Tarasp

Napoleon heeft Tarasp in 1803 aan het kanton Graubünden toegewezen (Mediationsakte).

Voorheen was het gebied een enclave van de Habsburgers en om deze reden is Tarasp met zijn omliggende gehuchten in Unterengadin in meerderheid katholiek.

De beroemde minerale bronnen Luzius, Emerita, Bonifazius en Carola lagen vanaf de jaren 1860 ten grondslag aan de grote bloei van Tarasp.

De grote kuurhotels (Kurhaus Tarasp, Schweizerhof en Walhaus Hotel (afgebrand in 1989) werden gebouwd tussen 1875 en 1910, zoals overal in Graubünden het geval was.

Tegenwoordig is er geen vraag meer naar kuurtoerisme zoals van voor de Tweede Wereldoorlog, maar de natuur en sport- en andere vrijetijdsactiviteiten bieden nieuwe perspectieven.

De toegang tot het Nationaal Park, een prachtig wandel- en skigebied, een golfresort en het Museum Nairs zijn de nieuwe bestemmingen in het monumentale dorp en ook Scuol is niet ver weg.

(Bron en nadere informatie: www.tarasp.ch).

 

Grand Riom Palace in Villa Carisch

Hotel Waldhaus in Sils werd in de zomer van 1908 geopend. Het uitzicht over het meer van Sils en de Maloja-pas, de bergen en de vallei werden zeer gewaardeerd door de gasten, de beau monde van Europa in de Fin du Siècle.

Vele beroemde gasten, schrijvers, filmsterren, politici, kunstenaars, nouveau riche en oude aristocratie bezochten het hotel om te zien en gezien te worden. Het was de tijd van de bloeiende kuur- en gezondheidsindustrie, het winter- en zomertoerisme in Graubünden.

Veel andere hotels werden na 1850 gebouwd en vele zijn nog steeds te bewonderen, in dezelfde functie als hotel, met een andere bestemming of verlaten en niet in gebruik. Ze hebben alle gemeen dat ze zijn gebouwd in kleine dorpjes met een paar honderd inwoners.

De mislukkingen en nooit gerealiseerde dromen zijn veel minder bekend. Het kleine dorpje Riom stelt in Villa Carisch de droom van het Grand Riom Palace tentoon. De maquette toont de architectuur van wat het had kunnen zijn.

Charles Laurent Carisch (1882-1914), kleinzoon van Johannes Jacob Carisch (1820-1906), erfde van zijn vader Charles Auguste Carisch (1851-1906) het enorme fortuin dat Johannes als eigenaar van restaurants in Parijs had gegenereerd.

Hij wilde het paleis bouwen om het groeiende aantal toeristen te kunnen huisvesten. Als men vandaag de dag Riom bezoekt, is een paleis in zo’n klein dorp hoog in de bergen moeilijk voor te stellen.

Moritz of Davos waren echter soortgelijke dorpen aan het begin van de toeristische bloei en Charles Laurent had de visie, de architect en het geld, maar toen kwam de Eerste Wereldoorlog. Hij stierf als Franse soldaat in 1914 en met hem stierf de droom van het Grand Riom Palace.

(Meer informatie: www.origen.ch).

Aquae Helveticae of Baden

De Romeinse vicus (district) Aquae Helveticae, de latere stad Baden (kanton Aargau), dankt zijn stichting in Romeinse tijd (20 n. Chr.) aan de strategisch en politiek gunstige verkeersligging en de rivier Limmat, die als transportroute dienden en aan de waterbronnen, zoals de naam al aangeeft.

Het ontstaan van Baden is nauw verbonden met de oprichting van het legerkamp in Vindonissa (Windisch) rond 17 na Christus. De nederzetting was kuurcomplex voor soldaten en (Romeinse) burgers.

De Romeinse collectie in het monumentale Landvogteischloss in Baden, aan de oever van de Limmat toont behalve deze geschiedenis ook Griekse keramiek, muurschilderingen, mijlpalen, bronzen beelden, beeldhouwwerken, religieuze voorwerpen, munten, terra sigillata, ambachten, ambachten, mozaïeken en vele andere antiquiteiten.

