Kanton Aargau

Het kanton Aargau en diens hoofdstad Aarau ontlenen hun naam aan de rivier de Aare. Het gebied is sinds de Romeinse tijd een belangrijke verkeersader geweest vanwege drie grote rivieren: de Aare, de Reuss en de Limmat.

In de vlag van het kanton komt dit ook tot uitdrukking. Deze heraldiek is voor het nieuwe soevereine kanton in 1803 ontworpen. Voordat het zover was, heeft het gebied vele andere machthebbers gekend.

De Romeinse tijd

De wegen in Aargau leidden in de Romeinse tijd via Augst (Augusta Raurica) naar het noorden (Gallia, Belgica, Germania),  naar het oosten Zürich (Turicum) en  de passen in Graubünden (Raetia), naar het westen het driemeren gebied rond de provinciale Romeinse hoofdstad Avenches (Aventicum) en naar het zuiden de Grote St. Bernardpas (Summus Poeninus).

Nadat Julius Caesar de Keltische stammen van de Helveten en Rauracen had verslagen in 58 v. Chr. bij Bibracte (vlakbij Autun, departement Saône-et-Loire) stichtte hij de Romeinse stad (colonia) Augusta Raurica (Augst).

Aan het begin van de eerste eeuw vestigden de Romeinen de grote legerplaats Vindonissa (Windisch) voor zesduizend soldaten (een legioen). De Rijn was de grens (limes) met de Germanen.

De voorzieningen voor duizenden soldaten en de strategische ligging leidden tot het ontstaan van anders plaatsen, onder andere Baden (Aquae Helveticae), Lenzburg (Lentia ?, met de restanten van een Romeinse theater) en Bad Zurzach (Tenedo).

Vroege middeleeuwen

Windisch is in de zesde eeuw zelfs een bisschopsstad geweest. Waarschijnlijk vanwege de invallen van de Alemannen is de zetel naar Avenches en vervolgens in dezelfde eeuw naar Lausanne verplaatst.

Na de Frankische heerschappij (534-843) en een periode van het Bourgondische koninkrijk (888-919) was de Hertog van Swaben de machtigste speler. In deze tijd is ook de abdij Beromünster gesticht.

De graven van Lenzburg heersten in de elfde en de twaalfde eeuw. De dynastie van Habsburg, afkomstig uit de Elzas, bouwde rond 1030-1040 de Haviksburcht (Habichsburg) vlak bij Brugg. Het plaatsje Habsburg is vervolgens ontstaan.

Habsburg

Habsburg stichtte de abdij Muri in 1020-1030 (na de stichting van de kloosters Murbach en Ottmarsheim in de Elzas).

Nat het uitsterven van de geslachten van Lenzburg (1173) en hun opvolgens Kyburg (1264) was Habsburg de belangrijkste macht. De eeuw van Habsburg in Aarau begon, maar eindigde in 1415.

De Eidgenossen veroverden in 1415 Aarau (maar niet het Fricktal) op Habsburg met toestemming van de keizer van het Heilige Roomse Rijk en Duitse koning Sigismund I (1368-1437).

De aanleiding was de onenigheid over de benoeming van de Paus voor en tijdens het Concilie van Konstanz (1414-1418).

Aarau zou tot 1798 door de Eidgenossen als bezet gebied (Untertanengebiet) worden bestuurd.

De Reformatie van 1520-1530 projecteerde de religieuze tegenstellingen binnen de Eidgenossenchaft ook op Aarau.

De door protestante kantons bestuurde gebieden werden protestants, de door de katholieke kantons bestuurde gebieden bleven katholiek. In Aarau werkte het Zwitserse compromis ook en beide religies bestonden naast elkaar.

Het kanton Aarau is ontstaan door de Mediationsakte van 1803 en de nieuwe confederaties van 1815 en 1848.

De Vlag  

De heraldiek beeldt in het linker deel de drie rivieren uit op een zwarte ondergrond als symbool van vruchtbare landbouwgrond. De drie sterren aan de rechterland geven de drie grootste regio’s van het kanton aan: het Fricktal, Aargau en Baden. De kleur blauw symboliseert water.

Bron: Historisches Lexion der Schweiz, Kanton Aargau, https://hls-dhs-dss.ch/de/articles/007392/2018-02-06.

De dorpskerk van Allschwil

Het schilderachtige dorp Allschwil (kanton Basel-Landschaft) verloochent met haar vele vakwerkhuizen de nabijheid van de Elzas niet.

