Schynige Platte

De natuurlijk botanische tuin Schynige Platte, Alpengarten Schynige Platte (kanton Bern bij Interlaken), 1967 boven de zeespiegel, toont de overvloed aan kleur en geur van de Zwitserse flora en fauna boven de boomgrens.

Men kan edelweiss, gentiaan en ongeveer 700 andere alpenplanten in hun natuurlijke omgeving ontdekken, ongeveer twee-derde van alle Zwitserse alpenflora.

De Schynige Platte Railway maakte zijn eerste reis op 13 juni 1893 en rijdt nu al meer dan 125 jaar tussen Wilderwil bij Interlaken en de Schynige Platte.

Prachtige landschappen en spectaculaire uitzichten over het Thun- en Brienz-meer passeren de revue en de toppen van de Eiger, Mönch en Jungfrau vormen een uitzonderlijk panorama. De Schynige Platte is ook het startpunt van een van de mooiste wandelroutes van Zwitserland.

Het berghotel Schynige Platte (1899, uitgebreid gerenoveerd in 2011) getuigt nog steeds van de Belle-Époque van het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw.

(Bron en verdere informatie: www.jungfrau.ch).

Romeins huis Augusta Raurica 65 jaar

Meer dan 65 jaar geleden had René Clavel uit Bazel (1886-1969) het idee om een Romeins huis van de lokale stedelijk elite na te bouwen in de Romeinse kolonie Augusta Raurica, het huidige Augst.

Augst, de Clavel-villa, bij het museum

In overleg met professor Laur-Belart (1898-1972), die verantwoordelijk was voor de opgravingen in Augusta Raurica, liet hij een peristylhuis bouwen naast het Romeinse theater, met portieken, een omzuilde binnenplaats en met werkplaatsen aan de straatkant. Clavel overhandigde het Romeinse huis aan de Pro

Augusta Raurica Stichting in het voorjaar van 1955. Het Romeinse huis is een gebouw dat het Romeinse leven van de (provinciale) elite illustreert.

Clavel had Pompeii en Herculaneum bezocht en was niet bang om daar en bij andere opgravingen inspiratie op te doen bij de vele open vragen over deze huizen in Romeins Zwitserland.

De prachtige fresco’s zijn daarvan een goed voorbeeld. De Gallo-Romeinse of Raurico-Romeinse peristylhuizen leken misschien niet in ieder opzicht op de veelal luxer uitgevoerde stadsvilla’s in Pompeii of Herculaneum, maar de reconstructie in Augst geeft wel een goede  indruk.

Bovendien geeft het museum nadere achtergrondinformatie en is het terrein een Romeins openluchtmuseum.

(Bron en nadere informatie: B. Pfäffli, “Het Romeinse huis: 65 jaar oud en verre van gepensioneerd” in Augusta Raurica, 2020/1, Augst).

De mooiste bergbeklimmingen- en tochten

De nieuwe uitgave van de Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen-Club, SAC) heeft de honderd beste bergbeklimmingen in Zwitserland en uit enkele regio’s tot onderwerp.

De auteurs geven een overzicht aan de hand van talrijke foto’s, diagrammen, informatieve teksten en kaarten.

Ook geeft het boek een overzicht van 50 goed gemarkeerde tochten en beklimmingen die alleen met gids gedaan mogen worden.

( Eugen E. Hüsler, Daniel Anker, Die Klettersteige der Schweiz, Aarau, 2020).

Grandeur in Auvernier

De stadsvilla in Auvernier stamt uit de eerste helft van de zeventiende eeuw. De Franse familie d’Orléans-Longueville (1504-1706) regeerde toen het graafschap Neuchâtel.

In 1630 werd het gebouw eigendom van Karl von Bonstetten uit Bern. Daarna werd en is de familie Châtenay eigenaar.

De zeventiende eeuw was de Gouden Eeuw van dit dorp (tegenwoordig gemeente Milvignes). De Grand Rue getuigt van deze grandeur met diverse andere gebouwen en het iets verderop gelegen kasteel uit 1603.

Tweeduizend jaar Solothurn

De Romeinen stichtten de nederzetting Salodurum (letterlijk waterpoort, zoals in Nederland de plaatsnamen met Trecht of Tricht) rond 20 na Christus.

De belangrijkste reden was de aanleg van een weg (en brug over de Aare) tussen Aventicum (Avenches) en Vindonissa (Windisch).

De stad werd een militaire vestingstad met de gebruikelijke Romeinse (militaire) openbare en particuliere gebouwen, waarvan de restanten nog steeds te zien zijn in de oude binnenstad.

De stad had Bourgondische koningen (koninkrijken van Bourgondië, ca. 460-c.536 en 888-1032), Frankische koningen en keizers (ca. 536-888) en Duitse koningen en keizers (Heilige Roomse Rijk (vanaf 1033) als heersers, maar werd in 1218 een onafhankelijke keizerlijke stad.