(Bron, H.W. Doppler, Der römische Vicus Aqua Helveticae Baden, Baden, 1976).

Savognin, Surses en Park Ela

Het dorp Savognin is voor het eerst genoemd in 1154 in een document van de bisschop van Chur. Het dorp ligt in de vallei Surses en in Parc Ela, het grootste regionale natuurpark van Zwitserland.

In het dal getuigen restanten en  archeologische opgravingen van het gebruik van de Julier- en Septimer-passen in de Romeinse tijd.

Met het begin van het toerisme in het midden van de 19e eeuw nam het aantal reizigers dat het dorp passeerde aanzienlijk toe.

Aanvankelijk met paardenkoetsen en na de toelating van het autoverkeer in 1925 (bijna 25 jaar lang waren auto’s in Graubünden verboden) met de postwagen (Postauto). Het verkeer kruiste altijd de stenen brug uit 1682. De brug overspant de rivier Julia, een van de Hinterrhein zijrivieren.

Het dorp bleef katholiek tijdens de Reformatie (rond 1525-1530) en werd een van de bolwerken van de contrareformatie. De monniken bouwden in het kleine dorp maar liefst drie (barokke) kerken en pastorie. Dit maakte de Kerk tot de grootste werkgever van het dorp.

(Bron: www.valsurses.ch).

Deze regio in het kanton Graubünden herbergt niet alleen talrijke kunstschatten en nationaal erfgoed (de Karolingische kerk St. Peter in St. Mistail bijvoorbeeld), maar is ook een oude doorgangsroute van Noord naar Zuid en omgekeerd.

De Julierpas was al ten tijde van de Romeinen in gebruik en op de pas (2284 m.) zijn twee Romeinse zuilen de stille getuigen.

De Septimerpas is echter altijd een concurrent geweest, ook al ten tijde van de Romeinen. De  Septimerpas  leidt direct naar Bergell en  Italië, terwijl  na de Julierpas de Malojapas nog op de weg naar Bergell ligt.

Na de ingebruikname van de Splügenpas en de Gotthardpas in de dertiende eeuw  werden de Julierpas en de Septimerpas steeds minder gebruikt.

Door het opkomende toerisme en de verbreding van de Julierweg (Julierstrasse) in de  negentiende eeuw neemt de Julierpas en daarmee Oberhalbstein weer in  belang toe.

Vanaf Chur gingen talrijke postkoetsen over deze pas naar Oberengadin. Het Posthotel Löwen in Mulegns was een belangrijke rustplaats.

De opening van de eerste Gotthardtunnel in 1882 en de Albula-spoorlijn in 1903 maakten de Julierweg echter minder relevant.

Daar kwam nog bij dat in Graubünden tot 1925 een rijverbod voor auto’s gold. Pas in 1925 werd dit verbod door een referendum opgeheven. Voor de regio was het echter te laat en ze lag buiten de belangrijkste toeristische- en handelsroutes.

Tot de opkomst van het massatoerisme was Oberhalbstein of Surses in het Reto-Romaans in een diepe slaap verzonken. Dit veranderde vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw.

Vanaf Tiefencastel  (vlakbij  het Karolingische klooster van St. Mistail) gaat het via de kloof Crap Ses (of door de tunnel) naar het dal en het schitterende natuurpark Ela. Via Savognin, en Rona leidt de Julierweg vervolgens naar Mulegns en het Marmorera- stuwmeer.

Marmorera

Het plaatsje Marmorera is in  1954 in de golven verdwenen en elders herbouwd (na een referendum). Bivio is het laatste dorp aan de voet van de Julierpas. Bivio heette in de Middeleeuwen Stabulum Bivio, de stal op de splitsing (bi via). Met reden, want hier bestaat de keus van de Septimerpas, de Julierpas of de Stallerberg.

