Textielland Oost-Zwitserland

Oost-Zwitserland  (die Ostschweiz) is een echt textielland. Lange tijd was het een van ’s werelds belangrijkste en grootste exportgebieden voor borduurwerkproducten.

Rond 1910 kwam meer dan de helft van de wereldproductie uit Oost-Zwitserland. Met een aandeel van ongeveer een vijfde was de borduurkunst de grootste exporttak van de gehele Zwitserse economie.

De Eerste Wereldoorlog maakte een einde aan de bloeitijd van het borduurwerk in Oost-Zwitserland en het verloor aan belang. Maar handel en industrie hebben  definitief een stempel gedrukt op Oost-Zwitserland.

Textiel uit de regio St. Gallen bestaat uit meer dan alleen functionele stoffen. Zij overtuigen door kwaliteit, creativiteit en affiniteit met mode. Ook tegenwoordig  wordt in deze regio hoogwaardig en innovatief textiel ontwikkeld en geproduceerd.

De hoogtepunten in de regio zijn: het Textielmuseum St. Gallen (www.textilmuseum.ch), de themarondleiding in Trogen (www.jahrhundertderzellweger.ch), het Museum Appenzell (www.museum.ai.ch), het streekmuseum Flawil (www.ortsmuseumflawil.ch), het industriepad Hauptwil-Bischofszell (www.outdooractive.com), het Saurer Museum (www. saurermuseum.ch), het Biedermeier-Dorp Heiden (www.biedermeier.ch), het Textieldorp Rehetobel (www.textildorf.ch).

Het St. Gallen Textielpad leidt naar opmerkelijke textielgebouwen in het centrum van St. Gallen.

(Bron en nadere informatie: www.textilland.ch).

De Wieg van Zwitserland

Historisch gezien is het huidige Zwitserland langzaam ontstaan uit eeuwenoude allianties. De federale oorkonde (Bundesbrief) van 1291 is niet het oprichtingsdocument, maar regelde vrede en andere zaken tussen de deelnemende Orte Schwyz, Unterwalden en Uri. De wieg van Zwitserland vertelt dit oprichtingsverhaal van de Confederatie.

De wieg van Zwitserland (die Wiege der Schweiz) is een cultureel pad in de kantons Uri en Schwyz langs historisch belangrijke plaatsen: het Tellmonument (Telldenkmal) in Altdorf, de Tellskapel in Bürglen, het Tellendorp Bürglen, de Tellskapel op de Tellsplatte, de Hohle Gasse in Küssnacht, de Slag bij Morgarten (1315), de Rütli, der Platz der Auslandschweizer in Brunnen en de Schillersteen aan het meer van Uri.

(Bron en nadere informatie: www.uri.swiss).

Toggenburg

Toggenburg (kanton Sankt Gallen) is een mozaïek van heuvels, bergtoppen, vlaktes en valleien. De uitzichten zijn geweldig, de langeafstandswandelpaden avontuurlijk en de thematische routes divers.

Met 2502 m. is de Säntis het hoogste punt in het Bodenmeergebied. Alp Gamplüt ligt aan de zonzijde van de hoger gelegen Toggenburg, tegenover de Churfirsten. De Churfirsten zijn het Toggenburgse herkenningspunt bij uitstek.

De rivieren Thur en Neckar ontspringen in de Alpstein en kronkelen als levensaders door Toggenburg. De top van de Chäserrugg ziet uit op rotswanden van de Churfirsten en een panorama van meer dan 500 bergtoppen in zes landen. Er valt nog veel meer te ontdekken, zoals kabelbanen, meertjes, stadjes, dorpen en bijvoorbeeld burchten.

(Bron en verdere informatie: www.toggenburg.swiss).

Land Art Pfad Engelberg 2021

Landart is beeldende kunst, die haar plaats in de natuur zoekt. Ze maakt geen aanspraak op duurzaamheid, maar leeft van de vergankelijkheid. Ze verandert voortdurend.

