The food we love to hate


Affiche Beurk! Yuck! Yuck! The food we love to hate, Alimentarium, Vevey

Uitgangspunt van de participatieve tentoonstelling Beurk! Yuck! Yuck! The food we love to hate zijn bijdragen over voedsel, dat niet wordt gewaardeerd. Het publiek heeft haar ervaringen op een speciaal platform kenbaar gemaakt. Alimentarium presenteert het verzamelde materiaal op een interactieve en onderhoudende manier, gekoppeld aan informatie en analyse over afkeer van bepaald voedsel en de culturele, religieuze, sociale, historische en wetenschappelijke context.

“Vertel me wat je eet en ik vertel je wie je bent” is een uitspraak uit 1825 van de Franse gastronoom Jean Anthelme Brillat-Savarin (1755-1826). Met deze tentoonstelling draait het Alimentarium het spreekwoord om. Voor het eerst gaat de tentoonstelling over een gevoel dat wordt veroorzaakt door afkeer van voedsel. Zij geeft antwoorden op de stelling: “Vertel me wat je niet eet en ik vertel je wie je bent“.

De bijdragen op het platform zijn het uitgangspunt van de tentoonstelling. Daarnaast is er aandacht voor de geschiedenis van de smaak door interactieve media met vier hoofdthema’s (biologie, ethiek, esthetiek en duurzame ontwikkeling) en animaties die alle zintuigen aanspreken.

Lionel O’ Radiguet


Lionel O' Radiguet, 1913. St. Ursanne. Musée jurassien d'art et d'histoire, Delémont

De tentoonstelling is gewijd aan Lionel O’ Radiguet (1857-1936). Hij is tegenwoordig nauwelijks nog bekend in Frankrijk, zijn geboorteland, en Zwitserland, zijn keuzeland. Destijds was hij echter  een bekende persoonlijkheid. Hij is geboren in Bretagne. O’ Radiguet was een groot reiziger, in zijn jonge jaren officier bij de Franse marine, lid van het Franse consulaire corps in China, professor in de Chinese taal en literatuur aan de universiteit van Lausanne, geleerde, schrijver, ondernemer en schilder.

Zijn ouders kwamen uit Ierland en hij  is altijd geïnteresseerd geweest in de Keltische en Ierse cultuur en geschiedenis.  Deze belangstelling leidde hem in 1894 naar St. Ursanne (Kanton Jura). Deze stad was aan het begin van de zevende eeuw de zetel van de Ierse monnik St. Ursanne. De prachtige Romaanse kerk (Collégiale) uit de elfde en twaalfde eeuw is gewijd aan deze heilige. Vanaf 1904 vestigde hij zich voorgoed in Saint-Ursanne. Hij vergat Bretagne echter niet en hij publiceerde in 1904 een grondwet voor de Republiek Bretagne (Constitution nationale pour une République bretonne). Hij publiceerde ook over de geschiedenis van de Jura en Zwitserland initieerde vele projecten, waaronder een kanaal van Bazel naar Nantes (via St. Ursanne), een kuuroord met het mineraalwater van de bron Bel-Oiseau en zelfs een golfbaan bij St. Ursanne. Hij organiseerde een internationale wedstrijd voor pijprokers en lobbyde voor de ontwikkeling van de spoorwegen.

De tentoonstelling onderzoekt het leven van deze vergeten Zwitserse burger (in 1918 kreeg hij de Zwitserse nationaliteit) en enkele van zijn schilderijen uit de periode 1906-1916. Ook zijn er kunstwerken uit de kerk en de geschiedenis van deze prachtige middeleeuwse stad te zien.

(English) Reparation versus Consumer Society


Jeter versus conserver. Foto: Musée paysan et artisanal, la Chaux-de-Fonds

Vanaf de prehistorie tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw werden voorwerpen voor het huishouden of in het huis lang bewaard en gerepareerd. Ze gingen vaak vele generaties mee. Het gebruik van natuurlijke grondstoffen, het gebrek aan (financiële) middelen en menselijke creativiteit en oude ambachten maakten dit mogelijk.  Met de komst van de consumptiemaatschappij, plastic en zijn afgeleide producten en technische apparaten (onder andere computers, mobiele telefoons) is sprake van wegwerpartikelen.

