Twann of Duoanne

De Twannbach gaf het dorp Twann (Douanne in het Frans, kanton Bern) zijn naam. Een document uit het jaar 1136 maakt voor het eerst melding van “Duana”.

In de 13e eeuw gingen de kerkelijke rechten over op het Johanniterhaus in Münchenbuchsee (vlakbij Bern). Het Johanniterhaus of Buchseehaus staat nog steeds tegenover de St. Martin kerk.

Bern kreeg steeds meer invloed en in 1388 de hoge jurisdictie en de rechten op het gebruik van de Nidauersee (de Bielersee of lac de Bienne), vernoemd naar het graafschap Nidau.

Twann komt in 1487 bij Bern. De St. Martin kerk wordt in 1528 protestants.

Sint-Peterseiland is vanaf 1765 deel van de gemeente Twann, vlak nadat Jacques Rousseau door Bern van het eiland is weggestuurd.

De aanleg van de weg Twann-Neuenstadt (La Neuveville) en de spoorlijn (1859-1860) waren belangrijke stappen voor de verdere economische ontwikkeling.

Het peil van het meer daalde met gemiddeld 2 meter 20 als gevolg van de eerste correctie van de wateren van de Jura (Juragewässerkorrektion 1868-1878). Deze verlaging maakte verdere bouwactiviteiten mogelijk.

De wijnbouw is al eeuwenlang de belangrijkste sector. De vele wijnkelders in de straten en de wijngaarden in de omgeving getuigen hiervan.

Moutier Exit, tweede akte

Wanneer begon de scheiding van de Jura in een noordelijk en zuidelijk deel en is er wel sprake van een duidelijk onderscheid?

De Jura viel vanaf 999 onder het prinsbisdom Bazel. In de eeuwen daarna, met name In de 14e en 15e eeuw, kreeg Bern meer invloed in het zuidelijke  deel van de Jura. Biel was in feite op zoek naar aansluiting bij Bern.

Tijdens de reformatie was de invloed van Bern ook in Moutier merkbaar. Moutier en andere steden en dorpen werden protestants.

Het katholieke deel van de Jura werd in 1792 de Rauraakse Republiek. In 1793 werd dit gebied samengevoegd bij het departement Mont-Terrible. Na de bezetting van het overige gebied van het prinsbisdom werd in 1800 departement Haut-Rhine gecreëerd.

Moutier bleef tot 1797 onder de bescherming van Bern en de Confederatie. Na de Franse inval in 1798 werd Moutier tot 1800 eerst bij het departement Mont-terrible ingedeeld, na 1800 bij het departement Haut-Rhine.

In 1815 volgde de toewijzing aan Bern, evenals het noordelijke deel van de Jura. Alleen de Birseck werd aan Bazel toegewezen. Dit gebied werd in 1833 gevoegd bij het nieuwe kanton Basel-Landschaft.

Welke andere gevoeligheden kunnen een rol spelen buiten deze eeuwenoude geschiedenis?

Het opdringen van Duitstaligen en het Duits, de achterstelling door Bern, de eeuwenoude religieuze tegenstelling of andere “ongemakken”?

Feit is dat de bevolking van het nieuwe kanton op 23 juni 1974 niet met een overweldigende meerderheid “ja” heeft gezegd.

Deze gevoeligheden lijken niet (meer) de doorslaggevende factoren te zijn. Het lijkt eerder een kwestie van pragmatische redenen, fiscale en economische motieven te zijn. Vanuit dit oogpunt hebben voor- en tegenstanders hun eigen oordeel.

Tegenstanders voeren bijvoorbeeld aan dat Moutier met de omliggende gemeenten in het kanton Bern zou kunnen uitgroeien tot 10.000 inwoners en dat de gezondheidszorg en het onderwijs door deze schaalvergroting beter gewaarborgd zouden zijn. Degenen die hier voorstander van zijn, hebben weer hun eigen fiscale en economische motieven.

