Seeburgpark Kreuzlingen

Een groot deel van de vijvers in Seeburg Park bij Kreuzlingen (kanton Thurgau) is aangewezen als amfibieëngebied van nationaal belang. Kleinere en grotere dieren voelen zich hier thuis. Het landschap biedt ook een belangrijke habitat voor vogels.

In de dierentuin worden zeldzame en bedreigde diersoorten gehouden. Het park is bovendien het thuis van wilde dieren.

Het Wollschein-eiland dient als rustplaats en leefgebied voor watervogels.  Het 480 000 m2 grote park biedt ook een grote verscheidenheid aan plantensoorten.

Het Seemuseum geeft inzicht in het leven en werken aan het meer van Konstanz (Bodensee) nu en in vroeger tijden.

(Bron: www.thurgau-bodensee.ch)

Kasteel Seeburg Kreuzlingen

Het slot Seeburg werd gebouwd in 1598. Het werd in 1633 tijdens de belegering door Zweedse troepen in brand gestoken. Het klooster Kreuzlingen herbouwde het kasteel voordat het na de afschaffing van het klooster in 1848 overging naar het kanton Thurgau.

In 1870 werd het kasteel in het Seepark herbouwd tot zijn huidige uiterlijk. Sinds 1958 is het kasteel eigendom van de stad Kreuzlingen en is het ingrijpend gerenoveerd.

Totdat het niveau van het meer in de jaren 1960  lager werd, stond de Seeburg direct aan de oever van het meer van Konstanz. Sinds 1993 herbergt het kasteel een restaurant en verschillende zalen voor evenementen, vergaderingen, feesten en seminars.

(Bron: www.schloss-seeburg.ch).

Proosdijkerk in Wagenhausen

De Proosdijkerk (Propsteikirche) in Wagenhausen (Kanton Thurgau) is een voormalig klooster aan de oever van de Rijn, dat in 1083 door Tuoto van Wagenhausen werd gesticht.

De kerk is een driebeukige romaanse basiliek in de Lombardische stijl. De noordelijke zijbeuk werd rond 1600 afgebroken.

De fresco’s op de  triomfboog dateren uit de 13e eeuw. De fresco’s van de Heilige Agatha (noordwand), de Heilige Sebastiaan (koor), de Heilige Antonius en Benedictus (zij-absis) zijn na 1500 geschilderd. De doopvont komt uit het jaar 1512. De preekstoel dateert uit de 17e eeuw.

In de klokkentoren hangen drie klokken: een Mariaklok uit 1291, een grote klok uit 1514 en een kleine uit 1953. De Mariaklok (Marienglocke) is de oudste nog werkende klok van Zwitserland en even oud als de Zwitserse Confederatie.

In 1525 werd de proosdij afgeschaft en sinds 1529 dient is ze een protestantse kerk. Tegenwoordig heeft ze ook een culturele- en woonbestemming.

(Bron: www.thurgau-bodensee.ch).

De langste overdekte houten brug

De houten brug verbindt de Duitse stad Bad Säckingen (Baden Württemberg) met de gemeente Stein in het Fricktal (kanton Aaugau).

Met 204 meter is het de langste overdekte houten brug van Europa. De houten brug werd voor het eerst vermeld in de annalen van Colmar in 1272 en bestond toen uit twaalf houten pijlers.

De houten brug werd verschillende malen verwoest door oorlogen en overstromingen en moest telkens opnieuw worden opgebouwd. De houten brug was tijdens de Tweede Wereldoorlog een tijdlang volledig afgesloten.

Na meer dan 500 jaar tot het Huis van Habsburg-Oostenrijk te hebben behoord, werden het Fricktal en de Rijn de nationale grens tussen Duitsland en Zwitserland als gevolg van politieke omwentelingen (Vrede van Lunéville, 1801). Het Fricktal was Oostenrijks tot 1799.

Tussen het Groothertogdom Baden en het kanton Aargau zou de dalweg van de Rijn (de grootste diepte van de stromende beek) de landsgrens vormen, maar in het geval van bruggen het midden.

Op het midden van de brug werd een grenspaal geplaatst. Het onderhoud van de brug werd tot het midden van de 19e eeuw gefinancierd door een bruggentol. Dit geld werd aan de Zwitserse kant verzameld in het brughuisje.

Europese Erfgoeddagen 2021

De komende Europese erfgoeddagen zullen de aandacht vestigen op de kennis en vaardigheden van ambachten in het culturele erfgoed.