De Franse-Zwitserse grens loopt dan ook sinds 1815 door de bebouwde kom, zoals dat in de stad Bazel en St. Louis (Franse grens) en Bazel en Weil am Rhein in feite (met de Rijn ertussen) ook het geval is.

De kerk is gebouwd in de Romaanse stijl en wordt al in 1118 genoemd in documenten over Almeswilre. De kleine dorpskerk heeft daarna nog vele aanpassingen ondergaan in de stijl van de tijd.

In de negentiende eeuw renoveert Jodok Friedrich Wilhelm (1797-1843) de kerk in de neo-classistische stijl, in 1985 wordt het interieur weer in de oude glorie hersteld.

De hoogtijdagen van de kerk zijn dan al lang voorbij. Allschwil is in de twintigste eeuw een dorp met 20 000 inwoners en de nieuwe St. Peter en Paulus kerk vervangt de middeleeuwse voorganger.

Het Appenzellerland

Het Appenzeller land, de kantons Appenzell Ausserrhoden en Appenzell Innerrhoden, is een heuvel- en berglandschap met prachtig uitzicht op  het meer van Konstanz (de Bodensee), de Rijndelta, Zuid-Duitsland, de Bregenzer bocht (Bregenzer Bucht) en uiteraard de Vooralpen (Voralpen) en de hoogste top de Säntis (2 502 meter) in Appenzell Innerrhoden.

De Appenzeller hebben een unieke historie (Zie Swiss Spectator 11.04.2021, de Appenzeller). De Witzwanderweg is een parcours dat een minder serieuze toon heeft en de typische humor van de Appenzeller onder de aandacht brengt.

Het glooiende landschap met haar bossen en weiden, rivieren en beekjes, onder andere de Urnäsch, Sitter, Rotbach en Goldach, boerderijen en dorpjes zijn bovendien zeer geschikt voor andere wandelingen of fietstochten.

Een boottocht op het nabij gelegen Meer van Konstanz (de Bodensee), een reisje met de tandradtrein, een bezoek aan musea, de (Biedermeier) dorpen of de Vooralpen zijn ook binnen een paar kilometer te realiseren in beide kleine kantons.

(Verdere informatie: www.appenzellerland.ch).

Het Kanton en de stad Zürich

De naam Zürich is afgeleid van de Romeinse naam Turicum. In de achtste en negende eeuw was de plaats een politiek, economisch en religieus centrum van het Karolingische Rijk. De Grossmünster en Fraumünster stammen uit deze periode.

Het Hertogdom Zwaben

Het Hertogdom Zwaben was de belangrijkste politieke macht in deze tijd. Dit continueerde in het Heilige Roomse Rijk tot 1098. In dat jaar verloor Swaben de heerschappij. De graven van Lenzburg (tot 1173) en daarna Zähringen waren de opvolgers. De stad kreeg in de eerste helft van de dertiende eeuw de status van vrije keizerlijke stad. Ook de adel werd in deze eeuw verdrongen door het stadspatriciaat.

Mede vanwege de handel met en tussen Zuid-Duitsland en de Italiaanse gebieden wordt de stad steeds welvarender. Door gebiedsverwerving wordt ze ook steeds machtiger.

Eidgenossenschaft 1352-1798

In 1352 trad Zürich toe tot de Eidgenossenschaft. De reformatie was door Hydrich Zwingli geintroduceerd in de jaren 1523-1524. Op zijn Zwitsers, in goed overleg en discussies met de stadsbestuurders.

Twee korte oorlogen volgden (Kappeler Kriege 1529 en 1531), die ook Zwingli het leven kostten in 1531. De stad was ook verwikkeld in de Villmerger oorlogen (1656 en 1712) en de Sonderbundsoorlog (1847).

De stad kende geen Landsgemeinde. De politieke structuur was gebaseerd op lidmaatschap van de gilden en de Grote (Grosse) en de Kleine Raad (Kleine Rat). Dit was in feite een erfelijke oligarchie.

1848

De grote economische sprong voorwaarts kwam na de nieuwe confederatie en Grondwet van 1848. De ontwikkeling van de spoorwegen, de financiële- en verzekeringssector, machinebouw, opleidingen voor ingenieurs (de ETH), textielindustrie en zijde-industrie gingen hand in hand.

