Chastè Crap da sass

Het neoromantische kasteel in Sils Maria aan de oever van het Silvaplana-meer werd in 1906 gebouwd door de Duitse generaal Wilhelm, Prinz zu Schaumburg-Lippe (1834-1906).

Het is een van de belangrijkste voorbeelden van laat-historische architectuur in Graubünden. Het kasteel is privé-bezit en is niet toegankelijk voor het publiek. De Romaanse naam (putèr-idioom) betekent stenen kasteel.

(Bron: www.engadin.ch).

150 jaar Rigi bergbanen

Dubbel 007, nee gewoon nummer 7, maar net zo legendarisch. Ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de Rigi-Spoorwegen (Rigi Bahnen AG) wordt stoomlocomotief nummer 7 gerestaureerd en in 2021 weer in bedrijf genomen.

Op 21 mei 2021, precies 150 jaar na zijn eerste reis, zal de locomotief de Rigi, de koningin van de bergen, weer beklimmen van Vitznau naar Rigi Kulm.

Van juni tot oktober zal de maatschappij exclusieve tochten met stoomlocomotief nummer 7 voor het grote publiek verzorgen.

Ingenieur Niklaus Riggenbach (1817-1899) bouwde in 1871 de eerste bergtrein van Europa,  nadat hij in 1863 in Frankrijk zijn innovatieve tandradbaanconcept had gepatenteerd.

De Rigi Bahnen AG vieren dit gedenkwaardige moment in de geschiedenis van Zwitserland en in het ontstaan van het alpentoerisme met een interessant programma en diverse evenementen.

(Bron en verdere informatie: www.rigi.ch).

De koninklijke Rigi

De koninklijke berg Rigi (kanton Luzern) is tegenwoordig een vakantie-en dagje-uit paradijs. Ze is onder andere bekend vanwege ´s werelds eerste tandradbaan (21 mei 1871) en de huidige berg- en kabelbanen.

Het predicaat koninklijke dankt deze berg (1 800 meter) aan Albrecht von Bonstetten (1443-1504). Hij beschreef de berg in 1479 als de ´Regina Montium´, de koningin der bergen. Von Bonstetten was geograaf, humanist en dekaan van het klooster Einsiedeln.

De naam Rigi is afgeleid van het Latijnse woord Riga, wat lijn betekent. Riginen is de geografische benaming voor de bovenrand van de berg. Deze aanduiding geeft al aan dat de berg niet stijl is. De berg is goed toegankelijk in tegenstelling tot de er tegenover gelegen berg Pilatus (2 137 meter).

Luzern was vanaf de dertiende eeuw en de opening van de St. Gotthardpas (rond 1230) een belangrijke handelsplaats.

De berg had vanaf 1689 een kapel met Hospice. De kapel was vanwege een door de Kerk erkend ´wonder´ tevens een bedevaartsoord. Jaarlijks kwamen er duizenden reizigers en pelgrims langs.

De berg is dan ook gelegen tussen en aan de rand van het Mittelland en de Alpen en de Noord-Zuid handelsroute.

De berg biedt een schitterend uitzicht over de Alpen en het Mittelland en is gelegen aan het Vierwoudstedenmeer (Vierwaldstättersee). Het verbaast dan ook niet dat de Rigi een van de eerste toeristische trekpleisters van Zwitserland werd in de negentiende eeuw.

In 1816 opende hotel Kulm haar deuren, in 1840 gevolgd door het Kurhotel op de Rigi Scheidegg en in 1875 door het Grand-Hotel Schreiber.

In 2021 heeft de koningin van de bergen nog niets aan aantrekkingskracht ingeboet.

(Bron en verdere informatie: www.rigi.ch).

Schwyz, Forum Schweizerische Geschichte en Bundesbriefmuseum

De naam voor Zwitserland, die Schweiz in het Duits, la Suisse in het Frans, Svizzera in het Italiaans en Svizra in het Reto-Romaans, is afgeleid van het kanton en de plaats Schwyz.

Deze naam is weer afgeleid van het Germaanse woord Sueit. Dit betekent ´sengen´, schroeien of afbranden van gras. De plaats Schwyz is geen stad in de middeleeuwse betekenis van het woord, maar speelt wel een belangrijke rol bij het ontstaan van Zwitserland als soeverein land in een proces van eeuwen.

Schwyz was samen met de plaatsen en latere kantons Uri en Unterwalden een van de eerste Eidgenossen en kwelgeesten van de Habsburgers en het klooster Einsiedeln (1314 plundering klooster, 1315 slag bij Sempach).

In 1513 zou de Zwitserse Confederatie of Eidgenossenschaft uitgroeien tot 13 zelfstandige Duitstalige kantons, alleen Freiburg (Fribourg) was tweetalig.

In 1648 is de Eidgenossenschaft (feitelijk) erkend als soevereine Duitstalige staat van soevereine kantons.

De Napoleontische tijd (1798-1813), het Congres van Wenen (1814-1815) en de Grondwet van 1848 legden de basis van het huidige Zwitserland en de erkenning van vier talen (Reto-Romaans in 1938).

