De Rijn, Bazel en Rotterdam

De bron van de Rijn ligt in het Gotthardmassief in de Zwitserse Alpen. Van daaruit begint de rivier aan zijn 1250 kilometer lange tocht naar Rotterdam in Nederland. De rivier is bevaarbaar vanaf Bazel tot aan de Noordzee (850 kilometer).

De rivier heeft een belangrijke industriële functie, is een verkeersader en is onmisbaar voor de drinkwatervoorziening. Tegenwoordig is de Rijn ook een grens tussen landen, wat hij tot 1815 niet was.

Bazel ligt op het punt waar de Hoog-Rijn (Hochrhein) naar boven buigt en overgaat in de Boven-Rijn (Oberrhein).

De Bovenrijn

De rivier heeft altijd het leven van de stad bepaald. Het was een verdedigingslinie, zoals de Romeinen (de Limes) en daarvoor de Kelten die kenden (de murus gallus op de Münsterheuvel).

In de vijfde eeuw vestigde de bisschop van Augusta Raurica (nu Augst, kanton Basel-Landschaft) zich op de heuvel aan de Rijn.

In de Romeinse tijd was de rivier al een belangrijke scheepvaartroute. In de Middeleeuwen reisden kooplieden, pelgrims, diplomaten, koningen, keizers, bisschoppen en andere hoogwaardigheidsbekleders bij voorkeur per boot. De reis over land was gevaarlijker en minder comfortabel.

Boomstammen dreven als houten vlotten naar Bazel of verder stroomafwaarts en stenen bouwmaterialen werden altijd over water vervoerd.

Eeuwenlang kon de Rijn zonder ingrijpen van de mens zijn loop vervolgen, vanaf de bron via de indrukwekkende waterval (Rheinfall) bij Neuhausen (Schaffhausen) en door de stad Bazel.

De rivier was een economische zegen, maar soms ook een groot gevaar door overstromingen. Kanalisatie, sluizen en andere menselijke ingrepen hebben het karakter van de Rijn sinds de 19e eeuw echter veranderd.

Tegenwoordig is de Rijn een rustige, grotendeels gekanaliseerde rivier, die zich in zijn eigen tempo een weg baant door en langs natuurgebieden, havens, industrie, steden en dorpen, kastelen, kathedralen, landbouwgebieden, sluizen en honderden bruggen, waaronder de zes bruggen van Bazel.

De Rijn die door Bazel stroomt is niet dezelfde Rijn van tweeduizend jaar geleden. De route, functie en perceptie zijn veranderd.  De beroepsvisserij is ook bijna verdwenen, net als de zalm.

Het project “Lachs 2020” heeft tot doel de zalm te herintroduceren, onder meer door de aanleg van vistrappen, die nu in Bazel zijn gerealiseerd.

Tegenwoordig is de rivier ook een plaats voor vrijetijdsbesteding, sport (zwemmen, roeien, kanoën, varen), wandelingen langs de oevers en bovenal is de rivier niet langer een gevaar.

Als het krimpen van de gletsjers in het huidige tempo doorgaat, kan de Rijn over 100 jaar zelfs een middelgrote beek zijn geworden.

Kanton Schwyz

Het dorp Schwyz is de naamgever van Zwitserland en van het kanton. Als een van de Waldstätten Uri, Obwalden, Nidwalden (Unterwalden) of Orte, Talschaften of Landsgemeinde aan het Vierwoudenmeer (de Vierwaldstättersee) bereikte de plaats met de haar omringende gebieden en gemeentes al in de veertiende eeuw autonomie en soevereiniteit.

Rond 1450 bereikte het kanton zijn huidige omvang door verovering en verwerving. Tegenwoordig is Schwyz de grootste gemeente en hoofdstad van het kanton, dat is ingedeeld in districten en gemeentes.

Forum Schweizer Geschichte 

Alemannen

De Alemannen emigreerden vanaf de zesde eeuw naar centraal Zwitserland. Zij kwamen daar in aanraking met de Gallo-Romaanse samenleving, die zich in vier eeuwen Romeinse overheersing (15 v. Chr. 410 n.Chr.) had gevormd. In de tiende eeuw was het Duits (alemannisch) de voertaal geworden.

Na de Franken, de Karolingers en het Hertogdom Swaben maakte Schwyz vanaf de tiende eeuw deel uit van het Heilige Roomse Rijk.

Het gebied was opgedeeld onder vele kleine grondeigenaren, zoals de Abdij Einsiedeln (gesticht in 934), lokale heersers, zoals de graven van Lenzburg (uitgestorven in 1125), Kyburg (uitgestorven 1263), Frohburg (uitgestorven in 1367),  van Rapperswil (uitgestorven in 1283) en Habsburg, die uiteindelijk overbleven.