De sociale, culturele en politieke gevolgen van de Eerste Wereldoorlog kenmerkten de stad. De oprichting van Dada door vluchtelingen uit elkaar bestrijdende landen, de staking van 1918 die het land op de rand van burgeroorlog bracht en de politieke invloed van persoonlijkheden van een van de belangrijkste kantons zetten de stad op de (wereld) kaart.

De Vlag    

De herkomst van de kleuren wit en blauw houdt wellicht verband met de keizerlijke rechterlijke instantie (Hofgericht) in Rottweil in het huidige Baden-Württemberg in de veertiende eeuw. In 1389 is de eerste afbeelding bekend.

Rottweil had eeuwenlang een verbond met de Eidgenossenschaft. Een andere theorie is dat de kleuren zijn afgeleid van de heraldiek van de graven van Lenzburg.

(Bron: Historisches Lexikon der Schweiz, Kanton Zürich, https://hls-dhs-dss.ch/de/articles/007381/2017-08-24).

Het beroemde theater Herzbaracke 

Der Schrijver Gottfried Keller (1819-1890)

 

Kanton Glarus

De naam Glarus (Clarona) komt voor het eerst in bronnen uit de negende eeuw voor. Het kanton Glarus heeft een even fraai als authentiek symbool: de heilige Fridolin. Hij leefde aan het einde van de vijfde eeuw tot 538.

500-1352

Deze Ierse monnik verbleef in Poitiers (Frankrijk) en daarna in het zuiden van Duitsland en in Zwitserland. Hij was een voorganger van zijn Ierse collega’s Gallus, Columbanus en vele anderen.

Hij stichtte het klooster in Bad Säckingen dat nog steeds functioneert en het oudste van Duitsland is. Hij is de patroonheilige van Glarus vanwege de belangrijke rol die dit klooster van de dertiende tot de vijftiende eeuw in dit kanton heeft gespeeld. De afbeelding van de heilige was altijd in de voorste gelederen van de troepen van Glarus te vinden.

Glarus hoorde vanaf de zesde eeuw bij het Frankische Rijk van de Merowingers en vervolgens de Karolingers. In deze periode verdrong de Duitse taal van de Alemannen (het alemannische dialect) het Romaans van de Gallo-Romaanse bewoners. Vanaf de tiende eeuw viel het gebied onder het Heilige Roomse Rijk.

De graven van Lenzburg (tot 1173) en Kyburg (tot 1264) waren tot de heerschappij van het Huis van Habsburg in 1264 de belangrijkste wereldlijke heersers. Glarus verzette zich echter tegen Habsburg en sloot in 1352 een verbond met de Eidgenossenschaft. Tevergeefs. Habsburg bleef de leidende politieke macht.

   

1352-1798

Dit veranderde na de veldslag bij Sempach (1386) en Näfers (1388). De Eidgenossen versloegen de Habsburgers beide keren. Glarus kocht zich vervolgens vrij van het Huis van Habsburg en het klooster Säckingen dat aan Habsburg was gelieerd.

Glarus kreeg de status van vrije keizerlijke stad van het Heilige Roomse Rijk in 1415.

Glarus kende toen en nu kent tegenwoordig nog steeds het politieke systeem van de Landsgemeinde. Een van haar belangrijkste beslissingen was de geloofskwestie tijdens de Reformatie. De Landsgemeinde besloot eerst (1525) tot de overgang naar het protestante geloof.

In de Kappeler godsdienstoorlogen (1529 en 1531) bleef ze echter neutraal. In 1532 stond de Landsgemeinde zelfs weer het katholicisme toe. Dit was uitzonderlijk in Europa en alleen in de Zwitserse kantons mogelijk. De religies moesten hun conflicten voortaan door overeenkomsten oplossen en bijleggen.

Dit lukte niet altijd en ook of zelfs in Zwitserland bestond gevaar voor een burgeroorlog. Het compromis won het ook in dit geval echter en beide religies deelden voortaan kerken (het zogenaamde Simultaneum).

Toen zeven katholieke kantons (Luzern, Obwalden, Nidwalden, Schwyz, Uri, Freiburg, Solothurn)  in 1586 de Goldene Bund sloten, sloot alleen het katholieke deel van Glarus zich aan.

Het bi-religieuze kanton had samen met Zürich in 1590 overigens ook een bondgenootschap met de protestante Zehngerichtenbund in Graubünden.

Dit hinderde Glarus niet grote aantallen huurlingen aan het katholieke Frankrijk te leveren.

