La Sagne

La Sagne ligt in de gelijknamige vallei in kanton Neuchâtel. De plaats is de geboorteplaats van Daniel Jeanrichard (1665-1741)  een van de grondleggers van de horloge-industrie in de Jura.

De kerk uit 1526 is nog net in de katholieke tijd gebouwd. In 1536 introduceerde het dorp de reformatie zonder het interieur van de kerk ingrijpend te veranderen.

De laatgotische kerk is gebouwd op de fundamenten van een middeleeuwse kapel. Het prachtig gewelf van het koor is een juweel uit de late gotiek. De kerk is erfgoed van het kanton Neuchâtel.

Jambolina in Arosa

Jambolina is lange tijd in de Oekraïne als circusbeer gehouden voordat ze in december 2020 een nieuwe start mocht maken.

De beer geniet de rest van haar leven in Arosa Bärenland (kanton Graubünden). Na Napa († 4.11.2020), Amelia en Meimo is zij de vierde bewoonster van dit berenparadijs

Na aankomst per vliegtuig is Jambolina eerst in een transportkist van de Arosa Weisshorn kabelbaan vervoerd. Vervolgens bracht een transportauto haar naar haar nieuwe verblijf op meer dan 2 000 meter hoogte.

De berin is inmiddels aan haar winterslaap begonnen. Deze is via de webcam op de website te volgen

Een ander hoogtepunt wordt haar eerste ontmoeting in de lente met de drie andere beren in het berenland.

(Bron en nadere informatie: www.arosabaerenland.ch).

Augusta Raurica en de Domus Romana

Augusta Raurica (tegenwoordig Augst, kanton Basel-Landschaft) lag op het kruispunt van handels- en transportroutes, van Italië naar het noorden van Gallië naar de Donau.

De stad werd gesticht als Romeinse kolonie in 44 voor Christus, een van de vroegste kolonies aan de Rijn op deze strategisch belangrijke locatie. Augusta Raurica is een van de best bewaarde en gedocumenteerde Romeinse steden ten noorden van de Alpen.

De stad ontwikkelde zich tot een regionaal centrum van handel, industrie en bestuur met ongeveer 15.000 inwoners in de tweede eeuw. Vanaf de tweede helft van de derde eeuw raakt de stad in verval door invasies van Duitse stammen.

Augusta Raurica omstreeks 117 n. Chr. Afbeelding: Museum Augusta Raurica 

Het Romeinse huis in Augusta Raurica, geopend in 1955, stond model voor latere reconstructies van Romeinse huizen in heel Europa.

Het staat op de fundamenten van opgegraven gebouwen, maar de plattegrond komt niet overeen met deze gebouwen, maar geeft veeleer de grootte en de indeling van de kamers van een voornaam woonhuis weer. Dergelijke stadsvilla’s stonden langs straten die in een grid- of  dambordpatroon waren gerangschikt.

Alles wat bekend was van de originele vondsten uit Augusta Raurica werd gereconstrueerd aan de hand van deze vondsten. De rest was gemodelleerd naar andere plaatsen sites, vooral Herculaneum en Pompeii vlakbij Rome. De kamers werden geschilderd op basis van recent onderzoek en sommige werden ingericht met nieuw meubilair.

Het grote stedelijke woonhuis of domus moest open zijn, zodat voor iedereen zichtbaar was wat zich daarbinnen afspeelde. Daarom stond de toegangsdeur meestal open. De ingang van het huis werd vanaf de straat betreden via een gang die naar de binnenplaats leidt.

In principe was het huis toegankelijk voor naaste verwanten, vrienden, slaven en klanten in termen van patronageverbanden en klandizie. De status van de eigenaar en zijn woonruimte moesten met elkaar overeenstemmen.

De elite was verplicht zich te representeren (euergetisme of weldaden), met luxueuze ontvangstzalen, ruime binnenplaatsen, tuinen, schilderijengalerijen en bibliotheken. Zuinigheid werd niet op prijs gesteld.