Het lot van  andere adellijke geslachten, abdijen en bisdommen (onder andere St. Gallen, Chur, Konstanz), andere monarchen (Wittelsbacher, Luxemburger) en de Italiaanse stadsstaten en hertogdommen, onder andere Milaan, was ook van invloed op de politieke ontwikkeling in centraal Zwitserland. Dit komt verder niet aan de orde. (zie ook het Bundesbriefmuseum in Schwyz)

De toren bij de Brüöl, c. 1200

Gotthardpas

Tot de opening van de Gotthardpas in de periode 1220 – 1230 was Schwyz (en de andere Waldstätte) voor de grootmachten uit die periode economisch, politiek en strategisch niet interessant. Dit verklaart ook de feitelijke zelfstandigheid die deze Orte in het ontoegankelijke gebied al vroeg hadden.

Bovendien was het ruwe klimaat en de bijna Spartaans opvoeding van de weerbare mannen (vooral om de (vee) handel te beschermen) een goede basis voor defensie en vanaf de vijftiende eeuw (tot de nederlaag bij Marignano in 1515) de aanval.

Rond 1240 kreeg Schwyz de status van vrije rijksstad (Reichsunmittelbarkeit) van keizer Friedrich II (1194-1250) van het Heilige Roomse Rijk. Dit was voor een dorp opmerkelijk. Daarna ontwikkelde Schwyz zich snel tot een feitelijk zelfstandige Landsgemeinde, die pas in 1848 is afgeschaft.

Haus Bethlehem (1287)

Landbouw, veeteelt en veehandel waren de belangrijkste economische activiteiten. Na de opening van de Gotthardpas kwam de nadruk steeds meer tegen te liggen op veehandel. Het huurlingenbedrijf werd ook een steeds belangrijkere bron van inkomsten.

De afzetgebieden waren de steden in de regio (onder andere Zurich, Zug, Luzern, Bern) en de Lombardei.

1291 en de Eidgenossenschaft

Aan het einde van de dertiende eeuw en in de loop van de veertiende eeuw sloot Schwyz met omringende Orte en steden meerdere verdragen. Het verbond van augustus 1291 is de meest bekende, maar niet de meest belangrijke.

Dit verbond tussen Uri, Schwyz en Unterwalden is in 1891 erkend als het officiële begin van de huidige Confederatie. Het was echter een van de vele verdragen tussen steden en Orte in centraal Zwitserland (en West-Europa).

Het doel was geen onafhankelijkheid van de (Habsburgse) vorst, maar vredeshandhaving, geschillenbeslechting en afspraken over veehandel, beheer en gebruik van gronden, bossen en weides en rechtszekerheid.

St. Martinskirche (800 eerste kerk-1774 laatgotische renovatie)

Wel waren deze Orte als Landsgemeinde al feitelijk zelfstandig en waren ze in staat en bereid deze autonomie met de wapens te verdedigen.

De plundering in 1314 door Schwyz van het klooster Einsiedeln , dat onder bescherming stond van Habsburg, was aanleiding voor de slag bij Morgarten in 1315.

De decennia daarna sloten meer steden en Orte zich aan bij de winnaars. Economische belangen en samenwerking stonden op de eerste plaats.

Luzern (1332), Zürich (1351), Glarus en Zug (1352) en Bern (1353) sloten verdragen met de Eidgenossenschaft.

Er was in deze tijd nog geen sprake van formele onafhankelijkheid van de Habsburgse keizer. Dat politieke concept bestond nog niet in deze religieuze tijd, waar de keizer door de Allerhoogste was uitverkoren. Ook waren de onderlinge (economische) tegenstellingen groot.

Het was een los verbond van soevereine staten en niemand, ook Schwyz niet, voorzag het Zwitserland van 1848.

Het Klooster

De Heiligkreuzkapelle (1645) 

Bestuur over gebieden

Schwyz deed mee aan de verovering van de Italiaanse gebieden in de periode 1403-1515 aan de andere kant van de Gotthard en was een van de bestuurders van deze (Untertanen) gebieden (1512-1798, onder andere van het latere Tessin). Schwyz nam ook deel aan het besturen van Aargau (1415), Thurgau (1460), het graafschap Neuchâtel (1512-1529) en enkele andere graafschappen, abdijen en gebieden.

Ital reding Haus (1609)

1515-1848

In de reformatie bleef Schwyz katholiek, evenals de andere Waldstätten en Luzern. Het kanton verweerde zich heftig tegen de door de Franse bezetter in 1798 opgelegde Helvetische Republiek (1798-1803).

