Belle van Zuylen wordt Isabelle de Charrière
3 augustus 2025
Dit atikel gaat over het leven en literaire werk van Belle van Zuylen tot 1771. Een artikel in de Nouvelle Revue Neuchâteloise van najaar 2025 gaat over haar werk en leven.
Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken is op 20 oktober 1740 geboren in slot Zuylen in het dorp Zuilen (provincie Utrecht). Haar vader baron Diederik Jacob van Tuyll van Serooskerken (1706-1776) was een belangrijke politicus in de provincie Utrecht en in de Staten-Generaal van de Republiek van de Zeven Verenigde Provinciën (Holland, Groningen, Gelderland, Utrecht, Overijssel, Zeeland en Friesland). De moeder Helena Jacoba de Vicq (1724-1768) was een telg van een Amsterdams regentengeslacht. De roepnaam van Isabella was vanaf het begin Belle.


Het woonhuis van Belle aan de Kromme Nieuwe Gracht 35 in de wintermaanden in Utrecht, met uitzicht op de Dom en vlakbij de Waalse (Pieters) kerk
De Republiek en de Eidgenossenschaft, Prinsdom Neuchâtel en Genève
De Republiek van de Verenigde Provinciën, de Zwitserse Confederatie (Eidgenossenschaft) van dertien kantons, de Republiek Genève en het (Pruisische) Prinsdom Neuchâtel onderhielden in deze periode nauwe culturele, economische, diplomatieke, militaire en religieuze betrekkingen.
In het leven van Belle speelden burgers uit Zwitserland vanaf haar jongste jaren een belangrijke rol. Genève was de hoofdstad van het Calvinisme, de dominante religie in de Republiek. Veel burgers van de Republiek woonden en studeerden voor korte of langere tijd op de Academie van Calvijn in Genève.
Gedurende de winter woonde de familie de mis bij in de Franstalige hervormde Waalse of Pieterskerk Kerk in Utrecht, in de zomer in de kapel van het kasteel. De familie van Belle was ook Calvinistisch, wat later nog een rol zou spelen bij een (afgewezen) huwelijkskandidaat.

Constant d’Hermenches met twee andere Zwitserse officieren in hun rode uniformen in dienst van de Republiek. Anoniem. Collectie: Slot Zuylen
Veel Zwitsers dienden bovendien in het leger van de Republiek. Belle zou met enkelen van hen, onder anderen met Constant d’Hermenches, een langdurige correspondentie en vriendschap onderhouden.

De Cent Suisses in de Republiek. Ze introduceerden klaverjassen in Zwitserland, onder de naam Jass

De Cent Suisses bij het Fête des Vignerons in Vevey, 2019
Ook maakte ze in deze tijd kennis met Henri de Sarraz, commandant van de beroemde Cent Suisses, de lijfwacht van de Stadhouder, zeg maar het equivalent van de Zwitserse Garde in het Vaticaan.

Een Zwitserse soldaat in blauw uniform in dienst van de Republiek. Collectie Landesmuseum Zürich
Bovendien waren Zwitserse diplomaten en officieren graag geziene gasten in Den Haag, de residentie van de Stadhouder, de Prins van Oranje, en de locatie van de Staten-Generaal, zeg maar de Tagsatzung van de Confederatie. Zowel de provincies, als de kantons waren soevereine republieken.
Het verschil heeft echter een naam: de provincie Holland en in het bijzonder de stad Amsterdam. De Staten-Generaal had weliswaar meer bevoegdheden dan de Tagsatzung. Vooral op militair (oorlogsvloot en leger) gebied, maar in feite bepaalde Amsterdam het militaire beleid.
Niet alleen veel militairen, maar ook veel Franstalige Zwitsers werkten als docenten, reisbegeleiders, gouverneurs en gouvernantes in de Republiek, ook in huize Van Tuyll van Serooskerken.