Bivio is een knooppunt van drie culturen en talen: de Duitsprekende Walser van Avers, het Italiaans van Bergell en het Reto-Romaans.

In Bivio zijn Duits en Reto-Romaans de voertaal al wordt er ook Italiaans gesproken, ook na de fusie met andere gemeentes in het dal (Cunter, Marmorera, Mulegns, Riom, Salouf, Savognin, Parsonz, Sur en Tinizong-Rona).

Deze gemeente heet Sures en telt ongeveer 2 500 inwoners.  Na het nemen van de Julierpass is Oberengadin bereikt.

Allegra

Parc Ela en Giovanni Segantini

Giovanni Segantini (1858-1899) maakte aan het eind van de 19e eeuw het landschap van Sursens in Graubünden beroemd. In Savognin vond hij het licht en de bergen die hem inspireerden.

De twee valleien Albula en Surses (Oberhalbstein) vormen vandaag de dag het Parc Ela, samen 21 gemeenten, voornamelijk gelegen in het gebied van het Reto-Romaanse Surmiran. Er wonen ongeveer 6.000 mensen. Het gebied is ook drietalig: Romaans, Duits en Italiaans. De bekendste bergpassen in Albula, Septimer en Julier.

Savognin, Bergün, Tiefencastel, Riom-Parsonz, Filisur, Bivio, Lenz, Tinizong en Alvaneu zijn de grootste gemeenten.

De regio kent ook veel kastelen, (romaanse) kerken (Mistail bijvoorbeeld) en prachtige Engadiner huizen in het Albulatal, Filisur en Bergün.

Het landschap toont de gevolgen van de vele aardverschuivingen, lawines en langdurige geologische processen.

Vele beekjes, landbouwgebieden, kloven, bergen en bossen vormen een vruchtbaar mozaïek voor een enorme diversiteit aan dier-, planten- en schimmelsoorten.

(Bron: H. Gredig (Hrsg), Parc Ela. Ein Wegweiser zu Natur un Kultur im Albulatal und Surses, Bern, 2009).

De Glacier Express

De reis van de zogenaamde Glacier Express voert over 291 bruggen en door 91 tunnels over de Zwitserse Alpen, van Zermatt en de Matterhorn naar St. Moritz. De trein vindt zijn weg door afgelegen valleien, steile rotswanden, bergdorpjes, door de prachtige Rijnkloof (die Rheinschlucht), de Grand Canyon van Zwitserland en beklimt op de Oberalppas van 2033 meter het hoogste punt van de reis.

De trein doorkruist ook het Albuladal en het indrukwekkende Landwasserviaduct. Een van de ingenieurs die het allemaal mogelijk maakte was Richard Coray (1869-1946). Hij ontwikkelde een systeem om de problemen bij de aanleg van de vele viaducten op te lossen.

Het onderhoud van deze viaducten is ook een enorme operatie en kunstwerk op zich, lijkend op de werken van Christo Vladimirov Javacheff of Christo (1935-2020).

(Bron en verdere informatie: www.glacierexpress.ch).

Benedikt Fontana

Om de steeds machtiger worden Habsburgers en hun belangstelling voor Graubünden in te tomen sloten gemeenten in Engadin, Bergün, Oberhalbstein en Chur in 1367 de Gotteshausbund, die in 1424 werd gevolgd door de Graue  of Obere Bund (gebied rond de Vorderrhein en Hinterrhein) en de Zehngerichtebund (elf gemeentes in Noord-Graubünden).

Ten tijde van de Schwabenkrieg in 1499 tussen de Eidgenossen en de Habsburgers viel keizer Maximiliaan (1469-1519) Engadin binnen met het doel het Münstertal en de passen te veroveren, onder andere de Umbrailpas als directe verbinding tussen Veltin en de Lombardije.

Dit leidde tot de slag bij Calven (Chalavaina in het Romaans) op 22 mei 1499, waarbij de legeraanvoerder Benedikt Fontana zich onderscheiden zou hebben door al stervende zijn troepen naar de overwinning te leiden.

