Van Frobenius tot Picasso

Een van de vragen over kunst is de vraag naar haar oorsprong. De ontdekking van grotschilderingen uit het Paleolithicum aan het einde van de 19e eeuw heeft de ideeën over de oorsprong van de kunst fundamenteel veranderd.

De etnoloog Leo Frobenius (1873-1938) en zijn team schilderden kopieerden tussen 1913 en 1950 vele prehistorische rotstekeningen.

Deze tekeningen van dieren, mensen en gemengde wezens waren een sensatie en ze werden tentoongesteld in Europese en Noord-Amerikaanse musea, reeds in 1931 in Zürich en in 1937 in New York.

De tentoonstelling (Kunst der Vorzeit – Felsbilder der Frobenius-Expeditionen) toont 120 werken, die getrouwe reproducties zijn van de originelen in grotten en op rosten.

Vanaf de vroegste bekende grot- en rotstekeningen, zo’n 40.000 jaar geleden, tot heden wordt de ontwikkeling van de kunst op een aanschouwelijke wijze in beeld gebracht.