Ook het bestuur van het kanton was in handen van katholieken en protestanten. Deze situatie werd door de Vrede van Aarau (1712) bekrachtigd. Deze vrede maakte een einde aan de tweede religieuze Villmerger oorlog (de eerste was in 1656).

Deze tolerantie was op het grondgebied van de Eidgenossenchaft formeel toegestaan. Ook weer zo’n bijzonder en uitzonderlijk compromis à la suisse.

 

1798-1803

Het kanton Glarus was deel van de Helvetische Republiek (1798-1803) en werd lid van de Confederaties in 1803, 1815 en 1848. Glarus bleef wijselijk neutraal in de Sonderbundskrieg van 1847.

De Landsgemeinde vindt nog steeds jaarlijks plaats.

De Vlag

De Ierse monnik en patroonheilige Fridolin is sinds de middeleeuwen het gezicht van het kanton.

(Quelle: Historisches Lexion der Schweiz, Kanton Glarus, https://hls-dhs-dss.ch/de/articles/007374/2017-05-30).

Kanton Tessin

Het kanton Tessin (Ticino) ligt ten zuiden van de Alpen.

Geografische situatie

Het gebied bestaat uit twee delen die door de Monte Ceneri worden gescheiden. De Sopraceneri hoort nog bij de Alpen, de Sottoceneri ligt aan de voet van de Alpen en aan de Povlakte.

Het kanton ontleent zijn naam aan de rivier Ticino Het kanton grenst aan de meren Lago Maggiore en het meer van Lugano, Lombardije (de provincies Varese en Como) en Piemonte en aan de Zwitserse kantons Uri, Wallis en Graubünden.

Romeinse periode

Tessin was al in de Romeinse tijd een belangrijke doorgangsroute. De San Bernardino-, Julier-, Septimer- und Splügenpas verbonden dit merengebied met het Rhônedal, de Bodensee, de Rijn, de Donau en Romeinse provincies in het noorden. In de Romeinse tijd was het gebied deel van de Provincie.

Langobarden, Franken, Heilige Roomse Rijk, Hertog van Milaan

Na de Romeinse tijd veroverden de Langobarden de regio in de vijfde en zesde eeuw. Hun koninkrijk, met als hoofdstad Ravenna. hield ruim twee eeuwen stand.

Karel de Grote versloeg in 774 de Langobarden. De bisschop van Como en de Hertog van Milaan werden na het Frankische rijk in de machthebbers vanaf de negende eeuw.

In de dertiende eeuw ontwikkelden zich in het gebied relatief autonome gemeentes. Locarno kreeg bijvoorbeeld al in 1191 de status van vrije imperiale stad. Bellinzona (de huidige hoofdstad van het kanton) en Lugano hadden geen stadsrechten, maar handelden wel als zodanig, onder andere door het organiseren van markten.

Dit is een parallel met een soortgelijke ontwikkeling in gebieden aan de andere kant van de Gotthardpas en wellicht heeft deze nieuwe route vanaf 1230 de eerste Eidgenossen geïnspireerd bij het ontstaan van hun Landsgemeinden en Talgemeinschaften.

De Eidgenossen

De hertogen van Milaan (de Visconti’s)  kregen in de loop van de veertiende eeuw de alleenheerschappij in Tessin. Vanaf 1403 vielen Uri, Unterwalden en Schwyz het gebied binnen om de Gotthardpas te controleren. Na het begaanbaar maken van de Gotthardpas in 1220-1230 werd het gebied een cruciale verbinding voor handel, pelgrims en politiek.

Milaan sloot in 1494 een verbond sloot met Frankrijk tegen de Eidgenossen en tegen de Paus. Dit leidde tot verdere gebiedsuitbreiding voor de Eidgenossen tot het huidige kanton Tessin.

De nederlaag bij Marignano (1515) leidde tot de erkenning van deze status quo en de ‘eeuwige vrede’ met Frankrijk (1516, la Paix perpétuelle, der ewige Friede). Tessin werd als bezet gebied  (Untertanengebiet) door de kantons bestuurd met als hoogste vertegenwoordiger de landvoogd in Bellinzona.

1798-1848

De Helvetische Republiek (1798-1803)  verving deze situatie door een status van district. De meeste bewoners wilden geen deel worden van de door Napoleon gecreëerde Italiaanse republiek Cisalpina, maar bij Zwitserland blijven: Liberi e Svizzeri.

