Willisau

De Keltische stam van de Helvetiërs bevolkte de streek van het huidige stadje Willisau (kanton Luzern). Na de Romeinse tijd (15 v. Chr. – 400 n. Chr.) kwamen de Alemannen, een Germaanse stam.

Het dorp in documenten uit de elfde eeuw voor als bezit van de graven van Aar-Gau. De Graven van Habsburg verwierven ‘Wilisow’ in de twaalfde eeuw, maar verpanden het in de veertiende eeuw aan de Baronnen Von Hasenburg. Deze Baronnen gaven het dorp aan het begin van de veertiende eeuw stadsrechten. Het stadje is in 1407 verkocht aan de stad Luzern.

Het fraaie centrum heeft veel monumentale gebouwen met ieder hun eigen historie. De twee toegangstorens (Untertor en Obertor), het stadhuis uit 1720, de Heilige Blut kapel uit 1674, het beroemde Urspungshaus van de Wissilauer Ringli, de middeleeuwse stadsmolen (Stadtmühle, 12e eeuw), de kerk St. Peter en Paul (1810), het kasteel (1695) van de landvoogd uit Luzern en op de heuvels de St. Nicolaas kapel uit de twaalfde eeuw. Deze kapel is het enige restant van de in 1386 verwoeste Burcht.

(Bron: www. willisau-tourismus.ch).

De Walser

De Walser zijn bewoners uit het huidige kanton Wallis die in de 13e en 14e eeuw om verschillende redenen hun land in het Duitstalige Boven-Wallis verlieten en elders, meestal in nog niet bewoonde gebieden, gingen wonen.

Nakomelingen van Walser zijn nog steeds te vinden in Noord-Italië, Oost-Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk en Liechtenstein.

De laatste decennia is veel onderzoek gedaan naar de herkomst en taal. De redenen voor de emigratie zijn echter nog steeds niet duidelijk. Overbevolking was waarschijnlijk een belangrijke oorzaak.

In Zwitserland vestigden Walser zich voornamelijk in Graubünden en ten noorden en zuiden van Bern. In Liechtenstein was de bestemming de Triesenberg. Daarnaast vestigden ze zich in Noord-Italië, Savoie en Oostenrijk.

Zij werden voor het eerst genoemd in een document uit 1355. De cultuur van deze kolonisten, boeren en veehouders is al eeuwenlang vrijwel onveranderd gebleven.

(Bron en verdere informatie: www.triesenberg.li, www.walser-alps.eu, www.wir-walser.ch).

Beestachtig! Vier tentoonstellingen

Van de oudheid tot heden hebben dieren en hybride wezens de mensheid begeleid.

Maar hoe is de verhouding tussen mens en dier hier en elders veranderd? Hoeveel macht vertrouwen we dieren toe? Hoe communiceren ze met elkaar en met mensen? Welke criteria en percepties bepalen de relatie tussen mens en dier? Waarom wordt deze relatie bijna altijd als ambivalent gekarakteriseerd?

Vier musea in Basel geven deze vragen in vier tentoonstellingen een gezicht:

De vier tentoonstellingen (zie ook de agenda):

beestachtig ! Dieren en  wezens in de Oudheid.  (tierisch ! Tiere und Mischwesen in der Antike(, 19 september 2021-19 juni 2022, Anitkenmuseum und Sammlung Ludwig Basel;

beestachtig ! Geen cultuur zonder dieren . (tierisch! Keine Kultur ohne Tiere), 27 augustus 2021-20 november 2022), Museum der Kulturen Basel;

beestachtig! De geluiden van dieren (tierisch! Der Klang der Tiere), 22 oktober 2021 – 25 juni 2022, Historisches Museum Basel;

beestachtig ! Van dier tot werkzame stof, (tierisch ! Vom Tier zum Wirkstoff), 3 december 2021 – 5 juni 2022, Pharmaziemuseum Basel.

(Bron en nadere informatie: www.tierischbasel.ch).

Thurgauer Zwaben worden Zwitsers

Thurgau wordt voor het eerst als een graafschap in het hertogdom Zwaben vermeld in de 9e eeuw. Na het uitsterven van de graven van Kyburg in 1264 erfden de Habsburgers de rechten.