Museum

Het huis in Augusta Raurica heeft een eenvoudig ensemble van kamers in vergelijking met de aristocratische stadsvilla’s in Romeinse metropolen. Augusta Raurica was echter een provinciestad en het huis komt overeen met het huis van de lokale elite.

De privé-vertrekken zijn gegroepeerd rond een lommerrijke binnenplaats (peristylium), omgeven door zuilen, die vaak met stenen platen waren bedekt. Het rood van de muren van de privévertrekken was destijds de favoriete kleur. Het heiligdom van het huis bevindt zich naast de ingang bij de keuken. Er waren villa’s met een grote of kleine tuin (hortus).

De keukenuitrusting omvatte een handmolen voor meel, raspsleutels, vaten en een fornuis. Slechts zeer weinig huizen hadden privé-toiletten, de meeste mensen waren aangewezen op openbare toiletten.

In dit huis waren er echter aparte privé-toiletten en toiletten voor de bedienden in de keuken, omdat het afvalwater daar ook kon worden geloosd.

De gastheer vermaakte zijn gasten met muziekuitvoeringen, diners, drankgelagen en ander plezier. De woon- en eetkamer waren dan ook ingericht als banket- en representatiezaal. De vloer was altijd versierd met mozaïek. De muren waren ook  beschilderd. De kamer is ingericht met banken, fauteuils en een ronde stenen tafel waaraan de maaltijden liggend werden genoten.

Alleen adellijke huizen hadden een eigen badkamer (balneum). De badruimte bestond uit verschillende ruimten met verschillende temperaturen en vereiste een uitgebreide installatie. In de uitkleedruimte (apodyterium) staan banken en de garderobe, eerst ging men in de warme badruimte (tepidarium), daarna in het warme bad (caldarium) en in het koude bad (frigidarium) koelde men zich af.

(Bron en verdere informatie: B. Rütti, C. Aitken, Domus Romana, Augst 2001; www.augusta-raurica.ch)

   

Het Straatsburger Monument in Bazel

Het monument (Strassburger Denkmal) tegenover het hoofdstation van Basel (Basel Bahnhof SBB) is gewijd aan de Franse-Duitse oorlog van 1870-1871.

Straatsburg was door Lodewijk XIV (1638-1715) veroverd in 1681, daarvoor was het deel van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie, wat tegenwoordig nog aan de vele Duitse plaatsnamen te zien is.

Ook de Franche-Comté en haar hoofdstad Besançon zijn door Lodewijk XIV veroverd en geannexeerd op de Spaanse Habsburgers (1678).

In de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 waren de rollen echter omgedraaid en Straatsburg werd na een beleg (september-oktober 1870) door de Pruisische Koning Willem I (1797-1888) veroverd, die vervolgens in 1871 in Versailles tot Duitse keizer werd gekroond. De Franse keizer Napoleon III (1808-1873) verloor juist zijn troon.

Het gedenkteken is een initiatief van Straatsburg om Bazel te bedanken voor de grote humanitaire steun tijdens deze oorlog. Het Bourbaki-Panorama in Luzern herinnert ook aan deze oorlog.

Het monument is ontworpen door Fréderic-Auguste Bartholdi (1834-1904), die ook het vrijheidsbeeld in New York  (1886) en de Leeuw van Belfort (1880) heeft vervaardigd.

De onafhankelijke Republiek Grossbazel

De nieuwe geschiedenis van Bazel (Die neue Basler Stadtgeschichte ) verschijnt in 2024. Dit verhaal vertelt niet alleen de economische, sociale en culturele successen van het kanton Basel-Stadt en de stad aan de Rijn, maar ook de gemiste kansen.

Economisch en cultureel gezien zijn het kanton en de stad altijd belangrijk geweest, gelegen in het centrum van Europa, waar de wegenverkeersaders en de Rijn elkaar ontmoeten.

