La Grande Béroche en Saint-Aubin

Saint-Aubin is al sinds het neolithicum m( 4000 v. Chr.) bewoond. De Kelten, Romeinen, Bourgondiërs en Franken koloniseerden daarna achtereenvolgens deze streek vanaf 900 v. Chr.

De bisschop van Lausanne schonk in 1176 de kerk aan de abdij van Saint Maurice. De Abt Guillaume (overleden in 1198) renoveerde vervolgens de kerk in 1180 in de Romaanse stijl. De kerk was het spirituele centrum van het gebied dat La Béroche wordt genoemd.

Het strekt zich uit van de gemeente Bevaix (kantonNeuchâtel) tot aan de grens met Vaud en de ruz de la Vaux enerzijds, en van het meer van Neuchâtel tot aan de Creux-du-Van anderzijds.

In 1433 werd de Châtellenie van Gorgier Saint-Aubin gekocht door Graaf Jean I van Neuchâtel (1374-1466), Heer van Vaumarcus. Het werd een heerlijkheid verbonden aan het Graafschap van Neuchâtel. De kerk bleef van de abdij van Saint-Maurice tot de reformatie in 1531.

Sinds 1888 vormt Saint-Aubin één gemeente met Sauges. Eind 2016 stemde de bevolking van de dorpen Bevaix, Fresens, Gorgier, Montalchez, Saint-Aubain-Sauges en Vaumarcus ermee in om te fuseren tot de nieuwe gemeente La Grande Béroche.

(Bron en nadere informatie: www.saint-aubin-sauges.ch).

Dialoog met het Landschap

Met zijn uitzonderlijke panorama is La Vue-des-Alpes een aantrekkelijke plaats op de pas tussen Neuchâtel en La Chaux-de-Fonds.

Het panorama van de Alpenreuzen staat in de context van de Jura-landschappen en door de mens gevormde objecten, zoals droge stenen muurtjes, beboste weiden, alpenchalets, landbouw- en veeteeltactiviteiten.

Art-en-Vue is een festival dat meeneemt op een ontdekkingsreis door het landschap van La Vue-des-Alpes. Er is een parcours met 13 monumentale werken van Jean-Paul Zimmermann, Emmanuel DuPasquier, bekend onder de naam Paxon, en Ruben Pensa.

(Bron en meer informatie: www.artenvue.ch).

Vallei van de Hermitage Neuchâtel

De vallei (le Vallon de l’Ermitage) is een ware oase van rust in het hart van een ongerepte, weelderig groene vallei in en nabij de stad Neuchâtel.

Het panoramische uitzicht op de stad, het meer en de Alpen vormen de schilderachtige achtergrond.

De rijke flora van de botanische tuin (le jardin botanique de Neuchâtel) demonstreert een grote biodiversiteit van de Alpen, de kustgebieden van de Middellandse Zee, de droogte van de woestijn en de hitte van de tropische kas met exotische en vleesetende planten.

Tentoonstellingen, animaties en uitstekende documentatie tonen de relatie tussen mens en zijn omgeving.

De Vallei is ook de plaats waar Friedrich Dürrenmatt (1921-1990) zijn rust en huis  vond.  Het museum en documentatiecentrum Centre Dürrenmatt Neuchâtel (CDN), gebouwd door de Zwitserse architect Mario Botta (1943), integreert het oude huis van de schrijver en schilder in het landschap.

Dit jaar viert het museum de honderdste geboortedag van Friedrich Dürrenmatt met talrijke festiviteiten. Op een steenworp afstand ligt de kikkerpoel Étang aux grenouilles de Combacervey.

Verder langs de route liggen de abdij van Fontaine-André, gesticht in de 12e eeuw (tegenwoordig een centrum voor opleidingen, hotel en een (biodynamische) tuin) en de kapel (Chapelle) de l’Ermitage.

Het kabelbaanstation van La Coudre (een wijk van Neuchâtel) gaat naar de top van Chaumont. Het wandelpad (sentier de temps) van 4.5 kilometer voert van daaruit naar de vallei  en toont aan de hand van 17 houten sculpturen de belangrijkste fasen van de evolutie van het leven op aarde.

(Bron en verdere informatie: www.vallonermitage.ch)

Origen Zomerfestival Creaziun

Het programma van het jaarlijkse zomerfestival van de Stichting  Origen (Fundaziun Origen) in Riom (Kanton Graubünden)  draait dit jaar om schepping en vernietiging, mythe en evolutie, het paradijs en het einde van de wereld.

Met 11 premières en 132 evenementen waagt Origen zich aan een krachtige revival na de lange pandemische stilte.

Het festival is gewijd aan de kracht van de schepping: in de mythe, in de kunst, in de natuur. De kunstenaars geven hun visie op de schepping en onderzoeken haar betekenis voor de wereld om de mensheid te begrijpen en in harmonie te laten leven met  een voortdurende evoluerende natuur en omgeving.

Op het programma staan dansrecitals, concerten, muziektheater, gregoriaanse zang, tentoonstellingen en culturele en historische evenementen.

