Paaldorpwoningen in Midden-Europa

Het Paaldorpwoningenmuseum (Pfahlbautenmuseum) in Unteruhldingen (Duitsland) en het Laténium in Hautrive (kanton Neuchâtel, Zwitserland) bestuderen de prehistorie in het Bodenmeergebied en het Driemerengebied in Zwitserland en de archeologie van de paaldorpwoningen in het bijzonder.

Paaldorpwoningen zijn een fenomeen dat wetenschappers en het publiek nog steeds verbaast. De meeste paaldorpwoningen komen voor in Zwitserland en in Duitsland.

Italië kent een hoge concentratie van Paaldorpwoningen in de Adigo (Süd-Tirol) en Frankrijk kent enkele Paaldorpwoningen in de Savoie.

Dit erfgoed was door water bedekt tot aan het einde van de negentiende eeuw, toen archeologen de eerste ontdekkingen deden van een verloren beschaving. De decoratieve kunsten, de woningen en de nutsvoorzieningen zijn indrukwekkend.

Zwitserland presenteerde trots de eerste replica’s van paaldorpwoningen op de wereldtentoonstelling in Parijs in 1867/68.

Het bewonen van meren was een regionaal fenomeen, dat de huidige nationale grenzen overschreed en de oude onderlinge afhankelijkheid van culturen vanaf de prehistorie laat zien, zelfs vóór de romanisering vanaf het begin van de Romeinse bezetting rond 15 v. Chr.

Het Laténium in Neuchâtel en het Pfahlbautenmuseum in Unteruhldingen zijn de meest interessante musea in deze regio.

(Nadere informatie: www.pfahlbauten.com en www.latenium.ch).

Van Gogh Alive

De schilderijen en tekeningen van Vincent Willem van Gogh (1853-1890) zijn te bewonderen in een fascinerende multimediashow. Het project reist de wereld rond en is nu in Zürich te zien. In 1880, toen hij 27 jaar oud was, ging Vincent zich volledig wijden aan het schilderen na een korte carrière als kunsthandelaar en een nog kortere studie in de theologie.

Hij werd vooral geïnspireerd door het Impressionisme en het Post-Impressionisme. In slechts tien jaar tijd produceerde hij meer dan 2000 kunstwerken, bestaande uit ongeveer 930 schilderijen en 1 100 tekeningen en schetsen. De voorstelling is een beleving voor de zintuigen door de combinatie van licht, kleur en muziek. In grootschalige projecties worden zijn beroemdste werken tot leven gebracht.

(Bron en verdere informatie: www.vangogh-alive.ch).

Een multiculturele woongemeenschap

Graubünden is niet alleen het kanton van 150 dalen, maar ook het kanton van verschillende culturen en talen.

Op de voorjaarsbeurs Higa van 21 tot 29 maart in Chur is er een multiculturele woongemeenschap van verschillende talen en culturen.

Het is het eerste gemeenschappelijke publieke optreden van vier organisaties: de Romaanse Vereniging (la Lia Rumantscha, opgericht in 1919), de vereniging voor Italiaans Graubünden (l’associazone Pro Grigioni Italiano, opgericht in 1918), de Walservereinigung (l’associazione Walser Grigioni, opgericht in 1960) en de vereniging Pro Raetia (opgericht in 1949).

Deze organisaties presenteren zich als een symbolische woongemeenschap met een ruimte  voor Romaans, Italiaans, Walser en de vereniging Pro Raetia, die onder andere de Duitse taal vertegenwoordigt.

(Verdere informatie: www. higa.ch/sonderschauen/sonderschau-sprachen).

 

De veren van Bazel

De vier veren tussen de huidige Rijnbruggen van Bazel kennen een historie van ruim 150 jaar. Tot 1879 was de Mittlere Brücke (tot 1905 een houten constructie uit de dertiende eeuw) de enige brug.

Dit was de reden met houten schepen van ongeveer 9 meter lengte de verbinding tussen Kleinbasel en Grossbasel te onderhouden.

Deze veren (Fähre) heetten aanvankelijk Fliegende Brücke (vliegende bruggen), De exploitatie was in handen van een vereniging van kunstenaars (Künstlergesellschaft) die de winst besteedde aan de bouw van een Kunsthal op de Steinenberg in het centrum van de stad.

Vanwege de komst van steeds meer bruggen (onder andere de Wettsteinbrug in 1879, de Johanniterbrug in 1882, de Dreirosenbrug in 1934 en de brug bij de Krachtcentrale Birsfelden in 1954) en de motorisering nam het gebruik van de veren steeds verder af. In 1976 hield de laatste veerman (Fährimann) er mee op.

