De veelal adembenemende natuur en landschappen in Zwitserland hebben zich gevormd in een proces van miljoenen jaren. Twintig miljoen jaar geleden reikte de zee nog tot aan en in de Alpen.
De Gletsjertuin in Luzern geeft dat goed gedocumenteerd en op locatie weer. Vijfentwintig duizend jaar geleden was het land nog bedekt met ijs en gletsjers. Daarna volgde weer een langzaam oplopende warmere periode. Ongeveer 10 000 jaar geleden was het gedaan met deze ijstijd en loopt de temperatuur langzaam op.
Recent onderzoek heeft aangetoond dat gletsjers rond 4 000 v. Chr. veel minder groot in omvang en aantal waren dan tegenwoordig.
Tot 4 000 meter lagen er in deze periode nog geen gletsjers. (Bohleber, e.a, New glacier evidence for ice-free summits during the life of the Tyrolean Iceman, in Scientific Reports, 17 december 2020).
Dit is waarschijnlijk ook de reden dat ‘Ötzi’ zich in deze periode op een hoogte van 3500 meter bevond. Alleen de allerhoogste toppen hadden ijs- en gletsjervorming. Pas in de millennia daarna zijn de gletsjers geworden tot wat ze nu zijn, of beter gezegd waren.
Door de opwarming van de aarde, door toedoen van mensen en wellicht een natuurlijk proces, nemen de omvang en aantal weer af. Dat de temperatuur stijgt is een feit. Dat uitlaatgassen (CO2) een rol spelen staat ook vast.
Ook het aantal mensen is echter explosief toegenomen sinds 1800. In die tijd leefden er naar schatting 500 miljoen mensen op de aarde, tegenwoordig gaat het steeds sneller richting 8 miljard.
Deze mensen ademen dagelijks, verbruiken (fossiele) energie en creëren gigantische openluchtovens in de vorm van steden van ijzer, beton, steen en staal voor 15-25 miljoen inwoners. Daarnaast zijn tienduizenden kilometers aan betonnen (auto) wegen en stalen spoorwegen aangelegd, die ook het ademen van de aarde tegenhouden.
Ook Zwitserland ontkomt niet aan dit proces. in 1800 leefden er ongeveer 1 600 000 mensen. In 2021 zijn er meer dan 8.400 000. inwoners.
Wie het wijde Alpenlandschap ziet, kan zich echter nog steeds een idee vormen van de situatie na afloop van de laatste ijstijd, ongeveer 10 000 jaar geleden.
De dalen, bijvoorbeeld het Rhônedal in de Valais, zijn ontstaan door de soms achthonderd tot duizend meter hoge gletsjers, die zich enkele centimeters per jaar voortbewogen en grote en kleine gesteenten op hun tocht meenamen.
De bergen zijn onveranderd, al groeien ze nog steeds (ongeveer 1 mm per jaar), het dal is echter volgebouwd. Ook het Driemerengebied (meren van Neuchâtel, Bienne en Morat) dankt hieraan zijn bestaan.
Onderzoek heeft aangetoond dat de ijstijd ongeveer 115 000 jaar geleden begon met periodes van toe- en afnemende koude. Het hoogtepunt in kou en van de gletsjers in Zwitserland was ongeveer vijfentwintig duizend jaar geleden. Niets is eeuwig op aarde, niet de mens, maar ook de eeuwige sneeuw niet, met of zonder mens.
(Bron: Seguinot, J, Ivy-Ochs, S, Jouvet, G, Huss, M, Funk, M, and Preusser, F: ‘Modelling last glacial cycle ice dynamics in the Alps’, in The Cryosphere (2018), 12, p. 3265-3285).