Lavaux, de Alpen en het landschap

De hellingen van Lavaux (kanton Vaud) zijn doordrenkt van geschiedenis. De gletsjer van de Rhône heeft miljoenen jaren geleden morene-afzettingen gemaakt op het molasse- en puddinggesteente en zo’n tienduizend jaar geleden plaats gemaakt voor het huidige Meer van Genève (Lac Léman) en vruchtbare grond op de heuvels.

Vijfduizend jaar geleden vestigde de mens zich in Lavaux. De wijnbouw begon in de Romeinse tijd.

In de twaalfde en dertiende eeuw hebben monniken de steilste hellingen ontgonnen voor de wijnbouw.

De huidige wijnboeren vervingen de kerk en de plaatselijke adel sinds zestiende eeuw.

Sindsdien hebben generaties vorm gegeven aan het unieke landschap dat zich uitstrekt van Lausanne tot Vevey.

Het Fête des Vignerons viert en herdenkt deze culturele geschiedenis van Lavaux eens per generatie om de 20-25 jaar.

Dit cultuurlandschap van Lavaux telt veertien prachtige dorpen en kleine stadjes en de grootste wijngaarden van Zwitserland aan de oevers van het meer en met een prachtig uitzicht op de Alpen.

(Nadere informatie en bron: www.lavaux-unesco.ch).

Monthey en de Monthéleo dynastie

Monthey is de hoofdstad van de (Zwitserse) Chablais (kanton Wallis), gelegen aan de voet van de Dents du Midi, de Portes du Soleil, de Val d’Illiez en haar rivier de Vièze.

De naam en het kasteel van de stad duiken voor het eerst op in de dertiende eeuw (castrum Monteyz). Van de lokale dynastie de Monthéleo is veel meer bekend (zie onder andere het boekje van Abbé Tamini, Les Nobles de Monthéleo de Montheis). Zij regeerden de stad tot 1536 en verbouwden het kasteel in de veertiende en de vijftiende eeuw.

De stad in de Beneden-Valais (Bas-Valais, Unterwallis) was tot 1536 grondgebied van de hertogen van Savoie en daarna van de Republiek der Zeven Zenden (die Republik der Sieben Zenden/ la Républic des sept Dizains) van de Boven-Valais (Haut-Valais/Oberwallis). Deze heerschappij duurde tot 1798 en de Franse invasie.

Monthey wordt beschouwd als de eerste industriestad van Wallis en was een pionier in de chemische, synthetische, steen- en metaalbouwsectoren.

De stad vertoont nog vele restanten van haar bijna duizendjarige geschiedenis en cultuur.

(Bron en nadere informatie: www.monthey.ch).

Kasteel van Monthey

Aan het begin van de 14e eeuw bestuurde de familie de Monthéolo de stad Monthey (kanton Wallis). Zij (ver) bouwde het kasteel in de loop van de 15e eeuw en woonden en bestuurden in en vanuit dit gebouw.

De Republiek van de Zeven Zenden (Haut-Valais) veroverde in 1536 de Bas-Valais op de hertogen van Savoie. De gouverneurs vestigden zich tot het  einde van het Ancien Régime (1798) in het kasteel. Vervolgens had het kasteel verschillende bestemmingen tot het in 1900 eigendom werd van de gemeente.

Tegenwoordig zijn in het kasteel de Vereniging Vieux-Monthey (www.vieux-monthey.ch), de fondation (Zaza-Ortelli (audio) visuele collectie van Monthey en omgeving) en appartementen voor kunstenaars gevestigd.

(Bron en meer informatie: www.monthey.ch).

Zaalkerk Kleinhüningen

De protestantse zaalkerk van Kleinhüningen (kanton Basel-Stadt, gemeente Bazel) is n 1710 door Peter Racine in een eenvoudige barokstijl gebouwd ter vervanging van de middeleeuwse dorpskerk. Deze kerk was in de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) verwoest.

Het vlakke plafond, de westelijke toegang en de achthoekige vorm van de toren zijn uitzonderlijk. Men spreekt ook wel van de “anti-barok”.

In 1847 werd de kerk gerestaureerd door Amadeus Merian (1808-1889). De klokkentoren is in 1910 met vier meter verhoogd. Andere renovaties vonden plaats in 1975 en 2010. Het anker onderaan de kerktoren refereert aan het voormalige dorp (sinds 1910 deel van Bazel) als havenstad aan de Rijn.