Schwyz (en de andere Waldstätten) beschouwde zich als de oervader van de moderne directe democratie en soevereiniteit van de kantons. Het accepteerde geen eenheidstaat van de Helvetische Republiek die de kantons en directe democratie had afgeschaft.

Het kanton volgde verder de historie van de volgende confederaties (1803-1813, 1815-1848 en 1848 tot heden).

Zetel van de regering van het kanton

Als lid van de katholieke Sonderbund (1845) was het zelfs een directe aanleiding voor de Constitutie van 1848 na de Sonderbundskrieg van 1847.

In 1848 koos het kanton in haar kantonale Grondwet voor de representatieve democratie in plaats van de Landsgemeinde.

Het wapen van Schwyz is een rood vlak met een wit kruis in de bovenhoek als verbeelding van de gekruisigde Jezus. Deze heraldiek stamt uit de veertiende eeuw en is sinds de zeventiende eeuw de vlag van het kanton.

(Bron: B. Adler, Die Entstehung der direkten Demokratie. Das Beispiel der Landsgemeinde Schwyz 1789-1866, Zürich 2006; B. Mesmer (Redaktion), Geschichte der Schweiz und der Schweizer, Basel, 2006; Historisches Lexikon der Schweiz https://hls-dhs-dss.ch/de/articles/000736/2021-01-25).

Impressiess van Schwyz

Dorpsplein, op de achtergrond de Kleine Mythe en de Grote Mythe

Kanton Jura

Het eerste standbeeld in het kanton, Romeinse tijd

Délemont, Musée jurassien d’art et d’histoire

999-1792/97

Het gebied van het Franstalige kanton Jura viel vanaf 999 onder het prinsbisdom Bazel. In de eeuwen daarna, met name In de 14e en 15e eeuw, kreeg Bern steeds meer invloed in het zuidelijke  deel van de Jura, onder andere in la Neuveville (Neuenstadt), Moutier en Bienne (Biel).

Tijdens de reformatie was de invloed van Bern hier dan ook merkbaar. Moutier, Belprahon, Perrefitte, Sorvilier, La Neuveville en andere steden en dorpen werden protestants.

Het katholieke noordelijke deel van de Jura werd na de Franse inval en de ontbinding van een deel van het prinsbisdom Bazel in 1792 de Rauraakse Republiek.

In 1793 werd dit gebied samengevoegd bij het departement Mont-Terrible. Na de bezetting van het overige zuidelijke deel van het prinsbisdom eind 1797 werd in 1800 het departement Haut-Rhine gecreëerd.

De Franse tijd (1792/97-1813). Délemont, Musée jurassien d’art et d’histoire

1815-1979

Na de nederlaag van Napoleon werd het gebied in 1815 (Congres van Wenen 1814-1815) aan kanton Bern toebedeeld, het kanton Basel kreeg de Birseck, wat later in 1833 weer zou opgaan in kanton Basel-Landschaft. Het Laufental koos in 1994 voor Basel-Landschaft en scheidde zich af van Bern.

Het Congres van Wenen had tot doel de machtsverhoudingen en de oude regimes weer te herstellen na de Napoleontische oorlogen en de (Franse) revolutionaire bewegingen in de periode 1792-1813.

Délemont, Musée jurassien d’art et d’histoire

Het kanton Jura (République et Canton du Jura) is ontstaan op 1 januari 1979 als afsplitsing van kanton Bern. Dit was het resultaat van het referendum van 23 juni 1974.

Délemont, Musée jurassien d’art et d’histoire

Na 1815 waren er al veel conflicten tussen het protestante Duitstalige Bern en de overwegend katholieke Franstalige Jura. Na 1945 kregen deze conflicten zelfs in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw een gewelddadig karakter met diverse aanslagen door separatisten.

Een aantal protestante districten en gemeenten bleven echter bij kanton Bern en stemden tegen, onder andere Moutier, Belprahon, Perrefitte en Sorvilier. In een nieuw referendum (21 maart 2021) stemden de inwoners van Moutier alsnog voor aansluiting bij kanton Jura.

Délemont, Musée jurassien d’art et d’histoire

De Vlag

De heraldiek van het kanton stamt uit 1947 en toont de rode bisschopsstaf en de kleuren rood en wit van de Jura. Porrentruy (Pruntrut) was vanaf 1528 tot 1792 zetel van de bisschop van het prinsbisdom Bazel.

Bron: J.-C. Rebetez, D. Bregnard, Le Jura en Berne, Porrentruy, 2014).

‘Der Dicke Fritz’, le Col des Rangiers

Délemont, Musée jurassien d’art et d’histoire

Jubileum Tinguely Museum Bazel

Available in German and Dutch.