De opmerkelijke Zwitserse vlag vindt ook zijn oorsprong in de middeleeuwen en Schwyz. De Eidgenossen onderscheidden zich in de strijd met een wit kruis op een rode ondergrond.

In Schwyz is deze geschiedenis in twee instituten in woord en beeld gebracht in het Forum Schweizer Geschichte (www.forumschwyz.ch), een van de drie nationale musea ( de andere staan in Zürich en Prangins) en het in het Bundesbriefmuseum www.bundesbrief.ch).

(English) The Sahel, Land of Light

Het thema van het festival Printemps Culturel Neuchâtel is dit jaar De Sahel, land van licht (Le Sahel, terre de lumière).

Het festival wil de beschavingen in dit gebied onder de aandacht brengen. De nadruk ligt op de geschiedenis, de cultuur en de actualiteit van Senegal, Mauritanië, Gambia, Guinee-Bissau, Mali, Niger, Tsjaad, Soedan en de regio in het noorden van Kameroen.

Deze landen worden  geconfronteerd met ecologische, demografische, veiligheids- en institutionele crisissen. Deze lijken ver weg, maar hebben ook voor en in Europa grote gevolgen.

Het festival organiseert debatten, filmvertoningen, podiumkunsten en andere activiteiten.

Voor meer informatie: www.printempsculturel.ch

De Via d’Acqua transalpina

In 1903 propageerde de ingenieur Rudolf Gelpke (1873-1940) in een masterplan de bevaarbaarheid van de Hoogrijn (het traject van Bazel tot aan de Bodensee of het meer van Konstanz),vervolgens  een verbinding van de Rijn met het Meer van Zürich (Zürichersee), een kanaal van het Meer van Genève naar het Bodenmeer en de Rijn-Gotthard-waterweg met havens in Flüelen en Biasca.

Ook de ingenieur Pietro Caminada (1862-1923) uit Graubünden had in 1907 een nog gedurfder plan: de Via d’Acqua transalpina, een bevaarbare waterweg dwars door en over de Alpen.

De ontwikkeling van waterwegen en kanaalnetwerken stond hoog op de agenda in Europa in deze periode. De Gotthardtunnel (1882) en het Suezkanaal (1869) waren al gebouwd. Het was de tijd van technologische euforie. Slechts enkele deskundigen spraken van science fiction.

De brochure “Canaux de montagne” uit 1907 toont een nieuw transportsysteem van Genua door de Povlakte naar Milaan en het Comomeer, door de Vallei San Giacomo tot aan de Splügenpas, op 1.200 meter hoogte voert de waterweg door een 15 kilometer lange tunnel naar de Rofla-kloof, vervolgens door de Viamala-kloof naar Thusis, over de Rijn naar het Bodensee en verder naar Bazel.

De schepen moeten de grote hellingen overwinnen met “geneigten Röhrenschleusen” schuine buissluizen. Geen verticale bewegingen, maar schuine buizen met opeenvolgende ‘kamers’, die volliepen met water en de schepen kamer voor kamer met kabels naar boven sleepten.

Dit ontwerp was even ingenieus, als utopisch, maar wel gepatenteerd in Amerika (US patent 955, 317/P. Caminada 1910).

Het was geen 1 april grap. De ingenieur omringde zich met ingenieurs, politici en financiers. Koning Vittorio Emanuele III (18969-1947) prees de uitvinder. Ook de publieke opinie en de kranten achtten het systeem uitvoerbaar. Slechts weinigen trokken de haalbaarheid in twijfel.

Het project was ook een utopie en tot op heden bestaan er geen sluizen en kanalen in de Alpen. Wel staat er een vuurtoren op de Oberalppas.

(Bron: H. Stalder, Schiffe sollen klettern lernen, Neue Zürcher Zeitung, 23.11.2020).

Aubette in Bazel

De Aubette in Straatsburg ? Fout, het Kunstmuseum in Bazel. Het museum besteedt aandacht aan Sophie Taeuber-Arp (1889-1943).

De in Zwitserland (Davos) geboren kunstenares besloot kunstnijverheid te studeren in St. Gallen en München. De Britse Arts and Craft Movement beïnvloedde haar sterk en zij zette zich in voor het ambachtelijke handwerk en de schoonheid van eenvoudige materialen.

In 1916 nam de handelsschool van Zürich haar aan om les te geven in design en borduurwerk. Zij ontmoette haar toekomstige echtgenoot Hand Arp (1886-1966) in Zürich en raakte betrokken bij Dada.  Zij trouwde met Hans Arp in 1922, vandaar de naam Taeuber-Arp.  Hans Arp (1886-1966) was afkomstig uit Straatsburg.

Na een lange artistieke ontwikkeling (Dada en Zürich (1916-1928), de internationale avant-garde en de zogenaamde Cercle et Carré beweging en het constructivisme in Parijs) houden Sophie en haar man zich bezig met het Aubette-project in Straatsburg.

Hun (destijds revolutionaire) stijl van de geometrische abstractie was gebaseerd op composities van vierkante en rechthoekige kleurvlakken.