Feit is in ieder geval dat  Maximiliaan verloor, niet alleen deze slag, maar de Schwabenkrieg, waarmee feitelijk een einde kwam aan de politieke en militaire macht van Habsburg in Zwitserland.

De Eidgenossenschaft zou in 1513 uitbreiden tot 13 leden. Ook zou deze overwinning tot een overmoedige veroveringstocht van oostelijke en centrale kantons in Lombardije en uiteindelijk de nederlaag bij Marignano leiden in 1515.

(Bron: T. Cavadini Canonica, A. Canonica, Das Engadin. Kurze Geschichte einer Alpinen Welt, Sondrio 2009).

De Rhaetische Alpenpassen

De Rhaetische Alpenpassen speelden hun historische rol vanaf de Romeinse tijd en de middeleeuwen tot ver in de 19e eeuw. Sinds de aanleg van tunnels, zoals de Vereina-tunnel, en het begin van het spoorwegtijdperk en het autoverkeer, hebben ze hun vroegere betekenis verloren.

Het grondgebied van deze passen valt samen met het huidige kanton Graubünden en het St. Gallen Rijndal, Liechtenstein, Vorarlberg, het district Landeck, de Vinschgau, Bormio, delen van de Veltins, het Urserendal en het Sarganserland.

Tegenwoordig zijn er 33 passen in dit gebied: Albula, Aprica, Arlberg, Bernhardin, Bernina, Chaschauna, Crispalt/Oberalp, Flüela, Fraele, Fuorn/Ofen, Julier, Krüzli, Kunkels, Lembra/Kisten, Lenzerheide, Livigno, Lukmanier, Lunghin, Majola, Muretto, Reschen, Saint-Luzisteig, San Marco, Scaletta, Schlappin, Segnes, Septimer, Splügen, Strela, Valserberg, Umbrail, Veptga/Panixer en Wolfgang.

De Splügenpas en de Septimerpas behoren tot de vroegste passen die in Romeinse literaire en historische bronnen te vinden zijn. De Bernhardin, de Julier, de Albula, de Ofen, de Reschen en andere passen komen pas voor in documenten uit de Middeleeuwen aan het einde van de dertiende, begin veertiende eeuw.

Het is echter een feit dat de Karolingische kloosters (c. 770-c. 843) langs de wegen van passen zijn gesticht. Het best bewaarde voorbeeld is nog steeds St. John in Müstair, opgericht na de campagne tegen de Longobarden in Noord-Italië rond 774.

Hospices waren aanvankelijk eenvoudige herbergen aan de voet van de passen. Ze worden pas sinds de 11e eeuw genoemd in documenten en werden gebouwd en beheerd door kerkelijke instellingen met als doel het geven van voedsel, onderdak, verzorging, hulp, voedsel en een stal.

Op de pashoogte zelf worden de eerste hospices pas sinds de 12e eeuw genoemd en tegen die tijd zijn het grote instituten geworden, die steeds verder werden uitgebouwd (Septimer, Lukmanier).

Het traditionele transportsysteem (het muilezelverkeer) duurde tot het begin van de 19e eeuw. Napoleon creëerde ook een nieuw tijdperk op dit gebied. Hij heeft de weg gemoderniseerd en passen voor zwaarder verkeer (lees kanonnen, soldaten en hun bevoorrading) geschikt gemaakt.

De passen en hun historische, economische en culturele betekenis bepalen nog steeds het beeld en identiteit van deze regio. (Bron: M. Bundi, Cr. Collenberg, Rätische Alpenpässe, Chur 2016).

Zwitsers Nationale Park

Het Zwitserse Nationale Park is gesticht op 1 augustus 1914 en was het eerste natuurpark in de Alpen.

Het ligt in het kanton Graubünden in de Engadin. Sinds 2010 vormt het samen met het regionale natuurpark Biosfera Val Müstair een door de Unesco beschermd Biosfeer gebied.

