Sprachpanorama in Laufenburg

Het Sprachpanorama in Laufenburg (Kanton Aargau) is een ‘levend’ museum. Enerzijds presenteert het een tentoonstelling over Zwitserse dialecten, het dialectlandschap in al haar variaties, de geschiedenis van de Duitse taal vanaf de Germaanse periode tot de 20e eeuw en de meertaligheid in Zwitserland.

Andere onderwerpen zijn lezen en schrijven, de oorsprong van het alfabet, de taalfamilies en de taalverscheidenheid in de wereld.

Onderwerpen op het gebied van taal en communicatie worden getoond op een oppervlakte van 250 vierkante meter.

Anderzijds is het Sprachpanorama een educatief instituut over communicatie en organiseert het workshops, rondleidingen en bijscholing.

Taal kan identiteitsvormend zijn, maar ook een bedreiging vormen. Verbinding zoeken, maar zich ook losmaken van groepen, spelen een belangrijke rol in het leven. Het Sprachpanorama traceert de mechanismen van het interculturele samenleven en de taal.

(Bron en nadere informatie: www.sprachpanomara.ch).

De Alpen, Engelsen en Zwitsers

Zwitserse bergbewoners konden hun ogen en oren aanvankelijk niet geloven in 1850. Britse toeristen zochten goed betaalde gidsen en dragers om verder te klimmen dan de boomgrens.

Het leven in de bergen was hard. Wanneer ze in het voorjaar naar de Alpenweiden  hoog de bergen ingingen, was dat een noodzaak. De grond was daar goedkoop en het gras voor het vee mals. Niemand die eraan dacht ook maar een stap verder te zetten. De jaarlijkse Alpabzug in september is een traditie die hierop teruggaat.

Daarentegen speelden Zwitserse wetenschappers wel een prominente rol in het bestuderen van de Alpen. Horace Benedict de Saussure (1740-1799) uit Genève is een van de bekendste. Op zijn initiatief is in 1786 de Mont Blanc voor het eerst beklommen. Hij wordt beschouwd als de (wetenschappelijke) grondlegger van het Alpinisme.

General Guillaume Henri Dufour (1787-1875), de bevelhebber van de Confederatie in de Sonderbundskrieg (1847), publiceerde tussen 1845 en 1865 zijn beroemde Dufourkarte der Schweizer Alpen, een standaardwerk.

Tot de komst van de Britse toeristen was er echter nog geen vierduizender beklommen. Dit veranderde na de eerste beklimmingen na 1850. De Alpine Club in Londen werd vervolgens in 1857 opgericht.

De meerderheid van de Britse klimmers had een aristocratische achtergrond en was in ieder geval academisch, artistiek, spiritueel of literair gevormd. Het verbaast dan ook niet dat er vele Engelstalige publicaties verschenen over de Alpen en  beklimmingen.

In de Alpine Club in Londen werden alle beklimmingen, gelukte en mislukte, nauwkeurig bijgehouden. Deze logboeken zijn tegenwoordig online in te zien (www.alpine-club.org.uk).

Het doet anderen tekort alleen bepaalde personen te vermelden, met uitzondering van John Ruskin (1819-1900), Leslie Stephen (1832-1904), en de bedwingers van de Matterhorn (1865) Edward Whymper (1840-1911) en Lucy Walker (1836-1916) als eerste vrouw (Zermatt gedenkt haar met een in 2021 ingewijd standbeeld).

Vanaf dat moment bloeide ook deze toeristische sector in Zwitserland. Bergbewoners waren aanvankelijk gidsen en dragers. Tussen de Britten en Zwitsers ontstond veelal een hechte vriendschap en binnen enkele jaren klommen ook deze bergbewoners met net zoveel enthousiasme naar de hoogste toppen. In 1863 werd de Zwitserse Alpen Club opgericht, Schweizer Alpen-Club (SAC).

In 1865 waren de meeste toppen van de Zwitserse Alpen bestegen, in nauwelijks tien jaar tijd.

Geen maatschappelijke activiteit zonder Engelse humor en in 1910 publiceerden Graham Clifton  Bingham (1859-1913) en George Henry Thompson (1853-1953) ‘The Animals Alpine Club’, een soort Tom Poes avant la lettre, Dieren van Stand in de Alpen.

Onlangs is deze uitgave in een Duitstalige editie verschenen onder de titel ‘Alpenclub der Tiere’, met een vertaling van  Dan Wiener (1961).

(Bron: Schweizer Alpen-Club, www.sac-cas.ch; Graham Clifton  Bingham, George Henry Thompson, ‘The Animals Alpine Club’, Londen 1910/ ‘Alpenclub der Tiere’, vertaling Dan Wiener, Zürich 2018).

Kasteel van Thielle

De heerlijkheid (La châtellenie) van Thielle is rond het midden van de 14e eeuw opgericht met juridische, militaire en administratieve functies in het graafschap Neuchâtel.

Tot de heerlijkheid behoorden La Coudre, Hauterive, Saint-Blaise, Voëns, Le Maley, Le Vilaret, Cornaux, Thielle, Marin en Epagnier, en gehuchten die in de 15e eeuw zijn verdwenen.