Ter gelegenheid van zijn 25-jarig bestaan gaat het Museum Tinguely voor anker en begint het in de zomer van 2021 aan een bijzondere reis.

Onder de titel “Museum Tinguely AHOY!” gaat het museum op een Europese tournee op het omgebouwde vrachtschip MS Evolutie.

Het brengt op deze wijze de kunst van Jean Tinguely (1925-1991), een van de meest vernieuwende en belangrijke Zwitserse kunstenaars van de 20e eeuw, onder de aandacht in andere Europese landen en Zwitserland.

De route voert langs belangrijke plaatsen en activiteiten uit Tinguely’s leven en carrière, van Parijs via Antwerpen en Amsterdam door het Ruhrgebied en weer terug stroomopwaarts langs de Rijn naar Bazel.

Het weekeinde van 24-26 september 2021 wordt een hoogtepunt van de jubileumactiviteiten.

Het museumschip Tinguely Ahoy!, teruggekeerd van zijn Europese tournee, gaat ter hoogte van het museum voor anker en vormt met het Solitude Park en het museum het decor van de slotactiviteiten van het jubileumjaar.

Verdere informatie en programma jubileumactiviteiten: www.tinguely.ch

Architectuurstad Bazel

Naast gerenommeerde architectenbureaus uit Bazel hebben talrijke Zwitserse en internationale architecten, zoals Mario Botta, Renzo Piano en Frank O. Gehry, hun stempel gedrukt op het stadsbeeld en de omgeving.

Deze wereldwijd gerespecteerde diversiteit van opmerkelijke gebouwen is mogelijk gemaakt door de waardering van het publiek en een kwaliteitsbeleid dat met name op competitieve inschrijvingen. Ook de herinrichting van grote stedelijke gebieden is een voortzetting van deze architectonische benadering.

De aandacht gaat steeds meer uit van individuele gebouwen naar stedelijke context. Voorbeelden hiervan zijn de bedrijfsgebouwen van Roche, het Tinguely Museum, de Novartis Campus, de Messeplatz, de Fondation Beyeler, het Vitra Design Museum en de hoogbouw van Lonza.

Kanton Vaud

Het gebied van het huidige kanton de Vaud is sinds het einde van de laatste ijstijd (10 000) bewoond.

De Helvetiërs 

De regio is bekend geworden door de vermelding van de Keltische stam Helvetiërs  door Julius Caesar in De Bello Gallico. Deze stamde bewoonde in de periode 450-58 v. Chr. ook Vaud. In Saint-Sulpice, Vevey en Vidy zijn graftombes gevonden.

Caesar noemde deze stam in verband met hun inval in Gallia. Hij versloeg ze in 58 v. Chr. bij Bibracte, vlakbij Autun. Rond 44 v. Chr. stichtten de Romeinen de stad Nyon (Colonia Julia Equestris). Rond 25 v. Chr. verovert Rome het gebied van de Keltische stammen de Nantuates en de Véragres in de huidige Chablais vaudois (en Valaisan).

Romeinse tijd

Aventicum (Avenches), een Keltische oppidum, wordt de hoofdstad van de Helveten. In 71 n. Chr. wordt Aventicum de Colonia Pia Flavia Constans Emerita Helvetiorum Foederata onder keizer Vespasianus (39-81) in de Provincia Belgica. Vanaf 89 valt dit gebied onder de Provincia Germania Superior.

De Romanisering gaat snel, eerst van de elite in de steden, daarna van de overige bevolking. Dit staat bekend onder Gallo-Romeins, Romeins met Keltische kenmerken.

Vaud is in deze periode een belangrijke handelsroute met de Rhône, het meer van Genève (lac Léman) en de verbinding tussen de Grote St. Bernhardpas en de Jougepas, tussen Italië en Noord-Europa.

Koninkrijk Bourgondië

Rond 400 verlaten de Romeinen het gebied. De Germaanse stam van de Bourgondiërs trekt het gebied binnen. Ze stichtten het eerste Koninkrijk Bourgondië (443-534). Deze Germaanse stam nam echter de Gallo-Romeinse taal, de voorloper van het Frans over.

Franken

Rond 534 bezetten de Franken het gebied, de pagus waldensis, het land van de bossen. De bisschoppen doen ook hun intrede in deze tijd. De bisschop is eerst gevestigd in Avenches, daarna in Lausanne.

Het klooster Romainmôtier dateert uit de vijfde eeuw, het klooster van Baulmes is gesticht in de zevende eeuw (dit klooster is verdwenen). Kloosters en kerken ontstonden onder andere ook in Payerne, Lavaux, Vevey, La Tour-de-Peilz , Saint Prez, Vernand/Cheseaux en St. Saphorin.