Het middeleeuwse Thurgau was nog geen duidelijk afgebakende historische regio en omvatte grote delen van de huidige kantons St. Gallen, Zürich en het huidige Duitse bisdom Konstanz. Konstanz was het religieuze en economische centrum en de mensen in Konstanz en Thurgau beschouwden elkaar als een Zwaben.

De 15e eeuw was bepalend voor de politieke ontwikkeling van Thurgau. Vanaf het einde van de 15e eeuw werd de term Zwaben alleen nog gebruikt voor het noordelijke deel van de Bodensee, ten zuiden van de Bodensee werden bewoners als (Kuh) Schweizer geduid of Eidgenossen.

Dit heeft te maken met de verovering van Thurgau door de kantons in 1460. In 1648 scheidde de Zwitserse Bondsstaat en daarmee ook Thurgau zich af van het Heilige Roomse Rijk en behoorde ook de Zwabische identiteit formeel tot het verleden.

Deze Alemannen waren Zwaben en werden Zwitsers vanaf 1460.

(Bron: Th. Maissen, Geschichte der Schweiz, Baden, 2015).

De middeleeuwse Linde

Het oudste deel van het parochiehuis (Pfarrhaus) in Naters (kanton Wallis) stamt uit de twaalfde eeuw. In 1461 en 1661 is het gebouw uitgebreid. Het gebouw is een nationaal monument en staat tegenover de kerk en het ‘Beinhaus’.

De Linde voor het gebouw heeft deze verbouwingen meegemaakt. In 1357 wordt ze al in een oorkonde vermeld als  ‘magnam’ of groot. Ook de stenen rand aan de voet van de stam dateert uit deze periode.

Deze rand diende waarschijnlijk als podium voor bijeenkomsten van de ‘Zenden’, bijvoorbeeld bij rechtspraak. De fundamenten van de schandpaal zijn nog zichtbaar vlakbij de stam.

(Bron: www.naters.ch).

Naters, Saffraan en de Zwitserse Garde

Naters (kanton Wallis) ligt aan de rechteroever van de Rhône en is onder andere bekend vanwege de nabijheid van de Aletschgletsjer (het World Nature Forum in Naters is hier onder andere aan gewijd), het hotel Belalp uit 1858 en de Blattnerhof en het panorama over de Walliser Alpen.

Ook heeft dit dorp, want dat is het ondanks zijn verleden, veel gardisten voor de Zwitserse Garde in het Vaticaan geleverd. Het Gardemuseum is hieraan gewijd.

Het begon met een schenking van keizer van het Heilige Roomse Rijk Heinrich IV (1050-1106) in 1079. Hij schonk het dorp aan de bisschop van Sitten. Daarvoor was het dorp eigendom van het klooster St. Maurice.

Vanwege de ligging, aan de voet van de Simplon en de Oost-West verbinding, was Naters een strategisch belangrijke plaats. De omliggende dorpen Mund en Birgisch en kleinere gehuchten vielen ook onder het bestuur van Naters. De naam voor een gemeente was ‘Zenden’ in Oberwallis.

In de loop van de zestiende eeuw wordt het aan de andere, linker Rhôneoever liggende Brig echter steeds belangrijker en wordt de hoofdplaats van de Zenden. Tegenwoordig vormen Naters, Mund en Birgisch weer een zelfstandige gemeente.

Vermeldenswaard is de Saffraan uit Mund. Het is de meest noordelijke teelt in Europa en van hoog niveau. Het Saffraanmuseum (Safranmuseum) besteedt hier aandacht aan.

De ruïne van het Uf der Flüe kasteel, de Ornavasso toren, de Junkerhof, de Salzmann Stadel, het Lergjen huis, het Megetschen huis, het Supersaxo huis en andere gebouwen tonen nog steeds de toenmalige macht van de bisschop en de lokale (handels) elite in Naters.

(Bron en verdere informatie: www.naters.ch).

Bank voor Internationale Betalingen in Bazel

De Bank for International Settlements (BIS), Bank voor Internationale Betalingen (BIB in het Nederlands) werd opgericht in het kader van het Plan Young, dat op 20 januari 1930 door de Haagse Conferentie werd goedgekeurd. De zetel is van oudsher in Bazel.

