Romeinse weg Neckar-Alb-Aare

Op de bekende Peutinger kaart, een middeleeuwse kopie van een oude Romeinse wegenkaart, is ook de Romeinse weg (Via Romana) afgebeeld, waarvan het verloop wordt gevolgd door de toeristische route (met diverse Romeinse musea) van de Romeinse weg Neckar-Alb-Aare:

Vanuit het legioenskamp Vindonissa (Windisch) in Zwitserland loopt de weg via Tenedo (Zurzach, Hochrhein) en Iuliomago (Schleitheim, kanton Schaffhausen) naar Brigobanne (Hüfingen).

Van daaruit gaat het verder via Arae Flaviae (Rottweil, de oudste stad van Baden-Württemberg) via Sumelocenna (Rottenburg) naar Grinario (Köngen) in Baden-Württemberg.

Een goed ontwikkeld wegennet was een eerste vereiste voor de organisatie, administratie en bevoorrading van het Romeinse Rijk.

De opdracht om een weg aan te leggen was een initiatief van de staat. De uitvoering was in handen van Romeinse soldaten en ingenieurs.

Om deze wegen zo comfortabel mogelijk te maken, werd het terrein vaak geëgaliseerd en rechtgetrokken.

Soms werden bruggen gebouwd over valleien, zogenaamde viaducten. Dit zijn prachtige staaltjes van ingenieurskunst. Als er geen brug beschikbaar was, leidde de weg door een doorwaadbare plaats of werd er een veerdienst ingesteld.

De weg bestond uit een stevige fundering van grotere stenen. Lagen fijner grind werden er bovenop gelegd. Bij belangrijke wegen was er plaveisel van grote, onregelmatige stenen platen.

De wegen waren licht gebogen, zoals nu nog het geval is, om het regenwater af te voeren naar de greppels aan weerszijden.

Zogenaamde mijlpalen werden op regelmatige afstanden langs de wegen geplaatst. Daarop stonden inscripties met afstanden tot de dichtstbijzijnde nederzettingen en informatie over de bouwer van de weg.

(Bron en verdere informatie: www.roemerstrasse.net).

De Spalentor in Bazel

De Spalentoren (Spalentor) werd in 1398 gebouwd ter gelegenheid van de derde uitbreiding van de stad. Het werd versterkt met een voorpoort vanwege de conflicten met Bourgondië tijdens de Bourgondische oorlogen (1474-1477).

De drie consolefiguren, een madonna en twee profeten, dateren uit de periode 1400-1420. Het is een van de drie stadspoorten die vandaag nog bestaan. De andere stadspoorten zijn de St. Albantor en de St. Johanntor.

Regionaal park Pfyn-Finges

Twaalf gemeentes in de regio Tussen Sierre en Gampel (kanton Valais) vormen het regionale park Pfyn-Finges. Dit stroomgebied van de Rhône, de bron ontspringt in het Gotthardmassief, is een van de droogste gebieden van Zwitserland.

Lawines, aardverschuivingen, bosbranden en de uitzonderlijke droogte zorgen voor een bijzonder landschap. De flora en fauna (naaldbomen, mediterrane (kleine) zoogdieren, vogels en insecten) wijzen hier ook op.

Ook de Rhônebedding wordt vaak met een kleine stroom gevuld. Het gebied heeft het grootste aaneengesloten gebied met naaldbomen van het land. Het park is verder een ideaal wandel- en fietsgebied vanwege het geringe hoogteverschil.

(Bron: www.pfyn-finges.ch).

Metzerlen-Mariastein

Een ijzeren lanspunt wijst op bewoners uit de ijzertijd (800 – 58 v. Chr.). Dit Keltische volk van Rauraken heeft zich waarschijnlijk aangesloten bij de grote uittocht van de Helvetii in 58 v. Chr. (door Caesar verslagen in dat jaar bij Bibracte, vlakbij Autun)

Na de vestiging van de Romeinse Colonia Augusta Raurica (Kaiseraugst), 44 v. Chr werd het gebied ook door  Romeinen bewoond. Tussen de 5e en 6e eeuw vestigden de Alemannen zich in deze nederzettingen.