Tot de 15e eeuw was Bazel echter vooral gericht op de Elzas en de Bovenrijn-regio (Straatsburg, Freiburg (D), Colmar, Mulhouse, Besançon, Rottweil).

Bazel heeft zich ook daarna met name gericht op dit trinationale achterland, zelfs na 1501, toen de stad toetrad tot de Eidgenossenschaft.

Misschien is dat de reden waarom het kanton/stad sinds 1848 slechts drie keer in de regering (Bundesrat) vertegenwoordigd was.

Bazel heeft zeven eeuwen geleden echter al politieke mogelijkheden gefrustreerd.

Voor de Rooms-Duitse koning Rudolf von Habsburg (1218-1291) was Bazel rond 1270 en na diens kroning in 1273 de natuurlijke hoofdstad van zijn gebieden in de Aargau, het Fricktal, de Elzas en Zuid-Duitsland.

De handels- en bisschopsstad en de verkeersroutes waren het natuurlijke centrum van zijn grondgebied. Zijn vrouw Anna Gertrude (1125-1281) en Rudolf waren maar liefst 26 keer in Bazel tot 1274.

De stad wilde echter geen residentie worden en in 1272 en 1273 braken er daardoor zelfs gewapende conflicten uit. In de 14e eeuw werden Wenen en Praag vervolgens de belangrijkste Habsburgse steden.

Bazel werd dus geen keizerlijke hoofdstad en metropool, hoewel koningin Anna Gertrude in 1281 in de kathedraal van Bazel werd begraven. Pas in 1770 werden haar overblijfselen naar het Habsburgse klooster St. Blasien overgebracht.

Niet alleen Rudolf, maar tweehonderdvijftig jaar later (1525-1529) had ook de bisschop geen zetel meer in Bazel en werd Porrentruy (Pruntrut) zijn nieuwe residentie, Tegenwoordig is Solothurn de bisschopsstad.

Geen keizer, geen koning, geen bisschop en slechts drie keer vertegenwoordigd in de regering sinds 1848. De nieuwe geschiedenis van Bazel komt niet te vroeg.

Af en toe ziet men nog steeds de vlag Onafhankelijke Republiek Bazel (‘Unabhängige Republiek Grossbasel‘) in de stad. Utopia, droom, grap, identiteit of een vreemd lichaam in de Confederatie of een teken van een (economische) succesvolle zelfbewuste en onafhankelijke republiek ?

Baseldeutsch (Baaseldytsch, Baseldytsch, Baseldütsch) is in ieder geval het enige Zwitserduitse dialect met een wel zeer groot aantal bijzondere kenmerken, zelfs naar de maatstaven van de vele andere Zwitserduitse dialecten.

Romaanse Uitgeverij tien jaar

De uitgeverij Chasa Editura Rumantscha is in 2010 opgericht door de stichting Pro Helvetia, het kanton Graubünden en de Lia Rumantscha in Chur.

De uitgeverij wil de levendige en interessante Romaanse literatuur zichtbaar en toegankelijk maken.

Het publicatieprogramma omvat Romaanse fictie en boeken voor kinderen en jongeren.

De balans na tien jaar: meer dan zeventig boeken van veertig auteurs op een taalgebied van ongeveer 60 000 Romaans-sprekenden.

Afhankelijk van de ingezonden manuscripten worden de publicaties gepubliceerd in de (vijf) Romaanse dialecten, in Rumantsch Grischun en in andere talen (Informatie: https://chasaeditura.ch).

Vijftig jaar vrouwenkiesrecht in Zwitserland

Vijftig jaar kiesrecht voor vrouwen

De Zwitserse Confederatie introduceerde in 1848 als de eerste democratie in Europa en een van de eerste in de wereld (naast Amerika), het algemene kiesrecht voor mannen.

Het actieve en passieve kiesrecht voor vrouwen op nationaal niveau zou echter pas op 26 maart 1971 een feit zijn na het referendum van 7 februari 1971.

