Tour de Diesse van Neuchâtel

De Tour de Diesse in Neuchâtel is gebouwd eind tiende, begin elfde eeuw als verdedigingstoren van de donjon van de familie de Diesse.

Deze familie zou de toren tot de zestiende eeuw als leen houden van achtereenvolgens de graaf van Neuchâtel (tot 1395) en daarna diens opvolgers (1395-1504 De Heren van Hochberg en Freiburg, vanaf 1504 de dynastie van d’Orléans-Longueville). De stad verkreeg het eigendom in 1580.

De toren ligt aan de voet van het kasteel uit de elfde en twaalfde eeuw. Vanaf de twaalfde eeuw breidt de plaats zich vanaf het kasteel en de bouw van het Collégiale (1185) zich steeds verder uit.

Het plein is een van de oudste delen van de stad. Het standbeeld is de banneret, de commandant van de schutterij en de verdediging van de stad uit de zestiende en zeventiende eeuw. Deze figuur treft men in alle Zwitserse steden aan.

De Renaissance in Hauterive

Het oude dorpscentrum van Hauterive (kanton Neuchâtel) ligt op ruim 500 meter hoogte op een heuvel bij het meer van Neuchâtel.

Aan de oevers van het meer ligt het Laténium, het archeologisch museum voor de prehistorie, de Keltische en de Romeinse periode. Het dorp lag aan de Romeinse handelsweg Vy d’Etra. Deze weg liep langs de oevers van het meer.

De eerste schriftelijke melding dateert uit 1143 met de naam alta ripa . Het dorp was eigendom van de abdij Fontaine-André in La Coudre (tegenwoordig een wijk van de stad Neuchâtel).

In het dorpscentrum staan nog diverse gebouwen die wijzen op de welvaart in de zestiende eeuw. De meeste inwoners waren welgestelde kooplieden uit de nabijgelegen stad Neuchâtel.

In Hauterive bouwde Siméon Peter, burger van Neuchatel, in 1579 een stadspaleis in in een Renaissance stijl die typerend is voor de regio. Andere voorbeelden zijn Les Halles in Neuchâtel en het huis (la maison) à la Grappe in La Coudre.

In het centrum van Hauterive stammen de oude wijnkelder van het domein Clottu, het huis (la Maison) des Arcades en het oude dorpsplein ook uit deze tijd.

Hauterive viel tot 1848 onder de jurisdictie van de châtellenie van Thielle (graafschap Neuchâtel), evenals de dorpen La Coudre, Saint-Blaise, Voëns, Le Maley, Le Vilaret, Cornaux, Thielle, Marin en Epagnier. De châtellenie oefende de rechtspraak uit in deze dorpen.

In 1848 werd de châtellenie opgeheven en kwam het dorp onder de jurisdictie van de stad Neuchâtel.

De funiculaire van Chaumont

De funiculaire van Chaumont verbindt La Coudre, een wijk van Neuchâtel, met de top van de berg Chaumont. De Jura begint meteen achter Neuchâtel dat aan de oevers van het meer ligt. De stad is ook heuvelachtig en tandrad treinen of funiculaires verbinden wijken van de stad. Deze liggen some twee honderd meter hoger.

De funiculaire van Chauamont overbrugt een afstand van 590 tot 1160 meter op een adembenemende stijle rails. De bestemming op de top is het meer dan waard.

Het schitterende uitzicht over de Alpen, het avonturenpark en vooral de wandelroutes. De funiculaire is aangelegd in 1910 en is een begrip in de wijde omgeving.  (Meer informatie: www.j3l.ch).

De Zwitserse Revolutionair Jean-Paul Marat

Zwitserland staat bekend als een neutraal, vreedzaam en democratisch land. In haar lange ontstaansgeschiedenis vanaf de late middeleeuwen valt daar wel wat op af te dingen, zoals bijvoorbeeld de expansie en veroveringen van de kantons in de 14e, 15e en 16e eeuw.

Er zijn ook religieuze revolutionairen geweest, Huldrych Zwingli (1484-1531) in Zürich, Johannes Oekolampad )1482-1531) in Basel of Guillaume Farel (1489-1565) in Neuchâtel) bijvoorbeeld. De Wederdopers vonden ook hun oorsprong in Zwitserland.

Johannes Calvijn (1509-1564) was van geboorte een Fransman, maar vestigde zich in 1536 in Bazel en even later in Genève. Genève was toen een republiek en voormalig bisdom. Hij ontwikkelde Genève tot wereldhoofdstad van het Calvinisme. Hij stichtte onder andere de internationaal vermaarde academie van het Calvinisme.

Een uitzondering is Jean-Paul Marat (1743-1793), Hij is geboren in Boudry (kanton Neuchâtel), dat toen als Prinsdom deel uitmaakte van het koninkrijk Pruisen.