De 28e Monumentendagen vinden plaats op 11 en 12 september 2021.

“Gewusst wie – Faire et savoir-faire – Saper fare – Savair co far” is het thema van de Open Monumentendagen 2021.

De vraag is wat als cultuurgoed kan worden aangemerkt en hoe wij dat kunnen behouden en ontwikkelen. Wat is nodig om ervoor te zorgen dat materialen en gebouwen niet na korte tijd in verval raken, om kunstwerken naar behoren te restaureren en in stand te houden ? Welke gespecialiseerde kennis en vaardigheden zijn vereist ?

In Zwitserland vinden honderden rondleidingen, wandelingen, workshops en rondetafelgesprekken over dit onderwerp plaats.

Het doel is het verband tussen traditionele en moderne technieken te belichten. Kenners en leken worden uitgenodigd zich onder te dompelen in de wereld van het handwerk, materialen, vaardigheden en ambachten.

(Nadere informatie: www:nike-kulturerbe.ch).

Kartause Ittingen

Rond het midden van de 12e eeuw bouwden de Truchsesses van Ittingen hun kasteel om tot een klooster. De Augustijnen hadden vervolgens tot het midden van de 15e hun klooster in Ittingen.

In 1461 verwierf de kartuizerorde het verarmde kanunnikenklooster van Ittingen van de Augustijnen. De aangekochte gebouwen waren in verval geraakt en moesten ingrijpend worden verbouwd of herbouwd.

In de zomer van 1524 brak er een opstand uit in het grensgebied tussen Thurgau en Zurich. De katholieke baljuw die in kasteel Frauenfeld zat, had een gereformeerde pastoor in Stein am Rhein laten opsluiten.

Een menigte bestormde het kloostercomplex. De schade was enorm. Het duurde tientallen jaren voordat het klooster hersteld was van de verwoesting. In 1620 ontving de Orde een grote som geld voor de bouw van zes nieuwe monnikencellen. De schenking en de nieuwe gebouwen markeren het begin van een periode van economische en geestelijke voorspoed voor het klooster Ittingen.

Het kadaster van het klooster Ittingen is gedateerd 1743. Josephus Wech (1702 – 1761) was een bekwame kloosterbeheerder. Hij verzamelde systematisch alle informatie over de geschiedenis, de goederen en de rechten en plichten van het klooster en noteerde die tot in detail in 39 handgeschreven boeken. Deze boeken, de zogenaamde Urbarien, beschrijven de ontwikkeling van het klooster van 1525 tot 1760.

Josephus Wech vervaardigde ook de opmerkelijke kloostergoederenkaart uit 1745. Deze eigendomskaart van bijna 3 x 5 meter was een aanvulling op het Urbarien, waarmee het kloostergoed op een juridisch bindende manier werd vastgelegd.

In de 19e eeuw veranderden de  omstandigheden voor de kloosters fundamenteel. De Franse Revolutie had de oude feodale orde aan het wankelen gebracht en de Napoleontische oorlogen leidden ook in Zwitserland tot een reorganisatie van de staat. In 1803 werd het kanton Thurgau gesticht (Mediationsakte). Het kanton plaatste het klooster onder toezicht en ontbond het in 1848. De kloostergebouwen en alle bezittingen werden verkocht.

In 1867 verwierf Viktor Fehr (1848-1936) het Ittingen Charterhouse. Het kartuizerklooster werd een feodaal landgoed.

In 1977 werd de Stichting Kartause Ittingen opgericht, die het complex kocht en het een nieuwe bestemming gaf. Het museum van Ittingen werd in 1983 geopend. Ook het Thurgauer Kunstmuseum is in het klooster ondergebracht. Het klooster is een tegenwoordig een cultureel centrum, met faciliteiten voor seminars, organiseert evenementen en huisvest een hotel.

(Bron en verdere informatie: www.kartause.ch).

Stadhuis Stein am Rhein

Het stadhuis in Stein am Rhein (kanton Schaffhausen) werd in 1539-1542 gebouwd, het vakwerk in 1745. Lange tijd had het ook de functie van laken-, graan- en warenhuis”.

Het kreeg zijn huidige vorm in 1899, toen de markthal werd gesloten en de erker en schilderijen werden toegevoegd. De historieschilderijen zijn van Carl von Häberlin (1832-1911) uit Stuttgart, de wapenschilden en figuren van Christian Schmidt uit Zürich.

