Op advies en aangemoedigd door George Keith (1686-1778), ook wel bekend als Milord Maréchal, de gouverneur van het Vorstendom Neuchâtel, besloot Pierre Jaquet-Droz (1721-1790) – een horlogemaker uit La Chaux-de-Fonds, die in Zwitserland en daarbuiten al een reputatie had opgebouwd – in 1758 naar Madrid te reizen om aan koning Ferdinand VI (1713-1759), een liefhebber van klokken, enkele van zijn beste creaties te presenteren.

Hij nam zes uitzonderlijke stukken mee. Vijf waren bestemd voor de koning, waaronder de beroemde herdersklok, de zesde was voor Don Jacinto Jover, een Spaanse edelman, die de gouverneur had aanbevolen.

Jaquet-Droz reisde met zijn schoonvader. Abram-Louis Sandoz (1712-1766) en een van zijn medewerkers, Jacques Gevril. Ze vertrokken op 4 april 1758 vanuit La Chaux-de-Fonds en bereikten Madrid op 22 mei. Don Jover bood hun onderdak in Madrid.

Jaquet-Droz moest echter nog maanden wachten voordat de koning hem ontving. Op 4 september keurde de koning de klokken goed. Hij was zo onder de indruk dat hij ze voor een groot bedrag kocht, ter waarde van drie grote boerderijen in Neuchâtel. Na een langdurig verblijf in Spanje met vele bezoeken was het gezelschap op 20 maart 1759 terug in La Chaux-de-Fonds.

Deze expeditie is bekend dankzij een uitzonderlijk document: het reisdagboek van Abram-Louis Sandoz, dat bewaard wordt in de bibliotheek van de stad La Chaux-de-Fonds.

(Bron en verdere informatie: Le voyage de Pierre Jaquet-Droz en Espagne (1758-1759), dans ‘La Nouvelle Revue neuchâteloise‘, 169-170, 2026)

Impressions de l’exposition