De eerste gedocumenteerde vermelding van “Metzerlon” dateert van 1194. Het klooster van Mariastein werd in 1655 ingewijd.

(Bron: www.metzerlen.ch).

Calfeisental en de Walser

Meer dan 700 jaar geleden trokken de Walser uit Boven-Wallis vanuit Goms naar het Calfeisental.

De herkomst van de Walser en de redenen van emigratie zijn niet duidelijk, wellicht overbevolking. In ieder geval getuigen de architectuur en de cultuur nog steeds van dit erfgoed.

Het Calfeisental wordt ook wel het minst bekende dal van Zwitserland genoemd. Als het al bekend is, dan met name vanwege de lawines van 350 jaar geleden. Tegenwoordig zijn het vallende rotsblokken en aardverschuivingen die het dal in de publiciteit brengen.

Ten onrechte, want het dal heeft veel te bieden. Niet alleen het dorp St. Martin, de aan St. Martin gewijde kerk wordt in de volksmond overigens Chirchli genoemd, maar ook het stuwmeer en de vele pareltjes van Walser architectuur en cultuur en uiteraard de indrukwekkende natuur maken een bezoek de moeite waard.

(Bron: www.graubuenden.ch)

Accademia di Architettura in Mendrisio 25 jaar

De Accademia di Architettura, de Academie voor Architectuur, is in 1996 in Mendrisio (Kanton Tessin) opgericht.

Een van de initiatiefnemers was de architect Mario Botta (1947). Het uitgangspunt was het scheppen van een interdisciplinair centrum van vakgebieden met architectuur als kern.

De Academie biedt ruimte aan verschillende disciplines, zoals biologie, filosofie, genetica en (toegepaste) kunst, een nieuwe synthese van technische kennis, menswetenschappen, sociale wetenschappen, praktische vaardigheden en kritisch en historisch denken.

Dit jaar wordt het vijfentwintig jarig bestaan van de Academie gevierd met diverse evenementen in en om de Academie in Mendrisio. De Academie telt nu 800  studenten uit 40 landen en is inmiddels internationaal een begrip.

(Bron en verdere informatie: www.arc.usi.ch).

Het Karthuizerklooster van Bazel

Het klooster werd in 1407 officieel opgenomen in de kartuizerorde. In 1408 werd begonnen met de bouw van de kerk en andere kloostergebouwen. Het complex was een late achterblijver.

De grote eeuw van kloosterstichtingen in Bazel was de 13e eeuw. Het kloostercomplex is echter wel het beste bewaard gebleven.

Het Concilie van Bazel (1431-1449) betekende een (culturele) bloeiperiode voor het klooster. Talrijke deelnemers en andere bezoekers manifesteerden zich met schenkingen en voor de bouw en inrichting van het klooster.

Onder de schenkers waren kardinalen, aartsbisschoppen, abten, burgers en edellieden. Een van de schenkers was hertogin Isabella van Bourgondië, echtgenote van hertog Filips de Goede en moeder van Karel de Stoute.

In 1536, tijdens de reformatie, verbood de stad de verkiezing van een nieuwe prior. De laatste kartuizer stierf in 1564, de laatste monnik van Bazel. Aangezien de stad had afgezien van onvrijwillige verwijdering in 1536, kon de stad pas in 1564 over de kloostergebouwen beschikken.

Het huidige uiterlijk wordt gekenmerkt door de renovatiewerkzaamheden die in 1990 werden uitgevoerd. In ononderbroken continuïteit met het oude gemeenteweeshuis wordt het complex tegenwoordig beheerd als een sociaal-educatieve instelling.

(Bron: F. Ackermann, Th. Wollmann, Klöster in Basel, Basel, 2009).

Calanca Biënnale 2021

Het concept van de Calanca Biënnale 2021 is erop gericht de vallei te verbeelden door hedendaagse kunst. Tegelijkertijd brengt de Biennale een ecologische boodschap over.

