Het kasteel van Neuchâtel, twaalfde eeuw. Foto: TES

Het Prinsdom en kanton Neuchâtel

Het gebied van het kanton Neuchâtel werd voor de komst van de Romeinen in de jaren 15-13 voor Christus bewoond door de Keltische stam Helveten.

Onder Romeins bestuur kwam de Civitas van de Helveten tot stand, het gebied van deze stam met een bestuurlijke status en bestuurlijk centrum in  Aventicum (het huidige Avenches) viel vanaf 90 n. Chr. onder de provincie Germania Superior.

Het gebied floreerde economisch in de tweede eeuw, gelegen aan de noord-zuid verbinding van het Romeinse Rijk door de Jura-passen tot in de Rijndelta en Engeland en de west-oost as door de rivier de Aare en de meren van Neuchâtel, Morat en Bienne.

Het is gedaan met de pax romana vanaf de tweede helft van de derde eeuw, wanneer Germaanse stammen de regio plunderen.

Kort voor de val van het Romeinse Rijk, in 443, wordt dit gebied deel van het Koninkrijk Bourgondië, dat de Romeinen installeerden om de Germanen tegen te houden.

Aan het einde van de vierde en begin vijfde eeuw krijgt ook het Christendom vaste voet onder de grond in deze regio. De kloosters Romanmôtier (c. 450), St. Maurice (516), St. Ursanne (635), en Moutier-Grandval (c. 640) worden gesticht.

De Franken, Merovingen, Karolingen, Bourgondische Koningen (888-1032) heersen in deze regio na het vertrek van de Romeinen in de vijfde eeuw.

Tijdens het Bourgondische koninkrijk wordt het eerste kasteel gebouwd (novum castellum, letterlijk nieuw kasteel, Neuchâtel of Neuenburg in het Duits).

De dynastie van de de Graven van Neuchâtel zal als sterke regionale heersers boven komen drijven in de twaalfde eeuw in het Heilige Roomse Rijk.

Zij laten het Collégiale Notre-Dame van Neuchâtel bouwen (1185). Het huidige (deels nog Romaanse) kasteel dateert ook uit deze tijd.

Neuchâtel werd in de veertiende eeuw geconfronteerd met de groeiende macht van de Hertog van Savoie, heerser het land  van Vaud (Le Pays du Vaud), dat grensde aan Neuchâtel.

Bovendien mengden de bisschoppen van Besançon en Lausanne, tot welke diocese Neuchâtel behoorde, zich in haar zaken.

Neuchâtel zou ook de macht van Bern gaan ondervinden en bovendien in de Bourgondische oorlogen van 1474-1476 de kant van de verliezer, de Hertog van Bourgondië, kiezen.

Daarna vererft het graafschap Neuchâtel van 1395-1504 aan de Duitse vorsten van Hochberg en Freiburg, van 1504-1706 naar de Franse (koninklijke) familie d’Orléans-Longueville en door een keuze van de drie standen vanaf 1707-tot (formeel) 1857 de protestante Koning van Pruissen.  Neuchâtel was ook protestants en bovendien lag Berlijn veel verder weg dan Parijs.

Napoleon benoemde in 1806 zijn generaal Louis Alexander Berthier (1753-1815) tot prins van Neuchâtel.

Nadat Napoleon en zijn generaal in 1813 van het Zwitserse toneel waren verdwenen, werd Koning Frederik Willem IV (1795-1861) van Pruissen weer Prins van Neuchâtel. Dit weerhield Neuchâtel er niet van als kanton in 1815 tot de Confederatie in 1815 toe te treden.

Pas in 1857 zou de Pruisische Koning zijn aanspraken opgeven. Net op tijd, want na 1864 zou Pruisen aan de lopende band gebieden annexeren en na de oorlog met Frankrijk in 1871 een nieuw keizerrijk in het leven roepen.