Nijmegen, het Bastion, maquette van een houtvlot, dat eeuwenlang vanaf Bazel de Rijn afvoer. Een getuigenis uit 1611: “Als ich 1611 im Früling mit Gottes hilff auff meinem Handwerck zu wandern auf den Rhenistrom hinabgezogen und zu Amsterdam angelangt, allda auch einen Meister gefunden“, uit de Reiseberichte (1624) van Samuel Braun uit Bazel, verwerkt in de roman van Helen Liebendörfer, Die Abenteuer des Samuel Braun. Als Schiffarzt nach Afrika (Basel 2023)
Op economisch gebied was er al eeuwenlang een vruchtbare uitwisseling van goederen en mensen via de Rijn. De kolossale houtvlotten die vanaf Bazel naar Rotterdam en Amsterdam voeren, specerijen uit Holland of hout en textiel uit Zwitserland zijn maar enkele van de vele voorbeelden. Amsterdam is gebouwd op palen van deze houtvlotten!
Op wetenschappelijk en cultureel gebied bestond ook een grote uitwisseling. Studenten en wetenschappers van de Universiteiten van Bazel en Leiden waren kind in elkaars huis, de Hollandse schilderkunst was ook in Zwitserland beroemd en diverse Zwitserse kunstenaars verbleven in de Republiek. Anderzijds inspireerde het Alpenlandschap Hollandse kunstenaars, zelfs zonder dat ze er geweest waren!

Het gele gebouw rechts is de eerste locatie van de Universiteit van Bazel
De jeugd van Belle
Belle had vier broers (Reinout Gerard (1741-1759), Willem René (1743-1839), Diederik Jacob (1744-1773) en Vincent Maximiliaan 1747-1794) en twee zusters (Johanna Maria (1746-1803), Geertruida Jacoba (1749-1749). Deze prominente en eeuwenoude adellijke familie woonde vanaf mei tot oktober op het kasteel en van november tot april in Utrecht.
In haar kinderjaren kreeg Belle de toentertijd gebruikelijke Franstalige opvoeding voor adellijke meisjes: godsdienst, schrijven, lezen, muziek, literatuur, tekenen, geschiedenis, aardrijkskunde, rekenen, schilderen en andere handvaardigheden.
Jeanne-Louise Prevost uit Genève was vanaf 1746-1753 haar gouvernante. Met haar verbleef ze vanaf augustus 1950 tot mei 1951 in Lausanne en Genève en op de terugreis in Lyon, Chambery en Parijs.
Bij terugkomst was ze tweetalig en, nog belangrijker voor haar literaire vorming, ze kwam in aanraking met Franstalige literatuur, toneel en muziekcomposities. die de gouvernante ook daarna onder de aandacht bracht. De brieven van Madame de Sévigné en werken van Rousseau, Voltaire, Racine, Molière, Corneille en andere grootheden stonden dagelijks op het programma.

Belle van Zuylen, 1771, kopie van gipsen origineel (huwelijkscadeau) door Jean Antoine Houdin (1741-1828). Het origineel bevindt zich in Neuchâtel. Collectie: Slot Zuylen
Niet alleen stimuleerde de gouvernante deze gebieden, maar ook ´jongensvakken´ zoals filosofie, meetkunde, wiskunde, natuurkunde of bouwkunde. Het was aan Belle welbesteed. De gouvernante ging in 1753 terug naar Genève, maar ze correspondeerden nadien nog intensief. Helaas is alleen de correspondentie van de gouvernante bewaard gebleven. Haar opvolger was de Zwitserse gouvernante Suzanne Girard-Trembley uit Genève.
Volwassenheid
Belle kreeg na 1755 ook andere dingen aan haar hoofd: het zoeken en vinden van een huwelijkspartner. Ten gevolge van haar eerste verliefdheid begon ze brieven te schrijven, het begin van haar correspondentie van ongeveer 2 600 bewaarde brieven. Deze brieven toonden al de invloed van Franse en soms in het Frans vertaalde Engelse literatuur, bijvoorbeeld van Samuel Richardson en diens Clarissa, or the History of a young Lady.
Behalve de zoektocht naar een huwelijkskandidaat was Belle ook op zoek naar haar plaats in de maatschappij en vooral haar persoonlijke ontwikkeling. Ze was zich weliswaar bewust van haar hoge afkomst en huwelijksverwachtingen met een heer van gelijke stand, maar wilde en kon haar leergierige en onafhankelijke karakter niet verloochenen.
Daar hebben we niet alleen een archief van ongeveer 2 600 bewaarde brieven aan te danken, maar ook krantenartikelen, romans, fabels, essays, toneelstukken, gedichten, enkele muziekcomposities en na de Franse Revolutie zelfs politieke pamfletten, alle Franstalig. De meeste literaire werken schreef ze na 1771 tot aan haar overlijden in 1805 verblijf in Colombier (kanton Neuchâtel).

