

De aardbeving van 1356 heeft de kerk grotendeels verwoest en zwaar beschadigd. De wederopbouw duurde vele decennia. Toen Gross- en Kleinbasel zich in 1392 verenigden, bleef de kerk eigendom van het domkapittel van Bazel.

Kartuizer monniken vestigden zich vlak naast St. Theodor in 1402 (zie Swiss Spectator 7 juli 2021: Het Karthuizerklooster van Bazel). De kerk is protestants-gereformeerd sinds 1529. In de eeuwen daarna veranderde de kerk nauwelijks van aangezicht.

(Bron: www.altbasel.ch).