Het kasteel was de zetel van de burgerlijke en strafrechtspraak. Naast zijn militaire mandaat, zat de Heer ook het twaalfkoppige gerechtshof voor. Tot 1491, inde de kasteelheer ook de tol bij de brug van Thielle..

De heerlijkheid Landeron verwierf in de jaren 1807-1814 de heerlijkheid Thielle. Ze is in 1848 ontbonden. Het kasteel is tegenwoordig privaat eigendom en huisvest een restaurant.

(Bron: G. Olivier Girardbille, Thielle, châtellenie. Dictionaire historique de la Suisse, 04.12.2012)

De Amerbacher Muziekbibliotheek

In de late 15e en 16e eeuw was Bazel een centrum van humanisme. De drukkerij- en papierindustrie bloeiden dankzij de oprichting van de universiteit in 1460.

De drukker Johannes von Amerbach (1440-1513) vestigde zich in 1484 in Bazel. Erasmus van Rotterdam (1467-1536) was een vriend van de familie.

Zijn jongste zoon Bonifacius Amerbach (1495-1562) kreeg toegang tot de kringen van belangrijke en bekende persoonlijkheden dankzij de faam van zijn vader. Hij won de vriendschap van Erasmus en werd erfgenaam en uitvoerder van diens testament na diens dood in 1536.

Hij was beroemd als geleerde, professor, adviseur en musicus. Het zogenaamde kabinet Amerbach, met de kunstverzamelingen van zijn vader en van hemzelf, omvatte zo’n 16.000 voorwerpen en was in 1661 het eerste “museum” van Bazel.

Deze collectie is nu te zien in verschillende stadsmusea (Kunstmuseum, historisch museum Basel, Antikenmuseum Basel en Sammlung Ludwig, Musikmuseum en de universiteitsbibliotheek).

De documenten bewijzen dat vooral muziek een belangrijke rol speelde. Hij was een muzikale alleskunner die verschillende instrumenten beheerste.

Hij bezat en bespeelde een hele reeks klavierinstrumenten, waaronder orgels, en blaasinstrumenten, en hij was een componist.

Bonifacius en zijn zoon Basilius (1533-1591) lieten de Amerbacher Muziekbibliotheek (Amerbacher Musikbibliothek) na.

Naast de vroegste bewaard gebleven verhandeling over blokfluitspelen (1510), bezit deze bibliotheek muziekboeken, liedboeken, tabulaturen voor klavier en talrijke gedrukte muzikale verhandelingen uit de Renaissance.

(Bron: Fiona Kizzie Lee, ReRenaissance, Bazel 2021).

Kasteel van Sargans

Het kasteel van Sargans is rond 1100 gebouwd door de graven van Werdenberg-Sargans. De vestingwerken werden geleidelijk uitgebreid tot de huidige gedaante.

De graven van Montfort bewoonden het kasteel van de 13e tot de 15e eeuw. De laatste graaf verkocht het graafschap en het kasteel in 1483 aan de Zwitserse Confederatie.

De Franse inval in 1798 maakte een einde aan de onderwerping aan de Eidgenossenschaft. De laatste voogd verliet het kasteel in 1798. Het nieuwe kanton St. Gallen werd in 1803 eigenaar van het kasteel.

(Bron: www.sargans.ch).

De tuinen van kasteel de Vullierens

De tuinen van het kasteel van Vullierens (kanton Vaud) zijn uniek in Zwitserland. Het kasteel, met zijn uitzicht op het meer van Genève en de Alpen, heeft een park van meer dan 30 hectare.

Het kasteel heeft zijn oorsprong in de dertiende eeuw en is in de zeventiende en achttiende eeuw verbouwd in zijn huidige architectuur. Aanvankelijk gewijd aan irissen, meer dan 400 variëteiten bloeien in het voorjaar, is het park tegenwoordig een bloemenparadijs met negen thematische tuinen en eeuwenoude bomen. Daarnaast zijn er 85 hedendaagse beeldhouwwerken te bewonderen.

In de herfst van 1950 liet Doreen Bovet, moeder van de huidige eigenaar, een nieuwe tuin aanleggen op het landgoed van  het kasteel. Ze was afkomstig uit San Francisco (Verenigde Staten) en gepassioneerd door irissen. Vijfenzestig jaar geleden plantte  zij de eerste plant. Tegenwoordig is het een van belangrijkste tuinen van Europa.

De   negen thematische tuinen ontlenen hun namen aan de Engelse taal als eerbetoon aan de stichter. In 1955 organiseerde ze de eerste Floriade met het doel de kosten voor het onderhoud van het erfgoed te subsidiëren. In de herfst is de tuin van 28 augustus tot 31 oktober elk weekend geopend.

(Bron en verdere informatie: www.chateauvullierens.ch).

Vagun Panoramic Ruinaulta

Ruinaulta is de naam die in het plaatselijke Romaanse (Surselvan) dialect wordt gegeven aan de Rijnkloof tussen Ilanz en Reichenau (Kanton Graubünden).

