Neutral und doch beteiligt – Die Schweiz im Zweiten Weltkrieg Lausanne, 1939. Die Generalmobilmachung. Schweizerisches Nationalmuseum / ASL

Zwitserland tijdens de Tweede Wereldoorlog: even neutraal als betrokken

 Zwitserland bleef gedurende de hele Tweede Wereldoorlog militair neutraal. Economisch gezien was de situatie echter veel complexer. Vanaf 1943 maakten vooral de gebeurtenissen aan de zuidgrens duidelijk hoe moeilijk het was dit evenwicht te bewaren.

 Inleiding

Toen op 1 september 1939 de Tweede Wereldoorlog uitbrak, kondigde Zwitserland de algemene mobilisatie af. Ongeveer 430.000 soldaten en 200.000 leden van verschillende ondersteunende diensten werden opgeroepen. Nadat Duitsland Denemarken, Noorwegen, België, Nederland en Frankrijk was binnengevallen, volgde in mei 1940 een tweede algemene mobilisatie. Zwitserland bereidde zich serieus voor op de oorlog, maar probeerde die tegelijkertijd koste wat kost te vermijden.

Als neutraal land trachtte de Zwitserse Confederatie zoveel mogelijk buiten het conflict te blijven. Ondanks haar streven naar zelfvoorziening was zij echter niet autarkisch en bleef zij afhankelijk van economische betrekkingen met het buitenland. Zo had het land Duitse steenkool en Duits ijzer nodig, evenals Italiaanse havens voor de invoer van overzeese goederen.

Tussen 1940 en 1942 verliep bijna 85% van de Zwitserse overzeese import via Italiaanse havens, waarvan ongeveer 70% via Genua. Het ging vooral om essentiële levensmiddelen, zoals graan.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd elk beschikbaar stuk grond gebruikt voor de productie van voedsel. Het Tonhalleplein — tegenwoordig de Sechseläutenplatz — in Zürich, in 1940. Bron: Baugeschichtliches Archiv Zürich

Na de nederlaag van Frankrijk in de zomer van 1940 veranderde de situatie in Zwitserland radicaal. Het land kwam steeds sterker in de greep van de agressieve asmogendheden Duitsland en Italië. Toen ook het tot dan toe onbezette deel van Frankrijk in november 1942 werd ingenomen, was Zwitserland volledig door deze mogendheden omsingeld.

Een vierde landstaal als politiek symbool

 Anders dan tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen sympathieën voor de verschillende oorlogvoerende partijen Zwitserland deels langs taalgrenzen had verdeeld, vertoonde het land eind jaren dertig een veel sterkere samenhang tegenover zijn totalitaire buurlanden.

De erkenning van het Reto-Romaans als vierde landstaal in 1938 onderstreepte deze wil tot nationale zelfbevestiging en soevereiniteit: 91,6% van de kiezers en alle kantons keurden het besluit goed. De taalkundige verscheidenheid moest niet als een zwakte worden beschouwd, maar als een onderdeel van de Zwitserse identiteit.

Noch de aansluiting van de Duitstalige gebieden bij Duitsland, noch de Italiaanse aanspraken op Ticino kregen veel politieke steun.

Achteraf gezien had Zwitserland op bepaalde gebieden een ander beleid moeten voeren, met name wat betreft het terugsturen van Joodse vluchtelingen. Toch gaf het land vooral blijk van zijn vastberadenheid om zijn neutraliteit en nationale onafhankelijkheid te behouden.

Vanaf 1939 werd de situatie steeds precairder. Na de val van Frankrijk moest Zwitserland serieus rekening houden met een Duitse of Italiaanse invasie. Het verdere verloop van de gebeurtenissen zou aantonen dat Hitler er niet voor terugdeinsde zelfs voormalige bondgenoten aan te vallen: nadat Italië een wapenstilstand met de geallieerden had gesloten, bezetten Duitse troepen in september 1943 Noord- en Midden-Italië en in maart 1944 Hongarije.

De strategie van het Nationaal Reduit

 Na de snelle capitulatie van Frankrijk in juni 1940 wijzigde Zwitserland zijn strategie en verplaatste het zijn zwaartepunt van de verdediging naar de moeilijk toegankelijke Alpen. Bij een aanval zou het leger daar onder geografisch gunstigere omstandigheden de strijd kunnen voortzetten, terwijl de vijand een hoge prijs zou moeten betalen om het land te veroveren. Deze strategie, het Nationaal Reduit genoemd, berustte op de vaststelling dat het Zwitserse leger het Plateau moeilijk langdurig zou kunnen verdedigen tegen een gemechaniseerd offensief van de Wehrmacht.

De Zwitserse strategie van het Nationaal Reduit voorzag in de terugtrekking van het grootste deel van het leger naar de blauwe zone, om de vijand in langdurige gevechten in het Alpengebied te verwikkelen. Bron: Wikimedia / Auge=mit

Deze strategie had echter ook nadelen. Het voor de Zwitserse economie essentiële Plateau mocht weliswaar niet zonder strijd worden opgegeven, maar het was evenmin de bedoeling het koste wat het kost langdurig te verdedigen tegen een invasie door een overmacht.

Een groot deel van de bevolking en de industrie zou zo buiten de belangrijkste verdedigingszone blijven. Bovendien kon het Zwitserse leger onder bepaalde omstandigheden van zijn bevoorradingsroutes worden afgesneden. De militaire leiding wist dat een terugtrekking in het Reduit een hoge prijs kon hebben. Het alternatief leek echter nog riskanter: op open terrein dreigde het Zwitserse leger snel te worden verpletterd door de gemechaniseerde eenheden van de Wehrmacht.