Zwitserland was hiermee het op een na  laatste land in Europa en een achterblijver in de wereld. Australië, en Nieuw-Zeeland kenden dit al in 1900. In Europa was Finland het eerste land in 1906.

Na de Eerste Wereldoorlog volgenden veel  andere, nieuwe, Europese landen, na de Tweede Wereldoorlog de overige, behalve Zwitserland en Liechtenstein, dat het vrouwenkiesrecht pas als laatste Europese land in 1984 invoerde

De huidige topposities van vrouwen in de gemeente-, kanton- en nationale politiek in Zwitserland geeft een andere indruk dan een systematische achterstelling en ‘ouderwetse’ mentaliteit.

Aan de Zwitserse universiteiten konden vrouwen al in 1867 studeren en eisten ze (en enkele mannen) stemrecht voor vrouwen. In 1869 werd Marie Vögtlin (1845-1916) de eerste vrouw die medicijnen studeerde. Emilie Kempin-Spyri (1853-1901), de nicht van de schrijfster Johanna Spyri (1827-1901) van Heidi (1881) promoveerde in 1887 en was daarmee de eerste vrouw in Europa.

Het engagement blijkt ook uit de actieve deelname van (welgestelde) vrouwen in vele maatschappelijke en politieke organisaties. Op het gebied van de feitelijke en juridische gelijkstelling staat Zwitserland tegenwoordig in de Europese top tien. De late invoering van het kiesrecht voor vrouwen heeft diverse oorzaken.

Constitutionele opzet

In de eerste plaats moet iedere wijziging van de nationale Grondwet door het Volk in een referendum én een meerderheid van de kantons in de Raad van Staten (Stânderat) worden goedgekeurd. De Volksvertegenwoordiging (Nationalrat) was sinds de invoering van het evenredige kiessysteem (Proporzsystem) liberaler.

Het Volk én de vertegenwoordiging van de Raad van Staten bestond volgens de federale constitutie van 1848  zoals in alle andere (Europese) landen, uitsluitend uit mannen.

Ook de Raad van Staten werd uitsluitend door en voor mannen gekozen. Deze mannen verwierpen lange tijd met steeds kleinere meerderheden dit kiesrecht. Het is de vraag of dit in andere landen in 1918 of 1945 anders geweest zou zijn.

Tentoonstelling: Landesmuseum Zürich

De Wereldoorlogen

Vrouwen (en mannen) organiseerden zich al vanaf het einde van de negentiende eeuw voor dit kiesrecht en vonden steeds meer gehoor, ook na de Eerste Wereldoorlog. Vanwege de neutraliteit in de Eerste Wereldoorlog konden de vrouwen echter niet zo’n onmisbare rol vervullen als in andere Europese  landen.

Deze periode heeft in deze landen een grote bijdrage geleverd aan de emancipatie van de vrouw. In 1918 was het ook in politiek onrustige Zwitserland een belangrijk onderwerp, maar de mannelijke vertegenwoordiging én veel vrouwen voelden er nog niets voor. In diverse kantons vonden referenda plaats, zonder succes.

Referenda in de periode tot 1940 in Genève, Neuchâtel, Basel-Stadt, Zürich, Glarus en St-Gallen haalden het niet.

Tot het indienen van wetsvoorstellen door het nationale parlement kwam het pas na de Tweede Wereldoorlog. Ook in deze oorlog was Zwitserland neutraal. De hoofd- en heldenrol (dat was althans de perceptie) was voor de mannelijke soldaat die het land onder leiding van de generaal Henri Guisan (1874-1960) door het zogenaamde Reduit voor de Duitse inval had behoed. De vrouw kon zich niet zo onderscheiden en emanciperen als in andere landen.

Na 1945

Overigens betekende kiesrecht voor vrouwen in andere Europese landen wat anders dan gelijkberechtiging. Tot ver in de jaren vijftig en zeventig/tachtig waren (gehuwde) vrouwen in juridisch opzicht in de meeste Europese landen net zo ondergeschikt aan de mannen als in Zwitserland (dat in 1981 deze gelijkheid constitutioneel verankerde).