Op dezelfde datum werd een overeenkomst over de oprichting van de BIB in Zwitserland ondertekend tussen de regeringen van België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan en het Verenigd Koninkrijk enerzijds en Zwitserland anderzijds.

Het Young Plan was bedoeld om voor eens en voor altijd een oplossing te vinden voor de kwestie van de herstelbetalingen die aan Duitsland (en in mindere mate aan zijn bondgenoten) waren opgelegd door het Verdrag van Versailles na de eerste wereldoorlog.

Met de kwestie van de herstelbetalingen achter de rug, richtte de BIB haar activiteiten op de technische samenwerking tussen centrale banken (met inbegrip van het beheer van reserves, deviezentransacties, internationale postbetalingen, gouddeposito’s en swapfaciliteiten) en op het bieden van een forum voor regelmatige bijeenkomsten van centrale-bankpresidenten.

De Raad van Bestuur van de BIB bestond uit de gouverneurs van de Nationale Banken van België, de Bank van Frankrijk, de Duitse Reichsbank, de Bank van Italië, de Nederlandse Bank, de Zweedse Riksbank, de Zwitserse Nationale Bank en de Bank van Engeland en vertegenwoordigers van de Bank van Japan.

Vanaf het begin ontwikkelde de BIB haar eigen onderzoek op het gebied van centraal bankieren en financiën. Het onderzoek van de BIB vond zijn weg naar het jaarverslag van de Bank, dat zich al snel ontwikkelde tot een toonaangevende publicatie op dit gebied.

In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog was de prioriteit van Europa het stabiliseren van de verschillende nationale munteenheden met het oog op de opheffing van de handels- en deviezenbeperkingen.

Toen de Benelux-landen, Frankrijk en Italië in november 1947 een eerste overeenkomst over multilaterale monetaire compensatie sloten, wendden zij zich tot de BIB om als technisch agent voor deze regeling op te treden. In september 1950 richtten 18 Europese landen een Europese Betalingsunie (EPU) op en benoemden de BIB tot haar agent.

Het Europees Fonds voor Monetaire Samenwerking (1973) en het Europees Monetair Stelsel (1979) werden vanuit Basel beheerd, waarbij de BIB de nodige technische ondersteuning verleende.

In 1988-89 kwam het Comité voor de bestudering van de Economische en Monetaire Unie, voorgezeten door Jacques Delors (1925), destijds voorzitter van de Europese Commissie, in Bazel bijeen en legde de technische grondslag voor het besluit van de Europese Raad om naar een volledige Europese monetaire unie toe te werken, zoals in 1992 bij het Verdrag van Maastricht werd goedgekeurd.

Met de invoering van de eerste fase van de monetaire unie eind 1993 werd het Comité van Presidenten vervangen door het Europees Monetair Instituut (EMI), dat vervolgens van Bazel naar Frankfurt verhuisde. In 1997 werd het EMI de Europese Centrale Bank.

Het uitbreken van de wereldwijde financiële en bankencrisis in 2008 versnelde de transformatie van de governance-structuur van het internationale financiële stelsel.

De crisis heeft geleid tot hernieuwde en sterkere nadruk op financiële stabiliteitskwesties.

Een ander aandachtspunt was het verstrekken van actuelere en relevantere financiële statistieken. De bankstatistieken van de BIB vormen al lange tijd een uniek middel om de belangrijkste kwetsbaarheden te beoordelen.

Als onderdeel van de voortdurende inspanningen om de statistieken te verbeteren, is in 2012 bij de BIB een centrale gegevensverzameling opgezet om nationale toezichthoudende autoriteiten beter inzicht te verschaffen over de kredietrisico’s van systeemrelevante banken.

Met deze initiatieven wil de BIB trouw blijven aan haar historische en huidige missie, namelijk het dienen van de mondiale gemeenschap van centrale banken, het bevorderen van hun onderlinge samenwerking en het bevorderen van de monetaire en financiële stabiliteit.

De BIB neemt ook juridisch een bijzondere plaats in. De besluitvorming vindt plaats achter gesloten deuren door de presidenten van de centrale banken, Ze komen zes keer per jaar bij elkaar. Ze financiert zichzelf en heeft immuniteit en staat los van nationale landen en regeringen.