Links: J. Maurer (1737-1780), Belle van Zuylen, naar een portret van Maurice Quentin de Latour (1704-1788), rechts: Helena Jacoba de Vicq, toegeschreven aan Belle van Zuylen. Collectie: Slot Zuylen
Haar eerste literaire publicaties verschenen in Franstalige publicaties in de Republiek en in Frankrijk. Haar zelfportret Zélide verscheen 1762 in de Mercure de France, Le Noble 1763 in de Amsterdamse Le Journal étranger combiné avec L’Année littéraire. Le Noble (de edelman)is een karikatuur op het leven van een edelman en toont de kritische geest van Belle, wat niet door iedereen in dank werd afgenomen en ook niet door haar vader, die de hele oplage opkocht!
In deze tijd waren er talrijke andere Franstalige publicaties in de Republiek, de Gazette d´Amsterdam, de Gazette d´Utrecht, de Gazette de la Haye, de Bibliothèque impartiale of de Bibliothèque des sciences et des beaux-arts bijvoorbeeld.

Afbeelding: Wikipedia
Bovendien waren Franstalige publicaties aanwezig in de bibliotheek van het kasteel of in het huis in Utrecht of op andere plaatsen, zoals delen uit de ´Encyclopedie van Diderot en d’Alembert’ , de Gazette littéraire de l’Europe of de l’Esprit des Lois van Montequieu. Daarnaast waren er Nederlandstalige uitgaven die Belle las, zoals de Opregte Haarlemse Courant en de Utrechtse Courant.
Belle las deze en andere publicaties om op de hoogte te blijven van de laatste politieke, literaire en culturele ontwikkelingen en besprak deze ook in haar correspondentie.
Als dochter van een aanzienlijk geslacht was ze vanaf 1755 een graag geziene gast op de soirees en andere gelegenheden van de betere kringen in Utrecht, Amsterdam, Den Haag of bij familie elders in het land.
Ze speelde klavecimbel en declameerde soms gedichten. Ook speelde ze rollen bij toneelvoorstellingen op deze privé-feesten. Kortom, ze was gearriveerd in de wereld van de beau monde. Het vinden van een geschikte huwelijkskandidaat was een belangrijk doel van deze bijeenkomsten, althans voor de ouders.

Jean Baptist Bonjour (1801-1882), portret van Baron de Constant de Rebecque, Heer van Villars-Mendraz et d ’Hermenches, 1839, kopie naar een origineel schilderij.
OP 28 februari 1760 volgde het eerste bal in Den Haag bij de stadhouder en zijn familie. Hier ontmoette zij de Zwitserse kolonel David-Louis, Baron de Constant de Rebecque, Heer van Villars-Mendraz et d ’Hermenches (1722-1785). De Baron was in dienst van de Republiek en tot 1775 correspondeerden ze zeer open over vriendschap, liefde, trouw, huwelijkskandidaten, hun gedichten en andere literaire werken, politiek, oorlog en vrede.
Het was delicaat om te corresponderen met een 17 jaar oudere gehuwde man en Belle verzocht hem alle brieven te vernietigen. Hij heeft dit gelukkig voor het nageslacht niet gedaan.
Belle verbleef in de lente en zomermaanden op het kasteel. Tegen de conventies in werkte ze in de tuin, bezocht boeren en ontwikkelde zich intellectueel, artistiek, als mens en als schrijfster, waarbij haar kritische waarnemingen in correspondentie en enkele werken tot uitdrukking kwamen. Het maakte het vinden van een huwelijkspartner er niet makkelijker op.