De Mediationsakte creëerde in 1803 het nieuwe kanton Tessin en erkende Italiaans als taal van de Confederatie. De nieuwe Confederaties van 1815 en 1848 bevestigden dit.

Irredentissmo

De eenwording van Italië in 1861 betekende nieuwe onrust: Irredentissmo, Italiaanssprekende gebieden horen bij Italië.

Dit bereikte zijn hoogtepunt onder de regeerperiode van Benito Mussolini (1883-1945) in de jaren 1922-1943 (en vervolgens president van de Republiek Salò tot april 1945). De meeste inwoners van Tessin wilden hier echter niets van weten.

De Italiaanse en met name Lombardische invloeden zijn en blijven onmiskenbaar. De taal, architectuur, kloosters, kastelen, kunst en het culturele erfgoed getuigen hiervan.

De Gotthard tunnels 

De Gotthard tunnel van 1882 en de recente Gotthard Basistunnel uit 2016 brengen Tessin dichter bij het overige deel van Zwitserland en andersom. Corona heeft zelfs geleid tot een ware ontdekkingsreis voor veel Duits- en Franssprekende Zwitsers.

De vlag en het embleem

De vlag van het kanton verschilt merkwaardigerwijs van het embleem. Op 23 mei 1803 heeft het kanton de kleuren vastgesteld: rood en blauw. De vlag heeft echter twee horizontale banen. Het embleem heeft twee verticale banen. De reden is onbekend, zoals ook de herkomst van de kleuren niet duidelijk is.

(Bron: Historisches Lexicon der Schweiz, Kanton Tessin, https://hls-dhs-dss.ch, 24.10.2022).

Kanton en stad Bern

De geschiedenis van Bern begon met de stichting door Hertog Berthold V van Zähringen (1160-1218) in 1191. Al in 1218 kreeg de stad de status van vrije imperiale stad van het Heilige Roomse Rijk (Reichsunmittelbarkeit) Daarna ging de expansie van de stad snel. De voornaamste tegenstanders waren Habsburg, de stad Freiburg (gesticht in 1156) en de graven van Kyburg en (later hertogen) van Savoie.

De Nydeggkirche (1346) met latere renovaties

en Hertog Berthold V. von Zähringen (1160-1218)

Bern zocht in de dertiende en veertiende eeuw steun en toenadering bij de Waldstätten en trad in 1353 toe tot de Eidgenossenschaft die dan acht leden telt (Bern, Schwyz, Uri, Obwalden, Nidewalden, Zug, Luzern en Zürich).

Daarna breidden de invloed en territorium van Bern zich steeds verder uit door koop, verovering, politiek of vererving. In de regio Bern, in de zuidelijke Jura ten koste van het prinsbisdom Bazel en het graafschap Neuchâtel, Aargau, Thurgau, ten koste van Habsburg, en Vaud, gebied van Savoie.

Erlach monument voor Rudolf von Erlach (1299-1360)

Bern was tot 1798 het machtigste kanton van de Confederatie van dertien leden. Zijn grondgebied was ongeveer een derde van het huidige Zwitserland. De huidige kantons Jura (1815-1979), Aargau (1415-1803) , Vaud (1536-1803) en kleinere gebieden maakten lang deel uit van het kanton. Thurgau (1460-1803), Tessin (1512-1798) en andere gebieden stonden onder gemeenschappelijk bestuur van de Confederatie.

De Münster en de Münsterplatz 

Een ingrijpende gebeurtenis was de Reformatie. Bern werd protestant en exporteerde het nieuwe geloof naar veroverde of bestuurde gebieden.

Bern naam actief deel aan de de religieuze oorlogen van 1529 en 1531 (Kappeler Kriege), 1656 en 1712  (Villmerger Kriege) en de Sonderbundskrieg van 1847.

Bern was geen Landsgemeinde en geen directe democratie. De stad (en kanton) werd bestuurd door een oligarchie van regenten in de Grote Raad (Grosse Rat) en de kleine Raad (Kleine Rat).

Er bestond verzet tegen deze politieke structuur, vooral in de relatie Bern en platteland en kleinere gemeentes. De boerenopstand van 1653 was maar een van de vele incidenten.

Amsterdam en andere steden in de Republiek van de Zeven Provincies hadden een soortgelijke oligarchische bestuursstructuur.

