Die Felsengalerie unter dem Rhein. Foto/Photo: TES

Een Zwitsers verhaal in de Rofflakloof

Eeuwenlang hebben de Zwitsers bruggen op de meest onmogelijke plaatsen gebouwd, rivieren getemd en tunnels en spoorwegen aangelegd midden in de bergen.

Een van de meest opmerkelijke initiatieven is echter de bouw van een rotsgalerij onder de Rijn, de Hinterrhein, aan het begin van de 20e eeuw. Het doet enigszins denken aan de ijsgrot in de Rhônegletsjer bij de Furkapas, die ook door een lokale inwoner is gecreëerd!

Het museum in het Gasthaus

Maria (1869-1941)  en Christian Pitschen-Melchior (1862-1940). Collectie museum in het Gasthaus

Dit verhaal is ook een Zwitsers verhaal: emigratie of het zoeken naar werk in het buitenland (zoals talloze ondernemers, banketbakkers, huurlingen in buitenlandse legers of gouvernantes voor de kinderen van rijke families), heimwee, ondernemerschap en innovatie.

Aandenken voor Christian Pitschen-Melchior op zijn rots

En in het museum

De herberg in de Roffla-kloof (Rofflaschlucht) bestaat al vele generaties. Eeuwenlang was de weg die langs de herberg loopt de enige manier om de Alpen, de Splügenpas of de Sint-Bernardinopas over te steken naar Italië. De herberg was daarom een rust- en verblijfplaats voor mens en paard. Dit voorzag de familie van een solide inkomen.

Toen aan het einde van de 19e eeuw de Gotthardspoorweg en naderhand nieuwe verkeerswegen werden geopend, verminderde het verkeer zienderogen. Het jonge paar Christian en Maria Pitschen-Melchior had spoedig nog maar een minimaal inkomen. Ze besloot 1890 naar Amerika te emigreren. De ouders van Christian bleven en zorgden voor de weinige gasten en de kleine boerderij.

Eenmaal aangekomen in New York zochten en vonden Christian en Maria werk. Het gezin werd echter steeds groter en het was een armoedig bestaan. Christian werkte ook een tijd als dienaar voor een Engelsman.

Hij reisde met hem door Amerika, onder andere naar de Niagara watervallen. Hij realiseerde zich dat een waterval een toeristische bestemming was en dat er geld aan verdiend kon worden.

Na deze reis dacht hij vaak aan deze waterval, omdat hij wist dat er thuis in de Rofflakloof ook een waterval was, maar die kon hij alleen horen omdat er geen pad de kloof in liep.

Toen zijn ouders hem een brief schreven waarin stond dat ze de herberg niet meer konden beheren vanwege hun leeftijd, besloten de emigranten naar huis terug te keren.

Eenmaal thuis begonnen ze zich een weg te banen door de kloof, aanvankelijk alleen met handboren en hamers! Vanaf 1907 tot 1914 werkten ze in de winter (in de zomer op hun kleine boerderij) in de kloof en brachten in totaal 8000 explosieve ladingen tot ontploffing. Maar het vergde veel uithoudingsvermogen en kracht om de explosiegaten in de harde rots te hameren.

Ter illustratie: Uit het boek ‘M. Rettich, Die Geschichte vom Wasserfall, Glarus 2015’. Afgebeeld is echter een houtboor in plaats van een handboor, die ongeveer 1 meter lang is en met twee personen wordt bediend.

In 1914 kwam de doorbraak en de rotsgalerij onder de Hinterrhein waterval was een feit. In de daaropvolgende jaren kwamen steeds meer mensen naar de herberg en betaalden om de indrukwekkende Rofflakloof en zijn rotsgalerij onder de Rijn te bezoeken.

En dit is vandaag de dag nog steeds het geval. De toegangsprijs was 1 CHF in 1914 en is 5 CHF tegenwoordig. Het Gasthaus is daarmee ook gered, want vele bezoekers drinken of eten er na of voor een bezoek.

Sinds een paar jaar worden de wintermaanden ook gebruikt om nieuw textiel voor de herberg en voor de verkoop aan bezoekers te produceren. Na vele generaties is de familie nog steeds eigenaar van de herberg aan de Roffla-kloof, de rotsgalerij sinds 1914 en een textielweverij sinds een paar jaar.

Christian Pitschen-Melchior, zijn vrouw Maria, hun kinderen en de generaties die volgden verdienen het om genoemd te worden. Want waar anders in Zwitserland, Duitsland, Liechtenstein, Oostenrijk of Nederland was het mogelijk om al in 1914 onder de Rijn door te lopen?

(Bron en verdere informatie: Gasthaus Rofflaschucht)