Chexbres, het balkon van het meer van Genève

Chexbres (gemeente in de wijnregio Lavaux, kanton Vaud) was al bewoond in de Romeinse tijd. Daarvan getuigen diverse archeologische vondsten, waaronder muntstukken, fundamenten van huizen en bestrating.

Na deze periode was het dorp eigendom van de abdij van Saint-Maurice. Vanaf 978 tot 1079 hoorde Chexbres bij Koninkrijk Bourgondië (978-1032) en vervolgens bij het Heilige Roomse Rijk (1032-1079).

In 1080 werd het dorp door keizer Hendrik IV (1050-1106) aan de bisschop van Lausanne geschonken. In deze periode begonnen de monniken met de wijnbouw in het dorp en Lavaux. Op de hellingen verschenen de wijngaarden die nog steeds het landschap bepalen.

In 1536 werd Vaud bezet door Bern. De bisschop werd vervangen door een voogd en de reformatie werd ingevoerd.

In 1808, de Franse tijd (1798-1813) scheidde Chexbres zich af van de grote parochie van St-Saphorin om een autonome gemeente te vormen in het nieuwe kanton Vaud (opgericht bij de (Franse) mediationsakte van 1803).

Een van de oudste gebouwen in Chexbres is het Château de Crousaz, gebouwd in 1603-1607. Het Wyttenbachhuis dateert uit de 18e eeuw.

Chexbres wordt ook wel Balcon du Léman genoemd vanwege het schitterende uitzicht op de Alpen, de nabijheid van steden als Montreux, Vevey en Lausanne en de terrassen van de wijnbouw.

De priorij van Pully

De wijnbouwtraditie van Pully bloeide in de Middeleeuwen. De beste wijnsoorten werden verbouwd op het domein van de priorij (prieuré).

De priorij was eigendom van de Cluniacenzer abdij van Payerne. De familie van de koningen van Bourgondië (koninkrijk Bourgondië 888-1032) schonk de priorij in de 10e eeuw aan de abdij van Payerne. De koningen van dit koninkrijk werden in Payerne gekroond.

De plaats is al meer dan twee duizend jaar bebouwd. Er heeft eerst een grote Romeinse villa gestaan (het Romeinse museum van Pully geeft nadere informatie).

De eerste houten kerk stamt uit de tijd van de Merowingers (zesde of zevende eeuw). In de 9e eeuw is een stenen Karolingische kerk gebouwd.

In de 13e eeuw is de kerk vergroot en omgebouwd in de gotische stijl. De kerk werd een protestante tempel na de verovering van het Pays de Vaud door Bern in 1536.

De tempel heeft nadien verschillende renovaties en restauraties ondergaan, de laatste in 1922.  De priorij is tegenwoordig een restaurant.

De abdij van Bevaix

De abdij van Cluny is nooit ver weg in Zwitserland: achter de muren van een grote boerderij in Bevaix (kanton Neuchâtel), bijvoorbeeld, ligt een eeuwenoude geschiedenis van een abdij.

Op een hoogte van bijna 500 meter en omgeven door wijngaarden ligt een groot agrarisch complex, dat tot de Reformatie in 1531 toch een abdij was.

In 998 schonk Rudolf III (966-70-1032), de laatste koning van het koninkrijk Bourgondië, de abdij van Cluny de kerk Saint-Pierre met tien boerderijen en veertig horigen en hun families.

Vanaf 1120 viel deze priorij onder het klooster van Romainmôtier, ook een abdij van Cluny.  De Romaanse kerk werd gebouwd aan het einde van de 12e eeuw.

In de loop van de 15e eeuw voldeed het kloosterleven in Bevaix echter niet meer aan de verwachtingen. In 1427 werden  bezoekers van de orde van Cluny bijvoorbeeld verrast toen ze de prior Jacques de Giez ontmoetten, omringd door zijn vrouw en vier kinderen.

Het priorijcomplex van Bevaix werd in de 17e eeuw ontmanteld en de kerk werd vervangen door de huidige boerderij. Enkele delen van de muren van de oorspronkelijke gebouwen zijn behouden. In 1604 bouwde het dorp een protestante kerk (Le Temple) met materiaal van de kerk.

Deze protestantse tempel heeft diverse katholieke symbolen: het romaanse fries, de sleutel met het lammetje God’s, het koor en de tabernakel.

(Bron: Chr. Voros, Sites clunisiens en Europe, Cluny, 2013).

Vallei La Brévine

Het meer van Taillères (Lac des Taillères) ligt op een hoogte van 1039 meter in het ‘Siberië van Zwitserland’ in het dal van La Brévine (kanton Neuchâtel).

In de winter is het meer en zijn omgeving een sneeuw- en ijsparadijs, zoals de naam ‘Siberië’ doet vermoeden. De koudste temperatuur in de bewoonde wereld van Zwitserland werd in 1987 in La Brévine gemeten door de Federal Weather Service: – 41,8 C.

In de zomer is het dal echter warmer dan vergelijkbare gebieden. Het is een microklimaat door de hoogte, de bergen, de vegetatie en de bodemgesteldheid.

