In de tentoonstelling (Schatzfunde – versteckt, verschollen, entdeckt) gaat het Historisches Museum Basel op zoek naar de spectaculairste vondsten uit de regio Basel. Te zien zijn schatten van de bronstijd tot het heden uit Noordwest-Zwitserland, de Elzas en Zuid-Baden.

De tentoonstelling begint met een definitie: schatten zijn waardevolle voorwerpen die bewust zijn verborgen en niet meer zijn opgegraven. Andere archeologische vondsten zijn niet bewust verborgen en niet per se waardevol. Ook andere aspecten van de schattenjacht komen aan bod, zoals methoden, wetten en de motieven van de oorspronkelijke eigenaars.

De bekendste schatzoeker is misschien Indiana Jones, maar de zoektocht naar schatten in deze regio was vaak ook een avontuur met magie en geestenbezwering tot in de 18e eeuw.
Vaak waren het echter toevallige vondsten, totdat de professionele archeologie zich ontwikkelde in de 19e eeuw. De humanisten van de 16e eeuw waren de voorlopers, zoals Basilius Amerbach (1533-1591) en zijn zoektocht naar de Romeinse schat van Augusta Raurica.


De Romeinse zilverschat van Kaiseraugst
Er worden recente vondsten en 21 eerdere ontdekkingen gepresenteerd. De focus ligt niet alleen op de schatten zelf, maar ook op hun historische, culturele en religieuze context en de vaak verbazingwekkende verhalen over hun ontdekking. Een hoogtepunt is de Romeinse zilverschat van Kaiseraugst, een van de grootste van Europa.

De tentoonstelling begint met vondsten uit de bronstijd (2200-800 v. Chr.) in Habsheim (het bronzen depot), in Biederthal (de hakbronzen), in de Rijn (rivier-vondsten), Basel (het bronzen depot van de Elisabethenschanze), gevolgd door de (Keltische) ijzertijd (800-30 v. Chr.), met vondsten in Saint-Louis (de goudschat van Saint-Louis), in Füllinsdorf (de Keltische schat), in Basel (de vondst uit de Basel-Gasfabriek. Met meer dan twee miljoen vondsten is deze voormalige Keltische nederzetting sowieso een archeologische hotspot), in Nunningen (het Keltische munten-depot) en in Reinach.

Reinach, het scherventapijt van Reinach bestaat uit meer dan 70.000 fragmenten, waaronder 164 stukken van een kegelhalsvat, 800-620 v. Chr.

De Dolfijn, Augusta Raurica, waarschijnlijk deel van standbeeld van Neptunes
De Romeinse tijd (52 v. Chr.-476 n. Chr.) is vanzelfsprekend gewijd aan Augusta Raurica (de inscriptieplaten, het grote bronzen depot en de zilverschat van Kaiseraugst), maar ook aan het legioenskamp Vindonissa (het cultusdepot), het bronzen beeld uit de Romeinse villa van Munzach en de beeldjes uit Waldenburg.

De middeleeuwen tot de vroege nieuwe tijd (1050-1800) tonen vondsten in Bazel (de muntenpotten van de Nadelberg), in Colmar (de schat van Colmar), in Oberschopfheim (de zilveren munten) en in Ammerschwihr (de schat van Trois-Épis).
Ook in de moderne tijd (19e tot 21e eeuw) zijn er verborgen en ontdekte schatten. De tentoonstelling toont onder andere de klokken uit de kapel van kasteel Angenstein, de schatvondst van Läufelfingen, de rooftochten van een kunstdief en schatten in de Rijn. De interactieve en goed gedocumenteerde tentoonstelling is tot 28 juni te bezichtigen.
Indrukken van de tentoonstelling



Schatzoeken, magie en bijgeloof, inclusief strafrechtelijke processen tot de 18e eeuw

Christophorus, patroon van schatzoekers