Tien kunstenaars hebben op de Gerschnialp in Engelberg de Land Art tentoonstelling ingericht.

Te zien zijn onder anderen: Wald-Wandler, Gedeon Regli, Moosknäul, Yvonne Christen Vágner, Gedankenwaldgewächse, Christine Läubli, Leander Locher, Claudia Vogel, Matthias Maeder, Myriam Kachour, Richard Zürcher, Stefano Devoti, Susana Malagon, Daniel Züsli und Reflexionen.

Het fotofestival Alt.+1000

Het fotofestival Alt.+1000 presenteert zijn 6e editie in de bergen van Neuchâtel. Gedurende bijna vier weken wordt het werk van hedendaagse Zwitserse en internationale fotografen tentoongesteld, waaronder Yuri Andries, Douglas Mandry, Simone Kappeler, Catherine Leutenegger, Cyril Porchet, Thomas Flechtner, Brigitte Lustenberger en Olga Cafiero.

Ter gelegenheid van deze nieuwe editie, die volledig gewijd is aan de natuur en verspreid is over drie locaties tussen Le Locle en de Vallée de La Brévine, zullen meer dan 60 kunstenaars hun werk presenteren.

Er zullen twee routes in de open lucht worden voorgesteld in de vallei van La Brévine, aan de oevers van het bucolische Lac des Taillères en op de glooiende hellingen van een weide die uitkijkt over het dorp La Brévine op de plaats genaamd Chobert. Het derde is het Musée des beaux-arts van Le Locle.
(Bron en nadere informatie: www.plus1000.ch).

 

Flüeli, Niklaus von Flüe, de Stanser Verkommnis en de Kapellen

Het dorp Flüeli (Kanton Obwalden) ligt op een hoog plateau. Niklaus von Flüe (1417-1487) woonde in dit dorp. Tijdgenoten zagen hem als een heilige.

In 1947 werd hij inderdaad of eindelijk heilig verklaard. Zijn geboortehuis staat op het landgoed van de familie von Flüe.

Hij bouwde een nieuw huis waar hij twintig jaar woonde met zijn vrouw Dorothee Wyss en hun tien kinderen, tot hij in 1467 als pelgrim en kluizenaar Bruder Klaus zich in de Ranft (aan de rand) vestigde.

Vrienden bouwden voor hem een kapel, de Obere RanftKapel en een eenvoudige cel. Het huis waar hij is geboren en heeft gewoond, de kapel en de cel zijn (gerenoveerd en wel) opengesteld voor het publiek.

Grand Hotel Paxmontana. Foto: Jolanda Bucher

Na de dood van broeder Klaus groeide de stroom pelgrims en in 1501 werd een grotere kapel, de Untere-Ranftkapel, gebouwd. Deze kapel is een van de mooiste voorbeelden van laatgotische architectuur in Zwitserland. De Mösli kapel staat aan de andere kant van de Ranft en werd gebouwd in 1484.

Een andere fraai nationaal monument in dit kleine bergdorp is de St. Borromäus (St. Borromeus) Kapel, ingewijd in 1618.

(Bron en nadere informatie: www.obwalden-tourismus.ch).

De Via Glaralpina

De Via Glaralpina is een wandelroute van ongeveer 230 kilometer in 19 etappes in het kanton Glarus.

De goed gemarkeerde rood-wit en blauw-wit wandelpaden leiden naar het alpine groen en (naald) bomen, berglandschappen en zelfs naar gletsjers. De tocht telt ongeveer 20 relatief makkelijk afhankelijk van ervaring en conditie, te beklimmen bergtoppen.

Enerzijds kan de Via Glaralpina als een meerdaagse langeafstandswandeling worden afgelegd, anderzijds zijn er veel mogelijkheden om tussentijds in en/of uit te stappen. De etappeplaatsen zijn gemakkelijk bereikbaar en worden meestal geheel en in ieder geval deels bereikt door het openbaar vervoer of door Alpentaxi’s.