Hoe dan ook, het zal een nieuwe fotofinish worden op 28 maart. Interessant detail, sinds 2017 hebben 700 kiezers Moutier verlaten en hebben 600 kiesgerechtigden geregistreerd.

Deze 100 zouden wel eens een belangrijke rol kunnen spelen bij het referendum met de hoogste staat van toezicht bij een stemming ooit in Zwitserland (door het Federale Ministerie van Justitie).

(Bron: Christian Moser, Der Jurakonflikt. Eine offene Wunde der Schweizer Geschichte, Basel, 2020).

Eeuwfeest Friedrich Dürrenmatt

Het eeuwfeest van de Zwitserse schrijver Friedrich Dürrenmatt (1921-1990) wordt geopend met een tentoonstelling (Friedrich Dürrenmatt  100 Jahre Ans Anni Onns) die laat zien hoe hij het land in de tweede helft van de 20e eeuw zag, beschreef en tekende.

Als toneelschrijver en kunstenaar dacht hij over zijn land na door fictie en metafoor. Zwitserland wordt achtereenvolgens vergeleken met een dorp, een bunker, een bank, een gevangenis, een voetbalteam of een stal.

Via deze beelden stelde Friedrich Dürrenmatt ook vragen over het verleden van Zwitserland en haar plaats in de wereld.

Slot Alt-Falkenstein

Slot Alt-Falkenstein in de gemeente Balsthal  (kanton Solothurn) is in de twaalfde en dertiende eeuw gebouwd in het Balsthaler Klus. Aan de andere kant van  het Balsthal ligt kasteel Neu-Frankenstein, dat in dezelfde periode is gebouwd.

Ook de burchten Alt-Bechburg en Neu-Bechburg bij Oensingen stammen uit deze periode. De geslachten Bechburg en Falkenstein en de bisschop van Bazel waren in deze periode de machthebbers in dit gebied.

De handel en weg door de  Klus van  het Balsthal waren van grote betekenis. Dat is de reden van de vier burchten.

Alt-Falkenstein heeft ook  historische betekenis voor de soms gespannen verhoudingen tussen de kantons Bern en Solothurn in de veertiende eeuw.

In 1345 trokken troepen van Bern door de Klus op weg naar Mülhouse om deze stad te helpen tegen de troepen van een coalitie van Freiburg, Kyburg, bourgondische adel, Habsburg en Keizer Lodwijk de Beier (1282-1347, Ludwig der Bayer). Met de vrede van Königsfelden in 1345 eindigde ook deze oorlog.

Troepen uit Solothurn versperden de troepen uit Bern echter de weg in 1345. De veldslag leidde bijna tot een  (burger) oorlog in de Eidgenossenschaft in wording.

In 1420 verkocht de laatste kasteelheer Hans II von Falkenstein (overleden 1426) het slot aan Solothurn. Het kasteel wisselde daarna nog van  eigenaar tot Solothurn in  1923 definitief de eigenaar werd.

De renovatie van de Ridderzaal en de vestiging van het Heimatmuseum en andere aanpassingen herstelden het kasteel weer (bijna) in oude glorie. De wandeltocht naar het kasteel door het natuurpark Thal is bovendien al de moeite waard.

De stadsmuur van Bazel

De eerste middeleeuwse stadmuur van Bazel is tijdens bisschop Burkhard von Fenis rond 1080 gebouwd, kort voor de stichting van het klooster St. Alban (1083)
Bazel bestond toen nog uit twee gemeentes: Grossbasel en Kleinbasel. De eerste Rijnbrug (tegenwoordig de Mittlere Brücke uit 1905) werd rond 1225 gebouwd. De stadsmuren werden in beide stadsdelen verstevigd en uitgebouwd.

De grote aardbeving van 1356 richtte echter ook aan deze werken grote schade aan. In 1360-1398 heeft het herstel van de stadsmuur plaatsgevonden, of eigenlijk stadsmuren. Men besloot twee muren te bouwen: een buitenmuur en een binnenmuur. In 1473 vond een verdere uitbouw van de buitenmuur plaats in verband met de oorlogsdreiging met het hertogdom Bourgondië.