Deze tentoonstelling (Jeter versus conserver) belicht de oude ambachten en het behoud van voorwerpen door reparatie en zorg voor het materiaal en geeft van voorbeelden van reparatietechnieken en gerestaureerde objecten. Het is vooral een zinvolle tentoonstelling voor de jeugd, die demonstreert voor het klimaat, maar veelal geen zorg heeft voor materiaal, weinig (kleding) repareert en het duurzaam gebruik van natuurlijke grondstoffen, zoals hout, wol en katoen, veronachtzaamt.

 

Grieken 3.0


Foto: Münzkabinett Winterthur

Het Muntenkabinet (Münzkabinett) Winterthur heeft een unieke collectie Griekse munten voor en tijdens de Romeinse overheersing. Met de tentoonstelling “Griechen 3.0” wordt een deel ervan toegankelijk gemaakt voor het publiek. Verschillende audiostations leiden de bezoekers door de tentoonstelling; ze vertellen de historie, brengen de afbeeldingen uit de Griekse en Romeinse wereld weer tot leven. Het muntkabinet bezit daarnaast een grote collectie munten uit de periode 600 v.  Chr. tot 280 n. Chr. Niet alleen van de Romeinse en Griekse cultuur, maar ook Perzie, Keltische stammen, Armeense heersers, Parthen en Kelten.

Kippen


In de tentoonstelling staat de fascinerende wereld van de kip centraal. Wat weten we eigenlijk van een van de belangrijkste landbouwdieren van de mens? Hoe is deze relatie tussen de mens en de kip begonnen?  Na een tienvoudig vergroot skelet van biedt de show een selectie van rassen van gedomesticeerde kippen en vele soorten wilde kippen en komt de kip in al zijn facetten aan de orde.

 

De eerste tekeningen van le Corbusier.1902-1916


Foto: Teatro dell’architettura Mendrisio

De tentoonstelling (I disegni giovanili di Le Corbusier. 1902 1916) is gewijd aan de tekeningen van Charles-Edouard Jeanneret, later Le Corbusier (1887-1965), die tussen 1902 en 1916 zijn ontstaan. Ze toont meer dan tachtig niet-gepubliceerde originele tekeningen uit openbare en particuliere Zwitserse collecties en bevat talrijke reproducties van tekeningen van de Fondation Le Corbusier in Parijs (deze stichting bezit ongeveer 5.000 tekeningen).

Hij ging in 1902 naar de school voor kunst en toegepaste kunst voor de (horloge) industrie (L’Ecole d’art et d’art appliqué à l’industrie) in zijn geboortestad La Chaux-de-Fonds. 1916 is het jaar voordat hij in 1917 naar Frankrijk verhuisde en een architectenbureau in Parijs opende.

De tentoonstelling is chronologisch gerangschikt. Het begint met zijn schooltijd, en eerst de architectuur, daarna zijn reizen en verblijven in de Europese hoofdsteden in Italië, Parijs, Berlijn en andere Duitse steden, en vervolgens naar Oost-Europa, Istanbul en Athene.

Het andere deel toont zijn terugkeer en zijn verblijf in La Chaux-de-Fonds (1912-1916). In deze periode wijdde hij zich ook aan het schilderen en tekenen. Hij tekende landschappen, dieren, portretten, naakten, stillevens en nauwgezette ontwerpen voor horloges, zijn eerste vak op school. In deze periode besloot hij zich voornamelijk te wijden aan architectuur, mede op aanraden van Charles L’Eplattenier (1874-1946), zijn professor aan zijn school.

Oorlog en vrede in kronieken


Heraldiek boek (Wappenbuch) 1501-1620, gebaseerd op een manuscript (1483) van Konrad Grünenberg (1442-1493). Zentralbibliothek Zürich, MS A 42