Het park staat ook mondiaal in hoog aanzien en valt wat betreft het beschermde gebied in de hoogste categorie. Het hoogteverschil binnen het bergachtige park is van 1 400 tot 3 173 meter (Piz Pisoc), er komen rond de 100 vogelsoorten voor, 36 zoogdieren, 650 planten en 28% van het schitterende park bestaat uit bossen.

Er is 80 km aan wandelpaden beschikbaar voor bezoekers.

Het bezoekerscentrum in Zernez biedt inzicht in de ontstaansgeschiedenis, geologische ontwikkeling, waterbronnen en beekjes, flora en fauna.

(bron en verdere informatie: www.nationalpark.ch).

De EU zou de Zwitserse Federatie toe moeten treden

Zwitserland moet geen lid worden van de EU, maar de EU moet toetreden tot de Zwitserse Confederatie.

Het land is in verband met het zogenaamde Rahmenabkommen gewaarschuwd: eens gegeven aan de EU blijft gegeven en de EU is nooit tevreden en over tien jaar komt de nieuwe eis: lidmaatschap of einde van het Rahmenabkommen of het institutionele verdrag.

Geen zinnig mens stelt de grote verdiensten van de EU ter discussie. Dat wil echter niet zeggen dat ze boven iedere kritiek verheven mag zijn. Integendeel.

Hervormingen

De EU is bijvoorbeeld niet tot hervormingen of zelfreflectie in  staat (daar ging het Brexit referendum over) en heeft geen zelfcorrigerend vermogen, het is geen parlementaire democratie, het kent geen trias politica, haar rechterlijke macht is  vooral een federaal politiek instituut.

Deze  EU is met name gebaseerd op subsidies (75% budget), overbetaalde bureaucratie, protectionisme en prestige, lucratieve baantjes en ambities van zelfbenoemde Grote Europeanen en  hun (nationale) clientèle netwerken.

De plannen voor eurobonds (in het typisch voor de EU eufemistisch ‘stabilisatiebonds’ genoemd, waar sprake is van de bodemloze transferunie) de transfer-, fiscale en economische unie en door de EU gesubsidieerde Frans-Duitse ondernemingen spreken voor zich.

Eigenschappen

Deze EU verenigt niet per se de goede eigenschappen van haar leden, maar verenigt vooral de slechte. De eurocratie naar Frans model, het Italiaanse monetaire stelsel, Nederlandse korte termijn gewin en opportunisme, de Poolse Landdag als model van het Europees parlement, corruptie,  gigantische (jeugd) werkloosheid, staatsschulden en grote bureaucratieën in (te) veel lidstaten, de middeleeuwse agrarische sector (ruim 40% budget EU), de structuurfondsen (10-15% onrechtmatig, tenminste 30% ondoelmatig) en de centralistische regelzucht beloven weinig goeds.

De EU en het wanbeleid van de ECB bedreigen haar sociale systeem en sociale cohesie, de woningmarkt, pensioenen en spaargelden.

De Basler Fasnacht

De Basler Fasnacht heeft in de loop der eeuwen vele veranderingen  ondergaan en haar huidige gedaante is het resultaat van  een permanente dialoog en contact met de maatschappij.

De Fasnacht ontdoet zich van  haar maskers en stelt zich kwetsbaar op op Bummelsonntag, de drie zondagen na Fasnacht.

Europese Unie

Als de EU niet meegaat met haar tijd, maar zich verbergt achter haar masker van  retoriek en propaganda en vasthoudt aan haar dogma’s, ambities en (megalomane) projecten wacht haar de implosie.

De EU verenigt nu van bovenaf het onverenigbare en de Europese burger ontstaat per richtlijn in de nieuwe Europese Heilstaat.

Iedereen die de EU een warm hart toedraagt zou zijn of haar kritische stem moeten laten horen.

Deze EU verdraagt echter geen (parlementaire) democratie anders dan haar eigen wereldbeeld, geen satire en is niet in staat tot (zelf) reflectie. Dat is het probleem.

Zwitserland moet goed bij zichzelf te rade gaan. Democratie laat zich nooit relativeren ook niet op Europees niveau.