Tweede Koninkrijk van Bourgondië

Na het Karolingische Rijk (751-888) valt het gebied onder het Tweede Koninkrijk van Bourgondië (888-1032). Payerne is de stad van de kroningen.

Heilige Roomse Rijk

Vanaf 1032 maakt het gebied deel uit van het Heilige Roomse Rijk. Het gebied wordt in de twaalfde eeuw betwist door de graven van Savoie en Genève, de bisschop van Lausanne en de hertog van Zähringen. De abdijen spelen een belangrijke politieke en militaire rol, met in de hoofdrol Lausanne en Romainmôtier.

Savoie

Vanaf 1207 tot 1536 beheersen de graven en hertogen van Savoie deze regio. De carrés Savoyards en kasteel Chillon stammen uit deze tijd. De Bourgondische oorlogen (1474-1477) zijn de eerste grote strijd tussen Savoie en de Confederatie onder leiding van Bern en Fribourg.

Savoie kiest de kant van de Hertog van Bourgogne Karel de Stoute (1435-1477), die de oorlog en zijn leven verliest. Savoie moet enkele steden (Orbe, Aigle, Ollon, Bex, Ormonts, Echallens, Montagny-sur-Yverdon, Grandson en Morat) afstaan aan Bern en Fribourg. De tweetaligheid en later de katholieke en protestante lappendeken aan kantons (na 1536) vinden hier hun oorsprong.

Bern

De confederatie verovert met veel geweld de hele Vaud in 1536 op Savoie. Leurs Excellences  van Bern regeren dit gebied door voogden. Een direct gevolg is de reformatie in Vaud. Sommige plaatsen blijven echter katholiek en dit wordt getolereerd. De voogd zetelde in Aigle en Payerne.

Het gebied was administratief opgedeeld in zestien Bailliages (Bonmont, Nyon, Aubonne, Morges, Yverdon, Romainmôtier, Lausanne, Orbe-Echallens, Moudon, Oron, Vevey, Aigle, Gessenay, Payerne, Avenches, Grandson).

Franse tijd

Op 24 januari 1798 riep het kanton Vaud de onafhankelijkheid uit en stichtte La République lémanique met de vlag „ République lémanique, Liberté, Égalité”. De Bernse heerschappij was voorbij.

Frankrijk steunde deze opstand tegen Bern met troepen, maar had ook andere plannen. Het doel van Frankrijk was niet alleen om de jonge republiek te steunen, maar ook om, na de invasies van het bisdom Bazel in 1792 en 1797, een volgende stap te zetten in de verovering van de voormalige Zwitserse Confederatie. In maart 1798 volgden de verovering van de oude Zwitserse Confederatie en de oprichting van de Helvetische Republiek (1798–1803), een eenheidsstaat zonder soevereine kantons en zonder de République lémanique.

Kanton Vaud

Op 19 februari 1803 ontstond door de Mediationsakte de nieuwe Confederatie van negentien kantons, waaronder Vaud.

1813-1900

In december 1813 is deze Confederatie weer opgeheven na de intocht van de geallieerde troepen. In de nieuwe confederatie van 1815, opgericht in het Bondsverdrag (Bundesvertrag, le Pacte fédéral) is Vaud een van de tweeëntwintig kantons.

Vaud volgt daarna in grote lijnen de politieke ontwikkelingen van de Confederatie. De politieke vernieuwingen van 1830-1845 (la Régénération), waaronder algemeen kiesrecht voor mannen ouder dan 23 jaar, verkiezingen van gemeente- (conseil communal, later de municipalité) en kantonaal bestuur (Grand Conseil) en het eerste referendum (Droit d’initiative). In 1885 volgen het Droit d’initiative constitutionelle en législative en het référendum.

Bij het eeuwfeest in 1903 is Vaud een geïndustrialiseerde regio met diverse multinationals (bijvoorbeeld Nestlé in Vevey) en een wijnbouwgebied (Lavaux). In deze tijd telde het kanton ongeveer 300 000 inwoners, in 2021 is dit aantal gestegen tot ongeveer 800 000.

Diverse (mondaine ) steden krijgen internationale bekendheid en inwoners (Montreux, Morges, Nyon, Lausanne, Vevey), de spoorwegen verbinden tussen 1850 en 1890 alle belangrijke plaatsen en het toerisme en daarmee de Grand-Hotels nemen sterk toe.

Een van de oudste golfclubs (opgericht in 1900) van het land is gevestigd in Aigle, maar heeft de naam Golfclub Montreux, omdat de spelers daar hun hotel of woning hadden.