De etappeplaatsen hebben overnachtingsplaatsen, onder andere SAC-hutten en hotels/pensions. De Via Glaralpina loopt voornamelijk over wit-rood-witte bergwandelpaden (SAC-schaal T2 en T3) en de moeilijkere wit-blauw-witte gemarkeerde alpine wandelpaden (SAC-schaal T4).

Om veilig te wandelen in de bergen is het noodzakelijk goed voorbereid op pad te gaan (dus ook het weerbericht in de gaten houden) en vooral de eigen mogelijkheden niet te overschatten.

(Bron en nadere informatie: www.via-glaralpina.ch).

Het geografische en spirituele centrum

Op de Älggialp ten zuiden van de gemeente Sachseln (Kanton Obwalden) ligt het geografische centrum van Zwitserland. Een kleine piramide markeert deze plek. Het idyllische dorpje Sachseln ligt aan het meer van Sarnen.

Het dorp Flüeli ligt 4 km boven Sachseln.  Niklaus von Flüe (1417-1487) werd geboren en leefde in Flüeli tot 1467.  Zijn graf bevindt zich echter in de barokke bedevaartskerk van Sachseln.

Op 50-jarige leeftijd verliet hij alles wat hem dierbaar was, Flüeli, huis en haard, beroep (herenboer), vrouw en tien kinderen, en leefde voortaan als kluizenaar ‘Broeder Klaus’. Hij werd het middelpunt van (Zwitserse) mystiek, spiritualiteit en politiek.

Hij adviseerde niet alleen politici van de Confederatie, maar ook buitenlandse vorsten, waaronder de Hertog van Milaan. Er wordt beweerd, legende of niet, dat hij in 1481 het Verdrag van Stans regelde.

De Confederatie van acht kantons dreigde in 1481 uiteen te vallen. In dat jaar ontstond een ernstig conflict tussen Zürich, Luzern en Bern aan de ene kant, en Uri, Schwyz, Unterwalden, Glarus en Zug aan de andere kant.

De Eidgenossen volgden het advies van de kluizenaar en kwamen tot een oplossing. Zij sloten het Verdrag van Stans (Stanser Verkommnis) en Freiburg en Solothurn werden lid van de Confederatie.

Sindsdien zijn Broeder Klaus, Flüeli en Sachseln het morele centrum en bedevaartsoord van Zwitserland.

(Bron: www.obwalden-tourismus.ch).

Art Nouveau in Zwitserland

Zwitserland staat niet in de top tien als het om Jugendstil of Art Nouveau gaat. In de grotere steden en vooral in de Grand Hotels van de Belle Époque heeft deze stijl in de jaren vlak voor na 1900 wel ingang gevonden.

De hotel- en sanatoriumsarchitectuur uit deze tijd heeft Art Nouveau als eerste toegepast. Dit is ook niet verwonderlijk, want de enorme groei van (kuur) toeristen  uit West-Europa valt hiermee samen. In het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, Spanje, België, Frankrijk en Duitsland was Art Nouveau een vanzelfsprekendheid.

Deze hotels en sanatoria lagen bovendien vaak in of nooit ver weg van de natuur en Art Nouveau was nauw verbonden met de natuur en geometrische motieven.

In de grotere steden was Art Nouveau veel minder toonaangevend. Vooral industriëlen in de horloge-, textiel- en machinebouwsector waren de opdrachtgevers voor bouwen en decoraties in deze stijl. Dit vloeide voort uit hun contacten en netwerk in  bovengenoemde landen.

De Chachelihüüser (Kachelhäuser), het Pfauencomplex, de Villa Tobler en het Gublerhaus zijn in Zürich de bekendste voorbeelden.

De Pauluskerk in Bazel en de omliggende wijk en het Globus warenhuis complex aan de Marktplatz zijn de toonaangevende voorbeelden in Bazel.