Zeldzame vogels, witte rotswanden, Rijneilanden, bossen, weiden en bizarre geologische formaties geven de Zwitserse Grand Canyon zijn reputatie.

Wat tienduizend jaar geleden begon met de gigantische Flimser rotsverschuiving (Flimser Bergsturz) is nu een uniek natuurlijk decor. De Rijn (Vorderrhein) heeft zich tussen Ilanz en Reichenau een weg door het gesteente gebaand. Het resultaat is de huidige kloof.

De belevenistrein Vagun Panoramic baant zich een weg door de geologische formaties, omgeven door oude pijnbomen. De trein rijdt van Landquart en Chur naar Reichenau, Trin, Versam-Safien, Valendas, Castrisch en Illanz en omgekeerd.

(Bron en verdere informatie: www.rhb.ch/erlebniszug).

Grafitti in Engadin

Dorpen en huizen in Engadin (Kanton Graubünden) herkent men op het eerste gezicht aan de decoraties op de huizen. De oude techniek heet Sgraffito (graffiti). In plaats van schilderen met een penseel, komt de decoratie tot stand door het krassen in de witte pleisterlaag van kalk.

Deze kalk blijft na aanbrengen op de muur ongeveer twee uur nat. In deze tijd moet de decoratie worden aangebracht in de kalk. Daarna wordt de kalk zo hard als steen en blijven de groeven bestaan. Deze zijn dan meestal grijs, het materiaal onder de kalk. Ook kunnen de groeven ingekleurd worden.

Zoals de naam Sgraffito al doet vermoeden, komt deze techniek uit Italië. De techniek ontstond tijdens de Renaissance in Florence en Rome, daarna verbreidde ze zich door heel Italië. Italiaanse bouwmeesters introduceerden haar vervolgens in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, vooral in Graubünden en Engadin in het bijzonder.

Wellicht namen naar Italië geëmigreerde bewoners van deze regio deze techniek mee toen ze terugkeerden naar hun dorp. Dit is wellicht ook de reden van de afbeeldingen van zeemotieven, zoals vissen, zeemeerminnen en schelpen. De techniek is sinds de vijftiende eeuw niet veranderd.

Met name de afgelopen dertig jaar is de sgraffito in veel dorpen in Engadin, onder andere Zuoz, Guarda, Bever, Ardez, Sent, Scuol in oude glorie hersteld.

Zwitserland-Europese Unie

De Thinktank Metrobasel organiseerde op 25 augustus jongstleden een bijeenkomst met als onderwerp de relatie Zwitserland-Europese Unie. De afgebroken onderhandelingen over het zogenaamde Rahmenabkommen stonden daarbij centraal.

De bijeenkomst vond plaats in de Grote Zaal van het stadhuis (Rathaus) in Bazel. Het fresco gedenkt, symbolisch, de toetreding tot de Eidgenossenschaft in 1501.

De ambassadeur van de Europese Unie, Petros Mavromichalis, stelde dat er weinig speelruimte was voor concessies van de EU. De binnenmarkt en met name het vrije verkeer van personen van de EU-landen zijn een onaantastbaar principe.

De Bundesrat (minister) Ignazio Cassis meende echter dat de zogenaamde Burgerschapsrichtlijn (Unionsbürgerrichtlinie) en de soevereiniteitsoverdracht aan het Hof van Justitie van de Europese Unie onaanvaardbaar was.

Sinds 2004 regelt de Burgerschapsrichtlijn  (Richtlijn 2004/38/EG) het vrije verkeer van personen en oponthoud van burgers van de Europese Unie in de lidstaten.

Er bestaat vooral onenigheid over de toepasbaarheid van de sociale zekerheid voor niet werkende of kortstondig werkende burgers en dus hun kinderen uit de Europese Unie. Ook is het veel moeilijker deze uit te wijzen.

Daarnaast heeft Zwitserland grote moeite om het Hof van Justitie van de Europese Unie te erkennen als hoogste juridische autoriteit. Dit is ook weer niet zo merkwaardig.

De (voormalige) presidenten van het Duitse Constitutionele Hof (Bundesverfassungsgericht) in Karlsruhe vinden dat dit Hof niet altijd recht spreekt, maar te vaak wetgever is (Frankfurter Allgemeine Zeitung (08.09.2008), Roman Herzog, Stoppt den europäischen Gerichtshof, idem Paul Kirchhof  (30.06.2021) en Andreas Vosskuhle ( Neue Zürcher Zeitung, 22.06.2021).

Cassis stelde dat Zwitserland een soeverein land is, net zoals de USA, Canada, China of Australië. Deze landen hebben ook toegang tot de binnenmarkt en studenten, onderzoekers en aandelenbeurzen uit deze landen hebben ook toegang tot de EU.

Waarom zou dat anders zijn voor Zwitserland, dat anders haar (financiële) verplichtingen altijd nakomt ?  Waarom wordt Zwitserland opeens de toegang geweigerd op een aantal gebieden ?

De ambassadeur meende echter dat Zwitserland maar drie mogelijkheden heeft: EU-lidmaatschap, de Europese Economische Ruimte of het Rahmenabkommen. Wordt vervolgd.