De heraldiek

In de nieuwe confederatie (1803-1813) besliste het nieuwe kanton voor de huidige vlag groen en wit met de woorden «Liberté et Patrie”. Het vaandel van de mijnwerkers in de gemeente Bex was de bron van inspiratie voor de woorden en de kleur wit. Groen was de kleur van de Franse revolutionairen in 1789, zij werden beschouwd als de bevrijders in 1798.

Afgezien van religieuze teksten in bepaalde landen is Vaud de enige soevereine republiek met woorden in haar vaandel.

(Bron: L. Hubler, Histoire du Pays de Vaud, Lausanne 1991).

Kanton Genève

Het gebied van het huidige kanton en de stad Genève was bewoond rond 10 000 v. Chr. In de negende eeuw v. Chr. steeg het waterpeil van het meer van Genève 5 meter en verlieten de bewoners het gebied. In de tweede eeuw v. Chr. waren de oevers van het meer en de heuvel van de huidige stad bewoond door de Keltische stam van Allobrogen.

De Romeinse periode

In 121 v. Chr. veroverden de Romeinen dit gebied en integreerden het in Gallia transalpina, het latere Gallia Narbonensis (vanaf keizer Augustus vanaf 20. v. Chr.).

In de pax romana breidde de vicus  Genava (de Romeinse naam) steeds verder uit. De Franse naam lac Léman voor het meer van Genève is afgeleid van het Latijnse Lemanus.

Het gebied was toen al een belangrijke handelsroute, die Italië, het oosten van Frankrijk en het noorden van Europa verbond.

Het meer van Genève, de Rhône en andere handelswegen leidden naar Aventicum (Avenches), Augusta Raurica (Augst), Nviodunum (Nyon) en Lousanne (Lausanne).

Christendom

Het Christendom vestigde zich in de derde eeuw. De eerste bisschop is bekend in de vierde eeuw. De eerste naam stamt uit het jaar 400 (Bisschop Isaac). Uit deze periode stammen ook de fundamenten van de eerste kathedraal (zie ook de archeologische site: www.site-archeologique.ch).

Eerste Bourgondische koninkrijk

In de vijfde eeuw was Genève al een belangrijke bisschopsstad. In deze periode maakte de stad deel uit van het eerste Bourgondische koninkrijk (443-534). Zijn territorium strekte zich uit van Avignon in het zuiden tot Langres in het noorden, de Rijn in het oosten en de Loire in het westen.

Genève viel onder het gebied dat Sapaudia (waar Savoie van is afgeleid) werd genoemd, ruwweg de haute-Savoie, de kantons Genève, Jura, Neuchâtel en noordelijke delen van Vaud en Bern.

In 534 veroverden de Franken dit gebied. In 563 vond een grote Tsunami plaats die ook Genève overspoelde. Dit was het gevolg van 250 miljoen kubieke meter rots die van de berg Grammont (2 172 meter) naar beneden kwam. De berg ligt in de Chablais in het oosten van het meer van Genève. (de catastrofe van de Tauredunum).

Merovingers, Karolingers, Heilige Roomse Rijk

De koninkrijken van de Merovingers (534-751) en de Karolingers heersten tot 888. Vanaf 888 tot 1032 maakten de stad Genève en het bisdom Genève deel uit van het Tweede Bourgondische koninkrijk (888-1032). Vanaf 1032 hoorde het gebied bij het Heilige Roomse Rijk. Genève werd in deze periode een graafschap.

De graaf erkende in 1124 de wereldlijke macht van de bisschop over de stad (Verdrag va Seyssel). In 1162 verleende  keizer Barbarossa (1122-1190) de Reichsunmittelbarkeit of de status van vrije Rijksstad.

Savoie

De graven van Savoie veroverden in 1250 het kasteel en de stad. De graven van Genève bleven zich echter verzetten.

1477-1798

In 1477 wordt de Hertog van Savoie uit Genève verdreven met steun van Bern en Fribourg. De stad sluit een alliantie met deze kantons. Dit verbond duurde tot de Franse inval in 1798.

Genève nam in de Reformatie het andere geloof aan en in 1533 verdwijnt de bisschop uit de stad en bestaat het bisdom niet meer. In 1536 verschijnt Calvijn (Jehan Cauvin, 1509-1564) en wordt Genève de internationale hoofdstad van het Calvinisme met een calvinistische academie.

Tot  de Franse annexatie in 1798 waren er vele militaire conflicten en (verbroken) vredesverdragen met Savoie. Het was een internationaal gecompliceerde complicatie waarbij de Franse koning, de Spaanse Habsburgers en de Confederatie van dertien kantons bij betrokken waren.

Franse periode

Tot de Franse annexatie op 26 april 1798 kende Genève een periode zonder gewapende (religieuze) conflicten.

