Een korte geschiedenis van Avers
20 augustus 2025
Het onderste dalgedeelte (Campsut, Campsur, Cröt en Platta) was in de Romeinse tijd bewoond, terwijl het bovendeel tussen Cresta en Juf alleen als weidegrond diende. Een aanwijzing voor deze bewoning zijn de van oorsprong Romeinse namen die nog steeds worden gebruikt.
De eerste schriftelijke vermelding van Avers (kanton Graubünden) is te vinden in het statutenboek van de stad Como uit het jaar 1289 in verband met de vestiging van huursoldaten uit Wallis in het dal Avers.

Avers hoorde tot het midden van de 14e eeuw bij het graafschap Scham. De gemeente Avers had in 1396 een eigen zegel. Dit toont een springende steenbok, wat wijst op de verbondenheid met het Gotteshausbund.
Tussen 1520 en 1525 gingen de inwoners van het dal over tot de Reformatie en kozen tijdens de Bündner Wirren (1619-1639) de Frans-Venetiaanse kant.

Voor de bouw van de weg naar Avers-Cresta als afsplitsing van de Splügenweg in de “Roffla” in de jaren 1890-1895 bestond er tussen Schams en Avers slechts een muilezelpad.


In de jaren 1958 tot 1962 is de bouw van de stuwdam en de krachtcentrales in het Val di Lei voltooid en is de weg tot het dorp Avers-Juf verlengd. Door deze verbeterde ontsluiting bloeide ook het toerisme op.



Avers-Juf
Als gevolg van de afgelegen ligging bleef Avers sinds de 14e eeuw gespaard van oorlogstochten en verwoestingen en zijn de cultuurhistorisch waardevolle, deels tot in de 16e eeuw teruggaande bouwwerken en de oorspronkelijke nederzettingsstructuren grotendeels bewaard gebleven.
Indrukken uit Avers