Voor de legerleiding onder generaal Henri Guisan (1874-1960) vormde de strategie van het Reduit het kleinste militaire risico. Ze had ook een afschrikkende werking. De strategie maakte de asmogendheden Duitsland en Italië duidelijk dat het grootste deel van het Zwitserse leger in de Alpen zou doorvechten en dat de strategische noord-zuidverbindingen bij een aanval zouden worden vernietigd. Het doel was een bezetting van Zwitserland militair kostbaar en economisch onaantrekkelijk te maken.

Generaal Henri Guisan inspecteert in 1941 de grenspost op de Monte Generoso in het kanton Ticino. Bron: Zwitsers Nationaal Museum (Landesmuseum)

Economische argumenten

 De vernietiging van de transportroutes tussen Duitsland en Italië zou de asmogendheden met aanzienlijke logistieke problemen hebben geconfronteerd. Tijdens de oorlog verliep meer dan 40% van de Duitse steenkoolleveringen naar Italië via de Gotthard- en Simplontunnels.

Zwitserland bevond zich in een door zijn neutraliteit bepaalde ‘grijze zone’, die richting gaf aan zijn economische beleid. Het leger bleef buiten het conflict en nam niet aan de gevechten deel, maar het land onderhield tegelijkertijd economische betrekkingen met de oorlogvoerende landen.

Dit beleid werd grotendeels ingegeven door economische en veiligheidsbelangen. Voor de asmogendheden waren het behoud van een intacte Zwitserse economie en operationele transitverbindingen van groot belang. De strategie van het Reduit droeg daardoor bij aan de afschrikkende werking van het Zwitserse defensiebeleid.

Duitsland en Italië waren echter lang niet de enige economische partners van Zwitserland. Ook de geallieerden kochten Zwitserse producten, waaronder precisieonderdelen uit de horloge-industrie voor de instrumenten aan boord van vliegtuigen. Daarnaast maakten zij gebruik van de Zwitserse financiële sector.

Beide kampen probeerden dus ieder op hun eigen manier de economische mogelijkheden van dit neutrale land te benutten. Voor Zwitserland ging het niet alleen om het voorkomen van een militaire aanval. Het land was sterk afhankelijk van de invoer van grondstoffen en levensmiddelen en moest tegelijkertijd zijn exportgerichte economie draaiende houden.

Het keerpunt van 1943

 Tot 1943 bleef de oorlog, ondanks de voortdurende dreiging voor het land, grotendeels buiten de Zwitserse grenzen. De ineenstorting van de as Berlijn-Rome veranderde de situatie echter plotseling. Na de val van Benito Mussolini op 25 juli en de bekendmaking van de wapenstilstand tussen Italië en de geallieerden op 8 september 1943 reageerde Duitsland onmiddellijk door Noord- en Midden-Italië te bezetten.

Honderdduizenden Italiaanse soldaten werden ontwapend. Ongeveer 700.000 van hen werden door de Duitsers als militaire geïnterneerden naar het Duitse Rijk gedeporteerd. Velen werden vervolgens gedwongen tot dwangarbeid. Ongeveer 100.000 mannen besloten zich aan te sluiten bij de pas opgerichte fascistische Republiek Salò. Bijna evenveel mannen doken onder en sloten zich aan bij het verzet. De partizanenbeweging werd in de daaropvolgende maanden steeds sterker en bezorgde de Duitse bezettingsmacht regelmatig problemen.

In september 1943 bezetten Duitse troepen Noord- en Midden-Italië. In Milaan verschenen tanks van de Leibstandarte SS Adolf Hitler op de Piazza del Duomo. Bron: Wikimedia / Deutsches Bundesarchiv

De verzetsstrijders verschansten zich in de Alpengebieden nabij de Zwitserse grens. Met zijn vele kleine valleien, dichte bossen en afgelegen berghutten was het terrein bijzonder geschikt voor guerrillaoorlogvoering: na snelle, korte verrassingsaanvallen trokken de strijders zich onmiddellijk terug. Dankzij de nabijheid van de grens konden de partizaneneenheden zelfs hun toevlucht zoeken in Zwitserland.

De Tweede Wereldoorlog bereikt Zwitserland

 De Tweede Wereldoorlog had Zwitserland nu daadwerkelijk bereikt. Het was niet langer mogelijk om weg te kijken. Aan de zuidgrens van het land woedde tussen 1943 en 1945 een meedogenloze oorlog tussen Italiaanse partizanen, de fascisten van Salò en de Duitse bezettingstroepen.

De situatie verslechterde vooral in de regio Ossola, die een grens van ongeveer 150 kilometer met de kantons Wallis en Ticino heeft. De oorlog bleef niet beperkt tot de andere kant van een nochtans duidelijk afgebakende grens. Hij had directe gevolgen voor de zuidelijke grensgebieden van Zwitserland.

Hier werd de neutraliteit dagelijks op de proef gesteld. Grenswachten, lokale politici, burgers en verplegend personeel moesten regelmatig beslissen hoe het in Bern vastgestelde neutraliteitsbeleid ter plaatse concreet moest worden toegepast (vervolg in deel twee: Plotseling zijn Italië en de oorlog in Zuid-Zwitserland dichtbij).