Dit is opmerkelijk in het Europa van de zeventiende en achttiende eeuw. De Eidgenossenschaft kende nog een kort religieus conflicten 1656 en 1712 (oorlogen van Villmergen).

Van 26 april 1798 tot 31 december 1813 was Genève onderdeel van het Franse departement Léman. In 1815 werd het kanton lid van de Confederatie en volgt het haar historie.

In de jaren 1814-1816 volgde een periode van onderhandelingen tussen het kanton Genève, het koninkrijk  Piëmont-Sardinië en Frankrijk over aansluiting met grondgebied van de Confederatie.

Tussen kanton Genève en kanton Vaud lag Frans gebied. Een verbindingszone werd gecreëerd en ongeveer twintig Franse dorpen werden aan het kanton Genève toegevoegd.

1815-1860

Hoewel het Franstalige Genève in het uiterste westen van Zwitserland ligt en omgeven is door Frans gebied, heeft het nooit deel uitgemaakt van Frankrijk, afgezien van de periode 1798-1813. De burgers en het congres van Wenen kozen in 1815 voor aansluiting bij de Confederatie.

Ten tijde van de ontbinding van het koninkrijk  Piëmont-Sardinië (1720-1860) wilde de Confederatie  de Franse regio’s Chablais en Faucigny inlijven. Door het Verdrag van Turijn (24 maart 1860) en een referendum (21 en 22 april 1860) kwam dit gebied in 1860 bij Frankrijk.

De Vlag

De elementen van de vlag van het kanton Genève zijn een gekroonde zwarte halve adelaar op een gele achtergrond en een gele sleutel op een rode achtergrond.

De adelaar symboliseert de keizerlijke macht van de bisschop en verwijst naar de adelaar in het wapen van het Heilige Roomse Rijk. De sleutel is een attribuut van de apostel Sint-Pieter, patroonheilige van de kerk van Genève en van de kathedraal van de stad.

De revolutie van Genève in december 1792 leidde tot de invoering van drie kleuren: rood en geel, gescheiden door een zwarte streep. Het nieuwe kanton Genève bevestigde in 1815 de huidige vlag.

Bron: G. Andrey, La Suisse Romande. Une histoire à nulle autre pareille, Pontarlier,2012; M. Caesar, Histoire de Genève. Tome I, Neuchâtel 2014); C. Barbier, P.-F. Schwarz, Atlas historique du pays de Genève, La Salévienne, 2014).

Grand-Hotel Giessbach

Het Grand-Hotel Giessbach (Kanton Bern) aan het meer van Brienz dateert uit 1873 en ligt in een schilderachtige en prachtige omgeving tussen de bergen en het meer van Brienz.

De aankomst per boot en vervolgens met de 140 jaar oude kabelbaan, de oudste in Europa, is een beleving op zich. Veel bezoekers lieten zich al rond 1800 door de beroemde bootsvrouwen van Brienz naar de watervallen van Giessbach roeien.

De watervallen zijn sinds 1840 ’s avonds verlicht. In 1857 werd het eerste hotel gebouwd. De grote bloei begon echter met de renovatie door de architect Horace Edouard Davinet (1839-1922).

Hij (her) bouwde het Grand-Hotel op een kunstmatig aangelegd terras met een eigen gasinstallatie, een grote wasserij, verschillende badcabines, talrijke waterclosets en een overdekte loopbrug in de ‘foresto-rustico’ stijl.

Voor een betere bereikbaarheid openden de eigenaars in 1879 een kabelbaan van het bootstation naar het hotel. In juli 1884 werden de eerste elektrische lampen ontstoken in Hotel Giessbach. Het hotel sloot echter zijn deuren in 1979.

In 1983 kocht de Giessbach-stichting het hotel en kort daarna kon de heropening van het hotel worden gevierd met financiële ondersteuning van de nationale monumentenzorg (Denkmalpflege).

(Bron en verdere informatie: https://swiss-historic-hotels.ch).

Sounding Soil

De tentoonstelling “Sounding Soil” in het Pro Natura-centrum in Champ-Pittet (Cheseaux-Noréaz, kanton Vaud) laat u kennismaken met het rijke geheime leven van de bodem. Dankzij een innovatief geluidsopvangsysteem hebben de beestjes die onder je voeten krioelen geen geheimen meer.

De tentoonstelling wordt gepresenteerd in een scheepscontainer met een 3D geluidssysteem dat de indruk geeft tussen de wortels en de dieren in de grond te zitten.

Dankzij verschillende bodemopnamen die toegankelijk zijn via een aanraakscherm, kunt u verschillende natuurlijke omgevingen beluisteren.

Deze ervaring brengt de aarde tot leven en demonstreert de invloed van menselijke activiteiten op bodemorganismen.