De hedendaagse tuin van Slot Zuylen
Een reeks Schotse, Duitse, Nederlandse, Deense en Franse kandidaten passeerde tot 1768 de revue, daaronder de Deense koning, Duitse prinsen en graven, Schotse Lords en veel edellieden uit de Republiek.
Hoewel het niet leidde tot een huwelijk, correspondeerden Belle en de kandidaten heel wat af. Een huwelijksaanzoek in de hoogste kringen was een tijdrovende aangelegenheid, zeker als de kandidaten ver weg woonden of op reis waren. De Poolse Graaf Pieter Dönhoff (1720-1764) en de schotse jonkheer James Boswell (1740-1795) behoorden tot de vele gegadigden.
De meest kansrijke kandidaat was van 1764 tot 1768 François-Eugène Robert Noyel, markies de Bellegarde (1720-1790). Hij was afkomstig uit Savoie en een generaal-majoor in dienst van de Republiek. Savoie was destijds een hertogdom binnen het koninkrijk Piëmont-Sardinië. Er was echter een probleem: Bellegarde was katholiek. En haar vader was niet te vermurwen.
Huwelijk
In juni 1768 diende zich echter een andere kandidaat aan, de Zwitserse jonker Charles-Emmanuel de Charrière de Penthaz (1735-1808). Hij was van 1763-1766 gouverneur van Belles broer Willem René. Het landhuis ‘Le Pontet’ van De Charrière ligt tussen de wijngaarden in Colombier (kanton Neuchâtel, destijds een prinsdom). De correspondentie tussen de twee begon met een brief van De Charrière.

Louis-Ami Arlaud-Jurine (1751-1829), Charles-Emmanuel de Charrière, 1781, Collection: Bibliothèque de Genève
Het klikte tussen Belle en Charles-Emmanuel, alleen diens financiële positie en lage adellijke afkomst waren minder voor de handliggend. Belles ouders twijfelden aanvankelijk, maar op 14 januari 1771 werd het huwelijkscontract getekend.

Op 17 februari trouwden ze in de kapel van kasteel Zuylen. Na diverse plichtplegingen en verblijf in Brussel en Parijs, kwam het paar in september 1771 aan in Le Pontet. Belle van Zuylen ging voortaan door het leven als Isabelle de Charrière.

Le Pontet in Colombier
Belle bezocht Zuylen en Nederland voor het laatst vanwege het overlijden van haar vader in 1776. Haar moeder was al in 1768 gestorven. In Zwitserland schreef ze de meeste van haar literaire werken, musiceerde en componeerde ze veel en kwam ze in contact met Zwitserse en Franse grootheden in Parijs en later als ballingen, waaronder Benjamin Constant (1767-1830), Voltaire (1694-1778) en Madame de Staël (1766-1817).
Naschrift
De schriftelijke werken van Belle van Zuylen en Isabelle de Charrière (dus geen pseudoniem) staan in hoog aanzien in Nederland, Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en diverse andere landen.
De (Franstalige) correspondentie van Belle van Zuylen is digitaal beschikbaar. Haar complete (Franstalige) oeuvre is in diverse banden verzameld. Nederlandse vertalingen zijn deels al beschikbaar. In Utrecht staat ze op de eerste plaats van het literaire canon, in 2004 is ze verkozen tot grootste Utrechter aller tijden, ze heeft een plaats in het Pantheon van het literatuurmuseum in Den Haag en diverse literaire prijzen, vele straten en andere locaties dragen haar naam. Zelfs de Universiteit van Parijs heeft in 2024 een leerstoel aan haar gewijd!
Het Genootschap Belle van Zuylen/ Association Isabelle de Charrière en het Huygens Insituut zijn de belangrijkste aanspreekpunten in Nederland.

