Constitution 1874 (Referendum). National Museum Zurich. Photo/Foto: TES.

Een weldadige democratie

De Grondwet van 1848 is nog steeds de basis van het moderne Zwitserland. De Grondwet, deels gebaseerd op het Amerikaanse model, legt de confederale status van het land, zijn kantons en communes vast en de rol die de burgers daarin spelen.  De laatste grote revisie van de Grondwet vond plaats in 1999.

Stabiliteit

De samenstelling, werkwijze en verkiezing van de regering zijn al een zekere veiligheidsklep om een clientèle systeem en achterkamertjespolitiek te voorkomen.

Er zijn slechts zeven ministers (vastgelegd in de Grondwet), het staatshoofd wordt jaarlijks door het parlement gekozen uit deze ministers voor een periode van maximaal een jaar en alle ministers zijn volstrekt gelijkwaardig (collegialiteitsprincipe). Een dominante premier of Eerste Minister bestaat feitelijk en constitutioneel niet. Alle (zeven) ministers zijn gelijkwaardig en spreken naar buiten toe met een stem (collegialiteitsprincipe).

Bovendien wordt de regering gekozen door het parlement in een verenigde zitting van beide kamers gekozen. De regering is samengesteld op basis van de Zauberformel van een vertegenwoordiging van de vier grootste partijen in een verdeelsleutel van 2:2:2:1.

Sinds 1959 is deze samenstelling van linkse en rechtse partijen (socialistische tot de burgerlijk-conservatieve)  vrijwel onveranderd, de zogenaamde Konkordanz.

Het referendum en het volksinitiatief

Het referendum en het volksinitiatief (Volksinitiative), ingevoerd in 1874 en 1891, zijn een extra waarborg om de burgers over de schouders van de politiek en het bestuur direct mee te laten kijken.

De politiek zal dus altijd eerst op zoek moeten naar een zo’n groot mogelijke consensus aan de basis.

Daarnaast is de burger de soeverein: Nee is Nee (zoals bijvoorbeeld in 1992 toen 50,3 % tegen EU-toetreding stemde) en Ja is Ja. De burgers en politiek zouden niet meer zonder willen en kunnen, omdat de burger de politicus is en omgekeerd in het Zwitserse militie-systeem (Milizsystem).

Een van de meest in het oog springende voorzieningen van de Grondwet is het referendum, dat bij de Grondwetswijziging van 1874 is ingevoerd, en bij aanvulling in 1891 het volksinitiatief.

Referenda

Zwitserland heeft het aangedurfd in 1874 een referendum in te voeren als blijk dat het zijn eigen burgers vertrouwt en respecteert.

Er zijn twee soorten referenda. Het optionele referendum en het verplichte referendum.

Een verplicht referendum is nauwkeurig in de Grondwet omschreven, onder andere bij wijzigingen van de Grondwet en internationale/Europese verdragen. De absolute meerderheid van landelijk uitgebrachte stemmen en de absolute meerderheid in de senaat, een ‘dubbel ja’ zijn een voorwaarde voor aanneming.

Een optioneel referendum vindt plaats wanneer 50 000 burgers hierom verzoeken binnen 100 dagen na publicatie van nieuwe wetgeving. De absolute meerderheid van landelijk uitgebrachte stemmen geldt.

Het referendum heeft de kracht van een veto. De grote kracht van een referendum is de politieke discussie die plaatsvindt, de betrokkenheid van de burgers en maatschappelijke organisaties die het oproept en uiteindelijk de consensus die wordt bereikt.

Dit systeem veronderstelt de aanwezigheid van kwaliteitsmedia en betrokkenheid bij de burgers. Beide voorwaarden zijn vervuld, mede omdat de burgers én politiek weten dat de burger altijd het laatste woord heeft en de ministers van de federale regering altijd direct door het parlement op individuele basis worden gekozen door politieke- en taalgrenzen heen.

Niet alle referenda zijn even zinvol en sommige zelfs kansloos, maar het geeft de burger altijd een stem.

Volksinitiatief

Daarnaast hebben de burgers de mogelijkheid zelf een aanpassing of wijziging van de Grondwet te verzoeken. Kiesgerechtigde burgers kunnen op basis van steun van 100 000 burgers een verzoek indienen een wijziging in de Grondwet aan te brengen.

Dit verzoek kan de grote lijnen bevatten of een gedetailleerd voorstel. Het komt voor dat er zelfs een tegenvoorstel van de regering komt, zodat de burgers tussen twee versies kunnen kiezen. Ook hier geldt dat de politiek gebonden is aan de uitkomst.

De absolute meerderheid van landelijk uitgebrachte stemmen en de absolute meerderheid in de senaat, een ‘dubbel ja’ zijn een voorwaarde voor aanneming.

Conclusie

Het referendum en het volksinitiatief zijn voor een volwassen en goed functionerende democratie een effectieve methode de burgers en de politiek met elkaar te verzoenen.

De burgers kunnen politici nooit falend beleid in de schoenen schuiven, omdat ze dan zelf gefaald hebben. De burgers zijn zelf de politici. Het land, de maatschappij, de burgers, economie, cohesie én de politiek varen er wel bij.