Kasteel Gruyère

Vanaf de vijftiende eeuw is het kasteel van de graven van Gruyère (kanton Fribourg) verstrikt geraakt in de disputen tussen Savoye, Bourgondië, Bern en Freiburg met op de achtergrond Frankrijk.

Formeel was Gruyère vazal van Savoye, het kasteel is ook gebouwd naar het model van Savoye. In 1475 koos Gruyère de kant van Bern en Freiburg met het oog op de oorlog met Bourgondië (gesteund door Savoye).

De afloop in 1476 is bekend, minder bekend is dat Gruyère onder de (militaire) bescherming van het katholieke Freiburg viel en om deze reden ten tijde van de reformatie trouw bleef aan het katholieke geloof.

Ook minder bekend is de formele overname van Gruyère door Freiburg. Het was een faillissement van de laatste Graaf van Gruyère in 1554. In 1555 nam Freiburg als een van de grootste crediteuren het kasteel in eigendom over en maakte het tot een bestuurscentrum en zetel van de voogd.

Verdere informatie: Château Gruyère

Het Zwitserse ritme in Fleurier

De wegen in de Val-de-Travers in het Juragebergte van kanton Neuchâtel vormen van oudsher een belangrijke oost-west verbinding. Sinds de Gallo-Romeinse tijd bestonden er nederzettingen en was deze vallei een route  in de handelsstromen  voor verschillende goederen van de Franche-Comté naar het Zwitserse plateau.

Sinds de achttiende eeuw is de vallei echter zelf een industrieel gebied geworden voor de productie van textiel, asfalt, de drank absint maar vooral horloges.

Het hart van de Vallei klopt tegenwoordig nog steeds op het ritme van de horlogemakers, vooral in Fleurier, een middeleeuws dorp.

De eerste vermelding van Fleurier dateert uit 1284. Het dorp viel aanvankelijk onder het bestuur van de Heren van Vautravers en vervolgens de Graven van Neuchâtel vanaf de 14e eeuw.

In 1730 introduceerde David Vaucher (1712-1786) de eerste horloge-industrie in Fleurier, in 1800 zouden er al 200 horlogemakers zijn.

Edouard Bovet (1797-1849), een jonge horlogemaker uit Fleurier, ging in 1818 op  zakenreis naar China en opende zo de deuren van het grote keizerrijk voor de horlogemakers van Fleurier.

De Chinese markt betekende een enorme impuls en veel werkplaatsen waren actief om de Chinese markt te bevoorraden. In 1900 waren in Fleurier meer dan 2.000 mensen in deze sector werkzaam en was de bevolking gestegen van 800 in 1800 tot meer dan 3.300 inwoners rond 1900.

Na de crises van de Napoleontische oorlogen (1800-1813), gedurende het interbellum (1918-1939), de wereldoorlogen (1914-1945) en vooral na de komst van Japanse en Amerikaanse kwartshorloges en de oliecrisis in 1970 toonde de horlogemakerij van het dorp (en Zwitserland) een grote solidariteit, een standvastige vastberadenheid en een indrukwekkend innovatief vermogen.

De opening van nieuwe markten en de genialiteit van enkele ondernemers zorgden ervoor dat het dorp (en de Zwitserse horloge-industrie) zich snel konden herstellen.

Notre-Dame du Pont in Monthey

De eerste kapel van Notre-Dame du Pont in Monthey (kanton Wallis/Valais) bevond zich op de rechteroever van de Vièze, die in die tijd vanaf de heuvel van het oude kasteel stroomde. Het werd gesticht in 1490 en werd in het voorjaar van 1775 afgebroken en volledig herbouwd tot het gebouw dat het nu is.

De kapel doorstond de overstromingen van 1726. Alleen het fundament was aangetast. Op de westgevel staat de volgende inscriptie:

De rivier de Vièze trad buiten haar oevers op 6 juli 1726. Op 15 augustus van hetzelfde jaar werd begonnen met een nieuw fundament onder het gasthuis van de Heilige Maagd Maria, dat in 1728 werd voltooid. (La Vièze a debordé le 6 juillet 1726. Un  nouveau lit a été commencé sous la hospice de la Bienheureuse vierge Marie le 15 août de la même année et achevé en 1728).