Na een lange zwerftocht door Frankrijk (Parijs), Engeland (Londen), Schotland (Edinburgh), en Ierland (Dublin) sloot hij zich in 1789 aan bij de Franse Revolutie. Hij was overigens ook arts en een internationaal erkende wetenschapper op het gebied van de natuurkunde.

Jacques-Louis David (1748-1825), de door van Marat, 1793. Foto: Wikipedia. Collectie: Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, Brussel

Hij radicaliseerde vanaf het begin van de Revolutie en was een van de grootste voorstanders van executies van (vermeende) politieke tegenstanders en ‘vijanden van de revolutie’, waaronder de Franse Koning Lodewijk XVI (1754-1793) en diens vrouw Marie-Antoinette (1755-1793).

Hij voerde met Maximilien Robespierre (1758-1794) en Georges Danton (1759-1794) vanaf 1792 het schrikbewind van de Jacobijnen.

Op 13 juli eindigde zijn leven in bad door messteken, zoals verbeeld door Jacques-Louis David (1748-1825) in 1793.

(Bron en verdere informatie: www.boudry.ch)

Het kasteel van Boudry

La Neuveville

De stad La Neuveville (kanton Bern) maakt deel uit van de (Franstalige) Jura en de administratieve regio Jura bernois.

La Blanche Eglise, gebouwd in de Karolingische tijd, wordt genoemd in een document uit 866 en viel toen onder de abdij van Moutier-Grandval viel.

De kapel kwam in 1141 onder het beheer van de abdij van Bellelay, nadat het Bisdom Bazel in 999 van de abdij van Moutier-Grandval de wereldlijke rechten op dit gebied had verkregen. Het Bisdom stichtte rond 1320 de stad Neuveville (Neuenstadt in het Duits).

Het is altijd een kleine stad geweest, rond 1700 had het ongeveer 800 inwoners, maar het was in deze periode (na de herroeping van het Edict van Nantes 91685) door Lodewijk XIV) een toevluchtsoord voor duizenden hugenoten.

La Neuveville had in 1530 het protestantse geloof overgenomen, maar bleef tot 1798 deel uitmaken van het Prins-Bisdom Bazel.

Na de Franse invasie in 1798 werd ook het (zuidelijke) deel van dit Prins-Bisdom door Frankrijk geannexeerd (het noordelijke deel was al in 1792 bij Frankrijk gevoegd), eerst in het departement Mont-Terrible, in 1800 in het nieuwe departement Haut-Rhin.

Na de Franse nederlaag in 1813 werd La Neuveville toegewezen aan het kanton Bern. Dit kanton kreeg het overgrote deel van het gebied van het voormalige Prins-Bisdom Bazel toegewezen.

La Blanche Eglise heeft al deze politieke onrust doorstaan en is de afgelopen decennia grondig gerenoveerd en is nog steeds het symbool van deze prachtige middeleeuwse stad.

(English) Romansh Language Week

Het motto van de week van de Romaanse taal (Emna Rumantscha) is “Rumantsch: in ferm toc Svizra”, Romaans: een essentieel deel van Zwitserland.

Het federale Ministerie van Buitenlandse Zaken organiseert deze week in samenwerking met het kanton Graubünden en Radiotelevisiun Svizra Rumantscha (RTR). Het doel is deze taal en cultuur beter te leren kennen en meer bekendheid te geven als vierde taal van het land.

Romaans is niet zomaar een taal. De directe voorgangers zijn de Rhaetische taal en (vulgair) Latijn. Het is daarmee een van de oudste talen van Europa.

De nationale talen van Zwitserland zijn Duits, Frans, Italiaans en Romansh (artikel 4 van de Zwitserse grondwet). Er is geen hiërarchie voor de nationale talen. Deze meertaligheid en culturele verscheidenheid zijn zowel een uitdaging als een verrijking.

De bevordering van minderheidstalen in Zwitserland maakt deel uit van een voortdurende en gestructureerde politieke dialoog van de federale overheid.

(Bron en nadere informatie: www.eda.admin.ch).

Cultureel erfgoed digitaal

De conferentie (Patrimoine culturel à l’ère numérique, Kulturerbe im digitalen Zeitalter) op 24 maart zal plaatsvinden op een digitaal platform dat voor, tijdens en na de conferentie toegankelijk zal zijn voor de deelnemers.

Digitale toepassingen openen geheel nieuwe mogelijkheden voor de toegang tot ons cultureel erfgoed en voor de culturele participatie van de gehele bevolking. Nieuwe methoden creëren ook nieuwe uitdagingen.

Het doel van de conferentie is na te denken over de vraag hoe moet worden omgegaan met de mogelijkheden van gedigitaliseerd of digitaal cultureel erfgoed.

De conferentie brengt archeologie, erfgoedbeheer en andere erfgoeddisciplines samen en wordt gezamenlijk georganiseerd door Het Zwitserse informatie centrum van het culturele erfgoed NIKE (Nationale Informationsstelle zum Kulturerbe), BAK en ICOMOS, het Zwitsers Archeologienetwerk (Netzwerk Archäologie Schweiz) en het Bureau voor Ruimtelijke Ontwikkeling van het kanton Zürich (Amt für Raumentwicklung des Kantons Zürich).

