De Grand Tour van Zwitserland

Niet alleen de (constitutionele) geschiedenis, natuur, steden en dorpen, de (directe) democratie en het functioneren van de (autonome) kantons maken Zwitserland tot een interessant en bijzonder land.

De diversiteit van de (cultuur)landschappen op een relatief klein gebied is indrukwekkend. De zogenaamde “Grand Tour” van Zwitserland is een rondreis langs relevante plaatsen.

Deze tour is niet meer de reis van zonen (en soms een dochter) van (Engelse) aristocraten in de achttiende en negentiende eeuw, maar de moderne toeristische optie voor iedereen.

Het land heeft meer dan 40 pieken met een hoogte van meer dan vierduizend meter, maar ook veel grotere en kleinere meren en rivieren op een hoogte van enkele honderden meters. Reizigers vinden gletsjers en promenades met palmbomen in de aangrenzende kantons.

Grote kloven, zoals de Rijnkloof of de Viamala (Romaans voor slechte weg) in het ene kanton maken plaats voor heuvelachtige landbouwgebieden in andere kantons.

Ook bergpassen met smalle wegen, tunnels en talrijke viaducten voor spoor- en wegverkeer en brede autosnelwegen wisselen elkaar af. Onherbergzame gebieden en de landbouw liggen nooit ver van elkaar. De oudste abdijen liggen op dezelfde route als plaatsen met moderne architectuur en musea.

De moderne toerist vindt alles wat de Europese natuur en (cultuur)geschiedenis te bieden heeft op deze tocht.

Alles, niet alles. Volgens de Gletsjertuin (Gletschergarten) in Luzern is het al miljoenen jaren geleden dat Zwitserland aan en in zee lag.

(Meer informatie: www.myswitserland.com).

Najaarsconcerten op de Julierpas

De herfst in de bergen is een periode van stille melancholie, van de grote storm, van de stille avond, van vervagende liefde. De herfst in de bergen is rauw, helder, krachtig. De bossen wuiven in een roes van kleur. De nachten tonen hun sterren  in de eerste vrieskou. De bergtoppen koesteren zich in het late licht van de zon. Dan maken de herfststormen een abrupt einde aan de pracht. De winter bedekt de vermoeide wereld met een wit laken van sneeuw.

Origen’s bandmeester Clau Scherrer heeft tegen deze achtergrond een mooi herfstprogramma samengesteld. De nadruk ligt op Reto-Romaanse composities, koorwerken en liederen die betrekking hebben op deze facetten van de herfst.

De najaarsconcerten op 14, 15 en 16 oktober brengen in de Rode Toren (der Rote Turm) op de Julierpas zelden gehoorde liederen en grote, dramatische koorwerken ten gehore.

De componisten zijn afkomstig uit Graubünden en hebben al veel bijgedragen aan het Reto-Romaanse muzikale erfgoed.

(Nadere informatie: www.origen.ch).

Wandelen in de Jura

Een van de minder bekende regio’s op het gebied van natuurschoon en (sneeuw) wandelmogelijkheden in Zwitserland is het Juragebergte.

Deze bergketen strekt zich uit in de kantons Zürich, Aargau, Jura,  Solothurn, Basel-Landschaft, Bern, Neuchâtel, Vaud (waar zich ook de hoogste top van iets meer dan 1 700 meter bevindt) en Genève. Ieder jaargetijde heeft haar schoonheid, maar altijd is het de moeite waard in de Jura te (sneeuw) wandelen.

Het gebied is in de Jura neuchâtelois, bernois en vaudois zelfs relatief sneeuwzeker in de winter, ondanks de hoogte van maximaal 1700 meter. Het dorp La Brévine (Kanton Neuchâtel) op een hoogte van ‘slechts’ 1043 meter meet zelfs ’s lands  koudste temperaturen beneden de boomgrens.

De herfst biedt een kleurenpalet, dat een schilder, zelfs een impressionist, niet zo mooi kan weergeven. De natuur zelf is de kunst in de Jura, nog afgezien van de fraaie (middeleeuwse) stadjes, boerderijen en ander (Unesco wereld) erfgoed van mensenhand.

Een van de mooie wandeltochten gaat bij het dorp Herbetswil via de Wolfschlucht, de Obere Tannmatt (1154 meter), de Brunnersberg (1118 meter) en de Obere Wengi (929 meter) naar het dorp Matzendorf. Alleen het uitzicht op de gletsjers en 4 000 + bergen van de Alpen is al de moeite waard.

