De Liga van de Ridders van de Lepel

De situatie was ernstig aan het begin van de 16e eeuw in Vaud (Pays de Vaud). De katholieke hertog van Savoie, Karel III (1486-1553) wilde de stad Genève onderwerpen na de vlucht van de bisschop en de reformatie.

De relatie bisschop en stad was al lang gespannen en Savoie was de bondgenoot van de bisschop. In 1526 sloot de stad een verdrag met Freiburg en Bern. De stad kon alleen over het meer met haar Zwitserse bondgenoten communiceren en was geblokkeerd over land, dat in bezit was van Savoie.

In Genève bestonden twee partijen. De partij van de Eidgenossen, die voorstander was van een bondgenootschap met de Confederatie van dertien kantons, en die van de Mamelous die zich integendeel aan Savoie wilden onderwerpen.

In oktober 1527 kwamen de ridders van de Mamelous bijeen in de ridderzaal van het kasteel van Bursinel om te overleggen. Een van hen stak tijdens het diner zijn lepel in de lucht en riep uit: “Aussi vrai que je la tiens nous avalerons Genève.” (hoewel ik veel van de stad hou, zullen wij haar inslikken).

de Liga van de Ridders van de Lepel (la ligue des chevaliers de la Cuiller) was geboren. De naam was wellicht ludiek, maar de volgende jaren waren het toneel van een meedogenloze strijd tussen deze Liga en Savoie enerzijds en Genève en Bern en Freiburg anderzijds.

De liga was goed georganiseerd met statuten en ambtenaren. Om er deel van uit te maken, moest men een ridder, abt, prior, banneret en in ieder geval katholiek en een onderdaan van de hertog van Savoie zijn, en voortdurend een gouden of zilveren lepel om zijn hals dragen.

De strijd was in feite een burgeroorlog en een religieus- en dynastiek conflict, zoals dat in de Nederlanden vanaf 1560 in alle hevigheid tot ontwikkeling kwam.

De liga werd snel machtig en bracht Genève steeds verder in het nauw door plunderingen van de omgeving en een belegering.

In 1530 belegerde de Liga Genève. De stad deed vervolgens een beroep op Bern en Freiburg. Zij doorkruisten vervolgens Vaud op weg naar Genève  en plunderden en verwoesten alle kastelen van de ridders van de Liga van de Lepel in 1530.

Savoie en de de liga gaven echter niet op en in 1536 werd Genève weer bedreigd. Koning François I van Frankrijk (1494-1547) wilde echter niet dat Savoie te machtig werd en wilde Genève te hulp schieten.

Bern (en Freiburg) besloten opnieuw op te treden om de stad te redden en hun troepen vielen in 1536 weer Vaud binnen. Deze situatie gaf het protestante Bern en het katholieke Freiburg het gewenste voorwendsel om het land van Vaud te onderwerpen en als Untertanengebiet (territoire sujet) tot 1798 te besturen.

(Bron en verdere informatie: www.swisscastles.ch)

Kasteel van La Sarraz

Het kasteel van La Sarraz (kanton Vaud), gebouwd op een rotsachtige uitloper aan de rand van de landerijen van de abdij van Romainmôtiers, is aanvankelijk niet meer dan een donjon, waarschijnlijk van hout, gebouwd door Adalbert II van Grandson (?- 1059).

Het kasteel lag met drie andere kastelen  Joux (Pontarlier), Les Clées en Chillon strategisch op de noord-zuid (handels) route. Het kasteel wordt voor het eerst vermeld in 1152. De eerste baronnen stamden rechtstreeks af van het huis van Grandson.

De baronie van La Sarraz en deze tak van de familie vestigden zich permanent in het kasteel. De familie zou tot begin twintigste eeuw eigenaar van het kasteel blijven

In de 14e eeuw werd de huidige donjon gebouwd, evenals een nieuw gebouw aan de westkant, dat dienst deed als graanschuur. In de 15e werd “Ridderzaal” gebouwd, die echter eerder een gang dan een zaal is.

Het gebouw werd tijdens de Bourgondische oorlogen in 1474 door de Eidgenossen in brand gestoken, maar werd aan het eind van de 15e eeuw herbouwd. De baronnen hadden de kant van Savoie en de Hertog van Bourgondië Karel de Stoute (1433-1477) gekozen.

In 1536 verwoestte een nieuwe brand het kasteel, maar het werd weer herbouwd.  Sarraz steunde (weer) Savoie en was vooral tegen de reformatie.

Samen met coalitie van de ridders van Cuiller wilde ze het gereformeerde Genève (Calvijn heeft zich daar dan juist gevestigd) weer onder het (katholieke) gezag van Savoie brengen. (zie (La Ligue des Chevaliers de la Cuiller, De Liga van de Ridders van de Lepel, Swiss Spectator 2 juni).