(Bron en verdere informatie: Bank for International Settlements)

De folklore van Hérémence

Het dorp Hérémence in de Val des Dix (kanton Valais) is vooral bekend van de St. Nicolaas kerk uit 1971. Minder spectaculair, maar daarom niet minder vermeldenswaard, is de culturele vereniging Groupe folklorique l ’Alouette.

Deze vereniging, opgericht in 1950 brengt de folklore, lokale tradities en kleding weer tot leven. Ter gelegenheid van het zeventigjarig bestaan in 2020, vanwege Covid-19 gevierd in 2021, heeft ze de kleding van mannen, vrouwen en kinderen van de vallei van de afgelopen eeuwen gereconstrueerd en in een hedendaags perspectief geplaatst, inclusief lang in de vergetelheid geraakte huishoudelijke werken voor het maken en repareren van kleding.

De tentoonstelling vond plaats in de smidse, onderdeel van met museum d’Hérémence.

Het dorp Hérémence stond centraal in de opzet, waarbij de evolutie en continuïteit werden getoond. In de expositie kwamen hoedjes van vrouwen, kleding voor trouwen, begrafenissen en andere feestelijkheden en rouw, het dagelijkse leven, de zondag en andere hoogtijdagen aan de orde.

De vereniging heeft er zelfs een mooie catalogus/brochure aan gewijd: Eric Genolet (Rédaction), Tu mets le blantsè. Porter le costume d’ Hérémence dans le temps présent. Hérémence, 2021.

(Bron en verdere informatie: www.lalouette.ch).

Raron, Rilke en UNESCO

Raron (Ragogne in Frans) is een van de Zeven Zenden of Zehnden die Oberwallis bestuurden en in Unterwallis (Bas-Valais) heersten vanaf 1512-1524 tot 1798 (de Franse inval en de Helvetische Republiek).

De Heren van Raron bestuurden tot hun uitsterven in de vijftiende eeuw een gebied dat zich uitstrekte tot de Val d’Hérens.

Het stadje is tegenwoordig vooral bekend vanwege de kerk (Burgkirche) op de heuvel, gebouwd in 1512-1518, en het kerkje St. German. De fundamenten van deze kerk gaan terug tot de 9e eeuw.

De Duitse dichter Rainer Maria Rilke (1875-1926) is bovendien begraven op het kerkhof van de Burgkirche op de heuvel. De stad noemt zich daarom ook wel Rilke-stad.

Bovendien heeft Raron nog andere erfgoed. Het UNESCO- werelderfgoed Schweizer Alpen Jungfrau-Aletsch strekt zich ook uit tot het Bietschtal, waar Raron deel van uitmaakt.

(Bron: www.raron.ch).

Valère, Basilica minor en de Tourbillon

Valère en de Basilica minor

De woonhuizen van het kapittel van de kathedraal van Sion/Sitten (kanton Valais/Wallis) bevinden zich achter een verdedigingsmuur uit de elfde eeuw op de heuvel Valère/Valeria (Duitse naam).

De kerk op de Valère stamt uit de elfde eeuw en was tevens de laatste verdedigingspost.  In het interieur zijn unieke kunstwerken en meubels bewaard gebleven. Romaanse baldakijnen, prachtige fresco’s, een unieke collectie middeleeuwse schilderijen en het oudste orgel ter wereld (1437) dat nog steeds funcioneert. Paus Jean-Paulus II  (1920-2005) heeft de kerk in 1987 tot basiliek verheven.

De kanunniken woonden hier tot het einde van de 18e eeuw. Tegenwoordig herbergt het complex de Basilica minor, het Historische Museum van Wallis, een (middeleeuwse) tuin, de kapel, een molen, een schuur en een cisterne. Het complex is nog steeds eigendom van het kapittel.

De kerk in de 12e eeuw. Simulatie: Historisch Museum van Valais

De Basilica minor

Het orgel is een ‘Schwalbennestorgel’ uit 1435. Het is op grote hoogte aan een wand gemonteerd. Het is een van de oudste nog bespeelbare orgels

Impressies van het interieur

De molen

De Tourbillon

Tegenover de heuvel ligt de Tourbillon, tot de Franse tijd (1798-1813) de residentie van de bisschop van Sion, rechtsonder de St. Heiligenkapel