Bern was de grootste Republiek ten  noorden van de Alpen en was nauw betrokken bij de internationale politiek van de Europese grootmachten, al was de Confederatie van dertien kantons in feite na 1515 en formeel neutraal na 1648 (vrede van Westfalen, in Nederland de Vrede van Münster).

Nog in 1645 met het wapen van het Heilige Roomse Rijk

De Confederatie was al voor de Reformatie geen politieke en economische eenheid. Na de Reformatie kwam daar de religieuze verdeeldheid bij. De geografische interesses waren ook verschillend. Bern wilde vooral expansie in het westen en noorden (prinsbisdom Basel, Aargau, Thurgau) en westen (Vaud, land van Gex, Franse Chablais).

De kantons in centraal Zwitserland hadden vooral belangstelling voor expansie in Italiaanse gebieden ten zuiden van de Gotthard (tot 1515).

Historisch Museum Bern

Het Bundeshaus

De zeven ‘Bundeshäuser’ voor de zeven leden van de regering

1798-1848

De Franse invasie van 1798 betekende ook het einde van de dominantie van Bern in de Confederatie. Na de Helvetische Republiek (1798-1803) volgde de Confederatie van negentien  gelijkwaardige kantons (1803-1813) door de (Franse) Mediationsakte en in 1815 de nieuwe Confederatie van tweeëntwintig kantons.

Thurgau, Tessin, Aargau en Vaud werden in 1803 kantons, Bern kreeg echter als compensatie in 1815 het grootste deel van het gebied van het voormalige prinsbisdom Bazel toegewezen.

Dit gebied werd in 1979 kanton Jura, op enkele Franstalige districten in de zuidelijke Jura na (Onder andere Moutier). Moutier stemde op 21 maart 2021 in een referendum alsnog voor aansluiting bij kanton Jura per 1 januari 2026.

Na een periode van Restauratie (1815-1830) door de oude oligarchie en verzet daartegen in de Regeneratie (1830-1848) volgde in 1848 de nieuwe Grondwet. Bern werd de hoofdstad van het land van de gelijkwaardige kantons met de Rosengarten (sinds 1913) en de beroemde beren.

Een Schifflände of Ländtetor (aanlegplaats voor laden en lossen van schepen op de Aare)

De Vlag

De beer met van Bern refereert aan de naam van de stad, de kleuren rood en geel stammen van de Hertog van Zähringen. Sinds 1375 is dit de onveranderde heraldiek van het kanton en stad.

(Bron : Historisches Lexikon der Schweiz, Kanton Bern, https://hls-dhs-dss.ch, 09.03.2023)

De Schweizerische Nationalbank (Bundesplatz)

De Münster, de Garten en de muur van het Stift

Wöschhüsi

De Nydeggtreppe naar burcht en Nydeggkerk

De oudste toren van de stad

De Burgtreppe van de Zähringer Burcht (um 1190). Door de stad Bern 1270 gesloopt

De Gerberngasse

Enkele van de vele arcaden in de Stad

Monument voor de oprichting van de UPU ( l’Union Postale Universelle) internationale telecommunicatie verdrag in 1874 in Bern

De Rosengarten

Einsteinhaus

Rathaus

Kunstmuseum Bern

Undervelier (Kanton Jura), Bronze Art SA

De stad en Kanton Schaffhausen

Schaffhausen is het enige kanton dat vrijwel geheel aan de rechteroever van de Rijn ligt. Alleen Kanton Basel-Stadt heeft ook twee gemeentes (Riehen en Bettingen) en een deel van de stad (Kleinbasel) aan de rechteroever van de Rijn. Het kanton Zürich strekt zich ook enkele vierkante kilometers over de rechteroever uit.

Die Schifflände

De stad Schaffhausen

Geografie

De stad Stein am Rhein en enkele omliggende dorpen aan de andere linkeroever zijn in 1798 (Helvetische Republiek 1798-1803) toegewezen aan dit kanton, daarvoor hoorden ze bij kanton Zürich.

In feite bestaat het kanton uit drie enclaves: het zuidelijke deel met de gemeente Buchberg (unterer Kantonsteil), het hoofddeel met de stad Schaffhausen (Hauptteil)  en het oostelijke deel met Stein am Rhein  (oberer Kantonsteil).

Deze bijzondere situatie doet nog het meeste denken aan de lappendeken in de omgeving van het meer van Neuchâtel, meer van Biel en meer van Murten in de kantons Waadt, Neuchâtel, Bern en Freiburg.