Het verslag van de conferentie met bijdragen van de sprekers zal in een e-book aan deelnemers worden verstrekt.

Er is een simultaanvertaling in het Duits en het Frans beschikbaar.

Inschrijving tot 7 maart. Prijs: 75 CHF/40 CHF voor studenten

Meer informatie: https://digiar.ch.

Het hart van de Zwitserse horloge-industrie.

Het kanton Neuchâtel is het hart van de Zwitserse horloge-industrie. Al aan het einde van de 17e eeuw produceerden boeren-horlogemakers klokken en horloges voor klanten in alle uithoeken van Europa en zelfs de wereld.

In 1914 kwam meer dan de helft, 55%, van de wereldproductie van horloges uit La Chaux-de-Fonds, op de voet gevolgd door Le Locle. De stedenbouwkundige planning en huizen pasten zich aan deze industrie aan.

De industrie had grote ramen nodig vanwege de behoefte aan licht, woon- en industriegebieden waren niet strikt gescheiden en veel productiefaciliteiten bevonden zich in hetzelfde gebouw als de appartementen van hun werknemers. Efficiëntie en planning waren essentieel.

De gridplanning van beide steden is gebaseerd op deze principes, die na de verwoestende branden in 1794 (La Chaux-de-Fonds) en 1833 en 1844 (Le Locle) mogelijk werd.

De unieke symbiose van stadsplanning en industrie, stedenbouwkundige en architectonische eenheid van deze twee industriesteden heeft hen in juni 2009 tot UNESCO-werelderfgoed gemaakt.

Het Espace de l’urbanisme Horlogier in La Chaux-de-Fonds (www.timExplorer.ch) geeft een goed inzicht in het ontstaan van deze steden. Dit centrum is volledig gewijd aan de horlogeindustrie, stedenbouw en industrieel erfgoed.

Verschillende fabrikanten geven daarnaast een inkijk in de horlogeproductie (onder andere Manufacture de Haute Horlogerie Corum en Le Carrousel Formation in La Chaux-de-Fonds, Les Apprentis du Temps en Atelier micromécanique in Le Locle en Le Centre Horloger in Neuchâtel). Verschillende musea zijn gewijd aan de klokkenindustrie: het Musée international d’horlogerie in La Chaux-de-Fonds en het Musée d’horlogerie in het Château des Monts in Le Locle geven een historisch en algemeen overzicht.

De collectie Jaquez-Droz in het Musée d’art et d’histoire in Neuchâtel bestaat uit muziekautomaten en hun ingewikkelde mechanismen, stukken die de koninklijke hoven van Europa in de 18e eeuw sierden.

Het Musée des Mascarons in Môtiers, het Musée paysan et artisanal in Neuchâtel, het Castel – Pendulerie neuchâteloise in Saint-Aubain en ateliers in Fleurier, Auvernier, Peseux, Le Locle, La Chaux-de-Fonds zijn andere interessante centra.

Hoe is het allemaal begonnen? Tijdens de lange wintermaanden hielden boeren zich bezig met het repareren van hun landbouwwerktuigen en andere ambachtelijke activiteiten. Toen de eerste uurwerken verschenen, leerden deze ambachtslieden ze te demonteren en te repareren en vervolgens leerden ze zelf horloges en klokken te maken.

De boer-horlogemaker was in de achttiende eeuw de ingenieuze fabrikant, in de negentiende eeuw breidden zakenlui het bedrijf uit tot wereldconcerns.

(Bron: Toerisme Neuchâtel, Au coeur du temps, Neuchâtel, 2017; www.timExplorer.ch).

Monumenten in Lavaux

Lavaux is een regio in kanton Vaud en sinds 2007 erkend als Werelderfgoed door de UNESCO.

De streek omvat dorpen en steden met hun middeleeuwse (romaanse en gotische) kerken, pleinen, huizen, kastelen, manoirs, torens, (openlucht)musea, wijngaarden en panoramische uitzichten op het Meer van Genève en de Alpen, o.a. in Pully, Lutry, Villette, Grandvaux, Cully, de toren van Gourze (Tour de Gourze), Riex, Espesses, Rivaz, Chexbres, Saint-Saphorin, de berg Pèlerin (Mont-Pèlerin), Chardonne, Marsens, Jongny, Corseaux, Corsier-sur-Vevey en Vevey.

Overigens, de streek heet Lavaux en niet De Lavaux (Le Lavaux). Le Lavaux is de wijn. Lavaux is afgeleid van La Vallée (La Vaux). Dus: Ik bezoek Lavaux (je visite Lavaux), maar ik drink du Lavaux (je bois du Lavaux).

(Source: www.region-du-leman.ch).