Cattle Descent Brigels/Breil, 8 September 2018. Photo: TES.

De Alpabzug in Graubünden

Sinds de 11e en 12e eeuw is er in grote delen van Europa, waaronder Zwitserland, sprake van een groei van de stedelijke ontwikkeling.

Steden  groeiden (onder andere Genève, Zürich, Bazel, Chur) of werden gesticht (onder andere Bern en Freiburg).

Tijdens deze periode veranderde ook de agrarische sector. In Centraal-Zwitserland en Graubünden maakte de schapenhouderij steeds meer plaats voor rundvee.

Van 1630 tot het einde van de 19e eeuw daalde het aantal schapen in dit gebied met de helft, terwijl het aantal runderen sterk toenam. Het landschap laat dit ook zien, het is in feite één weidetapijt.

De boeren zijn gespecialiseerd in het houden van vee en de koe was de belangrijkste dier. Het rundvee en de kaasproductie werden in de loop van de 15e eeuw steeds meer bepalend voor de identiteit van de Zwitserse Confederatie of Eidgenossenschaft.

De “Kuhschweizer” werd een scheldwoord in de context van de politieke en militaire strijd tussen Habsburgse vorsten en de republikeinse confederatie.

Koeien (en huurlingen) werden een symbool van federale deugdzaamheid. In de 18e eeuw kreeg de positieve beoordeling van de pastorale economie brede erkenning op het Europese continent, het idyllische Zwitserland.

Het jaarlijks terugkeren van het vee uit de malse Alpenweiden, soms tot 2200 meter hoogte, is nog steeds een feest in de dorpen van Graubünden (en andere Alpengebieden).

De koeien en hun begeleiders gaan in september weer het dal in, vaak langs een steil en eeuwenoud aangelegd pad, zoals de in 1645 in de rots van de Flimstein gehouwen Scala Mola weg.

De boeren en koeien zijn dan de helden van de dag. (Bron: J. Mathieu, Die Alpen. Raum, Kultur, Geschichte, Stuttgart 2015).