Aan de andere, noordelijke kant, liggen de uitlopers van het Zwarte Woud in Duitsland en de Vogezen in Duitsland. Deze tocht gaat door spelonken en andere rotsformaties, valleien, bossen en weiden en langs veeboerderijen.

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Bron en verdere informatie: www.sac-cas.ch).

De moedige tentoonstelling The Cost of Life in Bazel

De Britse kunstenaar en keramist Paddy Hartley kreeg van de farmaceutische onderneming Roche in Basel de opdracht een dubbeltentoonstelling te maken in het Tinguely Museum en het Pharmacy Museum in Basel naar aanleiding van het 125-jarig jubileum van het bedrijf.

De tentoonstelling is in zekere zin de voortzetting van het symposium en de discussie ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van Roche in 1971. Dit evenement, The Challenge of Life-Biomedical Progress and Human Values (De uitdaging van het leven – Biomedische vooruitgang en menselijke waarden), behandelde veel van de fundamentele vragen die de medische vooruitgang oproept. Voor patiënten, de samenleving en de farmaceutische industrie zijn deze kwesties nog steeds even actueel als voorheen.

Paddy Hartley

Paddy Hartley houdt zich al lange tijd bezig met deze vragen en ontwikkelingen, en hij koestert een diepgaande belangstelling voor het menselijk lichaam en de manier waarop patiënten die gewond of ziek zijn tegen hun lichaam aankijken. Hij maakt werken over medische en wetenschappelijke thema’s in een breed scala van media en materialen.

Zijn werken zitten vol (impliciete) vergelijkingen (en een gevoel voor humor) die moeten leiden tot een dieper begrip van de inspanningen van de mensheid om gezond te blijven en ziekte te bestrijden.

Zijn insipratie komt voort uit de gesprekken die hij in de loop van 25 jaar met patiënten en medici heeft gevoerd en uit zijn eigen ervaringen.

De tentoonstelling

De tentoonstelling, met inbegrip van de titel, verwoordt de overwegingen van de kunstenaar en zijn belangstelling voor de patiënten en de relatie tussen wetenschap, kunst en historische context. Ze vallen samen met de filosofie en de interesses van Roche.

De patiëntgerichte visie van de kunstenaar bestrijkt drie gebieden die betrekking hebben op de wijze waarop de biomedische wetenschap de maatschappij en het individu beïnvloedt van geboorte tot dood.

Het zijn: embryologie en het recht om leven te scheppen, de oorzaken en gevolgen van ouderdomsziekten en euthanasie en het recht om electieve behandelingen aan het einde van het leven mogelijk te maken.

De titel The Cost of Life verwijst niet specifiek naar de financiële kosten van het leven, hoewel die wel een rol spelen, maar houdt sterk verband met risico, een centraal thema in geneeskunde en onderzoek.

Hoewel het een tweetalige tentoonstelling is (Duits en Engels), kon de titel “The Cost of Life” niet adequaat in het Duits worden vertaald, vandaar de Engelse titel in de Duitse versie.

De tentoonstelling in het Tinguely Museum (zie ook de Agenda en de tentoonstelling in het Pharmacy Museum) richt zich op het begin van het leven, het einde van het leven, en de uitdaging om het leven aan jaren toe te voegen en niet jaren aan het leven. De kwaliteit van leven staat voorop in deze visie. Het begin en het einde van ons leven zijn immers de momenten waar mensen de minste controle over hebben.

De kunstenaar heeft deze thema’s vertaald naar de driedimensionale werkelijkheid door klei te gebruiken en keramiek te maken. Hij heeft ervoor gekozen overwegend gebruik te maken van wit en rood geglazuurde porseleinen klei, waar nodig aangevuld met metaal, glas en stof. Deze keuze is gebaseerd op de verbanden tussen farmacie en keramiek.

Door in de zestiende eeuw de faience-techniek uit de Arabische wereld over te nemen, kon de Europese apotheek voor het eerst tot bloei komen. Keramiek kon oliën, vetten en andere farmaceutische bestanddelen beter dan glas of ijzer in grote hoeveelheden bewaren.

De onderwerpen

Sommige kunstwerken verwijzen naar het succes van in vitro fertilisatie (IVF).