In het federale parlement en in de kantons was vrouwenkiesrecht een belangrijk onderwerp na 1945. In de kantons Tessin, Solothurn, Vaud, Basel-Landschaft, Basel-Stadt, Zürich, Genève, Neuchâtel vonden diverse referenda plaats, tevergeefs.

Kanton Basel-Stadt was echter in 1957 het eerste kanton dat kiesrecht in gemeentes toestond (na een referendum), de gemeente Riehen voerde het in 1958 als eerste in.

Op 1 februari 1959 vond het eerste nationale referendum (voor mannen over vrouwenkiesrecht) plaats. Het werd verworpen. Ook veel vrouwen waren er overigens nog geen voorstander van.

Op dezelfde dag voerde het kanton Vaud als eerste kanton na een referendum het kiesrecht voor gemeentes en het kanton in. De kantons Genève en Neuchâtel volgden snel daarna. Daarna volgde het ene na het ander kanton, met name in de stedelijke gebieden.

Op nationaal niveau was echter een meerderheid in de Raad van Staten en van het Volk nodig. Pas in 1971 was ook hier een meerderheid van de burgers voor het vrouwenkiesrecht. Acht kantons stemden echter tegen in de Raad van Staten: Appenzell Innerrrhoden, Appenzell Ausserrhoden, Glarus, Obwalden, Schwytz, St.-Gallen, Thurgau en Uri.

In het kanton Appenzell Innerrhoden moest de federale rechter in Lausanne er in 1990 echter aan te pas komen voor kiesrecht in dit kanton, in Appenzell Auserrhoden hield de Landsgemeinde in 1989 de eer aan zichzelf.

Conclusie

De late invoering van kiesrecht voor vrouwen vindt haar oorzaken vooral in de constitutionele en federale opzet van het land, de neutraliteit in de beide wereldoorlogen en de door mannen gedomineerde politieke cultuur in de directe democratie van referenda en de kantons in de Raad van Staten.

De samenstelling van deze Raad en de verhouding kleinere conservatieve en behoudende kantons en de meer liberale stedelijke kantons is ook bij andere referenda, Volksinitiatieve en parlementaire stemmingen een punt van aandacht en discussie.

Ieder land kent zijn meer (religieus) conservatieve of behoudende regio’s en politieke partijen en ook dit is Zwitserland niet vreemd.

De man en niet de vrouw onderscheidde zich bovendien in beide wereldoorlogen, die voor de invoering van het vrouwenkiesrecht in 1918 en 1945 in andere landen zo belangrijk was.

Door het (vredelievende) lot van de geschiedenis en de constitutionele opzet van het land hebben de vrouwen lang moeten wachten.

In het zichzelf zo progressief en vooruitstrevend noemende Nederland konden vrouwen tot voor zeer kort in enkele politieke partijen geen enkele rol vervullen, om over andere religies of de (jurdische) achterstand tot de jaren zeventig en tachtig en de relatief nog steeds geringe arbeidsparticipate van de vrouwen maar te zwijgen.

Nederland wacht ook nog steeds op de eerste als Eerste Minister gekozen vrouw van het land. Het toont de veerkracht en de dynamiek van Zwitserland dat vrouwen én mannen de  achterstand in een paar decennia in een voorsprong hebben omgebogen in de politiek, wetenschap, bedrijfsleven en cultuur. De eerste vrouwelijke president van het land is al in 1999 gekozen.

De Villa Rose

De le reduit national was de verdedigingslinie vanaf juli 1940 tot de herfst van 1944 in het Alpengebied tegen een mogelijke Duitse invasie.

Na de nederlaag van het Franse leger in 1940 was een verdedigingslinie van ongeveer 350 forten (kazematten, blokhuizen en bunkers) aan de noordoostelijke grenzen tussen Bazel en Sargans (kanton St. Gallen) een ander Zwitsers antwoord op de bedreigingen van het Duitse Rijk.