De tentoonstelling (Krieg und Frieden. Bilderchroniken aus der Frühzeit der Alten Eidgenossenschaft)  toont een selectie van rijk geïllustreerde kronieken vanaf de 15e eeuw. Afzonderlijke Orte en steden en in toenemende mate de Eidgenossenschaft als verbond tonen in deze prachtig versierde handgeschreven kronieken hun verleden, oorlog en vrede. Enkele van de belangrijkste van deze manuscripten zijn te zien in Centrale Bibliotheek van Zürich: o.a. de Tschachtlan kroniek, de Grote Kroniek van de Bourgondische oorlogen (Grosse Burgunderchronik)” van Diebold Schilling de Oudere (1445-1486), de Schodol kroniek uit Bremgarten, de Zürich Edlibach kroniek, het eerste waarheidsgetrouwe stadsgezicht van Zürich, het vroegste manuscript met de geschiedenis van Arnold Winkelried (de held van  de slag bij Sempach in 1386), de eerste kaart van de Zwitserse Confederatie en de eerste gedrukte atlas van Zwitserland.

Józef Czapski


Affiche tentoonstelling Józef Czapski. © Succession Jozef Czapski. Fondation Jan Michalski, Montricher

Het leven van de schilder, schrijver, criticus en denker Józef Czapski (1896 -1993) valt samen met de hele 20e eeuw. Czapski werd geboren in Polen en groeide op in de nadagen van het Russische Rijk. Hij nam deel aan beide wereldoorlogen als soldaat en officier. In de Eerste Wereldoorlog als Pools cavalerieofficier, in de Tweede Wereldoorlog eerst als krijgsgevangene nadat de Sovjet-Unie Polen in september 1939 was binnengevallen (hij was een van de weinige overlevenden van het bloedbad van Katyn), daarna in de Poolse strijdkrachten in het Midden-Oosten tegen Duitsland na 22 juni 1941. Na de oorlog vestigde hij zich in de buurt van Parijs en begon hij opnieuw te schilderen en te schrijven. Zijn vroege artistieke productie was tijdens de oorlog vernietigd. Door een selectie van dagboeken, boeken, tekeningen en schilderijen brengt de tentoonstelling zijn creatieve proces en werken naar voren. Het Maison des arts Plexus in Chexbres toont vijftig van zijn werken, parallel aan de tentoonstelling van de stichting.

Exotisch


Wereldbol, collectie Louis de Treytorrens, 18e. siècle. Bibliothèque cantonale et universitaire de Lausanne.

Wat is de definitie van “exotisch” in Zwitserland of elders? Deze veranderende notie conditioneert nog steeds de manier van kijken naar de wereld van vandaag. Twee eeuwen geleden bestond er in Zwitserland een andere kijk op landen van Europa en andere continenten en haar inwoners. De tentoonstelling onderzoekt de relatie tussen Zwitserland en het buitenland in het tijdperk van de Verlichting, maar biedt ook een link naar de 21e eeuw en een begrip van de (veranderde) wereldbeelden. Talrijke activiteiten, artistieke installaties en samenwerkingsverbanden met andere culturele en historische instellingen begeleiden deze tentoonstelling, die ook ingaat op actuele onderwerpen.

Ware liefde in een doos


Echte liefde bestaat en bestond, evenals maatschappelijke conventies, althans dat is het uitgangspunt van de tentoonstelling (L’amour en boîte). In de periode 1812-1817 schreven Eugénie de Treytorrens (1785-1856) en Charles d’Odet (1776-1846) elkaar ten minste 252 brieven. Eugénie was van welgestelde protestante komaf uit Guévaux (kanton Fribourg). Charles kwam uit een familie van landeigenaren, maar was aanzienlijk minder gefortuneerd, ook nog eens katholiek en uit een ander kanton (Valais). Hun correspondentie is bewaard gebleven. Ze geeft een goed inzicht in de sentimenten, moraal, relatie man-vrouw, protestant-katholiek en het belang van fortuin binnen dezelfde klasse van bourgeoisie. In de correspondentie komen deze aspecten telkens weer aan de orde en ze zijn ook elf keer reden geweest de relatie te beëindigen. De twaalfde keer, in een brief gedateerd 4 november 1817, maakt Eugénie het definitief uit.

In de huidige tijd van sociale media gaat de correspondentie veel sneller, minder hoffelijk en minder langdradig. De discussies hebben ook een andere inhoud, de sentimenten blijven echter gelijk. Overigens zijn Eugénie en Charles beiden kort daarna getrouwd, zij met  notaris Charles Stoecklin (1793 – 1842) uit Fribourg, hij met Aglaé de Bons (1797 – 1864).