Andere richten zich op medische behandelingen aan het einde van het leven en euthanasie (The End….To be Continued). Ze stellen asurnen voor, sommige versierd met naalden van canules. Deze urnen kunnen niet worden vastgehouden. Ze kunnen niet omhelsd of aangeraakt worden.

Het idee voor dit stuk ontstond tijdens de Covid-19 pandemie toen de bezoekbeperkingen in ziekenhuizen en bejaardentehuizen streng waren. Mensen mochten hun familie niet bezoeken. Zij waren de nieuwe onaanraakbaren. Elke urn heeft subtiele variaties in vorm, schaal en oppervlak, waarmee wordt erkend dat we tegelijkertijd gelijk en verschillend zijn. Covid (en andere ziekten) maakt geen onderscheid. Andere urnen zijn ontdaan van naalden, om te benadrukken dat anderen toch hun dierbaren hebben kunnen ontmoeten.

Sommige werken (Ill Communication) zijn geïnspireerd door de invloed van het internet en de sociale media op wetenschapscommunicatie. Het internet als communicatiemiddel is een tweesnijdend zwaard: het verspreidt betrouwbare informatie en laat nepnieuws toe.

De kunstenaar ergert zich aan de obsessie van de maatschappij met schoonheidsbehandelingen en het (mis-) gebruik van reconstructieve operatietechnieken. De chirurgen die betrokken waren bij de ontwikkeling en toepassing van gezichts- en cosmetische chirurgie voor Amerikaanse en Britse militairen die gewond raakten in de Eerste Wereldoorlog, commercialiseerden hun vaardigheden kort daarna en creëerden zo de schoonheidschirurgie-industrie. Het werk ‘Looking Class‘ is een spiegel voor de gebruikers en de industrie van dit soort chirurgie.

De kunstenaar is altijd gefascineerd geweest door de Griekse mythologie. De Hydra’s symboliseren de zelfbeschadigende menselijke wezens die weigeren zich te laten vaccineren. Het onderdeel van dit werk heet HypoTrypanoPharmAlethephobia, een synthese van de namen van vier fobieën: hypochondrieën (angst voor ziekte), trypanofobie (angst voor naalden en injecties), Pharmacofobie (angst om medicijnen in te nemen) en alethefobie (angst voor de waarheid).  De tongen van de slangen worden voorgesteld door een naald, wat impliceert dat de naald niet bedoeld was om schade te berokkenen.

De kunstwerken Infinitiy Balance  zetten aan tot nadenken over de verstrekkende gevolgen van farmaceutica en de manier waarop ze worden voorgeschreven, vooral gezien de toename van het aandeel ouderen in de samenleving.

Retroperspective

Dit onderdeel richt zich op spirituele, emotionele, ethische en maatschappelijke aspecten:

Splint (de kracht van het gebed voor sommige individuen),

De Rosary of Rozenkrans (een commentaar op de aard van verslaving en afhankelijkheid van farmaceutica en religieus geloof),

Crown of Thorns (de houdingen van religieuze groeperingen ten aanzien van biomedisch onderzoek en de toepassing van medische technologieën),

Online (geïnspireerd door het besef hoe gemakkelijk zelfdiagnose en zelfvoorschrift tegenwoordig zijn),

Pain Killer (onderzoekt de dualiteit van angst voor medische hulpmiddelen en medische ingrepen),

de Aligera-serie (een creatieve uitweiding van plakjes lamshartweefsel),

Consequence (brandwerende kleding aan boord van oorlogsschepen tijdens de Eerste Wereldoorlog),

Make my move for me, will you, my love (Een samenvatting van zijn 15 jaar durend  onderzoek en het maken van werken over Britse militairen die gezichtsverwondingen opliepen in de Eerste Wereldoorlog en reconstructieve chirurgie van het gezicht ondergingen. Het is een van de belangrijkste inspiratiebronnen voor Paddy Hartley. Hij onderzocht en traceerde een groep van meer dan 5000 Britse militairen).

Golgotha (souvenir) is als reactie op de ontwikkelingen op het gebied van klonen en de ethische debatten rond deze technologie.

Papaver Rhoeas (Poppy of klaproos) is een kunstwerk dat hedendaagse opvattingen over herdenken aan de orde stelt, gebruikmakend van de klaproos als Brits symbool van de Eerste Wereldoorlog.