Om de veren in de vaart te houden werd een stichting opgericht voor onderhoud en exploitatie van vier veren: de Ueli, Wilde Maa, Leu en Vogel Gryff, legendarische figuren uit de historie van Kleinbasel.

Deze stichting zou later opgaan in de Fähri-Verein Basel. De vier veren varen nog steeds dagelijks tussen Klein- en Grossbasel en wel al 150 jaar zonder uitstoot van Co2, omdat de stroom van de Rijn zorgt voor de verplaatsing naar de overkant via een even eenvoudige, als geniale kabelconstructie.

(bron en verdere informatie: www.faehri.ch).

Palace in the Air in St. Moritz

Het is 100 jaar geleden dat de eerste vlucht tussen St. Moritz (Kanton Graubünden) en Londen werd uitgevoerd. Een van de initiatiefnemers in 1920 was Hans Badrutt (1876-1953), eigenaar van het Badrutt’s Palace Hotel in St. Moritz.

Het meer van St. Moritz meer (St. Moritzersee), vlak voor het hotel, was ook de locatie van de eerste vluchten per vliegtuig in Zwitserland in 1910.

De eerste Zwitserse luchtvaartmaatschappijen werden vlak na de eerste wereldoorlog opgericht. Een van hen, Ad Astra, was eigendom van Alfred Comte (1895-1965).

Comte vloog meer dan 230 vluchten in het luchtruim van Graubünden in de winters van 1919 en 1920. Het wintertoerisme bloeide weer op en de Britse aristocraten, captains of industry en kunstenaars vormden de belangrijkste groep.

De directe vlucht van St. Moritz naar Londen en terug met een geschatte reistijd van negen uur was de volgende logische stap.

Het werd mogelijk gemaakt door de nieuwe internationale luchtvaartovereenkomst tussen Frankrijk, Groot-Brittannië en Zwitserland, die kort na de oorlog was ondertekend.

De eerste vlucht met Comte als piloot vond plaats op 4 maart 1920, met een Condor CH-2. Het Badrutt’s Palace hotel viert dit honderdjarige evenement en organiseert de ‘Palace in the Air’ lijn tussen St. Moritz en Londen.

De eerste vlucht vanuit Londen landde na minder dan twee uur op vrijdag 14 februari jongstleden, niet meer op het St. Moritz meer, maar op het nabijgelegen vliegveld van Samedan, en vertrok dezelfde dag weer uit St. Moritz naar Londen.

Op 22 en 23 februari zullen er nog twee retourvluchten zijn van deze historische route.

De Zwitserse Spoorwegen

Bazel had in Zwitserland de primeur van de eerste spoorlijn. Vanaf december 1845 reden treinen via Saint-Louis naar Straatsburg en vanaf 1852 naar Parijs. In 1847 zou de “Spanischbröstli-Bahn” tussen Baden en Zürich in bedrijf worden gesteld.

Dat was de situatie in 1848, toen de nieuwe Confederatie bij Grondwet werd vastgelegd. In 1850 telde het land slechts 25 kilometer spoorweg en drie stations, in Bazel, Baden en Zürich, terwijl andere landen samen toen al 20 000 kilometers rails en meer dan 700 stations hadden.

Tot 1848 waren de soevereine kantons, regio’s en steden niet in staat en (financieel en politiek) bereid het spoorwegennet te ontwikkelen op basis van een gemeenschappelijk beleid.

Dit veranderde met de komst van de Confederatie en de enthousiaste en gedreven persoonlijkheid van Alfred Escher (1819-1882).

Niet alleen Engelse toeristen hadden het land ontdekt, ook voor Engelse spoorwegingenieurs was het in Zwitserland goed toeven. Engeland had tenslotte de eerste spoorweg tussen twee steden (Liverpool en Manchester, 1830) en het dichtste spoorwegnetwerk.

Zwitserland raakte in de ban van de uitbouw van spoorwegnet, aangelegd en gefinancierd door de private sector. Rond 1860 lag er 650 kilometer spoor, in 1864 1 300 kilometer en in 1870 2730 kilometer en het land hoorde bij de Europese top.

Dit ging echter over het relatief makkelijke gebied van Noord-Zwitserland.

De Alpen waren van een andere orde. De Gotthard zou de eerste grote doorbraak zijn. In 1871 werd de Gotthardgesellschaft opgericht met Alfred Escher als president.

In 1872 begon in Göschenen (Zwitserse kant) en Airolo (Italiaanse kant) de bouw, op 1 juni 1882 werd de tunnel geopend en in 1902 ontstond de SBB, voortgekomen uit de vele particuliere spoorwegmaatschappijen.

