Kunstmuseum Basel, Medardo Rosso. Die Erfindung der modernen Skulptur. Foto/Photo: TES

Beeldhouwer, fotograaf en meester van kunstzinnige ensceneringen en een voorbeeld voor talloze kunstenaars, revolutioneerde Medardo Rosso (1858–1928) rond 1900 de beeldhouwkunst. Ondanks zijn grote invloed is de kunstenaar vandaag de dag (te) weinig bekend. De tentoonstelling Medardo Rosso. Die Erfindung der modernen Skulptur (Medardo Rosso. De uitvinding van de moderne sculptuur) beoogt hierin verandering te brengen.

De uitgebreide retrospectieve in het Kunstmuseum Basel biedt de gelegenheid om Rosso’s werk te ontdekken in een overzichtstentoonstelling met ongeveer 50 plastische werken en ongeveer 250 foto’s en tekeningen. Het is ook een kans de ontwikkeling van de moderne sculptuur opnieuw te onderzoeken.

Hierdoor ontstaan er generaties overschrijdende ontmoetingen van Rosso’s tijd tot heden, waaronder werken van Constantin Brâncuși, Edgar Degas, Eva Hesse, Meret Oppenheim, Auguste Rodin en Alina Szapocznikow, Francis Bacon, Phyllida Barlow, Louise Bourgeois, Isa Genzken, Alberto Giacometti, Richard Serra, Georges Seurat, Andy Warhol, Francesca Woodman, Umberto Boccioni, Miriam Cahn, Giorgio de Chirico, Marcel Duchamp, Henry Moore, Meret Oppenheim, Odilon Redon en andere kunstenaars.

 

De tentoonstelling, die in samenwerking met het mumok (Museum moderner Kunst Stiftung Ludwig Wien) is ontstaan, maakt het mogelijk om zijn radicale en media-overschrijdende verkenningen van vorm (en vormloosheid), materiaal en techniek te volgen. Nog vóór het Italiaanse futurisme, dat zich ook op Rosso beriep, pleitte hij voor een radicale en fundamentele breuk met de traditie.

“Medardo Rosso is ongetwijfeld de grootste levende beeldhouwer”, schreef Guillaume Apollinaire (1880-1918) in 1918 in het Parijse tijdschrift L’Europe nouvelle na een atelierbezoek aan de kunstenaar. De Italiaan (Turijn) Rosso woonde vanaf 1889 drie decennia in Parijs en keerde in zijn laatste levensjaren terug naar zijn thuisland Italië.

In Parijs legde hij niet alleen contacten met de impressionisten, maar leerde hij ook Auguste Rodin (1840–1917) kennen, met wie hij voortaan werkte aan een radicale herdefiniëring van de beeldhouwkunst. Hij schreef ook talrijke kunsttheoretische teksten.

Om verouderde ideeën over representatie, productie en perceptie te overwinnen, was volgens hem een fundamentele “verlevendiging” van de beeldhouwkunst nodig: “Er is geen schilderkunst, er is geen beeldhouwkunst, er is alleen een ding dat leeft.”

De menselijke maat, de gefragmenteerde en daardoor intiem ogende enscenering en de bewegende, onscherpe randen van zijn figuren staan in contrast met de eisen van een monumentale sculptuur, zoals die destijds gangbaar was, en daarmee ook met eeuwenoude beeldhouwtradities.

Rosso volgde ook op thematisch en materieel niveau soortgelijke doelen: in plaats van heldenverhalen wijdde hij zich steeds meer aan de mensen van het dagelijks leven en creëerde werken die probeerden de essentie van een vluchtig moment vast te leggen.

Voor zijn figuren gebruikte Rosso naast brons ook vergankelijkere materialen zoals was en gips, die tot dan toe in de beeldhouwkunst meestal alleen voor ontwerpen of als hulpmiddelen werden gebruikt. Door hun zachtheid en vormbaarheid geven ze een vluchtige indruk – een reden waarom zijn sculpturen ook als de sculpturale versie van het impressionisme werden gevierd.

Vanaf 1900 betrok Rosso fotografie systematisch in zijn ontwerpproces. Hij fotografeerde zijn figuren en stelde de opnamen samen met zijn sculpturen en werken van tijdgenoten en kopieën van kunstwerken uit andere tijdperken tentoon als ensembles. De ruimte rondom de werken werd door deze enscenering onderdeel van het geheel van de sculptuur.

Rosso hechtte waarde aan het in relatie, in “conversatie”, treden met zijn omgeving, zoals hij het formuleerde: het bijzondere moment vastleggen waarin het motief plotseling naar voren komt en affectief werkzaam wordt.

(Bron en verdere informatie: Heike Eipeldauer (Hrsg.), Medardo Rosso. Die Erfindung der modernen Skulptur, Köln, 2025; Kunstmuseum Basel; Museo Medardo Rosso; Museum moderner Kunst Stiftung Ludwig (mumok).