De stad verwierf daarna grote gebieden en sloot zich in 1481 aan bij de Zwitserse Eidgenossenschaft. Het prestige van Solothurn (Soleure) werd bevestigd vanwege haar nauwe banden met Frankrijk (met name in het kader van de beroemde en voor de stedelijke elite lucratieve huurlingenzaken)  en de oprichting van een Franse ambassade (1530- 1792).

Solothurn wordt ook wel de meest barokke stad van Zwitserland genoemd en niet zonder reden.

Een van de meest prestigieuze bouwwerken is de St. Ursen-kathedraal, vernoemd naar de heilige St. Ursus. De eerste fundamenten dateren uit de middeleeuwen. De huidige kathedraal is gebouwd in 1762-1773 door de architect Gaetano Matteo Pisoni (1713-1782) uit Ascona.

Hij oriënteerde zich met name aan de barokke kerken in Rome. Zijn neef Paolo Antonio Pisoni heeft de indrukwekkende trappen met de twee fonteinen ontworpen.

De architectuur van het interieur is echter ingetogen met aan de klassieken ontleende vormen. Ook ontbreekt de uitbundige en felgekleurde decoratie van de barok. De decoratie komt meer overeen me het Franse classicisme.

Solothurn is tevens de zetel van het bisdom Basel, een erfenis van de Reformatie. In de periode 1525-1529 verplaatste de bisschop van dit (grote en machtige Prins-Bisdom) zijn zetel eerst naar Pruntrut (Porrentruy) en vervolgens vanaf 1828 naar Solothurn.

Het beroemde Hotel de la Couronne en vele andere prachtige gebouwen en monumenten zijn de getuigen van deze periode.

(Bron: www.solothurn-city.ch)

De Romaanse kerk van St. Sulpice

De Romaanse kerk in St. Sulpice (kanton Vaud) is gebouwd door de abdij van Cluny in de 11e en 12e eeuw. De kerk maakte deel uit van een klooster en was aanvankelijk gewijd aan de heilige Sulpice en gaf haar naam aan het dorp.

Daarna is ze gewijd aan Maria Magdalena. De kerk werd protestants na de bezetting van Vaud (le Pays de Vaud) door Bern in 1536 en werd eigendom van de stad Lausanne.

De priorij verdween na 1536 ook grotendeels of kreeg een andere bestemming. Het middenschip is na de reformatie ingestort en niet meer herbouwd. De kerk is een nationaal historisch monument.

(Bron: www.notrehistoire.ch).

De Kelten in Zwitserland

De Kelten van Midden-Europa zijn voor het eerst archeologisch te traceren in de 8e  v. Chr., in Zuidoost-Frankrijk, Zwitserland en Zuidwest-Duitsland.

De Keltische naam komt uit het Grieks en Romeins (Galatoi, Keltoi, Galli, Celtae). De Kelten hebben zich zelf nooit zo genoemd en waren verdeeld in talrijke stammen. Ze spraken verschillende Keltische talen.

Er bestond wel een gemeenschappelijke cultuur met gemeenschappelijke religieuze en sociale kenmerken. De Keltische volkeren zijn echter nooit een politieke eenheid geweest.

Bremgarten, gereconstueerd oppidum

De economische basis bestond voornamelijk uit landbouw, handwerk, handel en veeteelt. De Keltische periodes van de pre-Romeinse ijzertijd, Hallstatt (8e-4e eeuw v. Chr.) en La Tène (4e-1e eeuw v. Chr.) ontlenen hun naam aan vindplaatsen van Keltische nederzettingen.  La Tène is een gebied aan het meer van Neuchâtel (het Museum Laténium is hieraan gewijd, www.latenium.ch).

Deze Kelten onderhielden handelsbetrekkingen met Griekse kolonies, onder andere Massalia (Marseille) in het zuiden van Frankrijk, Etrusken uit Midden- en Noord-Italië en andere Italiaanse gebieden.

In de 2e en 1e eeuw v. Chr. vonden grote veranderingen plaats in de politieke, economische en sociale structuren van de Keltische volkeren van Midden-Europa. Helvetische stammen bewoonden het gebied van het huidige kanton Vaud en het Zwitserse Plateau.

Andere stammen op het huidige Zwitserse grondgebied waren de Rhätiërs in het oosten (Graubünden), de Lepontii, Uberes, Nantuates, Sedunes en Veragres in het Alpengebied en Zuid-Zwitserland, en de Rauraken in delen van de noordelijke Jura, Bazel, Basel-Landschaft, Aargau, Thurgau en Z

Nieuwe handelsbetrekkingen met de culturen van het Middellandse Zeegebied en de Romeinse militaire opmars (122-120 v. Chr. Romeinse verovering van Zuidoost-Frankrijk tot Genève) lagen hieraan ten grondslag.