De Biënnale bestaat uit twee delen: grafische illustraties van 220 kunstenaars in een internationale competitie van hun voorstelling van “de krokodil” en een kunstwerk dat de vallei voorstelt door zijn steen: het graniet GNEISS.

Het project van architect Davide Macullo (1965), lid van RossArte, een stichting die het dorp Rossa omvormt tot een kunstjuweel, zal worden gerealiseerd in 32 granietblokken uit de steengroeve Alfredo Polti SA.

Dit kunstwerk stelt de tektonische platen voor die naar de oppervlakte rijzen. De tektonische platen die Europa met Afrika verbinden, komen onder dit grondgebied samen en houden elkaar als een sandwich vast. In geologische termen noemt men dit “krokodilkaak”,  crocodile jaw.

“De krokodil” vertegenwoordigt een krachtige boodschap. De Biënnale presenteert een hedendaags kunstwerk in de vorm van een krokodil, een totem, een koelbloedig dier dat beschermt tegen het kwaad. De visuele kunstenares Adria Nabekle bedacht en ontwikkelde het project en is tevens de curator.

Bron en verdere informatie: www.calancabiennale.com

De Grande Cariçaie

De Grande Cariçaie beslaat de hele zuidelijke oever van het Meer van Neuchâtel (45 km). Het herbergt meer dan 800 plantensoorten en meer dan 10.000 diersoorten, d.w.z. ongeveer een kwart van de Zwitserse flora en fauna.

De Latijnse naam Carex (Zegge) is terug te voeren op het Latijnse woord carectum, dat een met zegges begroeid gebied aanduidt. De Grande Cariçaie is dus een groot gebied begroeid met zeggen.

Het gebied bestaat uit 8 natuurreservaten in de kantons Vaud, Fribourg en Neuchâtel en beslaat bijna 3.000 hectare en is 45 kilometer lang.

De diversiteit van de natuur, de flora en fauna en het aantal dieren- en plantenpopulaties hebben de Grande Cariçaie beroemd gemaakt tot ver buiten de grenzen van Zwitserland.

Het maakt ook deel uit van het netwerk van Ramsar-gebieden, een internationale conventie uit 1971 ter bescherming van trekvolgels. Het gebied heeft vele wandel- en fietspaden en diverse informatiecentra.

(Bron en nadere informatie: www.grande-caricaie.ch).

Nicolas G. Hayek, Grenchen, Swatch

Het horloge Swatch is bijna veertig jaar oud. Het horloge is in 1983 op de markt gebracht als eerste quartz-horloge. Het markeert de overgang van mechanische horloges naar elektronische modellen.

De introductie was op het dieptepunt van de crisis in de horlogesector. De concurrentie van Japan leidde tussen 1970 en 1984 tot een grote crisis in de Zwitserse horlogesector. 60 000 van de 90 000 werknemers verloren hun baan, van de 1600 bedrijven bleven er maar 632 over.

Hoewel het eerste elektronische horloge in 1967 in Neuchâtel was uitgevonden, was Japan de grote fabrikant in de jaren 1970.

De redding kwam uit Grenchen (kanton Solothurn). Hoewel deze stad veel minder bekend is dan La Chaux-de-Fonds, Le Locle, St. Imier en Biel, heeft deze stad Swatch voortgebracht.

Eerst heette het horloge Second Watch, vervolgens Swiss Watch, S-Watch en tenslotte Swatch. De grote man was Nicolas G. Hayek (1928-2010).

Met reden eert Grenchen deze redder van de Zwitserse horloge-industrie. Grenchen was in de Romeinse tijd bekend onder de naam Granum, wat koren betekent. Vanaf de veertiende eeuw waren Bern en Solothurn de belangrijkste kantons voor de stad. Uiteindelijk viel de stad onder kanton Solothurn. De horloge-industrie kwam in 1851 tot ontwikkeling en is nog altijd de belangrijkste economische activiteit.

Bron: www.grenchen.ch