Aubette, een neo-klassiek gebouw uit de achttiende eeuw ((1778), werd door Sophie en andere avant-gardekunstenaars gerenoveerd.

Zij nam de tearoom, de bar van Aubette en de bar in de lobby voor haar rekening. Haar man en de Nederlandse ontwerper Theo van Doesburg (1883-1931, oprichter van de Stijl) ontwierpen andere onderdelen van het project. De Aubette is tegenwoordig een museum.

Sophie ‘kwam thuis’ toen ze 24 abstracte werken (waarvan sommige te zien zijn in de huidige tentoonstelling) tentoonstelde in de ‘Konstruktuvisten’ in de Kunsthalle in Basel in 1937.

(Nadere informatie: Gelebte Abstraktion/Levende Abstractie, www.kunstmuseumbasel.ch).

Stoomboten en meer van Genève

De Association des amis des Bateaux à Vapeur du Léman (ABVL) is een vereniging met als doel fondsen te werven voor het behoud en onderhoud van de acht stoomboten van de Compagnie Générale de Navigation sur le lac Léman (CGN), de Algemene Scheepvaartmaatschappij van het meer van Genève.

Het gaat om de acht schepen Montreux, Vevey, Italië, Zwitserland, Savoie, Simplon, Helvetia en Rhône.

Ze zijn gebouwd in de periode 1904-1927 en hebben alle hun artistieke, historische en architectonische bijzonderheden.

(Bron en meer informatie: www.abvl.ch).

De Regio Pays d’Enhaut

Tot 1555 hoorde Le Pays-d’Enhaut bij het graafschap van Gruyère. Na het faillissement werd het gebied beheerd door Bern (die ook de Reformatie in het gebied introduceerde). In 1803 werd het gebied  in de Mediationsakte toegewezen aan het nieuwe kanton Vaud.

De drie belangrijkste dorpen zijn Rougemont, Château-d´Oex en Rossinière,  kleinere dorpen zijn onder andere Flendruz, Gérignoz, Le Pré, Les Moulins en La Tine.

Château-d´Oex dankt zijn naam aan een kasteel van de graven van Gruyères, hoewel het kasteel is verdwenen is, leeft de naam voort.

De regio staat bekend om zijn prachtige chalets, het regionale Parc Gruyère Pays d’Enhaut, de kaasproductie, vier (romaanse) kerken en het centrum voor ballonvaart (Espace Ballon).

De protestantse kerk in Château-d´Oex werd gerestaureerd na de grote brand van 1800 en bepaalt nog steeds de skyline van het dorp.

De andere (romaanse) kerken bevinden zich in Rossinière (13e eeuw), Rougemont (1080) en L’Etivaz (15e eeuw).

De komst van de spoorweg heeft het leven en het toerisme voorgoed veranderd, inclusief de bouw van de (houten) stations.

De houten huizen zijn echter het meest spectaculaire culturele erfgoed. De lokale bevolking gebruikte de term chalet om te verwijzen naar gebouwen op de Alpenweiden, maar (Engelse) toeristen noemden alle houten huizen sinds de 19e eeuw chalets.

De chalets op de Alpenweiden waren zomerverblijven van boeren als het vee daar graasde, soms boven de 2000 meter. De boer en het vee overwinterden echter in de dorpen. De jaarlijkse Alpabzug of terugkeer uit de Alpen in September herinnert hier aan.

Enkele fraaie houten gebouwen zijn:

Le Borjoz (1604), le Grand Chalet (1754), Clos Fleuri (1600), l’Hotel de Ville (1645), la Maison de la Place (1664) in Rossinière,

Les Foisses (1705), Hôtel de Commune (1709), La Cotze (1654), la Maison du Cordier (1655), les Clématites (1647), les Arolles (1701) in Rougemont,

la Vielle Cure des Poses (1551) en la Maison des Monnaires (1753) in Château-d´Oex

Het plaatselijke museum in Château-d´Oex, het Musée du Pays d´Enhaut, toont deze architectuur en andere cultuur en de historie van de regio.

(Bron en verdere informatie: www.chateau-doex.ch).

Kerk St. Vincent in Montreux

De naam Montreux  (Kanton Vaud) is afgeleid van monasterium, het Latijnse woord voor klooster. De kerk St. Vincent was hiervan het middelpunt.

De ligging van het klooster geeft aan waar tot de negentiende eeuw het oude centrum van Montreux is. Tegenwoordig rijdt men zomaar voorbij dit fraaie monument. Ook het oude centrum is een bezoek waard.

De eerste bouwfase dateert uit de achtste-negende eeuw tijdens het Karolingische Rijk en vervolgens het Bourgondische koninkrijk (888-1032). De Romaanse contouren zijn nog zichtbaar. Het interieur is in de veertiende en vijftiende aangepast aan de Gotiek.

Na de bezetting van het Land van Vaud (Le Pays de Vaud) door Bern in 1536 is de kerk overgegaan tot het protestante geloof en heet sindsdien Le Temple. De moderne glas in lood ramen zijn van de lokale kunstenaar Jean Prahin (1918-2008).