Die unterirdischen Mühlen Col-des-Roches Die unterirdischen Mühlen Col-des-Roches. Foto/Photo: TES

Wonder der natuur en kunst: de molens van Col-des-Roches

Nederland staat al eeuwenlang bekend als het land van polders, tulpen en molens. In Zwitserland ontbreken de tulpen, maar waterbouwkundige werken maken hier eveneens deel uit van een eeuwenlange geschiedenis van kanalisatie, het veranderen van stroomgebieden, het droogleggen van moerassige zones en zelfs het verlagen van het niveau van meren.

Zwitserse Watermolens

Op het eerste gezicht zou je kunnen denken dat er geen molens zijn (afgezien van de huidige windturbines). Maar schijn bedriegt. Het land telt duizenden molens, alleen zijn ze vanop afstand moeilijk te herkennen. Ze werken namelijk uitsluitend met waterraderen, aangedreven door de kracht van het water uit beken, watervallen en andere waterlopen. Van veraf lijken ze op grote of kleine boerderijen of magazijnen – terwijl het in werkelijkheid watermolens zijn.

Collectie: Museum Les Moulins souterrains du Col-des-Roches

De ondergrondse watermolens 

Bovendien hebben innovatieve ondernemers in de 16e en 17e eeuw ook ondergrondse molens aangelegd – dus onzichtbaar voor het blote oog. In 1555 dreven ondergrondse waterraderen bij het Lac de Taillères (kanton Neuchâtel) graanmolens en zagerijen aan. De ondergrondse raderen van de molens van La Ronde, in La Chaux-de-Fonds, waren al in 1489 in gebruik. De molenstenen en zagen waren daarentegen bovengronds opgesteld. Beide installaties zijn al lang buiten gebruik (Lac de Taillères in 1923, La Ronde in 1870).

Lithographie von Fritz Huguenin-Lassauguette (1842-1926), 1876. De vallei van Le Locle (rechts) en de Col-des-Roches (links). Collectie: Museum Les Moulins souterrains du Col-des-Roches.

De geschiedenis van watermolens bij Le Locle gaat terug tot de 14e eeuw. De Gros Moulin du Locle dateert van 1370; de heer van Valangin verkocht zijn molens in La Sagne, Les Brenets en La Chaux-de-Fonds in de 16e eeuw; en de Moulin de la Roche, bij de Saut-du-Doubs, werd in 1642 eigendom van Daniel Sandoz (1604–1668).

De eeuwenoude ondergrondse molens van Col-des-Roches

De eeuwenoude molens van Col-des-Roches daarentegen werden in de 17e eeuw volledig ondergronds ingericht – tot op meerdere tientallen meters diepte! Col-des-Roches, bij Le Locle (kanton Neuchâtel), is een rotsformatie die over miljoenen jaren werd gevormd door de opheffing van het Juramassief en door de werking van zeeën, gletsjers en smeltwater.

Les moulins in de 17e eeuw

Les moulins in de 19e eeuw

Col-des-Roches ligt op ongeveer 2 kilometer van Le Locle. In de zachte Jurakalk zijn talrijke grotten en verschillende beekjes ontstaan. Dit gebied was traditioneel moerassig en werd pas in de 20e eeuw drooggelegd. De beek de Bied werd in de 20e eeuw gedeeltelijk gekanaliseerd en stroomt nog altijd deels ondergronds, voordat zij in de Doubs uitmondt bij de Grotte du roi de Prusse – in het Lac des Brenets, nabij de Saut-du-Doubs.

Beroemde bezoekers

De ondergrondse watermolens waren in Europa een begrip. De filosoof Karl Viktor von Bonstetten (1745–1832) drukte het aan het einde van de 18e eeuw zo uit: “ les fameux moulins sont connus dans le monde entier”.

Collectie: Museum Les Moulins souterrains du Col-des-Roches

De naam ‘roi de Prusse’ (koning van Pruisen) verwijst naar het vorstendom Neuchâtel van de koning van Pruisen (formeel van 1706 tot 1857, hoewel Neuchâtel sinds 1815 kanton van de Confederatie is en sinds 1848 een republiek!). In de geschiedenis van de ondergrondse molens van Col-des-Roches duikt de naam van de prins van Neuchâtel meerdere keren op: als verleende concessies voor molens, als bezoeker van deze ondergrondse molens en in het kader van de regulering van de graanmarkt. Koning Frederik-Willem IV (1795–1861), prins van Neuchâtel, bezocht de grotten in 1842.

Ook verschillende Europese politici, schrijvers, ingenieurs en andere notabelen bezochten dit ‘wonder van natuur en kunst’ (zoals Frédéric-Samuel Osterwald (1713–1795)), onder wie de Venezolaanse vrijheidsstrijder Francisco de Miranda (1750–1816), prins Edward (1767–1820), hertog van Kent (vader van koningin Victoria), en Hans Christian Andersen (1805–1875).