Freiburg en Bern schoten de stad echter te hulp en verwoestten het kasteel. De kasteelheer vluchtte en overleed spoedig daarna, waarna zijn weduwe François II de Gingins (1506-1578), een protestante neef, huwde. Deze familie blijft tot het begin van de twintigste eeuw de eigenaar.

In de tweede helft van de 17e eeuw werden enkele minder ingrijpende verbouwingen verricht. In de 19e eeuw werd het gebouw ingrijpend verbouwd, waarbij onder meer de laatste verdedigingsresten van het kasteel werden verwijderd en de oude bijgebouwen werden herbouwd als stallen. De benedenverdieping werd omgebouwd tot kapel (die in 1997  volledig is gerestaureerd).

In 1911 richtte de laatste eigenaar de Société du Musée Romand op, waaraan hij zijn kasteel naliet. Dit museum is nog steeds in het kasteel gevestigd. Het Zwitsers Paardenmuseum werd in 1982 ook gehuisvest in het kasteel.

(Bron en nadere informatie: https://chateau-lasarraz.ch).

Swisscollections.ch

Swisscollections is de nieuwe toegangspoort tot historische en moderne collecties in Zwitserse bibliotheken en archieven.

In Swisscollections vindt u archiefmateriaal (inclusief niet-gepubliceerde papieren), afbeeldingen, oude drukken en zeldzame boeken, documentenverzamelingen, filmmateriaal, manuscripten, kaarten, muziekopnamen, bladmuziek, tekstopnames en bibliografische vermeldingen van de kantons. Het is een metacatalogus die put uit verschillende datapools.

Swisscollections is een aanvulling op swisscovery, het Zwitserse nationale bibliotheekplatform (https://swisscovery.slsp.ch, zie ook Swiss Spectator van 10 december 2020).

(Bron en nadere informatie: https://swisscollections.ch).

 

Mollis

Liguriërs waren de eerste bewoners van de regio. Zij werden opgevolgd door de Rhätiërs, die in 15 v. Chr. door de Romeinen werden onderworpen, wier heerschappij 400 jaar duurde.

De oorsprong van de naam is het Latijnse mollis, zacht. Rond 400 moesten de Romeinen het gebied aan de Alemannen afstaan.

Het klooster van Säckingen (Bad Säckingen, Duitsland) verwierf in de 9e eeuw omvangrijke landerijen in Glarnerland, ook in Mollis. Mollis (kanton Glarus) werd voor het eerst genoemd in 1288. De reformatie werd in 1529 aangenomen.

Tussen 1714 en 1789 leidden het spinnen van katoen en, vanaf 1760, het weven tot welvaart. Door zijn strategisch belangrijke ligging heeft het dorp van 1798 tot 1803 veel te lijden gehad van oorlogshandelingen door buitenlandse troepen. In 1811 kwam het hart van de correctie, het “Molliser” Eschner kanaal gereed.

(Bron en nadere informatie: www.glarusnord-tourimus.ch).

Het Hôtel des Postes van Neuchâtel

Het Hôtel des Postes is ontworpen door drie architecten uit Neuchâtel: Jean Béguin, Ernest Prince en Alfred Rychner.

Het Hôtel des postes, gelegen in de buurt van de haven van Neuchâtel, werd in drie jaar tijd gebouwd en op 1 april 1896 ingehuldigd.

In het gebouw was vroeger de mondiale Unie van Postbedrijven gevestigd, die was opgericht door het lid van de federale regering de Neuchâtelois Eugène Borel (1835-1892). Onder de kroonlijst staan de namen van 31 landen en 22 Zwitserse kantons gegraveerd. Dit is ook een uniek document vanwege verdwenen landen en keizerrijken, nieuwe landen en nieuw oude landen, zoals bijvoorbeeld Servië.

Tegenwoordig herbergt het gebouw het postkantoor van de stad en het VVV-kantoor.

(English) BIBLIOTOPIA

De Jan Michalski Stichting im Montricher (kanton Vaud) organiseert van 4-6 juni de vierde editie van het BIBLIOTOPIA festival.

Dit jaar heeft het festival de veranderingen in de wereld en de verwoording in en door literatuur tot thema.

De reis gaat de hele wereld over, van Rusland naar Portugal, van Palestina tot Japan.

(Bron en meer informatie: www.fondation-janmichalski.com).

Bisschoppelijk kasteel Leuk

De Bourgondische koning Sigismund schonk Leuk in 515 aan het klooster van Saint-Maurice, de eerste gedocumenteerde vermelding van de stad. Sigismund was tevens de stichter van dat klooster, een van de oudste van Europa.

