De ijzermijnen van Valdera, Buffalora en de Ofenpas
10 augustus 2026
De naamgeving van dorpen, steden, rivieren, bergen en bergpassen heeft in veel gevallen een lange historie. In het viertalige Zwitserland met haar Keltische, Romeinse, Alemanische, Bourgondische, Habsburgse, vele lokale heersers en bisdommen, multiculturele en religieuze, industriële- en handelsachtergrond zijn echter veel namen te verklaren.

Een voorbeeld is de Ofenpas of de Pass dal Fuorn (kanton Graubünden). De Ofenpas ligt aan het begin van de Biosfera Val Müstair en bij het Zwitserse Nationale Park op 2 149 meter hoogte. Conrad Planta verkreeg op 25 november 1332 de licentie voor de ijzermijnen van Valdera op de berg Buffalora op 2300-2500 meter hoogte. Graubünden werd tot de 17e eeuw bestuurd door Habsburg respectievelijk de vorst van Tirol. De pas heette in deze periode nog de Pass da Valdera.

De ijzerertsmijnen wekten echter de belangstelling van de bisschop van Chur, en het bisdom verwierf ook rechten op de exploitatie. De exploitatie bereikte van de 17e tot de 19e eeuw haar hoogtepunt met vele mijnen.


De mijnwerkers woonden in de nederzetting Valdera, die later de naam Buffalora kreeg. Het huidige restaurant Buffalora en uitgangspunt voor excursies herinneren hier nog aan.

De Ofenpas
Deze mijnbouw leidde ook tot het verwerken van ijzererts tot ijzer in ovens. Daar ontleent de Ofenpas uiteindelijk haar naam, il fuorn in het Romaans, aan.
De vereniging Amis de las minieras brengt deze historie weer tot leven en heeft enkele mijnen weer toegankelijk gemaakt voor het publiek.
(Bron en verdere informatie:Amis de las minieras Val Müstair)
Biosfera Val Müstair