Het programma begint op 1 juli met “COR” van Juliano Nuñes (1990) en eindigt op 15 augustus met “Passengers” van Andrey Kaydanovskiy (1987).

De voorverkoop begint op 14 juni.

(Bron en meer informatie: www.origen.ch).

Keltische paalwoningen in de Alpen

In 2021 viert de organisatie “Prehistorische paalwoningen rond de Alpen” de tiende verjaardag van haar status als UNESCO-werelderfgoed (UNESCO World Heritage).

De transnationale site „Prähistorische Pfahlbauten um die Alpen” is op 27 juni 2011 opgenomen in het UNESCO-werelderfgoedregister. Van de meer dan 1000 bekende locaties van paalwoningen in Midden-Europa zijn  111 representatieve sites in Frankrijk, Italië, Zwitserland, Slovenië, Oostenrijk en Duitsland geselecteerd om deze speciale status en erkenning te krijgen.

(Bron en verdere informatie: www.palafittes.org).

Zwitserse kastelen in 360°-panorama

De kastelen Burgdorf, Hallwyl, Wildegg, Romont, Spiez, Waldegg, Werdenberg, slot Stockalper in Brig en de burcht Zug kunnen virtueel worden bezocht en van binnen en van buiten worden verkend.

Het individuele bezoek in het prachtige  360°-panorama biedt de kijker een unieke ervaring in de wereld van dit culturele erfgoed.

De GSK (Gesellschaft Schweizerische Kunstgeschichte (www.gsk.ch)  heeft in 2019 een app ontwikkeld met de naam 360° Swiss Heritage. Meer kastelen uit alle regio’s van het land zullen volgen.

Op mobiele telefoons en tablets is het mogelijk om de gyroscoop te activeren: Iedereen die de telefoon of tablet beweegt, ervaart een 360°-beeld dat met hem meebeweegt.

(Bron en nadere informatie: www.360-swiss-heritage.ch).

Hugenoten en de grootse Zwitserse scheepsramp

Koning Hendrik IV (1553-1610) van Frankrijk ondertekende in 1598 het Edict van Nantes. Voor het eerst in de Franse geschiedenis was er formele erkenning van twee geloofsovertuigingen. In 1685 schafte Lodewijk XIV  (1638-1715) het Edict van Nantes echter weer af.

Onder Franse druk ging ook de Hertog van Savoie Savoie Victor Amédée II (1666-1732) over tot de vervolging van protestanten in de valleien van Piémont.

Meer dan 160 000 hugenoten en Waldenzer vluchtten gingen over water of over land in ballingschap, met name naar Zwitserland, Duitsland, Engeland of de Nederlanden.

Deze exodus duurde tientallen jaren. Ongeveer 80 000 ballingen kozen voor de Zwitserse Confederatie van dertien kantons. De geografische ligging, haar confederale politieke structuur, sinds de Reformatie bi-confessioneel, en haar religieuze tolerantie in de kantons maakten haar voorbestemd als asielland.

Zij trokken door de bossen en bergen van de Jura naar Neuchâtel en de Vaud, of zij staken de Alpen over via de Grote Sint-Bernard, anderen hadden bereikten Chur via de bergpassen in Graubünden. Onder druk van Frankrijk verbande de hertog van Savoye, Victor Amédée II (1666-1732), de ook de protestante Waldenzen uit de valleien van Piëmont.

Het Edict van Fontainebleau, 18. Oktober 1685, de herroeping van het Edict van Nantes uit 1598

De vluchtelingen naar in Zwitserland namen twee hoofdroutes tussen Genève en Schaffhausen. Genève en Bern speelden een essentiële rol bij het vervoer, voeden en onderbrengen van de tienduizenden vluchtelingen.

De stad Aarberg was in deze tijd een belangrijke halteplaats op de waterweg tussen Bern en Brugg. Op 5 september 1687 voeren meer dan 130 Hugenoten op twee schepen op wat tegenwoordig de Alte Aare heet van Aarberg naar Büren aan de Aare. Beide schepen zonken. Het kostte 111 Hugenoten het leven.

Het is de grootste scheepsramp in de historie van Zwitserland.

(Bron en nadere informatie: Via Foundation, www.via-huguenots.ch).

Lengnau en Bern

In de 11e eeuw viel Lengnau (Longeau in het Frans) onder de heerschappij van de graven van Strassberg, en kerkelijk tot het bisdom Lausanne. Deze graven waren een regionaal adellijk geslacht, dat in de dertiende eeuw uitstierf.

Het dorp kent ook een Romeinse verleden. Archeologische vondsten, onder andere fundamenten van een muur, wijzen op een Romeinse nederzetting.

Er zijn ook schriftelijke bronnen die bevestigen dat het oord al voor het jaar 1000 bestond. Documenten uit het klooster van Einsiedeln (kanton Schwyz) uit 997 getuigen hiervan. In 1228 wordt de stad Lengnau in documenten vermeld onder de naam Lengieuwa.

In de 14e eeuw deelde Lengnau het lot van de (gewapende) conflicten tussen enerzijds Habsburg en bondgenoten (waaronder Freiburg) en Bern en Solothurn anderzijds. De confederatie stond aan het begin van de veertiende eeuw nog maar aan het begin.