De prins-bisschop van Sion verleende de stad tussen 1254 en 1296 stadsrechten.  Het gaf Leuk een grote autonomie gaf op het gebied van bestuur, rechtspraak, markt en jacht.

De toren en de muren van de het romaanse bisschoppelijke kasteel zijn in de 11e eeuw gebouwd. Het kasteel brandde in 1415 af en werd nadien weer opgebouwd, vooral onder bisschop Supersaxo (1450-1529). Hij maakte het tot zomerresidentie van de bisschoppen.

De bisschop van Sion en de hertog van Savoye ondertekenden 1507 in het kasteel het vredesverdrag tussen Wallis en Savoye.

Het bisschopskasteel is sinds 1934 eigendom van de gemeente en staat op de monumentenlijst. De architect Mario Botta (1943) verbouwde het kasteel tot een cultureel en creatief centrum. De koepel is ook een constructie van Botta.

(Bron: www.leuk.ch).

Ossuariumkapel van Leuk

De kapel (Beinhaus Leuk, kanton Wallis) is een indrukwekkende bezienswaardigheid. In de kapel onder de St. Stephanuskerk bevindt zich een wand met schedels en botten van meer dan twee meter hoog en negentien meter lang. Deze muur bestaat niet uit één laag, maar is tot twee meter dik.

Ruim 22 000 schedels en dijbenen zijn zo vanaf begin 16e eeuw gestapeld. Ze komen van de oude begraafplaats die vroeger rond de kerk lag.

Ridder en soldaten, Totentanz op westzijde pilaar, c. 1520

De pilaar is beschilderd met scènes van een dodendans. Op de oostelijke muur en op de noordelijke muur bevinden zich ook twee afbeeldingen van de doden, geschilderd rond 1520-1530. Ze wekken de indruk van het onvermijdelijke en onafwendbare, memento mori. Beide afbeeldingen zijn samengesteld op een langwerpige rechthoekige plattegrond.

Het ossuarium dateert uit de periode 1506-1515. Een exacte datum kan niet worden gegeven. Het ossuarium in het nabijgelegen Raron werd gebouwd in 1512-1513, het ossuarium in Naters rond 1515 (ingehuldigd op 22 januari 1525) en het ossuarium in de basiliek van Sion rond 1510.

(Bron: J. Sarbach, Beinhaus Leuk, Leuk).

De mazot of raccard

Wie kent ze niet, de chalets in de Zwitserse Alpen? Veel minder bekend zijn echter le raccard of le mazot, twee typische gebouwen voor de Valais (Wallis).

Dit houten gebouwtje op vier stenen pilaren van ongeveer 50 centimeter hoogte was bestemd voor het opslaan en de bewerking van hooi, gras of graan. De verhoging verhindert dat muizen en ratten het gebouw binnenkomen.

De mazot heef altijd maar één toegangsdeur en was niet voor bewoning bestemd. Soms was de mazot in compartimenten voor meerdere gebruikers verdeeld.

In veel dorpen en gehuchten zijn nog mazots in goede of minder goede staat aanwezig. Veelal hebben ze tegenwoordig een toeristische, culturele of sociale bestemming.

De grenier lijkt sterk op de mazot, maar is groter en heeft altijd twee of meer toegangsdeuren voor meerdere gebruikers en is ook voor bewoning bedoeld, vaak op de tweede etage.

De chalets hadden een ander doel. Deze stonden buiten de bebouwde kom en hoog in de alpenweiden en dienden als zomerverblijf voor de veehouders. In de negentiende eeuw zijn (Engelse) toeristen ieder houten gebouw echter als chalet gaan duiden. De mazot of raccard maakt tegenwoordig deel uit van het cultureel (alpine) erfgoed.

Kasteel van Tourbillon

Het middeleeuwse gebouw ligt hoog op een rots boven Sion en biedt een prachtig uitzicht op het Rhônedal en de Alpen.

Rond 1300 bouwde bisschop Bonifatius de Challant (1240-1308) een kasteel op de heuvel. Het kasteel diende als residentie voor de bisschop van Sion.

Het werd in 1417 verwoest tijdens de Rarner oorlogen (1415-1419). Het kasteel werd herbouwd door bisschop Willem III (1407-1451). Het kasteel, dat in 1788 opnieuw werd verwoest, bleef een ruïne.

Binnen de muren kunt u een indruk krijgen van de vroegere residentie van de bisschop. Muurschilderingen uit de 14e en 15e eeuw in het koor van de kapel zijn getuigen van dit verleden. De kapel werd gebouwd in dezelfde tijd als het kasteel.