Rond 1900 stonden er nog een boerderij en twee schuren bij de kapel. De kapel is een waar meesterwerk van barokke kapelarchitectuur. Dit type architectuur is te vinden in het Saasdal (Haut-Valais).

Monthey viel onder het bisdom Sion (Sitten) in de Haut-Valais. Monthey lag in Bas-Valais en was tot 1798 bezet door de Haut-Valais of de Republiek van de Zeven Zenden (Republik  der Sieben Zenden, Républik des sept Dizains).

De barokke toren van Champéry

De eerste stenen kerk in Champéry dateert uit 1725. Zij verving de kapel die gewijd was aan de Heilige Theodulus (Saint-Théodule), sinds 1219 de beschermheilige van het bisdom Sion (Sitten), waar Champéry onder valt.

De kerk is gerenoveerd in 1857 en 1898, maar door een verschuiving in het terrein is de kerk in 1966 afgebroken en twintig meter verder opgebouwd. Echter, de barokke kerktoren uit 1725 staat nog fier overeind en is een monument.  Het carillon bestaat uit acht klokken.

(Bron: en verdere informatie: www.patrimoinechamperolain.ch).

Champéry

Het dorp ontleent haar naam aan Pery (Champ à Péry, Champ Péry en Champéry), volgens de overlevering de eerste bewoner van de vallei in de middeleeuwen.

Het dorp maakte deel uit van het tweede koninkrijk van Bourgondië (888-1032) en viel vervolgens tot 1536 onder de Hertogen van Savoie.

In 1536 vielen de Sieben Zenden ( les Sept-Dizains/ Zeven Zenden) van de Haut-Valais (Oberwallis) de Bas-Valais (Unterwallis) binnen. De vallei en Champéry vielen tot 1798 onder de stad Monthey, de belangrijkste stad van Bas-Valais.

De inwoners leefden voornamelijk van de landbouw, de veeteelt en de houthandel. Militaire dienst voor buitenlandse mogendheden (huurlingen) was ook een belangrijke bron van inkomsten tot het midden van de 19e eeuw. In 1848 werd dit in de federale grondwet verboden.

In 1839 verleende het kanton Valais  Champéry de gemeentelijke zelfstandigheid . Het dorp scheidde zich af van Val d’Illiez. De tweede helft van de 19e eeuw werd gekenmerkt door de emigratie van vele families (vooral naar Argentinië). In deze periode werden ook de eerste verkeerswegen gebouwd en nam het toerisme een hoge vlucht.

Champéry werd geleidelijk aan een toeristisch dorp. In 1908 wordt de treinlijn in gebruik genomen. In 1959 werd de eerste skilift gebouwd.

Het dorp heeft haar rurale karakter ondanks het toerisme behouden, getuige de (eeuwenoude) en nieuwe chalets en vele mazots (kleine houten opslagplaatsen voor hooi en graan).

(Bron en meer informatie: www.patrimoinechamperolain.ch).

De Val-d’Illiez en Champéry

De machtige Dents-du-Midi met zeven toppen van meer dan 3 000 meter flankeren de Val-d’Iliez in de Chablais (kanton Wallis). Aan de andere kant lonken de Frans-Zwitserse Alpen en de Portes-du-Soleil met 700 kilometer aan skipistes.

Champéry met haar moderne skiliften en vele (nieuwe en eeuwenoude) chalets en traditionele mazots is het bekendste dorp in de vallei. De vallei ontleent haar naam aan het dorp Val-d’Illiez, dat tussen Champéry en Troistorrents ligt.

Behalve wintersport (er zijn ook kilometers raquette en langlaufbanen) biedt deze regio ook in de zomer diverse sportieve mogelijkheden, bijvoorbeeld wandelen (onder andere de Tour des Dents-du-Midi en de route langs de beek La Vièze).

Ook is er tijd voor bezinning in kerken, kapelletjes en bidplaatsen, onder andere de St. Théodule en de Temple in Champéry, de Chapelle de Chavelet, de Oratoire de la Haute Revene, Les Clous, Les Ravines en diverse andere plaatsen. Er is zelfs een jaarlijkse wandelroute voor georganiseerd, de Marche des Oratoires de Champéry.

Kortom, de vallei combineert het spirituele met het sportieve, de natuur en traditionele (houten) architectuur. (Bron en verdere informatie: www.champery.ch).