De schrijfkamer (replica) van Belle in Slot Zuylen
Ondanks haar Internationale status van literaire grootheid en kritische maatschappelijke instelling, zelfs tegenover haar eigen stand, heeft het Nederlandse academische tribunaal ook haar veroordeeld vanwege koloniale betrokkenheid van haar en haar familie.
Hoewel er ten tijde van Belle nog geen koloniën waren, maar door garnizoenen beschermde handelsposten en ondernemers, ben je als ‘klasse’ al verdacht. Het doet sterk denken aan het communisme en zijn klassenvijanden.
Afgezien hiervan was ‘slavernij’ geen Europese uitvinding, maar al diepgeworteld in de maatschappij van de ‘koloniën’. De sultans in het voormalige Nederlands-Indië waren voor de komst van Europeanen al eeuwen slavenhouders. Hetzelfde geldt voor Afrika, Arabische landen of bijvoorbeeld Turkije.

Stamboom van het geslacht Van Tuyll van Serooskerken. Collectie: Slot Zuylen
Het middeleeuwse geslacht Van Tuyll van Serooskerken had bovendien zijn status en bezit niet aan ‘koloniën en slavernij’ te danken maar in de eerste plaats aan grondbezit. De opbrengst zijn de nakomelingen vervolgens deels gaan investeren in ondernemingen, waaronder handelsondernemingen en plantages in ‘koloniën’, in goede samenwerking met lokale machthebbers en ook slavernij.
Het is niet alleen anachronisme ten top, maar ook nog eens feitelijk onjuist om Belle te verwijten niet kritisch over slavernij bericht te hebben. Je kan haar dan ook verwijten niet over heksenverbranding, meedogenloze vervolging wederdopers, discriminatie Joden, homoseksuelen en katholieken, (kinder) arbeid in de textielfabrieken, uitbuiting veenboeren of schrijnende armoede in Utrecht geschreven te hebben.

De verzamelde literaire werken en correspondentie in Slot Zuylen
Belle had juist wel oog en vooral een kritische pen over de maatschappij, maar deze onderwerpen waren toen nog niet aan de orde. Anders kunnen we Cicero, Seneca, Socrates en gymnasia ook wel op de brandstapel gooien, allen slavenhouders en juridische vormgevers van slavernij (en vrouwendiscriminatie).
Misschien toch ook Sinterklaas, als bisschoppelijk symbool van eeuwenlange vrouwen-, homo-, Joden-, boeren- en arbeiders- en Moslimonderdrukking, progoms en kruistochten, heksen- en ketterverbrandingen en (hedendaagse) pedofilie en ander (sekuseel) misbruik maar ‘cancellen’ (oftwel afzeggen/verbieden in goed Nederlands)? ‘Zwarte Piet en Sinterklaas, allebei bestaan ze niet’, humor is echter niet besteed aan het land van activisten.
Misschien Karel de Grote als de grootste massamoordenaar op heidenen ook maar in de ban doen, of Thorbecke die niets van vrouwenkiesrecht moest hebben? Dit is het hyperige, oppervlakkige, activistische en politiek ingestelde academische en journalistieke niveau in Nederland, feitelijk een moralistisch en mede op het verkrijgen van subsidies gericht tribunaal.
(Bronnen: Huygens Instituut, Correspondentie Belle van Zuylen; K. Verboeket, Slot Zuylen, Oud-Zuilen, Amsterdam, 2003; K. van Strien, Belle van Zuylen. Een leven in Holland, Soesterberg, 2019; J. Bujard et autres, ‘Le Manoir du Pontet à Colombier’, in la Nouvelle Revue neuchâteloise, Hiver 2002, No 76).