Na de Romeinse verovering van Gallia en het Zwitsers gebied (58 – 13 v. Chr.) hebben de Kelten hun cultureel erfgoed deels weten te bewaren, ondanks de romanisering. Dit leidde tot een nieuwe cultuur, het Gallo-Romeins (gallo-romain). De Keltische taal maakte echter plaats voor het Latijn, dat zich geleidelijk en uiteindelijk ontwikkelde tot het Frans in het westelijk deel van Zwitserland.

In de regio’s waar de Alemannen zich vanaf de vijfde tot de negende eeuw in Zwitserland vestigden werd Duits de voertaal. Het Reto-Romaans bleef lange tijd, tot de negentiende eeuw, dominant in het oosten van Zwitserland.

Italiaans-sprekend Zwitserland is ook een product van het Latijn en de Romanisering van de stammen in dit gebied.

(Bron: B. Maier, Die Kelten. Ihre Geschichte von den Anfängen biz zur Gegenwart (München 2016).

De Kleine Mythen en de Grosse Mythen

Mythe, legende,  historisch feit of een combinatie, Willem Tell en het jaartal 1291 zijn  vast verbonden met het ontstaan van het huidige Zwitserland, zoals Rome Romulus en Remus koestert en Griekenland de godin Athene vereert als stichter van de stad.

De Grosse en de Kleine Mythen zijn  echter granietharde  feiten. De Grosse Mythen (1899 m.) wordt ook  wel de Matterhorn voor bergwandelaars genoemd.

Deze twee bergtoppen in de nabijheid van Schwyz staan ook afgebeeld op het beroemde panorama van Charles Giron in het Bundeshaus.

Ze nemen  een prominente plaats in op het panorama, als symbool van het begin van de Eidgenossenschaft. De kleine Mythen (1811 m.) wordt nog  geflankeerd door de Haggenspitz (1761 m.).

De Mythen vormen niet alleen een schitterend berglandschap en wandelgebied, maar zijn ook de stille getuigen van de strijd in de dertiende en veertiende eeuw tussen Schwyz en het nabijgelegen klooster Einsiedeln, dat gesteund werd door Habsburg.

Dit  conflict  ging niet over soevereiniteit of staatsvorming van Zwitserland, maar om lokale belangen: gebruik van water, weiden, vee en  bos. Dit leidde in 1315 tot de legendarische slag bij Morgarten.

De geografie (geïsoleerde ligging vanwege de bergen), weerbarstige natuur (moeilijk toegankelijk voor ridders te paard) en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen zijn de feitelijke redenen van het langzame ontstaan van de Eidgenossenschaft in de dertiende en  veertiende eeuw in de Urschweiz.

De Grosse en Kleine Mythen volgden deze ontwikkelingen en feiten en ze zijn de kroongetuigen.

Makerspace Médiathèque Valais

De eerste Makerspace van de Médiathèque Valais opende zijn deuren op maandag 2 maart in Sion. Een Makerspace is een plek waar mensen samenkomen om digitale middelen en kennis te delen, samen te werken aan projecten en vooral om te creëren, uit te vinden, te knutselen, te verkennen en te ontdekken met behulp van een verscheidenheid aan digitale tools en materialen. De Makerspace in Sion streeft verschillende doelen na zoals: de ontdekking van digitale technologieën, creatie en co-creatie rond persoonlijke of gemeenschappelijke projecten, het verhogen van het bewustzijn over digitale middelen en het delen van kennis. (Bron en meer informatie: www.mediatheque.ch).

De Animaloculomat

De camera ‘Animaloculomat’ (dierkijkmachine) van de kunstenares Klara Hobza (1975) legt bijzondere foto’s vast op papier. Niet de geportretteerde persoon staat centraal, maar de waarneming van dieren.

Hoe ziet een dier de mens ? Het apparaat kent zes verschillende dieren als waarnemers van de geportretteerde. Bij de ontwikkeling van haar apparaat wisselde de kunstenares van gedachten met wetenschappers en raadpleegde ze de vakliteratuur.

Ze heeft de effecten en bewegingen van de dieren die ze heeft gekozen tot in detail bestudeerd en is zo tot haar artistieke interpretatie gekomen van hoe de foto’s eruit zouden moeten zien.

De Animaloculomat is ontstaan in het kader van het project ” Kunst/Natur. Künstlerische Interventionen” van het Museum voor Natuurwetenschappen in Berlin (www.museumfuernaturkunde.berlin) en is tot 19 april 2020 in Bazel in het Natuurhistorisch Museum te zien (Bron en verdere informatie: www.nmbs.ch).