Conclusie

De tentoonstelling in het Tinguely Museum (en het Pharmacy Museum)  is niet alleen moedig, actueel, uniek en reflectief. Ze getuigt ook van het engagement van de kunstenaar en Roche om de relatie tussen patiënten, de maatschappij, de gezondheidszorg en de farmaceutische industrie te onderzoeken door kunst als medium te gebruiken.

Bron: Jonathan Steffen, The Cost of Life, Paddy Hartley, Bazel 2021; www.tinguely.ch).

 

Belle van Zuylen – Isabelle de Charrière

Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken, beter bekend als Belle van Zuylen, werd in 1740 geboren in Slot Zuylen te Utrecht.

Toen Belle van Zuylen op 30-jarige leeftijd trouwde met Charles-Emmanuel de Charrière de Penthaz (1735-1808), verliet zij het ouderlijk huis.

Zij verhuisde met haar man naar Zwitserland, naar Colombier (het huidige kanton Neuchâtel, in die tijd een vorstendom van de koning van Pruisen), naar het huis in Le Pontet. Zij woonde daar van 1771 tot haar dood in 1805. Na haar huwelijk noemde zij zich Isabelle de Charrière.

Het was in Colombier dat haar schrijverscarrière begon. Zij was eclectisch: romans, pamfletten, toneelstukken, opera’s (libretto’s en muziek) wisselden elkaar in snel tempo af. De productie in de revolutionaire jaren (vanaf 1789) is bijzonder rijk en gevarieerd. Het weerspiegelt haar veelzijdigheid en politieke en sociale betrokkenheid.

(Bron en nadere informatie: www.belle-van-zuylen.eu en www.charriere.nl).

Kerk en priorij van Baulmes

In Baulmes (kanton Vaud) bestond al in de 4e eeuw een priorij. Een houten kerk wordt vermeld in 627. De overblijfselen van een kapel herinneren aan de cultus gewijd aan Sint Michaël.

In 974 werd de priorij door koning Conrad van Bourgondië (925-993) aan de abdij van Payerne toevertrouwd. Dit klooster, dat eigendom was van de koninklijke familie van Bourgondië (888-1032), werd in het midden van de 10e eeuw aan Cluny geschonken.

De oudste pauselijke bevestiging van de bezittingen van het klooster van Payerne is die van Calixtus II (1060-1124), gedateerd 3 april 1123, waarin de kerk wordt vermeld.

In 1294 verbond de abt van Cluny de kerk met het klooster van Payerne. In 1369 werd Henri de Sivriez benoemd tot prior van Baulmes en Payerne alvorens prior van Romainmôtier te worden.

In 1536 bezette Bern de regio Vaud en werd de protestantse reigie opgelegd. De priorij verviel en er niets van overgebleven. De kerk is in 1821 en 1870 ingrijpend verbouwd.

(Bron: www.Baulmes.ch).

L’Étang des Royes

De Ven (Étang) des Royes en de steengroeve (Carrière) des Royes in Franches-Montagnes (kanton Jura) zijn twee opmerkelijke plaatsen. De steengroeve voor de winning van mergelachtig kalksteen dankt haar ontstaan aan de botsing van de continentale platen van Afrika en Europa 230 miljoen jaar geleden.

De Alpen en de Jura waren hiervan uiteindelijk het gevolg, omgeven door zeeën. Op de zeebodem ontwikkelde zich in de loop van miljoenen jaren deze kalksteen. Fossielen in het kalksteen getuigen van de aanwezigheid van zeeën.

Het ontstaan van de Étang des Royes is van aanzienlijke recentere datum. Ze is een restant van de laatste ijstijd, 10 000 jaar geleden. De vele waterbronnen in de Jura en deze regio in het bijzonder leidden ook tot de vorming van veengebieden.

Een graanmolen, aangedreven door waterkracht, was al 1589 aan de Étang des Royes gevestigd, evenals een fabriek voor dakpannen en stenen. Tegenwoordig is het een natuurgebied zonder industriële activiteiten.

De autonome regio Aostadal en zijn Romeinse verleden

De stad Aosta is de hoofdstad van de kleine Autonome Regio van de Aostavallei (Regio Valle d’Aosta).

In 1725 schreef een historicus: la Vallée d’Aoste ne doit être ni comptée, ni considérée comme une province du Piémont ou de la Savoie, mais comme un petit Etat intramontain, séparé des états voisins, avec des pouvoirs temporel et judiciaire indépendants, édictant ses lois et ayant ses propres us et coutumes.