In deze regio zijn de grenzen echter nog gecompliceerder vanwege de religieuze en Frans- en Duitstalige scheidslijnen door steden en dorpen. De expansie van het protestante Duitstalige Bern en het katholieke overwegend Franstalige Freiburg in de vijftienden en zestiende eeuw liggen hieraan ten grondslag.

De naamgever van het kanton, de stad Schaffhausen, heeft het gebied met name vanaf de zestiende eeuw verworven door overname en koop.

Kanton Zürich en de Rijn

Historie

De stad Schaffhausen bestond al eeuwen voor het jaar 1000 door haar bijzondere geografische ligging. De ondiepten van de Rijn en de Rijnwaterval onderbraken de waterweg tussen het Bodenmeer en Bazel. De schepen moesten worden gelost en de goederen moesten over land worden vervoerd tot onder de Rijnval bij Neuhausen, 3 kilometer verderop.

In 1045 verleende koning Hendrik II graaf Eberhard VI van Nellenburg het recht om munten te slaan. De bloeiperiode begon onder de graven van Nellenburg en door de stichting van het klooster Allerheiligen in 1049.

Het Benedictijnerklooster St. Georgen werd van Singen (Duitsland) naar Stein am Rhein verplaatst in 1007. De bouw van van klooster was in 1064 gereed. De St. Johanneskapel en de zuidwand van de kloostergang stammen nog uit deze tijd.

De kloosters Allerheiligen en St. Georgen waren de grootste grondbezitters. Daarnaast verwierven de kloosters  St. Gallen, St. Blasien, St. Georgen, Reichenau, Rheinau, Petershausen,  Öhningen en de bisschop van Konstanz steeds meer grond.

Hertog Berchtold V van Zähringen  (1160-1218) had 1197-1218 de heerschappij van de stad. Daarna verscheen Habsburg ten tonele. De stad was welvarend en de gilden speelden een steeds belangrijkere rol. Dit leidde tot conflicten met de aan Habsburg gelieerde bestuurders.

1411-1798

Dit leidde in 1411 tot de Gildengrondwet (Zunftverfassung) van 1411. De macht van Habsburg en aan haar gelieerde adel werd sterk beknot.

Het oude (Altes) Zeughaus, 1617

Schaffhausen, Haus zum Ritter (1492-1566)

De stad kreeg in 1415 de status van vrije keizerlijke stad (Reichsunmittelbarkeit) in het Heilige Roomse Rijk.

De stad handelde in de internationale politiek ook steeds onafhankelijker en sloot bondgenootschappen met andere steden (onder andere St. Gallen, Konstanz, Zürich, steden aan de Hoogrijn (Hochrhein) en in het zuidelijke Zwarte Woud.

De stad sloot in 1454 een (defensief) verbond met de Eidgenossenschaft van acht leden.  Schaffhausen werd in 1501 lid.

Schaffhausen, St. Johann Kirche, 11e eeuw

De reformatie in 1529 leidde tot een grote gebiedsuitbreiding door het onteigenen van kloosters. Dit is een van de oorzaken van de merkwaardige grenzen. Andere kloosters in (Duitse) gebieden bleven katholiek en kwamen niet bij het kanton.

De stad Schaffhausen was de dominante politieke macht in het kanton. Het landelijke gebied was verdeeld in tien voogdijen en gemeenten. De Landsgemeinde bestond niet, maar de gemeenten hadden een vrije grote mate van autonomie.

Tellen 0f Schumacherbrunnen (1522) en de herenhuizen Zur Wasserquelle en Zur Zieglerburg (1738)

Haus zum Steinbock. tot begin 16e eeuw gildehuis van de slagers.  De Rococo-facade stamt uit 1760. De portico is typisch voor huizen in deze stad

In tegenstelling tot andere steden van de Eidgenossenschaft (Basel, Solothurn, Luzern, Zug, Bern, Zürich en Freiburg) was er geen sprake van een oligarchie van regenten. Het democratische-republikeinse element bleef dominerend.

De burgers hadden politiek een belangrijke rol in de verkiezingen voor het stadsbestuur en de andere publieke ambten in tegenstelling tot de meeste andere steden van de Eidgenossenschaft.

1803-1798

Schaffhausen werd in 1803 kanton van de nieuwe Confederatie en bleef dat in 1815 en 1848. In 1866 werd de door Heinrich Moser (1805-1874) geplande Moser-dam in de Rijn gebouwd, destijds de grootste dam in Zwitserland. In 1967 werd deze dam vervangen door de huidige riviercentrale.