De gotische Grote Raadszaal herbergt onder meer de beroemde collectie wapenschilden uit 1542 en een collectie wapens. In de kleine raadszaal, die in 1766 werd ingericht met vergulde lambriseringen in rococostijl, heeft de gemeenteraad sinds 1542 zonder onderbreking vergaderd.

(Bron: www.tourismus.steinamrhein.ch).

Klooster Paradies

Op 6 december 1253 schonk graaf Hartmann IV van Kyburg (1213-1274) al zijn bezittingen aan de abdis en het klooster Paradies bij Konstanz.

Vanaf 1324 hoorde het klooster bij Schaffhaussen. Later nam de stad Diessenhofen het eigendom over. In het tumult van de Reformatie moest het klooster zijn activiteiten staken en werd het voortgezet in het nieuwe geloof.

Rond 1574 gingen de soevereine rechten over op de Eidgenossenschaft. In 1578 werd het klooster heropgericht. De crisis van de Reformatieperiode was nog niet overwonnen of in november 1587 brandde het klooster af.

Tijdens de Helvetische Republiek (1798-1803) werden de bezittingen van het klooster geconfisceerd. In 1836 besloot het kanton Thurgau het klooster op te heffen.

Het kloostergoed kwam in 1837 in zijn geheel in handen van de firma Melchior Wegelin. In 1918 kocht de firma Georg Fischer AG het kloosterdomein en de omliggende boerderijen.

Tegenwoordig herbergt het het klooster onder andere de enige gespecialiseerde bibliotheek van Zwitserland over ijzerbewerking en andere gebouwen van Georg Fischer AG.  De voormalige kloosterkerk is de parochiekerk van de gemeente Schlatt-Paradies.

Diessenhofen

Diessenhofen betekent “boerderijen van Diezo”. Op basis van deze naam heeft een Aleman het dorp gesticht. Later schonk een priester met naam Lazarus het dorp samen met de kerk aan het klooster van St. Gallen (757).

In 1178 verleende graaf Hartmann II van Kyburg het dorp stadsrechten. De oorkonde is de oudste bewaard gebleven tekst van een stadsoorkonde in Zwitserland. Nadat de graven van Kyburg waren uitgestorven, kwam de stad in 1264 in handen van Rudolf von Habsburg (1218-1291).

De Eidgenossen veroverden Diessenhofen na een belegering van tien dagen in oktober 1460. De Confederatie bestuurde de stad (en Thurgau) ruim driehonderd jaar (1460-1798) tot de oprichting van de Helvetische Republiek (1798-1803) door Napoleon. Sinds 1803 en de oprichting van de Confederatie (1803-1813) maakt de stad deel uit van het kanton Thurgau.

Er is voor het eerst sprake van een stadhuis in Diessenhofen in 1415. Rond 1470 liet de stad een nieuw gebouw optrekken op de huidige plaats. In 1760 besloot de gemeenteraad dit gebouw af te breken en een nieuw te bouwen. In 1833/34 werd het gebouw vernieuwd. In 1988 is het stadhuis volledig gerenoveerd.

De stad is ook bekend vanwege het Amtshaus en het kasteel.

Klooster Sankt Georgen

In Stein am Rhein (Kanton Schaffhausen) bevindt zich een van de culturele en historische juweeltjes van de Bodensee-regio.

Het (voormalige) benedictijnenklooster van Sankt Georgen werd gesticht in de jaren 1002-1007 en is uitstekend bewaard gebleven. In 1007 Keizer Henrich II (973-1024) verplaatste het klooster van Singen naar Stein am Rhein, waar de Rijn het meer van Konstanz weer verlaat (de Untersee). Het klooster kreeg al snel munt- en marktrecht, wat leidde tot grote voorspoed voor stad en klooster.

Na de ontbinding van het klooster in 1525 in de reformatie, was het complex de residentie van de voogden tot 1798.

Het museum toont het klooster, de woningen van de abten, de kloostertuinen en de geschiedenis.  De muurschilderingen in de banketzaal behoren tot de vroegste en belangrijkste voorbeelden van renaissanceschilderkunst ten noorden van de Alpen. De privévertrekken van de abten zijn rijkelijk versierd met lambriseringen, houtsnijwerk en talrijke muurschilderingen.

De grote kloostertuin en de geneeskrachtige tuinen bieden uitzicht op de Untersee, de Rijn en het eiland Werd.

(Bron en nadere informatie: www.klostersanktgeorgen.ch).