  (het Aostadal moet niet worden gerekend of beschouwd als een provincie van Piemonte of Savoie, maar als een kleine intramontane staat, gescheiden van de naburige staten, met onafhankelijke wereldlijke en rechterlijke macht, die zijn eigen wetten uitvaardigt en zijn eigen gebruiken heeft). Ook in het huidige Italie heeft dit dal een aparte status.

Historie

De Salassiërs, een Keltische stam, bewoonden in de 1e eeuw v. Chr. de Aostavallei. Rome had meer dan een eeuw nodig om dit volk te verslaan.

De Salassiërs brachten de Romeinen rond 141 v. Chr. zelfs een bloedige nederlaag toe. Na hun overwinning, rond 25 v. Chr., bouwden de Romeinen een nieuwe stad, Augusta Praetoria Salassorum, het huidige Aosta.

Keizer Augustus, stichter van Augusta Praetoria, liet een opmerkelijke boog oprichten, een monument om de definitieve nederlaag van de Salassiërs te tonen en de stichting van de nieuwe Romeinse stad te vieren.

De Aostavallei werd na de val van het Romeinse Rijk in 476 achtereenvolgens bewoond door Visigoten, Ostrogoten, Vandalen, Bourgondiërs, Franken, Longobarden en Saracenen.

De Autonome Regio Valle d’Aosta was een van de eerste autonome regio’s van de in 1948 gestichte Italiaanse Republiek. De bevolking van Valle d’Aosta was de eerste minderheid in Europa die na 1945 autonomie in een nieuwe staat kreeg.

Aosta is niet alleen de hoofdstad van deze regio, maar ook een openluchtmuseum met tal van Romeinse, Romaanse en Romantische gebouwen en (historische) plekken.

(Bron: R. Berton, La Cité d’Aoste, Aosta 2009)

Impressies van Aosta

Het enige bekende overdekte  Romeinse theater

 

Locatie van het amfitheater

Het klooster

 

De triomboog van Augustus in renovatie

Oude Romeinse brug

   

  

Het (overdekte) Romeinse theater, model van het het amfitheater en gangenstelsel 

Natuurpark Thal

Het natuurpark Thal (kanton Solothurn) wordt gekenmerkt door zijn bijzondere geografische ligging.

Het natuurpark (139,39 km2) omvat drie dalen, drie Juraketens en heeft vier toegangen, waaronder de geologisch bijzonder indrukwekkende Klus in Balsthal en de Wolfschlucht Het natuurpark wordt geflankeerd door de drie passen Weissenstein, Passwang en Oberer Hauenstein.

Het dal wordt gekenmerkt door het landschap van de Juraplooiingen met de typische diep ingesneden dalen, de noordwand van de Weissenstein en de heuvels van de tweede en derde Juraketen.

Ook de grote bosgebieden, vooral aan de noordkant van de eerste Juraketen, zijn typisch voor natuurpark. Het Thal biedt een habitat aan talrijke (bedreigde) planten- en diersoorten.

Het natuurpark heeft acht verschillende gemeenten met in totaal ongeveer 14 000 inwoners: Aedermannsdorf, Balsthal, Herbertswil, Holderbank, Laupersdorf, Matzendorf, Mümliswil-Ramiswil en Welschenrohr-Gänsbrunnen.

(Bron en nadere informatie: www.naturparkthal.ch).

Zwitserse Stichting voor Fotografie

50 jaar geleden, op 4 mei 1971, werd in Zürich de Stichting (Fotostiftung Schweiz) opgericht. Het doel van de initiatiefnemers was de archieven van belangrijke fotografen te bewaren, een collectie op te bouwen en de fotografie als cultureel erfgoed onder de aandacht van het publiek te brengen, onder meer door tentoonstellingen en publicaties.

Een van de eerste tentoonstellingen was een eerbetoon aan Ernst A. Heiniger (1903-1993) in 1979. De Fotostichting beheert zijn archief en toont zijn werk voor het eerst in een uitgebreide overzichtstentoonstelling (Ernst A. Heiniger – Good Morning, World!).

Ook geschiedenis van de Fotostiftung  en de meest relevante documenten uit deze periode komen aan de orde.

(Bron en verdere informatie: www.fotostiftung.ch).