In de oorlog van hertog Leopold I van Oostenrijk (1290-1326) tegen Solothurn, slechts drie jaar na de Slag bij Morgarten (1315), verwoestte Freiburg Lengnau. Het dorp ging vervolgens over naar de graven van Kyburg.

De relatie tussen de graven van Kyburg, die de Habsburgers welgezind waren, en de steden Bern en Solothurn was gespannen en na de Sempachoorlog tegen Habsburg (1386) veroverde Bern in 1388 Lengnau (en Büren an der Aare, sinds 1375 de zetel van de graven van Kyburg en van de laatste graaf van Neuchâtel-Nidau, Rudolf IV, gesneuveld in 1375 in de strijd tegen de Gugler (zie Swiss Spectator van 2 juni 2021).

Lengnau deelt vanaf 1388 het politieke pad van Bern (sinds 1353 lid van de Confederatie) en ook de religieuze weg van deze stad en dit (latere) kanton.

(Quelle: www.lengnau.ch).

Klooster Marienberg

Romaanse gebouwen (kloosters, kastelen en nog enkele seculiere gebouwen) zijn ook in Zuid-Tirol op verschillende plaatsen te zien (zie onder andere de Alpine Strasse der Romanik, www.stiegenzumhimmel.it).

De benedictijner abdij Marienberg in de plaats Malles lag aanvankelijk in Tarasp (kanton Graubünden). Zij was gesticht in de elfde eeuw. In de twaalfde eeuw volgde de verhuizing naar de huidige locatie. Met name logistieke redenen waren de aanleiding van de verplaatsing.

Het klooster kende diverse hoogte-en dieptepunten, maar functioneert nog steeds als kloostergemeenschap en museum. In 1807 leek het doek gevallen door de sluiting, maar in 1816 ging het klooster al weer open.

(Bron: www.marienberg.it).

De kerk van Kerzers

Het dorp Kerzers (Kanton Bern) is niet bekend om zijn monumenten, maar heeft een opmerkelijke geschiedenis.

Het dorp ligt op de sinds de pre-Romeinse tijd gebruikte noord-zuidas Aarberg-Murten, die van de Rijn naar de Rhône en de Alpen leidt.

Koningin Bertha (907-966) van het Koninkrijk Bourgondië schonk het klooster van Payerne in 962 een kerk te Kerzers.

Het klooster viel onder de abdij van Cluny. De kroningen van dit koninkrijk vonden plaats in Payerne. Het klooster en de (klooster) kerk zijn onlangs gerenoveerd.

In de loop van de oorlog van Laupen (Laupenkrieg) liet Peter, graaf van Aarberg (1300-1372) het dorp en de kerk in 1339 plunderen en verwoesten.

Deze oorlog was een conflict tussen Bern en edelen van West-Zwitserland en de Habsburgse stad Freiburg. (Freiburg zou pas na de Bourgondische oorlogen van 1474-1476 lid worden van de Eidgenossenschaft).

Tijdens de invallen die Karel de Stoute (1433-1477), hertog van Bourgondië, tussen 11 en 18 juni 1476 in de omgeving van Murten (Morat) deed, werden het dorp en de kerk opnieuw verwoest.

Met de herbouw van de kerk werd echter al in 1477 begonnen. Het gewelfde romaanse koor werd in 1512 afgebroken en vervangen door het huidige veelhoekige koor.

Het klooster van Payerne bleef eigenaar tot de invoering van de reformatie in 1530, toen Bern het beheer overnam. Latere onderhouds- en renovatiewerkzaamheden zijn sporadisch gedocumenteerd. Bij de renovatie van het interieur in 1920 werd het barok van de 17e eeuw vervangen door nieuwe barok. Een andere renovatie volgde in 1958-1960.

De kerk heeft echter veel meer te vertellen en het geheim zit in het detail. De oudste steen dateert uit de Romeinse tijd en werd opnieuw gebruikt (spolia). Er kan een Merovingische, en is zeker een Karolingische kerk op deze plaats geweest.

Bovendien liggen Merovingische (6e en 7e eeuw) en Karolingische (8e en 9e eeuw) graven in de omgeving van een al in de Romeinse tijd bewoonde plaats.

Het metselwerk, het schip en de ramen behoren tot de romaanse 12e eeuw. Er was dus ook een Romaanse kerk. Zij schijnen de brandstichtingen van 1339 en 1476 overleefd te hebben.

Tegenwoordig heeft het romaanse schip een barok karakter. De laatgotische muurschilderingen in het koor en het schip zijn kort na 1512 aangebracht. Ook het gebrandschilderde glas dateert van na 1512.

Het doopvont is een werk van twee tijdperken. De achthoekige sokkel van zandsteen is barok, het halfbolvormige bekken van Neuburgerstein dateert uit de 13e/14e eeuw.

Deze kerk, onopvallend op het eerste gezicht, herbergt daarnaast nog andere interessante details.

Bron: H. Schöpfer, Kerzers, Kirche und Pfarrhaus, Gesellschaft für Kunstgeschichte, Bern, 1992.