De concessies voor Jonas Sandoz. Collectie: Museum Les Moulins souterrains du Col-des-Roches

Daniel en Jonas Sandoz

Daniel Sandoz verkreeg de concessies voor molens in Col-des-Roches, in de toenmalige gemeente Rochefort. Zijn zoon Jonas Sandoz (1626–1690) was vervolgens in 1659 de initiatiefnemer van het complex van ondergrondse molens met een graanmolen, een zagerij, een stampmolen en een oliepers. In de grot richtte hij ruimte in voor vijf raderstellen, verticaal boven elkaar geplaatst ter hoogte van de waterval van de Bied.

Wapen van de familie Sandoz. Collectie: Museum Les Moulins souterrains du Col-des-Roches

Daarvoor liet hij de grot verder uitgraven en tussen de niveaus watergoten (aquaducten) aanleggen. Elk raderstel was gekoppeld aan een molen – of, zoals de Raad van State van Neuchâtel het in 1663 verwoordde:

“….l y puisse bastir et construire tels harnois et engins qu’il trouvera à propos, et qui luy soyent le plus commodes, utiles et profitables, soit moulins raise, rebattre, huilière, et autres artifices”.

De bloetijd in de 18e eeuw

De eigenaar exploiteerde de molens niet zelf: hij verpachtte ze aan molenaars. Op het hoogtepunt, in de 18e eeuw, telde dit bijzondere en unieke project nog vier ondergrondse molens. De horloge-industrie, de textielnijverheid en de kantproductie luidden een fase van industrialisering, welvaart en immigratie in de regio in – met name in Le Locle, La Chaux-de-Fonds, de Val-de-Travers (asfaltmijnen!) en Cortaillod.

De vraag naar tarwe en hout nam daardoor sterk toe, maar aan het einde van de 18e eeuw bleven er nog slechts drie molens in bedrijf. Mevrouw de Gauthier, een vluchtelinge van de Franse Revolutie, vermeldt in (Voyage d’une Française en Suisse et en Franche-Comté. Depuis la Révolution):

Le moulin des Roches est situé à une quart heure de lieue du Locle dans une chaîne de montagnes, oû la nature a creusé une énorme caverne. Un ruisseau qui parcourt le vallon s’y précipite, et fait mouvoir aussi trois roues. Des escaliers taillés dans le roc, rendent ce voyage souterrain facile. Deux moulins servent à la mouture des blé ; le troisième au sciage des planches”.

Het einde in de 19e eeuw

Door de eeuwen heen volgden verschillende eigenaars elkaar op en brachten zij wijzigingen aan. De meest ingrijpende verandering was de installatie van turbines in de 19e eeuw. Maar dat veranderde niets: tegen het einde van de 19e eeuw waren de ondergrondse molens aan het einde van hun levensduur.

Langs deze schacht kwamen de boomstammen bij de zaagmolen

Het onderhoud van de molens vergde veel kapitaal en mankracht; de arbeidsomstandigheden waren zeer zwaar. Bovendien was de vochtigheid in de grot niet ideaal voor granen, en moesten de boeren hun gemalen meel zo snel mogelijk weer ophalen. Boven de graanmolens was een dak aangebracht om druppels en vocht te beperken. De stammen voor de zagerij kwamen via een ingang en een aquaduct tot bij de houtmolen.

De boer haalt gemalen graan op. Collectie: Museum Les Moulins souterrains du Col-des-Roches

In de 19e eeuw deden nieuwe technieken (elektriciteit en turbines) hun intrede, en waterkracht verloor snel aan belang. Daarna kwamen nieuwe vervoermiddelen (trein, auto). Die maakten het mogelijk om tarwe en hout goedkoop en snel over lange afstanden te vervoeren en te importeren, waardoor het belang van lokale productie en molens snel afnam.

Het museum Les Moulins souterrains du Col-des-Roches

Rond 1880 staakten de molens hun activiteiten, maar er diende zich een nieuwe mogelijkheid aan: de productie van elektriciteit. En in 1890 ging in Le Locle de eerste openbare straatverlichting aan dankzij de stroom die werd opgewekt door een waterkrachtinstallatie met een valhoogte van 90 meter, bij Col-des-Roches.

In die tijd waren de molens in de grot al vervallen, en in 1899 kreeg de grot een heel andere bestemming: een slachthuis. Door de constant lage temperatuur (7 °C) was de grot namelijk ideaal voor de verwerking en afvoer van dierlijke karkassen. Deze activiteit stopte definitief in 1966.

Na jaren van opruim- en graafwerkzaamheden opende het huidige museum op 1 juli 1987 zijn deuren. Het herbergt een permanente tentoonstelling, tijdelijke exposities en een parcours door de grot, waar men nog steeds de raderstellen en de ondergrondse molens kan zien.

(Bron en verdere informatie: Caroline Calame, Les Moulins souterrains du Col-des-Roches, Hauterive 2005; Les Moulins souterrains du Col-des-Roches).

Collectie: Museum Les Moulins souterrains du Col-des-Roches

Nieuwe wegen en de spoorwegverbinding van Frankrijk naar de Zwitserse Jura, eind 19e eeuw.

De Col-des-Roches, rond 1880. Collectie: Musée Les Moulins souterrains du Col-des-Roches

 27 septembre 1842, bezoek van de koning van Pruissen, prins van Neuchâtel