De Vlag

De zwarte bok met rode tong en gouden hoeven, hoorns en kroon op een gouden achtergrond (is geel in de heraldiek) kende de stad al in de elfde eeuw. Het kanton gebruikte haar voor het eerste in de veertiende eeuw.

De betekenis zit verborgen in de naam van de stad: de mannelijke versie van een schaap (Schaff). De bok staat voor kracht en energie. De kroon refereert aan het Heilige Roomse Rijk.

http://www.stadt-schaffhausen.ch; Historisches Lexikon der Schweiz, https://hls-dhs-dss.ch/de/articles/007388/2017-05-11; K. Schib, Geschichte der Stadt und Landschaft Schaffhausen,  Schaffhausen, 1972).

Schifflande

De houten Rijnbrug (1755)  van Hans Ulrich Grubenmann (1709-1783), 1799 verwoest door Franse troepen. Collectie: Museum Zu Allerheiligen, Schaffhausen 

De Obertorturm, 1273. Standbeeld van Johann Conrad Fischer (1773-1854), oprichter van de Staalfabriek Muhlental.

De stadsmuur en de in de negentiende eeuw afgebroken Engelbrechtstor. Houtsnene van Johann Jacob Mentzinger (1604-1668), 1644.

Kanton Zug

Het Duitstalige kanton Zug is vanaf 1415 volwaardig lid van de Confederatie.

In 1352 had het kanton al een verdrag met de Eidgenossenschaft gesloten, maar onder voorbehoud van de de heerschappij van het huis van Habsburg.

De graven van Nellenburg, Kyburg en vanaf de dertiende eeuw het huis Habsburg waren de belangrijkste politieke machten. Aan het einde van de veertiende eeuw speelde de adel geen rol van betekenis meer.

In 1415 kreeg Zug de Reichsunmittelbarkeit of de status van vrije keizerlijke stad in het Heilige Roomse Rijk.

Rond 1500 bereikte het kanton zijn huidige omvang. Zug bleef katholiek in de reformatie.

Zug was in 1803 (Mediationsakte) een van de 19 kantons van de nieuwe Confederatie. Zug sloot zich in 1815 ook aan bij haar opvolger.

Het kanton was lid van de Sarnerbund (1832) en de Sonderbund (1845) en was een van de katholieke verliezers in de Sonderbundskrieg van 1847.

De Landsgemeinde was tot de nieuwe Grondwet van 1848 de politieke organisatie van het kanton.

Zug is een van de kleinste en tevens meest welvarende kantons van het land.

De Vlag

De heraldiek van Zug was tot 1352 identiek aan die van Habsburg. Daarna is het huidige wit-blauw-wit ingevoerd, wellicht als de oude kleuren van de graven van Lenzburg of andere heraldiek uit de middeleeuwen.

 (Bron: www.schweizerkantone.ch, Kanton Zug)

 

 

 

Generaal Suvorov in Pigniu

Nadat Napoleon in 1798 de Confederatie had bezet en de Helvetische Republiek (1798-1803) had uitgeroepen, vielen Oostenrijkse en Russische troepen ( de zogenaamde Tweede Coalitie) dit gebied binnen.

Na nederlagen van deze troepen bij Zürich (25-26 september 1799) leidde de Russische generaal Alexander Suvorov (1730-1800) zijn troepen over zeven bergpassen terug naar Oostenrijk en vandaar naar Rusland (geregeerd door Tsaar Pavel Petrovitsj 1754-1801).

Zijn overtocht over de 2 407 hoge Panixerpas is legendarisch. Deze pas is de verbindingsroute tussen de kantons Glarus (en het dorp Elm in het Sernftal) en Graubünden, de Surselva (Pass dil Veptga is de Romaanse naam voor de pas).

In het dorp Pigniu van zeventig inwoners in het Voorrijndal (Vorderrheintal) overnachtte de generaal van 6 tot 7 oktober 1799 met duizenden van zijn soldaten en officieren. Velen zouden het niet overleven, maar de generaal werd niet verslagen. Wel overleed hij spoedig daarna in zijn Russische vaderland.

Diverse monumenten herinneren aan deze tocht, onder andere in de Schöllenenschlucht, in Pigniu, op de berg Ranasca en het grote fresco op de Panixer stuwdam van Martin Valär.

(Bron en verdere informatie: Museum Suworow, www.1799.ch).