De visser, zijn habitat en ambacht en het meer van Neuchâtel
7 januari 2024
Kunstenaar, jager, huisvader, echtgenoot, filosoof, milieudeskundige, mens van en voor de natuur en visser, al deze typeringen zijn van toepassing op Denis Junod uit Auvernier (kanton Neuchâtel). Junod is nog een van de weinige beroepsvissers aan het Meer van Neuchâtel.
In een onlangs verschenen biografie is zijn levensverhaal opgetekend: “De fils en père. Denis Junod” (Van vader op zoon. Denis Junod). Het boek is meer dan een biografie. Het is ook het verhaal van het Meer van Neuchâtel, de flora, fauna en de natuur.

Hauterive, Laténium, 12 oktober 2020. Denis Junod (l), Françoise Jeanneret-Gris (r)
Hij weet waar hij het over heeft als het gaat over de verandering en achteruitgang van het meer, de visstand, de flora en fauna.
“C’est comme si nous n’avions pas compris que l’humanité et tous les écosystèmes font partie du même arbre’. L’humanité appartient à ce système global, mais elle agit comme si elle lui était extérieure”.

Denis Junod (rechts) in zijn pêcherie in Auvernier aan de oevers van het meer van Neuchâtel.
Hij is geboren in 1953 in La Côte-aux-Fées in kanton Neuchâtel. Deze naam is afgeleid uit het franco-provençal faie of faye. Het meer was ver weg en niets wees op een bestaan als visser. Zijn kinderjaren bracht hij door in de bossen en weiden.
In deze tijd ontwikkelde hij wel zijn gevoel en beleving voor de natuur. Zijn eerste kennismaking met het Meer van Neuchâtel en de visserij was bij het plaatsje Saint-Aubin, waar zijn vader in de horloge industrie werkte. Zijn vader was een enthousiaste amateur-visser en natuurmens en hij inspireerde Denis om in en met de natuur te leven.

In deze tijd, rond 1960, zaten er nog veel forellen in het meer en was het zelfs de meest gevangen vis. Drie decennia later was de populatie sterk afgenomen.
De familie Junod verhuisde rond 1963 naar het plaatsje Serrières aan het meer. Op het gymnasium leerde hij poëzie, literatuur, filosofie en historie kennen en waarderen. Een gesprek met hem begint zomaar bij Karolingische of Romaanse kunst, de Habsburgers of Racine en eindigt met actuele politieke en culturele gebeurtenissen.
Ze zijn altijd zijn gids en leidraad in het dagelijkse leven en het interpreteren van de realiteit gebleven. Met deze bagage doorgrondt hij de (lokale) politiek en maatschappij en weet deze in de (historische) context te plaatsen.
Als kunstenaar heeft hij schilderijen gemaakt die hij zelf als Art brut typeert. De cultuur van de Maya en Inca inspireerden hem. Afbeeldingen van schilderijen uit 2004 in het boek zijn de getuigen.
Junod is eigenlijk een symbool van de uitstekende beroepsopleidingen in Zwitserland en het grote respect dat de bevolking heeft voor ambachtslieden, boeren en vissers. Dit is een van de pijlers van de sociale cohesie en het Miliz systeem.
Als jager kent hij de liefde voor dieren en zorg voor de natuur. Na zijn middelbare school wilde hij dan ook maar één ding: het meer op en visser worden.

Na een stage bij een visser in Saint-Aubin huurde hij in 1973 zijn vissershut in Auvernier en kreeg hij de vislicentie van het kanton. Hij zit er nog steeds. In het wapen van Auvernier staan niet voor niets een vis en druiven. Auvernier was in deze tijd nog een vissersplaats en wijnbouwdorp en de vissers stonden in hoog (politiek) aanzien.
De visserij is nog steeds zijn passie, werk, ervaring en manier van leven. De natuur is zijn universum.
“J’ai une spiritualité sans Dieu. Ou bien: j’appellerais Dieu la grande matrice universelle qui régit le monde du vivant. Je ne crois pas au Salut que nous propose la religion. Quand je suis sur le lac, je sens cette force universelle qui nous enveloppe tous. Ma foi est là, au sein de cette nature féconde. Le lac est ma cathédrale”.
In zijn beroep heeft hij van alles meegemaakt, bekeuringen, rechtszaken en conflicten met de politie en overheid (“Un anarchiste respectueux”), slechte tijden en goede tijden, tragedies van verdronken vissers en het genieten van de prachtige zonsopgang – en ondergang van het bergpanorama van Les Trois Bernoises, les Dents du Midi en de Mont Blanc in het zuiden en in het noorden de Jura.

De huidige toestand van de natuur en het Meer van Neuchâtel baren hem uiteraard ook zorgen. De visstand, flora en fauna zijn onder andere door menselijk toedoen sterk achter uit gegaan, wat hij dagelijks merkt.
Hij is echter een optimist en heeft vertrouwen in het aanpassingsvermogen van de mens, als de natuur (wetten) maar wordt gerespecteerd. Terug naar de basis is zijn credo voor het behoud van de natuur:
“Dans nos sociétés occidentales hypertechnologiques, l’intelligence est liée à la réussite scolaire. Dans d’autres sociétés, l’intelligence est une question d’adaptation à un milieu donné. Le savoir-faire, le respect des aînés, l’utilisation d’outils spécialisés et l’agilité, c’est dans les sociétés indigènes premières qu’on les trouve. Leur intelligence est liée à la survie du groupe. Les livres ne sont pas les seules fournitures de l’intelligence. La nature m’en a appris bien bien plus. Toute est relatif“.
(Bron: Françoise Jeanneret-Gris, De fils en père. Denis Junod, Bière 2020. De citaten zijn afkomstig van Denis Junod en staan in dit boek).