Het landschap bestaat uit bossen, weiden, dorpen (la Brévine, La Chaux-du-Milieu), boerderijen en beken, waaronder de Brevena, waaraan de vallei en het dorp hun naam te danken hebben.

De kunstgalerie Ferme du Grand-Chachot-de-Vent bevindt zich ook in de vallei. Een waar paradijs voor natuur- en zomer- en wintersportliefhebbers en sneeuwzeker, al is er tegenwoordig niets meer zeker.

Het Prinsdom en kanton Neuchâtel

Het gebied van het kanton Neuchâtel werd voor de komst van de Romeinen in de jaren 15-13 voor Christus bewoond door de Keltische stam Helveten.

Onder Romeins bestuur kwam de Civitas van de Helveten tot stand, het gebied van deze stam met een bestuurlijke status en bestuurlijk centrum in  Aventicum (het huidige Avenches) viel vanaf 90 n. Chr. onder de provincie Germania Superior.

Het gebied floreerde economisch in de tweede eeuw, gelegen aan de noord-zuid verbinding van het Romeinse Rijk door de Jura-passen tot in de Rijndelta en Engeland en de west-oost as door de rivier de Aare en de meren van Neuchâtel, Morat en Bienne.

Het is gedaan met de pax romana vanaf de tweede helft van de derde eeuw, wanneer Germaanse stammen de regio plunderen.

Kort voor de val van het Romeinse Rijk, in 443, wordt dit gebied deel van het Koninkrijk Bourgondië, dat de Romeinen installeerden om de Germanen tegen te houden.

Aan het einde van de vierde en begin vijfde eeuw krijgt ook het Christendom vaste voet onder de grond in deze regio. De kloosters Romanmôtier (c. 450), St. Maurice (516), St. Ursanne (635), en Moutier-Grandval (c. 640) worden gesticht.

De Franken, Merovingen, Karolingen, Bourgondische Koningen (888-1032) heersen in deze regio na het vertrek van de Romeinen in de vijfde eeuw.

Tijdens het Bourgondische koninkrijk wordt het eerste kasteel gebouwd (novum castellum, letterlijk nieuw kasteel, Neuchâtel of Neuenburg in het Duits).

De dynastie van de de Graven van Neuchâtel zal als sterke regionale heersers boven komen drijven in de twaalfde eeuw in het Heilige Roomse Rijk.

Zij laten het Collégiale Notre-Dame van Neuchâtel bouwen (1185). Het huidige (deels nog Romaanse) kasteel dateert ook uit deze tijd.

Neuchâtel werd in de veertiende eeuw geconfronteerd met de groeiende macht van de Hertog van Savoie, heerser het land  van Vaud (Le Pays du Vaud), dat grensde aan Neuchâtel.

Bovendien mengden de bisschoppen van Besançon en Lausanne, tot welke diocese Neuchâtel behoorde, zich in haar zaken.

Neuchâtel zou ook de macht van Bern gaan ondervinden en bovendien in de Bourgondische oorlogen van 1474-1476 de kant van de verliezer, de Hertog van Bourgondië, kiezen.

Daarna vererft het graafschap Neuchâtel van 1395-1504 aan de Duitse vorsten van Hochberg en Freiburg, van 1504-1706 naar de Franse (koninklijke) familie d’Orléans-Longueville en door een keuze van de drie standen vanaf 1707-tot (formeel) 1857 de protestante Koning van Pruissen.  Neuchâtel was ook protestants en bovendien lag Berlijn veel verder weg dan Parijs.

Napoleon benoemde in 1806 zijn generaal Louis Alexander Berthier (1753-1815) tot prins van Neuchâtel.

Nadat Napoleon en zijn generaal in 1813 van het Zwitserse toneel waren verdwenen, werd Koning Frederik Willem IV (1795-1861) van Pruissen weer Prins van Neuchâtel. Dit weerhield Neuchâtel er niet van als kanton in 1815 tot de Confederatie in 1815 toe te treden.

Pas in 1857 zou de Pruisische Koning zijn aanspraken opgeven. Net op tijd, want na 1864 zou Pruisen aan de lopende band gebieden annexeren en na de oorlog met Frankrijk in 1871 een nieuw keizerrijk in het leven roepen.

De Boviducs van Val de Ruz

De organisatie Les Chemins chouettes is gewijd aan wandelpaden in het natuurlijke en culturele erfgoed van de Val-de-Ruz (kanton Neuchâtel).

Er zijn zeven wandelingen: in de omgeving van de rivier Seyon, richting Chasseral, de Boviducs, de Lisière, de Rincieure, de Crêtes en het zuidwesten van het dal.

Het woord Boviduc duikt tegen het einde van de 20e eeuw op om een doorgang in het bos voor runderen aan te duiden. Het is afgeleid van het Latijnse bos/bovis (rund) en ducere (leiden, drijven).

De boviducs van de bergen Chézard en Cernier in Val de Ruz zijn in de late Middeleeuwen aangelegd. Tegenwoordig vormen ze een netwerk van ongeveer10 km.