Deze oorlog zou inderdaad plaatsvinden in de periode 1474-1477, maar ver van Bazel in Grandson (huidige kanton Vaud/Waadt), Morat (Murten, huidige kanton Freibourg/Freiburg) en uiteindelijk in Nancy (Lotharingen).

Drie van de vijf torens van de buitenmuur zijn bewaard gebleven: Spalentor, St. Johannstor en de St. Albantor. Na de Schwabenkrieg (1499) en de onrust over de splitsing van Bazel in kanton Basel-Stadt en Basel-Landschaft (1833) is de stad sinds de nieuwe Confederatie van 1848 niet meer militair bedreigd geweest.

Alleen de Sonderbundskrieg (een korte burgeroorlog tussen kantons) van 1847 was nog een  onzekere periode. De buiten- en binnenmuur vallen snel ten prooi aan de stadsuitbreiding na 1860. Een (gerenoveerd) deel van de stadsmuur in de wijk St. Alban is echter goed behouden. Deze muur omringde eens de vele watermolens, papierindustrie en het klooster, dat in 1529 is opgeheven.

St. Albantor

St. Johanntor

Spalentor

Kracht in verscheidenheid in Graubünden

Op basis van de Taalwet (Sprachengesetz, Art. 22) en de taalverordening (Sprachenverordnung, Art. 18 en 25) steunt de Zwitserse federale overheid de kantons Graubünden en Ticino bij het behoud en de bevordering van de Romaanse en de Italiaanse taal en cultuur.

In 2018 heeft de federale overheid opdracht gegeven tot een evaluatie van het effect van de financiële steun van de overheid aan het kanton Graubünden voor de instandhouding en bevordering van deze talen en culturen.

De evaluatie dient bovendien als basis voor het antwoord van de overheid op het Semadeni-postulaat (15.4117, Federale Parlement( Nationalrat), 28 september 2017) Allegra, Romanisch und Italienisch sollen leben (Allegra, Romansh en Italiaans moeten leven!).

Onderwerp van deze evaluatie die het Centrum voor Democratie in Aarau (ZDA) in 2019 heeft uitgevoerd (Studienberichte des Zentrums für Demokratie Aarau, Nr. 16 31. März 2019)) zijn de maatregelen voor het behoud en de bevordering van de Romaanse en Italiaanse taal en cultuur in het kanton Graubünden en de reactie op het postulaat.

De regering (Regenza) van het kanton heeft op basis van deze evalutie het project Stärke in der Vielfalt/Fermezza en la diversitad (kracht in verscheidenheid)  2021-2024 aangenomen met het doel de meertaligheid te versterken.

Er zijn 80 concrete maatregelen op kantonaal niveau en maatregelen die zijn toegewezen aan de afzonderlijke taalorganisaties Lia Rumantscha (LR), Pro Grigioni Italiano (PGI) en de Fundaziun Medias Rumantschas (FMR), alsmede aan andere instellingen.

(Bron en verdere informatie: www.gr.ch/ www.bak.admin.ch).

De Gallizianmolen

Een van de oudste papiermolens van Bazel is nog steeds in bedrijf. De molen is in 1284 gebouwd voor een smederij.

Zij ligt aan de Albanteich in de wijk St. Alban. De Albanteich, aangelegd door monniken in 1150, is een kanaal dat is afgeleid van de rivier de Birs.

Het molenwiel, aangedreven door waterkracht, wordt tegenwoordig beheerd door het museum voor Papier, Schrift en drukkerij (Die Basler Papiermühle, Museum für Papier, Schrift und Druck).

Na de stichting van het klooster St. Alban in 1083 bouwden de monniken tal van molens en molenwielen voor de productie van graan, houtzagen, smederijen en andere toepassingen. In deze wijk zouden in de middeleeuwen 13 molens met in totaal 34 waterwielen worden gebouwd.