Het crematorium (Crématoire) van La Chaux-de-Fonds en de prachtige fresco´s van Charles L´Eplattenier (1874-1946), overigens een docent van Le Corbusier, kunnen met Art Nouveau in België of Frankrijk wedijveren.

L´Eplattenier gaf bovendien zijn eigen draai aan Art Nouveau en creëerde een variant, Style Sapin.

De villa Waldbüel in Uzwil (kanton St. Gallen) van de machinebouwindustrieel Theodor Bühler (1877-1915) door de Engelse architect MacKay Hugh Baillie Scott (1865-1945) is weer een verhaal apart.

Na een verblijf in Engeland liet de industrieel deze villa tussen 1907 en 1911 in de Art Nouveau stijl (ver) bouwen, maar hij combineerde dit met de Arts-and Crafts beweging die in Engeland veel ingang vond.

Behalve deze gebouwen zijn er nog diverse andere woonhuizen, fabrieken, warenhuizen en andere gebouwen met Art Nouveau kenmerken in uithoeken van het land, met name waar industriëlen of andere Europese netwerkers aanwezig waren.

(Bron: T. Richter, ´Jugendstilarchitektur in der Schweiz´, in Kunst + Architektur, Nr. 2, 2021, GSK, Bern).

Centrale Commissie voor de Rijnvaart en Bazel

Op 24 maart 1815 werd op het Congres van Wenen (1814-1815) besloten tot vrijheid van scheepvaart op de Rijn en zijn zijrivieren.

Een jaar later werd de Centrale Commissie voor de Rijnvaart opgericht met zetel in Mainz. In de Akte van Mainz van 31 maart 1831 werd het beginsel van de vrijheid van scheepvaart op de Rijn bevestigd.  In 1860 werd het hoofdkwartier verplaatst naar Mannheim.

Op het meer politieke vlak vervulde de Centrale Commissie, door het einde van het lidmaatschap van Frankrijk na de Vrede van Frankfurt (1871), hoofdzakelijk de rol van een Duits-Nederlands bilateraal orgaan. Frankrijk grensde door de annexatie van de Elzas door Duitsland immers niet meer aan de Rijn.

Bij het Verdrag van Versailles van 28 juni 1919 werd de Centrale Commissie fundamenteel geherstructureerd en kreeg zij haar zetel in Straatsburg, waar zij nog steeds gevestigd is.

Op 20 november 1945 hervatte de Centrale Commissie haar werkzaamheden. Zwitserland, Duitsland, Frankrijk, België en Nederland zijn de leden. De besluiten moeten unaniem worden genomen en tegelijkertijd en met dezelfde teksten ten uitvoer worden gelegd.

De regulering van de scheepvaart is gebaseerd op de volgende beginselen: vrije toegang van tot de zee, vrij verkeer van toegelaten schepen op de Rijn en zijn zijrivieren, waarborging van de bevaarbaarheid en het vermijden van obstakels, een gelijke regeling voor schipperspapieren, douaneformaliteiten, het vervoer van gevaarlijke stoffen en andere voorschriften voor de scheepvaart op de Rijn.

In 1904 kwam het eerste grote transportschip in Basel aan, getrokken door een sleepboot. Sindsdien is het belang enorm toegenomen. De Rijnhavens in Basel, Birsfelden en Muttenz zijn de toegangspoorten voor Zwitserland tot de wereldzeeën via de zeehavens Rotterdam, Antwerpen en Amsterdam.

Via deze Rijnhavens worden jaarlijks 7 tot 8 miljoen ton goederen en meer dan 100.000 containereenheden verhandeld. Rijnschepen hebben ongeveer twee dagen nodig voor de meer dan 800 km lange reis van Bazel naar Rotterdam, en zij doen de terugreis in vier dagen.

(Bron en nadere informatie: Centrale Commissie voor de Rijnvaart, www.ccr-zkr.org).