Het wegenpad is opgenomen (NE548) in de inventaris van historische communicatieroutes in Zwitserland (www.swiss-spectator.ch/fr/category/organisations).

(Bron en nadere informatie: www.chemins-chouettes.ch).

Wibrandis Rosenblatt

Op het hoogtepunt van de Reformatie woonde Wibrandis Rosenblatt (1504-1564) in de pastorie van de St. Martin kerk in Basel, in de nabijheid van de kathedraal op de Münster.

Zij was getrouwd met de hervormer Johannes Oekolampad, Johannes Oecolampadius, (1482-1531) en een van de eerste protestantse predikantsvrouwen in Bazel.

Overigens hadden de reformatie en dit huwelijk niets te maken met emancipatie. Wibrandis zorgde voor het huishouden en was gehoorzaam, godsvruchtig en vooral Bijbelvast, in de woorden van Oekolampad.

Het huwelijk met een (voormalige) priester gold als een hervormingsdaad en een belijdenis van het nieuwe geloof. Na zijn dood trouwde zij nog met de hervormers Wolfgang Capito (1478-1541) en Martin Bucer (1491-1551).

De moeder van elf woonde en stierf in Bazel en woonde ook in Straatsburg (met Capito en Bucer) en Cambridge (met Bucer).

Kasteel, Maison de Rivaz, kapel en museum in St. Gingolph

Charles-Joseph de Riva (1713-1759), een aristocraat uit Valais, heeft dit stadspaleis (Maison de Rivaz) in 1754 gebouwd naast het kasteel uit 1588.

Charles verkreeg in 1749 (gedeelde) eigendom van het kasteel.  Zijn zoon, Charles-Emmanuel (1753-1830) kocht het kasteel in 1826 van Augustin de Rietmatten.

Overigens lagen het stadspaleis en het kasteel in deze tijd nog in een tuin zonder de huidige omliggende bebouwing.

In 1837 nam de gemeente St. Gingolph het complex van het stadspaleis en het kasteel over. Tegenwoordig herbergt het complex het gemeentehuis, het museum van de tradities en schepen van het Meer van Genève ( Musée des Traditions et des Barques du Léman), de boetiek en productie van parels (les Perles du Léman) en de Zwitserse school voor de parfumerie (Ecole Suisse des Parfumeurs Créateurs ).

De bouw van Maison de Rivaz in de periode 1751-1754 is tot in detail beschreven door Patrick Elsig, La construction de la maison de Rivaz,à Saint-Gingolph (1751-1754)

(Bron: Commune de Saint-Gingolph)

Isaac de Rivaz (1752-1828)

La chapelle de la Saint-Famille (1677)

St. Etienne in Montcherand

De kerk St. Etienne van Montcherand (kanton Vaud) staat op het kruispunt van drie bedevaartwegen, de weg naar Santiago de Compostella, de Via Francigena die van Canterbury naar Rome leidt en de route naar de abdij van Cluny.

De muurschilderingen van deze kerk dateren uit de 12e eeuw. Ze zijn gedeeltelijk bewaard gebleven, dankzij het witkalken van de muren in 1536, de tijd van de Calvinistische Reformatie en de bezetting door Bern.

De muurschilderingen zijn de oudste voorbeelden in Franstalig Zwitserland van de weergave van menselijke figuren in de kunst.

De Romaanse kerk in Donatyre, een dorp in de buurt van Avenches, toont een kopie uit 1907 van deze muurschildering. De afgebeelde figuren zijn in het onderste deel de twaalf apostelen rond Christus.

In het bovenste deel waarschijnlijk Christus (gezien de voeten, troon, onderste deel kleding en mandorla) omgeven door de vier symbolen van de evangelisten, waarvan alleen de os van Lucas bewaard is gebleven.

De namen van de apostelen zijn in het Latijn geschreven. (Bron: K. Queijo, L’église Saint-Etienne de Montcherand, Montcherand, 2018).

Een Zwitserse geschiedenis

De graaf van Neuchâtel stichtte in 1325 de stad Le Landeron. In 1449 sloot de stad echter een alliantie met de stad Solothurn.

De graven van Neuchâtel, het Prinsbisdom Bazel en Bern vochten om invloed in dit gebied en de stad was op zoek naar een beschermheer, het machtige Solothurn.

In de 16e eeuw brak er bovendien een religieuze ruzie uit tussen Bern en Solothurn. Bern probeerde de hervorming in Le Landeron er door te drukken, maar de katholieke bevolking verwierp dit, gesteund door het katholieke Solothurn.

De stad is ook katholiek gebleven toen Neuchâtel in 1530 van geloof veranderde. Toen de Pruisische koning in 1707 het graafschap Neuchâtel overnam, moest Solothurn zich terugtrekken en in 1803 behoorde Le Landeron tot het kanton Neuchâtel, hoewel de stad nog steeds katholiek was.

Deze typisch Zwitserse geschiedenis wordt geïllustreerd in het Museum l’Hôtel de Ville in Le Landeron. (Verdere informatie: www.fhvl.ch).