De Stichting Biovision, een van de partners van de tentoonstelling, zal op woensdag 19 mei, zondag 23 mei en zondag 30 mei workshops aanbieden over het belang van biodiversiteit in de bodem en de verbanden met duurzaam voedsel.

De tentoonstelling biedt inzicht in het belang van een bodem die rijk is aan biodiversiteit, de relatie tussen de bodem en de mens en de noodzaak om de bodem beter te beschermen.

(Bron en meer informatie: www.soundingsoil.ch).

Kanton Neuchâtel

De historie van dit kanton kent tot het jaar 1000 grotendeels hetzelfde verloop als veel andere kantons.

1100-1798

De prehistorie, de Kelten, de Romeinen, de Alemannen, Franken, het Karolingische Rijk en de Bourgondische koningen hebben ook in Neuchâtel de geschiedenis bepaald tot 1032.

Na de stichting van het kasteel novum castellum door de Bourgondische koning in 1011, vandaar de naam Neuenburg/Neuchâtel, breidde de nieuwe vestiging zich in de daaropvolgend eeuwen uit.

In de eeuwen daarna zou het graafschap Neuchâtel (eind 12e eeuw) ontstaan en rond 1500 bereikte het graafschap de omvang van het huidige kanton Neuchâtel.

In deze eeuwen spelen Colombier, Valangins, Corcelles, Môtier, Auvernier, (Val de) Travers, Nugerol, Boudry, Le Landeron, Bevaix en andere (nieuw gestichte) steden en dorpen al een rol van betekenis in dit gebied, hetzij als autonome seigneuries, hetzij als plaatsen met kloosters.

Ook La Chaux-de-Fond, Le Locle, La Brévine, La Sagne, Les Verrières en andere plaatsen in de hoger gelegen delen van de Jura komen in deze periode tot ontwikkeling.

Neuchâtel lag strategisch aan de voet van de Jura en het meer van Neuchâtel en de handelswegen naar de huidige Franche-Comté en Bourgondië, de route naar (het prinsbisdom) Basel, (het meer) van Morat en Seeland.

Neuchâtel maakte vanaf 1032 deel uit van het Heilige Roomse Rijk en zou tot 1395 door de dynastie van de Graven van Neuchâtel worden geregeerd.

Neuchâtel was van de dertiende tot de vijftiende eeuw een graafschap van het Huis van Neuchâtel. Na het uitsterven van deze graven werd Neuchâtel de inzet van de lokale en Europese grootmachten.

Na het uitsterven van het geslacht Neuchâtel, werd het graafschap eerst geregeerd door Duitse dynastieën  (Huis van Freiburg en Hochberg, 1395-1504). Daarna vererfde het aan de Franse (koninklijke) familie d’Orléans-Longueville (1504-1706) en vervolgens aan de Pruisische koning (1707-1856) als Prinsen van Neuchâtel.

Er waren korte intermezzo’s van bestuur door kantons van de Eidgenossenschaft (1512-1529) en de  Franse maarschalk Alexander Berthier tijdens de Franse bezetting (1806-1813).

1798-1857

Neuchâtel werd in 1815 een Zwitsers kanton en lid van de Confederatie, met behoud van de status van Vorstendom van de Pruisische Koning. Dit hybride statuut ontaardde in de gevaarlijke ‘Neuchâtel-affaire’ in 1856.

De Zwitserse Federatie mobiliseerde haar troepen toen de koning van Pruisen, Prins van Neuchâtel, zijn eigendom opeiste, eventueel met militair geweld. In 1831 was er al een poging gedaan om de monarchie te dwarsbomen.

Wat in 1831 mislukte was een succes in 1848. Het lokte echter een monarchistische staatsgreep uit in 1856. De ‘Neuchâtel-affaire’ was geboren.

Frankrijk bemiddelde en de grote mogendheden Rusland, Engeland, Oostenrijk, Pruisen en Frankrijk sloten op 26 mei 1857 het Verdrag van Parijs.

Pruisen gaf definitief zijn rechten op. Neuchâtel was vanaf dat moment alleen nog  kanton van de Confederatie.

De laatste Europese vorst verliet op 26 mei 1857 voorgoed Zwitsers grondgebied.

De vlag

De vlag van het kanton Neuchâtel is groen, wit en rood: groen voor de weiden, bossen en bergen, wit voor de (besneeuwde) valleien en/of rijpe tarwe, en rood voor de vele wijngaarden. In het rode gedeelte staat  het Zwitserse kruis in de rechterbovenhoek.

Bron: Dictionnaire historique de la Suisse, Canton de Neuchâtel, https://hls-dhs-dss.ch/fr/articles/007397/2017-05-30).