Vanwege het Concilie van Bazel (1431-1448) en de stichting van de universiteit van Bazel in 1460 ontstond een grote behoefte aan papier. Steeds meer molens werden voor de productie van papier ingezet.

De molen is genoemd naar Antonio Gallizian, een van de eerste papierproducenten van Bazel. Hij verbouwde de molen in 1453 voor gebruik voor de productie van papier.

St. Alban kanaal in Bazel

Bisschop Burkhard von Fenis (1040-1107) stichtte in 1083 het eerste klooster van de stad Bazel in de St. Alban-vallei (St. Albantal).

De monniken bouwden molens direct naast het klooster. Het water van een zijtak van de Birs werd omgeleid naar de molens voor de waterkracht. Zo ontstond de St. Albanteich (Dalbedyych in het plaatselijke Basler dialect).

Eeuwenlang bleef dit kanaal een van de belangrijkste water- en energieleveranciers in Basel. Deze energie dreef tientallen molens aan. Het kanaal werd ook gebruikt als waterweg waarlangs het meeste hout op vlotten de stad werd binnengebracht.

(Bron en verdere informatie: www.papiermuseum.ch).

Kasteel Neu-Bechburg

De burcht Neu-Bechburg (zie ook onder lokale geschiedenis) ligt boven het stadje Oensingen (kanton Solothurn) aan een tijdens de Romeinse tijd al belangrijke handelsroute.

Het kasteel is in de tweede helft van de dertiende eeuw gebouwd door de Freiherren van Bechburg. Daarna wisselen de bezitters al naar gelang het lot van de dynastieën, onder andere de Graven van Froburg, Nidau en Kyburg.

In 1415 koopt Bern het kasteel om het datzelfde jaar aan Solothurn te schenken als dank voor de hulp bij de verovering van Aargau in 1415 op de Habsburgers.

Met de inval van Frankrijk in 1798 kwam het kasteel in privé eigendom met wisselende bestemmingen.

Sinds 1975 beheert de stichting Neu-Bechburg het kasteel (www.neu-bechburg.ch).

De obelisk van Meyriez

Lord Byron 1788-1824) schreef in 1816:

„While Waterloo with Cannae’s carnage vies, Morat and Marathon twin names shall stand;
They were true Glory’s stainless victories,
Won by the unambitious heart and hand
Of a proud, brotherly, and civic band, … . ”

De slag bij Murten (Morat in het Frans, kanton Freiburg/Fribourg) was een van de beslissende wendingen in de Europese geschiedenis. Zij volgde op de slag bij Grandson van 2 maart 1476. De Confederatie (Eidgenossenschaft) van Zwitserse kantons versloeg het machtige leger van Karel de Stoute (1433-1477), de Hertog van Bourgondië.

Op 22 juni 1476 versloegen ze de Hertog nogmaals, nu bij Murten. Het jaar daarna verloor Hertog Karel (1433-1477) bij Nancy (5 januari 1477) niet alleen de derde veldslag, maar ook zijn leven.

De overwinningen van de Confederatie plaveiden de weg voor de opkomst van de Habsburgers. Maria van Bourgondië (1457-1482), de erfgenaam van Karel de Stoute en latere vrouw van Keizer Maximiliaan I van Oostenriijk (1459-1519), erfde namelijk de rijke Vlaamse en Hollandse gewesten.

De Franse koning was de andere profiteur. Zijn kleine en gammele koninkrijk was de meest geduchte concurr ent kwijt en het derde koninkrijk Bourgondië (na 443-534 en 888-1032) zou er niet komen.

De Eidgenossenschaft was de militaire grootmacht van haar tijd, maar in politiek opzicht een kleine Confederatie. Ze versloeg niettemin In 1499 (Schwabenkrieg) de Habsburgers.

De politieke overmoed leidde in 1515 tot de nederlaag bij Marignano tegen de Franse koning en het einde van hun militaire suprematie.

Het tijdperk van de Zwitserse huurlingen begon, een machtig leger van ongeveer 1.5 miljoen man tot 1848 (verbod in de Federale Grondwet).