Het huzarenstukje van de Gotthardtunnel werd in 2016 nog eens overgedaan.

Veldschuren in Baselbiet

Veldschuren zijn getuigen van de vroegere landbouwcultuur op het platteland van Baselbiet (Kanton Basel-Landschaft). Door hun ligging in het open landschap zijn ze een opvallende verschijning, vooral in het noordelijke deel van het kanton.

Ze staan echter ook voor een oude vorm van landbouw die werd uitgevoerd met lokaal beschikbare middelen en zonder motorisering.

Tot de 18e eeuw werd het land uitsluitend vanuit de dorpen bewerkt. Individuele boerderijen op het land bestonden nauwelijks. Met het begin van de moderne tijd begon de bevolking te groeien en moesten meer inwoners worden gevoed.

Steeds meer afgelegen gebieden werden voor landbouw in gebruik genomen. Hooischuren en kleine schuren voor het vee werden in de 18e eeuw in grote aantallen gebouwd om tijdelijk onderdak te bieden aan hooi, vee en mensen.

Sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw hebben de motorisering en rationalisatie in de landbouw deze gebouwen overbodig gemaakt en vele zijn al gesloopt. In het Bazelbiet zijn tegenwoordig nog ongeveer 280 veldschuren uit de periode tussen de 17e en 19e eeuw bewaard gebleven.

In 2010 is de vereniging Baselbieter Feldscheunen opgericht.

Het doel is om de aandacht te vestigen op de veldschuren als onderdeel van het traditionele landschap en als getuige van onze bouwcultuur.

(Bron en nadere informatie: www.feldscheunen.ch).

Centrum Champ-Pittet en de Grande Cariçaie

Het Champ-Pittet Centrum in de Grande Cariçaie presenteert een interactieve tentoonstelling over het bos, het moeras en de drie tuinen, een natuurlijk laboratorium en verschillende kunsttentoonstellingen.

De Grande Cariçaie is een groot natuurgebied aan de zuidoostelijke oever van het meer van Neuchâtel. Het oevergebied van het meer is ontstaan uit de eerste watercorrectie van de Jura aan het einde van de 19e eeuw en bestaat uit veen- en moerasgebieden, bossen en ondiepe waterzones.

Een kwart van de Zwitserse dier- en plantensoorten is hier thuis, waaronder veel zeldzame en bedreigde dier- en plantensoorten.

De Grande Cariçaie is het grootste aaneengesloten moerasland van Zwitserland en omvat acht natuurreservaten. Deze reservaten zijn gegroepeerd onder de naam Grande Cariçaie.

Drie tuinen tonen ook een rijkdom aan inheemse sier- en gebruiksplanten en milieuvriendelijke tuinbouwmethoden.

(verdere informatie: www.pronatura-champ-pittet.ch).

Alpenpanorama in de Jura

Wie de bergweg over La Vue des Alpes in de Zwitserse Jura neemt, wordt beloond met een prachtig panorama.

Het alternatief is de 3 250 meter lange tunnel die La Chaux-de-Fonds met Neuchâtel verbindt, maar men zal in de winter (en andere seizoenen) een prachtig uitzicht over de Alpen missen (bij helder weer).

De 1283 meter hoge plek toont het meer van Neuchâtel en de Alpen op de achtergrond. Van rechts naar links de Mont Blanc, les Dents du Midi tot aan de Eiger, Mönch, Jungfrau e n alle (hoge) toppen van de Berner en Walliser Alpen daartussen.

Soms strekt het uitzicht zich nog verder uit. In de richting van La Chaux-de-Fonds zie je de Jura en de Vogezen. La Vue des Alpes is misschien niet het hoogste punt van het Jura gebergte, maar het is wel een van de meest indrukwekkende.

Luchtballonenfestival

Het 42e festival van luchtballonen is 25 januari in Château-d’Oex van start gegaan. Het jaarlijkse evenement duurt tot en met 2 februari. Meer dan zestig ballonvaarders uit vijftien landen nemen deel aan diverse activiteiten. De traditionele Night Glow vindt op 31 januari plaats.

Het programma biedt lezingen, actieve deelname van aanwezigen (kinderen en volwassenen), ballonvaarten in de vallei, vliegen in formatie en andere luchtshows. Bovendien herdenken twee vluchten de historische ballonvaart uit 1909 van Albert Gockel en Viktor Franz Hess en het twintigjarige bestaan van ballonvaart festivals in St. Niklaas (België), Romorantin (Frankrijk), Bristol (Verenigd Koninkrijk) en Château-d’Oex (Zwitserland). (Verdere informatie: www.chateau-doex.ch).