Om redenen van neutraliteit moest worden bewezen dat deze voorzorgsmaatregelen niet alleen tegen de Duitsers waren gericht. Deze lijn werd om deze reden ook doorgetrokken naar de zuidelijke en westelijke grenzen tot aan de Franse (Vichy) grens.

De Villa Rose in Gland (kanton Vaud) is in 1940 gebouwd op de Sentier des Toblerones (vestingwerken om de doorgang van tanks te verhinderen). De Toblerones waren driehoekige tankversperringen die leken op de bekende stukken chocolade.

De Villa Rose was een in roze kleuren geverfde bunker die het uiterlijk had van een grote villa.

De Villa bestaat uit twee verdiepingen en is bijna te mooi om waar te zijn: roze muren, trompe-l’oeil ramen en groene luiken verbergen de ware aard van het gebouw als een sprookjeskasteel: een militair fort met 2,50 meter dikke muren van gewapend beton.

Het is het laatste fort in de 15 km lange linie die liep van de voet van de Jura tot aan het Meer van Genève.

Tegenwoordig heeft het fort zijn militaire waarde verloren en is het een museum.

(Meer informatie: www.toblerones.ch).

 

Kloostereiland Reichenau

De regio rond de Bodensee getuigt van de belangrijke rol die kloosters hebben gespeeld in de middeleeuwen in het religieuze en culturele leven van dit deel van Baden-Württemberg.

Eeuwenlang vormde deze regio, samen met het bisdom Konstanz een culturele eenheid, die tot ver in het huidige Zwitserland reikte.

De intellectuele en artistieke activiteit van de religieuze ordes markeerde de culturele omgeving van het Bodenmeer en had een invloed tot ver buiten deze regio, ook in het huidige Zwitserland.

De meeste kloosters aan de oevers werden gesticht tussen de 8e en 13e eeuw. De landbouwactiviteit op het eiland Reichenau, die in de vroege Middeleeuwen door de Benedictijnen is begonnen, bepaalt nog steeds grotendeels het huidige landschap.

De monniken van Reichenau bouwden op het kloostereiland niet alleen kapellen en kerken, maar ze creëerden ook een van de beroemdste kloosterscholen van het eiland, waar het vervaardigen van geïllumineerde manuscripten en het fresco’s tot in perfectie werden gecultiveerd.

Vele werken van deze artistieke en intellectuele hoogstandjes uit Reichenau zijn ook tegenwoordig nog te bewonderen. In 2000 werd het kloostereiland toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

(Bron: www.reichenau.de).

Wintersport in de Jura

Wintersport wordt niet snel geassocieerd met de Jura. Zelfs in Duitstalig Zwitserland is het een onbekende.

Toch biedt deze regio vele mogelijkheden, skiën op kleinere pistes, sneeuwwandelen, raquette, langlaufen of genieten van de vele mooie en goed onderhouden dorpjes en stadjes.

De bergen reiken tot ruim 1 700 meter, maar vanwege de ligging is het gebied relatief sneeuwzeker. Brévine (kanton Neuchâtel) is zelfs het Siberië van Zwitserland (Swiss Spectator 5 november 2020) op een hoogte van slechts 1 043 meter.

De sneeuwpret strekt zich uit van de Vallei van Joux (Vallée du Joux) in Kanton Vaud in het uiterste westen van het land bij de grens van Frankrijk tot de kantons Neuchâtel, Jura en Bern.

De Skipistes van Bugnenets-Savagnières beschikken bijvoorbeeld over zeven liften en hebben een lengte van ongeveer 30 kilometer.

Deze regio is gemaakt voor langlaufen, raquette en wandelen in de sneeuw vanwege haar vele weiden, bossen en glooiingen.

In deze tijden van lockdown een ideale bestemming om de winter door te komen.